Armstrong pers

Kaakslag voor de sportjournalistiek? (6)

De bedrogen minnaar

De afgelopen week reageerden diverse wielerverslaggevers op een tweet die NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch na de onthullingen over het doppingschandaal rond Lance Armstrong: “Is het schandaal rond Armstrong niet dé ultieme kaakslag voor de sportjournalistiek? Zien, horen, zwijgen?” In de laatste aflevering van deze serie reageert Vandermeersch.

Oei. Ik heb een gevaarlijke daad begaan. Ik heb een tweet gezonden over wielerjournalistiek. Nu zend ik wel eens een tweet de wereld in zonder daarover al te zeer na te denken. Maar over deze tweet had ik wel degelijk diep nagedacht. Ook over de leestekens erin. De tekst, die ik op donderdagavond 11 oktober twitterde, luidde letterlijk: “Is het schandaal rond Armstrong niet dé ultieme kaakslag voor de sportjournalistiek? Zien, horen, zwijgen?”

Het berichtje mag dan vele tientallen keren instemmend ‘geretweet’ zijn, velen vonden het ongehoord dat ik dat gedurfd had te versturen. Met name wielerjournalisten of gewezen wielerjournalisten, ook van mijn eigen krant, waren boos. Sommigen reageerden op Twitter, anderen zonden mij een boze mail, iemand pakte mij hard aan op de redactie. Op De Nieuwe Reporter begon prompt een debat over de tweet.

Luie donders die veel bier drinken

De grote woorden waren niet uit de lucht. “Schandalig”, zo klonk het. “Vandermeersch slaat de bal mis”, schreef iemand anders. En een verontwaardigde collega van een andere krant las in de tweet – hou je vast – dat ik doe “alsof we (sportjournalisten) luie donders zijn die veel bier drinken”.

Om eerlijk te zijn: daar schrok ik van. Het enige wat ik wilde was het stellen van twee vragen. Is het dé ultieme kaakslag? En gaat het om horen, zien en zwijgen? Maar deze waren blijkbaar al genoeg om bovenstaande (en nog veel meer woedende) reacties naar mijn hoofd te krijgen. Vreemd – want laat ik nu al zeker een kwarteeuw in de illusie verkeren dat het stellen van vragen nu net onze job is.

Boos en geschokt 

Waarom stelde ik deze vragen? Omdat ik boos en geschokt ben. Omdat ik zo verdomd hou van de wielersport. Omdat ik hoopte dat we na de Festina-tour, na bekentenissen van Johan Musseeuw en anderen, na de ontkenningen van tientallen renners, in een nieuwe en min of meer dopingvrije koerswereld waren beland. Omdat ik met zo veel vreugde en plezier jarenlang een miniem rolletje heb gespeeld als seingever in de Ronde van Vlaanderen. Omdat ik de jongste jaren in opdracht van de VRT en de NOS heb mogen proeven van die fantastische ambiance in de Ronde van Frankrijk.

Omdat de koers mij zo blij maakt – maar ik tot mijn verbijstering vorige week wel urenlang een verpletterend dossier las waarin wordt aangetoond dat de grootste renner aller tijden (na Eddy Merckx) zeven touroverwinningen behaalde door op een bijna industriële schaal te liegen, te bedriegen, mensen onder druk te zetten, en al die collega-wielerjournalisten jarenlang voor de gek te houden.

Journalisten horen vragen te stellen

Ik heb – letterlijk – geen oog dichtgedaan die nacht. Voelde me boos, machteloos, ongelukkig. En stelde me vragen over ons vak, onze taak. Wij worden toch verondersteld om de waarheid bloot te leggen? Tegels te lichten? Misstanden aan de kaak te stellen? En dat begint met het stellen van vragen. Als wij, journalisten, op het moment dat het onszelf betreft, geen vragen durven – of blijkbaar mogen – stellen, dán zijn we pas vreselijk slecht bezig. Maar die enkele tientallen tekens, verzonden op het machtige Twitter, raakten overduidelijk een open zenuw.

Enkele dagen later is het stof wat neergedaald. In NRC Handelsblad en in nrc.next hebben we intussen een mooie productie gemaakt, waarbij we aan tien vooraanstaande wielerjournalisten hebben gevraagd terug te blikken op hun verslaggeving van de zeven Touredities die Lance Armstrong won. En op De Nieuwe Reporter werden interessante analyses gemaakt door gewaardeerde collega’s.

5 argumenten

Om met die laatste te beginnen. Los van de hierboven geciteerde verwijten lees ik eigenlijk vijf argumenten:

  1.  Het gaat altijd over de wielersport, waarom worden de voetbalcollega’s nooit aangepakt?
  2. We schreven wel degelijk over doping.
  3. We konden niet schrijven over doping want in het milieu heerst een ‘omerta’ (zwijgplicht), die alle journalistiek onmogelijk maakt.
  4. Niet-sportjournalisten slaagden ook niet waar wij faalden.
  5. Ook buiten de sportjournalistiek is er veel mis (Holleeder, bouwfraude) en dat wordt ook niet blootgelegd.

Laat ik beginnen te zeggen dat ik het met al deze argumenten hartgrondig eens ben. Alleen, ze antwoorden niet op de vraag: moeten wij, journalisten, niet vreselijk aan introspectie doen nu we weten dat iemand, onder onze neus, ons en het wielerminnende publiek op zo‘n systematische manier bedroog?

Verzachtende omstandigheden

Er zijn verzachtende omstandigheden. Die las ik in de bovengenoemde productie in mijn krant, waarin veel journalisten heel eerlijk waren. Lees even mee:

Marije Randewijk (de Volkskrant):

“We weten vrij weinig… Je hebt vermoedens, maar weinig bewijzen.”

Léon de Kort (Algemeen Dagblad):

“Achteraf realiseer je je dat je er dicht op hebt gezeten”.

Evert de Rooij (Wieler Revue):

“Ik heb er nu moeite mee dat we ons tamelijk lang voor de gek hebben laten houden. Als beroepsgroep zijn we lang in Armstrongs verhaal meegegaan. Eigenlijk waren we allemaal burgemeesters in oorlogstijd.”

Raymond Kerckhoffs (De Telegraaf):

“Ik vind dat we vaak voor de gek gehouden zijn, en denk dat we dat als wielerjournalisten niet meer gaan accepteren.”

Mart Smeets (NOS):

“Ik ben tekort geschoten. Maar met mij iedereen. Alle Belgen, alle Fransen, alle Amerikanen.”

Ward op den Brouw (NRC):

“Ik ben geen onderzoeksjournalist en andere Tourverslaggevers evenmin.”

Jeroen Willaert (Radio 1):

“Elke poging om dieper te graven stuitte op de spin van Armstrong.”

Joop Holthausen (Het Parool):

“Wat wel waar is, is dat veel sportjournalisten erg van sport houden. Dat moet ook, anders hou je het niet vol.”

Ad Pertijs (BN/De Stem):

“Je kunt alleen niet zomaar alles opschrijven wat je hebt gehoord.Je hoort zo veel dingen. Bewijzen moet je hebben.”

En opnieuw zeg ik: ik ben het met u allen eens. Sterker nog, het siert jullie dat jullie zo eerlijk zijn. Over onmacht en sympathie. Over tekortschieten en weinig weten. Over het gebrek aan onderzoeksjournalistiek.

Journalisten pas bescheidenheid

Maar na het lezen van al deze argumenten moet ik toch concluderen: wij – niet jullie, sportjournalisten – waren al met al niet goed genoeg. We hielden te veel van de sport en van de renners. We slaagden er niet in om onze lezers en kijkers duidelijk te maken wat er echt aan de hand was in de sport waarvan we zo houden.

Ga ik minder van die geweldige sport houden? Ik weet het nog niet. Daarvoor ben ik teveel geschokt. Ik voel me als een bedrogen minnaar. Gekwetst. Boos. Ongelukkig. Een bedrogen minnaar van die prachtige sport.

En als journalist denk ik, ook na 25 jaar in dit vak, steeds meer: ons past bescheidenheid. Want we krabben slechts aan de oppervlakte van de waarheid.

Lees ook
De andere afleveringen in de serie ‘Kaakslag voor de sportjournalistiek?’

9 reacties

  1. Bauke Boersma schreef op 17 oktober 2012 om 11:06

    Hoe naief ben je als je opschrijft: ‘Omdat ik hoopte dat we na de Festina-tour, na bekentenissen van Johan Musseeuw en anderen, na de ontkenningen van tientallen renners, in een nieuwe en min of meer dopingvrije koerswereld waren beland’ Eigenlijk geen haar beter dan alle wielerverslaggevers die in dit stuk worden geciteerd en de afgelopen jaren (waarschijnlijk willens en wetens en tegen beter weten in) repten over schone of schonere wielersport. Doping is onlosmakelijk verbonden met topsport en manifesteert zich het nadrukkelijkst in de wielersport. In de tijd van Lance, in de tijd van Eddy, in de tijd van Miguel, in de tijd van Bradley en in alle nog komende tijden… Just accept it!

  2. Pytrik schreef op 17 oktober 2012 om 11:38

    Nu ik je reactie op het debat n.a.v. de inmiddels bijna ‘beruchte’ tweet heb gelezen, blijf ik toch met vragen zitten.

    Okay, meer dan krabben aan de oppervlakte lukt(e) niet en dan past inderdaad bescheidenheid. Maar toch, met enkel zo’n conclusie ben je er niet.

    Deze zou juist aanleiding moeten zijn, niet alleen voor individuele journalisten, maar voor hele redacties, redactiechefs en hoofdredacteuren om na te denken over manieren om desillussies, zoals die ten gevolge van de ‘Lance Armstrong crisis’, te voorkomen. Wat kan de journalistiek wel? Wat kan zij anders doen? Daarover zou het debat hierna moeten gaan. Om te beginnen denk ik dat daar op bovenindividueel niveau aan gewerkt zou moeten worden.

    Misschien miste ik in bovenstaande beschouwing toch op z’n minst een eerste aanzet in die richting, bovenop de bescheidenheid.

  3. De vraag van Peter Vandermeersch is volstrekt logisch. De meeste reacties zijn veel te defensief. Er zijn heel wat beperkingen en tegenwerkingen, als het om (wieler)journalistiek gaat, maar wees eerst eens een poosje stil en kijk terug of er anders had kunnen worden gewerkt en gedacht. En wat het betekent voor de komende jaren.
    Leer er wat van, ipv dat eeuwige ‘we deden toch ons best’ -dat is simplistischer dan een logische vraag in een tweet…

  4. renzo schreef op 17 oktober 2012 om 20:04

    Ha Peter, de oplossing is simpel. Je maakt geld vrij voor een langdurig onderzoek van een jaar of zo. En je accepteert geen jubelkverhalen meer over geweldige prestaties van renners. Laat je journalisten amper nog verslagjes schrijven, en maak ze vrij voor dopingonderzoek. Accepteer geen geneuzel meer over ‘ de sport is schoner’ – zonder bewijzen.
    Maw duik er bovenop.
    De wielerjournalistiek val je terecht aan.
    Maar eh: jij bent toch hoofdredacteur? Dan ben je m.i. verantwoordelijk voor wat er in je krant staat. Ik kan me vergissen. Dus.. we zien de veranderingen snel tegemoet, want een hoofdredacteur als jij stopt niet bij vrijblijvend stukjes schrijven, maar houdt van DADEN. OK, ik zie volgend jaar de eerste onthulling en de komende tijd geen gejubel.. Alvast mijn hartelijke dank, Renzo… die al eerder hierover schreef: http://www.denieuwereporter.nl/2009/08/het-falen-van-de-wielerjournalistiek/ NIets nieuws onder de zon, het meeste was al langer bekend!

  5. Westerbeek schreef op 17 oktober 2012 om 23:51

    Ook dit jaar zijn we weer te grazen genomen.in Le Monde heeft een artikel gestaan van de ex Festina fitnesstrainer.hij heeft exact uitgerekend met hoeveel watt Voekler de etappe Pau -Bagneres de Luchon heeft gereden,395.volstrekt onmogelijk om 5 cols en 250 km met 395 watt te fietsen tenzij etc.
    De volgende dag heeft hij voor de laatste 7 km de Peyresourde op,de finish,het aantal watt uitgerekend van oa Froom , ruim boven de 450 ,wederom onmogelijk als je op brood en water fietst.maar Peter ook je landgenoot die bij de eerste 10 zat,zat bij de verdachten..dus wat let je om artikel
    op te zoeken en hem ermee te confronteren.

  6. ronald schreef op 18 oktober 2012 om 04:53

    Wellicht wordt het eens tijd dat iemand die als onafhankelijk journalist werkt eens uit de school klapt.
    Topsport zonder doping is als commercie zonder geld. Uit betrouwbare bronnen weet ik van diverse topsporters en sportartsen dat er niet alleen doping gebruikt wordt om bovenmenselijk te kunnen presteren, maar ook om de enorme aanslag op het lichaam van de topsporter te verminderen.

    Vanuit gezondheidsperspectief zou er eens veel genuanceerder en met veel meer context gekeken moeten worden naar doping. Zoals de preventieve rol van verantwoorde middelen, die alleen onder goede begeleiding en controle van een sportarts worden toegediend.

  7. albert van der vliet schreef op 21 oktober 2012 om 08:39

    Het is een meer algemeen probleem. De meeste sportjournalisten in Nederland hebben geen verstand van sport. Een sportverslaggever die zelf gesport heeft, ziet meer. Dat sommige wielrenners ineens veel harder gaan rijden, zoals met Armstrong het geval was, ontgaat de leken die sportjournalist zijn. Mart Smeets heeft gebasketbald. Sportjournalisten als Bert Maalderink en Frank Snoeks zijn mooipraters die de Nederlandse taal prima beheersen, maar sportverstand hebben ze niet. Ik hoor liever Erben Wennemars, die stotterend veel zinnigs te zeggen heeft, meer dan Smeets.

  8. omerta schreef op 21 oktober 2012 om 20:00

    Van o.a. Joeri Boom van de Groene Amsterdammer weet ik dat embedded journalisten veruit in de meerderheid zijn tegenover onafhankelijke reporters. In Uruzgan blijkt de verhouding zelfs 18 op 1 (zie zijn TU Delft lezing over achtergronden van onderzoeksjournalistiek en boeken van Nick Davies en Joris Luyendijk).
    Het resultaat is censuur, manipulatie, versimpeling, gebrek aan causaal verband, context en connotatie van het nieuws.

    Duidelijk is ook dat PR en lobby een grote rol spelen in de irrationele beeldvorming naar het publiek. Commerciele belangen staan vaak haaks op onafhankelijke journalistiek.
    Echte onderzoeksjournalistiek kost tevens tijd en geld om te maken en de feiten te checken.

    Het nieuws is steeds meer in handen van steeds minder media bedrijven die macht uitoefenen achter de schermen.
    Plutocratie?
    Omerta

  9. ronald schreef op 22 oktober 2012 om 23:02

    Hopelijk doet Lance Armstrong een boekje open over medeplichtigheid van sponsors, teamartsen, ploegleiders en andere betrokkenen. Werd hij onder druk gezet om te liegen? Wie zijn de hoofdschuldigen aan de top van de omerta clan?
    Bedrijven als Nike en Rabobank komen er anders net als ‘bepaalde’ personen, veel te makkelijk vanaf.

    Wellicht kan dan eindelijk na volledige openheid en opruiming van alle lijken uit de kast, de wielerwereld duurzaam en gezond opnieuw worden ingericht.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>