vliegenthart u kletst uit uw nek

Wie ligt boven? Pers of politiek?

Media hebben de politiek in hun greep. Ze bepalen grotendeels de politieke agenda en het beeld van de politiek, besteden veel te veel aandacht aan peilingen en ze maken burgers cynisch door te veel over strategieën te berichten. Ze hebben een voorkeur voor conflicten en delen politici in in winnaars en verliezers. Politici doen er volop aan mee; niet van harte, maar omdat ze niet anders kunnen. Als ze het spel niet meespelen laten media ze links liggen.

Dit is – ietwat gechargeerd – het beeld dat naar voren komt uit het boek ‘U kletst uit uw nek’. In dit boek vat Rens Vliegenthart, universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam, op zeer toegankelijke wijze vijftig jaar onderzoek naar politiek en media samen.

Wie de afgelopen weken de berichtgeving over de verkiezingen heeft gevolgd, kan volop bevestiging vinden voor zijn kritiek op de journalistiek. Ja, er was wel erg veel aadacht voor de peilingen en de horse race tussen de op papier grootste partijen. En ja, de media hadden met de verkiezingsdebatten wel heel veel invloed op wat inhoudelijk werd besproken.

Wie, zoals Vliegenhart, ervan overtuigd is dat de media in de relatie met de politiek de bovenliggende partij is (even geen beelden voor de geest halen), zal in die overtuiging alleen maar zijn gesterkt.

Beperkt beeld

En toch vind ik dat beeld te beperkt. Het is maar net hoe je ernaar kijkt en waar je naar kijkt. Is de journalist inderdaad in vijftig jaar tijd veranderd van ‘schoothondje’ tot ‘agressieve bulldog’, zoals Vliegenhart beschrijft? Zijn journalisten bij tijd en wijlen ‘een roedel hongerige wolven’ die zich verdringen om de arme politici te verscheuren?

Met dit soort karakteriseringen schiet Vliegenhart een beetje door in zijn overigens nuttige streven om  het boek presttig leesbaar te maken. Maar het tekent wel het perspectief vanwaaruit hij de relatie  tussen politiek en media beziet: hij identificeert zich het meest met de politici, wier aanzien door de te grote mediadruk wordt aangetast.

Hij is lang niet de enige die vindt dat de politiek in de verdediging is gedrukt: sinds het begin van deze eeuw zijn er talloze publicaties verschenen waarin de media als bedreiging voor de politiek worden gezien, en waarin de politiek min of meer wordt opgeroepen terug te slaan. Ik heb dit in mijn boek De Communicatieoorlog (2008) ietwat provocerend een ‘papegaaiencircuit’ genoemd, omdat de critici steeds op dezelfde analyses teruggrijpen en die als waarheid aannemen.

Kritiek op de journalistiek

Voor alle helderheid: ik heb helemaal niets tegen kritiek op media, of iets preciezer, de journalistiek.  Er is genoeg aanleiding voor, maar willen wij daar als vakmensen iets van kunnen leren, dan moet die  kritiek goed gefundeerd zijn, zeker als die van wetenschappers of adviesorganen komt. En dat kan echt beter.

Om me tot het boek van Rens Vliegenhart te beperken: er staat vrijwel niets in over het politieke bestuur: ministers, staatssecretarissen en hun ambtelijke diensten. Is dat dat geen politiek? Natuurlijk wel, en het is dus een belangrijke omissie.

Juist in het politieke bestuur is het een gotspe om de journalistiek als bovenliggende partij af te schilderen. De ministeries hebben de informatie, en bepalen of, wanneer en hoe je die krijgt. Wat ze kwijt willen, bieden ze in hun lievelingskleur aan. Journalisten moeten het strikje en de cadeauverpakking er maar af zien te halen.

Maar als journalisten iets willen hebben dat nog niet in de etalage ligt, moeten ze maar zien hoe ze er aan komen. Het komt in elk geval niet vrijwillig. Hier liggen de machtsverhoudingen toch echt anders dan Vliegenhart beschrijft.

Politieke agenda

Het verwijt dat media te veel de politieke agenda bepalen komt ook steeds terug. Ja, bij bijna alle Kamervragen wordt verwezen naar een perspublicatie. En ja, de lange wachtlijst aan spoeddebatten vindt ook grotendeels haar oorsprong in de media. Maar kun je dat media verwijten?

Als journalisten hun werk goed doen, sproren ze misstanden of belangrijke trends in de samenleving op, en berichten daarover. Als politici hun werk goed doen, doen ze dat ook, en media vormen daarbij een van de bronnen. Als ze de enige bron zijn, is dat de politicus te verwijten, niet het medium. Net zo min als het de schuld van de media is dat er bij een kleine of grote onthulling een stoormloop op de griffie ontstaat. Daar zijn politici toch zelf verantwoordelijk voor.

Voor de goede orde: het overgrote deel van de politieke agenda wordt nog steeds bepaald door het regeerakkoord, en daar hebben journalisten weinig invloed op.

Hier en daar signaleert Vliegenthart ook wel dat politici zelf ook een aandeel hebben in de ‘mediacratie’, maar soms zet hij ze, waarschijnlijk onbedoeld, toch te veel als willoze trekpoppen van de media.

Gemis aan diepere analyse

Ik mis in het boek een diepere analyse van de veranderde krachtsverhoudingen. Zelf denk ik dat het veel te maken heeft met de sterk gegroeide onzekerheid onder politici en politieke bestuurders, die sinds de jaren negentig van de vorige eeuw de greep op de samenleving kwijt zijn. Die veel minder voor elkaar kunnen krijgen dan ze zouden willen, maar dat nog altijd niet willen inzien.

Met symbolische dadendrang (heel veel kamervragen, spoeddebatten en ineffectieve wetgeving) proberen ze de indruk te wekken dat ze nog steeds in control zijn. Door krampachtig controle over de informatie te houden, proberen ze die indruk te versterken. Als media daar dan doorheen prikken, wordt dat als bedreigend gezien.

Ik ruil die analyse graag in voor een betere, als die maar op gedegen wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd. Daarvoor is de benadering van Vliegenthart en andere communicatiewetenschappers te beperkt. Sowieso hebben zij (en trouwens ook veel journalisten) te veel aandacht voor slechts twee partijen: journalisten en politici. De partij om wie het echt gaat, de burger, komt er bekaaid af.

Journalisten en politici zijn veel te veel met elkaar bezig, en te weinig met degenen voor wie zij het eigenlijk doen, of zouden moeten doen. Wat heeft die burger eigenlijk nodig? Wat wil hij weten, of: wat zou hij móeten weten _ want hij is meer dan een nieuwsconsument.

Laten we het eens niet meer hebben over wie boven ligt:de journalist of de politicus. De vraag is of zij beiden hun werk wel goed doen.

Rens Vliegenthart (2012): U kletst uit uw nek. Prometheus. ISBN: 9789035137592. 160 pagina’s. € 15,00.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>