Trends op Silicon Alley

“Mikken op nichemarkten moet het credo zijn voor de journalistiek”

New York is de zelfbenoemde mediahoofdstad van de wereld. Journalistieke start-ups vestigen zich graag rond Silicon Alley. The Verge bijvoorbeeld, of Narrative.ly, en de centrale newsroom Thunderdome, die ruim 300 regionale redacties moet gaan bedienen. Voormalig regionaal verslaggever en directeur van het Harvard Niemanlab Joshua Benton twijfelt aan het nut van dit soort investeringen. “Veel kranten zijn niet meer waard dan de grond waarop de gebouwen staan.”

Joshua Topolsky is de bedenker van the Verge, een site met nieuws over technologie en gadgets, die een jaar geleden online kwam. Sindsdien loopt de site als een trein. Op zijn evaluatie van de nieuwe iPhone – model nummer vijf alweer – kwamen binnen een dag 1475 reacties. Nu is voor de early adapters een nieuwe iPhone een bijna religieuze ervaring waarvan je zeker publiek getuigenis moet doen, maar met dit soort piekcijfers weet je dat het ook met de gewone bezoekersaantallen wel goed zit.

24/7 stuiteren

“Met nogal wat grote uitgeverijen op een kluitje ligt het voor de hand te denken dat ook nieuwe media start-ups zich graag in New York vestigen”, hield Topolsky onlangs een publiek voor. Maar er speelt meer dan alleen het succes van Sillicon Alley, – een brede strook midden op Manhattan waar van oudsher veel uitgeverijen zijn gevestigd. “Er komt veel jong talent van de journalistiek opleidingen van Columbia, CUNY en NYU, investeringsgeld is met Wallstreet om de hoek ook al niet ver weg, en New York is een echte marketingstad. Verkopen kunnen ze hier als de beste.’ In Sillicon Valley zijn de straten om negen uur ’s avonds leeg. “Deze stad stuitert van de energy, 24/7.”

De vraag is als alle voorwaarden goed zijn, of dat ook betekent dat de praktijk goed uitpakt. Noah Rosenberg van de splinternieuwe verhalensite Narrative.ly heeft een andere ervaring. Hij moest zijn startkapitaal van minimaal vijftigduizend dollar vooral met crowdfunding bij elkaar praten en schrijven. Bij investeerders en partners haalde hij enkele tienduizenden dollars op, via Kickstarter.com vond hij de rest. Dat waren meer dan achthonderd particulieren die geloofden in zijn belofte van een site met dagelijks een bijzonder verhaal over New York. “Zonder dat geld hadden de andere investeerders niet mee gedaan. Dat was de deal.”

Slow journalism

Het geloof in nieuwe mediabedrijven is niet meer zo groot is als in de tijden dat de New York Times groot kon worden. Rosenberg gelooft vanzelfsprekend heilig in zijn missie. “Wij willen lokale verhalen vertellen die origineel, waar en diepgravend zijn. Dat doen we met slow journalism.” Iedere dag komt er een verhaal bij op de site; in tekst, beeld, geluid of in een willekeurige combinatie van die drie. Aan het begin van de week is te zien welke verhalen eraan staan te komen. Maar dat is de smaakmaker, het menu blijft: een verhaal per dag.

Het zijn altijd verrassende verhalen, verzekert Rosenberg, maar die niet per se het nieuws van de dag maken. “Over vijf jaar moeten ze ook nog interessant zijn.” Wel zijn het altijd stevige verhalen. “Kleine verhalen mogen. als ze maar goed verteld zijn.” Zoals het verhaal van de New Yorker die op verzoek tegen een vast tarief winkelt bij IKEA, de spullen thuisbrengt en in elkaar zet. “Wij vragen altijd: wat is het verhaal, wie zijn de karakters.”

Narrative.ly werkt met onbetaalde freelancers die soms een onkostenvergoeding krijgen. Ze moeten een contract teken voor een periode exclusiviteit van de verhalen, die meestal bestaan uit een video en een tekst van zo’n 6000 woorden. “We werken meestal twee weken voorruit. We komen wekelijks samen in een café. We willen gaan samenwerken met studenten. Maar iedereen is welkom. We willen een platform zijn voor mediamakers met ambities, maar die niet meteen toegang hebben tot de grote uitgevers.”

Het businessmodel dat Rosenberg nastreeft is naast slowjournalism en advertenties gekoppeld aan verhalen, betaald lidmaatschap met nieuwsbrief en voordelen voor toeristen en New York, het verkopen van verhalen (syndication) en op termijn tours en wandelingen. In de toekomst wil hij het concept proberen uit te rollen in andere Amerikaanse steden of zelfs in het buitenland. “Ik denk aan Canada, Rome en Parijs. Met content kun je waarde creëren, zeker via sociale media.” En online is het idee eenvoudig op te schalen. “Als het in New York lukt het overall.”

Thunderdome

Maar wat als het in New York niet lukt? Neem Digital First Media, een grote management holding die bestaat uit twee uitgeverijen en nog een aantal belastingconstructies. Naar nu blijkt is voor een van de twee bedrijven, Journal Register Company, begin september uitstel van betaling aangevraagd (chapter 11); langzaam bezwijkend onder een schuld van 126 miljoen dollar.

Voor hun nieuw op te zetten Thunderdome, een centrale nieuwsredactie in een zijstraat van Wallstreet, is Robyn Tomlin nog niet bevreesd. Want deze hoofdredactrice van Thunderdome neemt nog steeds mensen aan: curators, mobile producers, database developers. “Project Thunderdome heeft drie doelstellingen,” vertelt ze. “Het centraliseren van niet-lokaal nieuws en web-producties, het creëren van internetverkeer en inkomsten gerelateerde digitale content, en het technisch ondersteunen van de regionale redacties voor de digitale toepassingen.”

Dat behoeft uitleg. Thunderdome is een initiatief van het Amerikaanse Digital First Media, een uitgeverijconstructie van meer dan achthonderd kranten en websites die naar eigen zeggen 61 miljoen mensen bereiken in achttien staten. Om de nationale en internationale multimediale kopij voor alle producties en platformen te stroomlijnen wordt op Manhattan een nieuwe centrale nieuwsroom ingericht. Het zal een plaats worden met vooral redactioneel en technisch geschoolde mensen. De regionale verslagevers zitten bij de kranten.

“Wij zullen vooral beginnen met berichten van Associated Press en anderen en die verrijken tot nieuwe producten, inclusief foto’s, video en dossiers”, aldus Tomlin. “We verdelen verder de content van de 75 dagkranten en 200 week- en maandbladen die onderdeel zijn van het DFM-netwerk. Sommige kranten hebben niet eens een abonnement op AP.”

Dat betekent niet dat lokaal ontslagen zullen vallen, benadrukt Tomlin. Eerder is het tegenovergestelde het geval. “We vinden lokaal en regionaal nieuws zo belangrijk dat we juist een centrale nieuwsroom hebben opgetuigd om de verslaggevers het volgen van het nationale en internationale nieuws en de routinewerkzaamheden te kunnen besparen.”

Trainen

Project Thunderdome heeft naast de centrale redactie in New York mensen in Washington, D.C., Colorado, North Carolina, Washington state, Connecticut en Michigan voor de nationale verslaggeving. En daarnaast een fotoredactie in Denver. Naast het coveren van nieuws zullen mensen exclusief worden gezet zetten op dataverhalen en videoproducties. Die zullen met name interactief materiaal moeten aanleveren. “Verder willen we uiteindelijk een community van data en video-journalisten opzetten, om bijvoorbeeld elkaar en anderen te trainen. Die club zal ook het aanspreekpunt worden voor onderzoeksprojecten en om dossiers te bouwen, zowel over nationale als internationale onderwerpen.”

Het bedrijf kijkt wel naar andere inkomsten. Maar het verkopen van eigen verhalen bijvoorbeeld, zit volgens Tomlin nog niet in de planning. DFM staat daar wel voor open in de toekomst.

Drama

Joshua Benton, directeur van het Nieman Journalism Lab, het journalistieke studie- en onderzoekscentrum van Harvard, is niet zo optimistisch over projecten als Thunderdome. “Kranten zijn een ouderwets product. Te duur als advertentieplatform, te algemeen in de berichtgeving, en domweg niet goed genoeg wat de inhoudelijke berichtgeving betreft.” Het zijn vooral de allerkleinste kranten die het nog aardig doen. Die hebben een meerwaarde voor een gemeenschap en zijn relatief goedkoop te maken. Bovendien draait de lokale advertentiemarkt nog aardig.

Hyperlocale online kranten gelooft oud-regionaal verslaggever Benton dan weer helemaal niet in. “Hyperlocale websites zijn een sof gebleken. Lokale adverteerders gaan niet online.” Neem Patch.com, een nieuw initiatief rondom het idee dat met een enkele multimedia journalist in een kleine stad je een gebied kunt coveren. “Winst maken met dit idee is nog niet gelukt. Zelfs omzet maken blijkt nauwelijks mogelijk.”

Benton heeft een maand of negen geleden de eerste openbare bedrijfscijfers van Patch.com gezien. “Het was een drama.” Patch wil op dit moment niet met verslaggevers praten. Patch-chef Joe Wiggins schrijft:

‘Hi Marco. Thank you for your interest in Patch. Unfortunately, the timing isn’t right and we will not be able to arrange an interview. Best, Joe.’

Benton: ‘Waarschijnlijk omdat ze alleen slecht nieuws te melden hebben’.

9,5 miljoen


Hyperlocale nieuwssites gemaakt met amateurs en een relatief kleine professionele staf, maken wellicht meer kans, aldus de directeur van Niemanlab. “Maar daar loert het gevaar van het gebrek aan kwaliteit en continuïteit.” Benton is somber over de toekomst van de regionale media als verschijnsel. “Er worden op dit moment regionale kranten verkocht alleen op basis van de waarde van de grond en de gebouwen.” Dat er ook kranten worden gemaakt drukt juist te vraagprijs. De Tampa Tribune is onlangs verkocht aan een investeerder voor negeneneenhalf miljoen dollar; een krant met een oplage van ruim 262 duizend exemplaren in het weekend en veertien miljoen pageviews per maand.

Wat moet er dan wel gebeuren? Want volgens Benton gaat de regionale krant het met een paywall ook niet redden. Een krant als de New York Times is wat dat betreft een ander verhaal, stelt hij. “Dat was natuurlijk al nooit een regionale krant, maar die hebben er dankzij internet nationaal en internationaal als een van de weinigen echte lezers bij gekregen.” Voor dat selecte gezelschap wereldburgers is online betalen geen probleem, en garandeert het juist de kwaliteit die ze zoeken. “Alle andere kranten zullen meer moeten doen dan nieuws alleen, investeren in marketing en omschakelen van geografie naar demografie.” Mikken op nichemarkten als centrale strategie, dus. “Wie deze stappen niet zet, gokt op het business model: tijd kopen. Een verdoemde strategie.”

Dit artikel is ook verschenen op Persinnovatie.nl.

Marco van Kerkhoven

Marco van Kerkhoven is bioloog, journalist en onderzoeker bij het Kenniscentrum Communicatie en Journalistiek van Hogeschool Utrecht.

Alle artikelen van Marco van Kerkhoven op De Nieuwe Reporter.