vliegenthart u kletst uit uw nek

Reactie op recensie Bloemendaal

Mijn kritiek op journalisten afdoen als ongefundeerd, is te makkelijk

Wetenschappers wordt nogal eens verweten in een ivoren toren te leven: bezig met onderwijs en onderzoek dat in moeilijke Engelstalige artikelen wordt opgeschreven en dat maar een zeer select groepje collega’s leest. Eén van de mooie dingen die het schrijven van een boek voor een breder publiek oplevert zijn reacties uit het veld. In het geval van mijn boek ‘U kletst uit uw nek’, waarin de relatie tussen journalisten, politici en kiezers centraal staat, werd ik vooral geconfronteerd met de eerste groep.

In (voorbesprekingen van) interviews, maar ook in besprekingen van het boek bieden zij een aardig inkijkje in hoe journalisten omgaan met (wetenschappelijke) evaluaties van hun werk. Opvallend genoeg zijn de reacties nogal verschillend. Zo schreef in Villamedia Magazine, het vakblad voor journalisten, Frans Oremus, onder de titel ‘verfrissende kritiek’ dat mijn boek een duidelijke uitzondering vormt op een decennium lang boeken van wetenschappers die volstonden van mediakritiek en een genuanceerd beeld geeft van de relaties tussen politiek, media en kiezer.

Frits Bloemendaal echter schaart mij en mijn werk in het ‘papegaaiencircuit’ van mediacritici en heeft weinig oog voor de genuanceerde evaluatie die ik in mijn boek probeer te geven. Misschien was ik niet in alle gevallen even duidelijk, dus laat ik een aantal zaken op een rijtje zetten.

Kritiek op journalisten

Bloemendaal en ik zijn het eens dat er het genoeg aanleiding is om kritiek uit te oefenen op de manier waarop de Nederlandse journalistiek bericht over de politiek. En die kritiek wordt in talloze discussies veelvuldig geuit, door wetenschappers, maar ook door politici, journalisten zelf en andere deelnemers aan het publieke debat.

Voordat we echter die kritiek klakkeloos overnemen – of na-papegaaien – is het mijns inziens allereerst van belang te kijken naar objectiveerbare karakteristieken van die berichtgeving en deze te vergelijken met hoe deze eruit zagen in het verleden, of eventueel in andere landen. Dat is wat ik doe in mijn boek en een overzicht van talloze studies in de afgelopen vijftig jaar laat zien dat de politieke berichtgeving in Nederland in toenemende mate gekenmerkt wordt door negativiteit, aandacht voor politieke strategieën en opiniepeilingen. En ook dat dit niet zonder gevolgen blijft: dit type berichtgeving maakt de Nederlandse kiezer cynischer.

Gedegen wetenschappelijk onderzoek

Ik weet niet of dit de analyses zijn waarvan Bloemendaal zegt dat critici ze (te) makkelijk voor waar aannemen. Wel weet ik dat zij gebaseerd zijn op gedegen wetenschappelijk onderzoek en daardoor meer zijn dan globale impressies of indrukken. En ook dat bij veel van dit onderzoek de vraag hoe de kiezer beïnvloed wordt door die berichtgeving centraal staat.

Dit onderzoek laat ook zien dat in de berichtgeving nog steeds veel aandacht is voor de politieke inhoud. Ik benadruk graag dat ik dat een uitermate goede zaak vind.

De schuld van journalisten

Zijn de (negatieve) veranderingen in berichtgeving de schuld van journalisten?
Ook op deze vraag is het antwoord genuanceerd: ja, individuele journalisten dragen zeker een verantwoordelijkheid. Maar veranderingen in de omgeving waarin zij functioneren, zoals commercialisering en opkomst van nieuwe media, maakt dat zij vaak niet anders kunnen.

En bovendien gaan politici veel te makkelijk mee in de medialogica die vraagt om nadruk op negativiteit en strategie. Politici zijn daar net zo goed voor verantwoordelijk als journalisten.

Dit raakt aan een ander kritiekpunt van Bloemendaal: hij doet voorkomen alsof ik de journalist verwijt dat zij de politieke agenda bepaalt. Dat is niet waar. Als ik in dat opzicht al iemand bekritiseer, dan is dat de politicus, die de journalist de politieke agenda (deels) laat bepalen. En net als Bloemendaal benadruk ik in mijn boek dat de invloed van media op politiek vaak overschat wordt en in substantieel opzicht veel beperkter is dan vaak wordt gedacht.

De bovenliggende partij

Rechtvaardigt wetenschappelijk onderzoek de conclusie dat journalisten de bovenstaande partij zijn? En ben ik daarvan overtuigd? Gedeeltelijk wel: media
bepalen vandaag de dag voor een flink gedeelte de regels van het spel en politici conformeren zich daarnaar. Maar daar is veel meer over te zeggen en dat is precies wat ik in ‘U kletst uit uw nek’ probeer te doen – overigens zonder dat ik expliciet op zoek ben naar een simpel antwoord op de vraag wie leidt en wie volgt.

Dat ik mij daarbij slechts richt op de ‘institutioneel-politieke’ kant en niet kijk naar communicatie en voorlichting door ministeries en andere overheidsinstanties is een terechte constatering en kan inderdaad tot een (nog) verdere nuancering van het idee van almachtige media leiden.

Misschien dat de kwalificaties van journalisten omwille van de leesbaarheid
van het boek soms wat sterk zijn, maar dat geldt ongetwijfeld ook voor de manier waarop ik politici beschrijf. En helemaal onterecht zijn die kwalificaties toch ook niet. Ook in de afgelopen campagne zien we weer een groot aantal voorbeelden van journalistiek kuddegedrag en slechte journalistiek. Kritiek op dat gedrag, met name als deze ook gebaseerd is op systematisch onderzoek, weg te zetten als ‘ongefundeerd’ is mij wat te makkelijk.

Eén reactie

  1. De politieke verslaggeving in Nederland is een aanfluiting. Tijdens de laatste verkiezingen was geen enkel fundamenteel probleem waarmee de wereld geconfronteerd wordt een issue. Deze zomer smolt de Noordpool meer dan ooit tevoren, wat op den duur een geweldige impact kan hebben, zoals het stoppen van de Golfstroom. Milieu was geen issue. Het feit dat de NAVO na de val van de Sovjet Unie niet is opgedoekt, maar van een defensie organisatie nu een offensief bondgenootschap is geworden dat overal ter wereld met de grootst mogelijke geweld kan worden ingezet, zonder dat die verandering het gevolg was van een publieke discussie laat staan een serieus politiek, werd niet ter discussie gesteld. Het militair industrieel complex was geen issue. Het speculeren na de kredietcrisis is niet effectief aan banden gelegd zodat het gespeculeer met miljarden per seconde ongestoord blijft doorgaan en de consequenties binnen afzienbare tijd gepresenteerd zullen worden. De corrupte bankwereld was geen issue. De verkiezingen gingen over niets. De verslaggeving was potsierlijk, de interviews een pastiche. De parlementaire journalisten die het fenomeen Fortuyn niet zagen aankomen omdat ze de werkelijkheid niet zien, zitten er nog steeds. Het is een farce.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Opinie (85 van 134 artikelen)
2012_London_Olympic_Games


Wie deze dagen naar de publieke omroep kijkt en luistert, kan weinig ...