Stel dat je de opdracht zou krijgen om een fonds op te richten dat als belangrijkste taak heeft om de wereld en de samenleving een inzichtelijker te maken. Het doel is dat de inwoners van Nederland, bij de eerstvolgende verkiezingen gemotiveerd en met kennis van zaken het stemhokje binnenstappen. Ze zijn niet langer afhankelijk van stemwijzers en voorgeprogrammeerde debatten, want ze weten hoe politiek, economie en maatschappij functioneren en zijn in staat zich daarover een eigen mening te vormen.
Zo’n fonds ondersteunt – fnancieel en inhoudelijk – individuele makers, bedrijven en instellingen, die bij voorkeur meerdere media gebruiken om de gehele bevolking levenslang zo breed mogelijk te informeren. Een fonds dat de brug vormt tussen politiek en samenleving, dat inzicht geeft in de nieuwste wetenschappelijke onderzoeksresultaten en dat iedereen kennis laat maken met de grote verscheidenheid aan culturen in eigen en andermans land.
Zo’n eervolle opdracht valt te destilleren uit het advies van de Raad voor Cultuur over het samengaan van het Mediafonds en het Stimuleringsfonds voor de Pers.
Onafhankelijke, pluriforme journalistiek
Op het eerste gezicht is het advies over de voorgenomen fusie nogal warrig. De titel, ‘Cultuur en Media’, wekt de verwachting dat het advies betrekking heeft op de wijze waarop de cultuurfondsen media benutten. Bij het doorlezen ligt het accent echter vooral op de persvrijheid en het belang van onafhankelijke, pluriforme journalistiek.
In die zin maakt de tekst deel uit van de huidige herwaardering van het publieke domein. Nu gebleken is dat privatisering en marktwerking niet vanzelfsprekend goede en goedkope oplossingen voortbrengen voor de toegankelijkheid van wonen, zorg, onderwijs en werk, wint de publieke sector aan aantrekkingkracht. Het is een overheidstaak, aldus de Raad, om de functie van de pers te bewaken ‘als waakhond van de democratie’.
Het nieuwe mediafonds moet in opdracht van de overheid toezien op pluriformiteit, kwaliteit en onafhankelijkheid van nieuws, opinie en achtergrond informatie. Streven is de wereld begrijpelijker en transparanter te maken voor de burger, de consument, de bedrijven en de wetenschap, aldus de Raad.
Instrumentarium
Opvallend is dat een gedegen analyse van de wisselwerking tussen dit cruciale fonds en andere sectoren van cultuur, economie en samenleving grotendeels ontbreekt. De Raad benadert mogelijke samenwerkingsverbanden instrumenteel; alsof een goed functionerende, innovatieve infrastructuur automatisch ook kwalitatief hoogwaardige inhoud produceert.
Zo is ze voorstander van samenwerking met de School voor de Journalistiek, het Filmfonds en het Fonds voor de Creatieve Industrie. De Raad onthoudt zich van uitspraken over de inhoud van pers en media. Daardoor ontstaat de ruimte voor het nieuwe fonds om een instrumentarium te ontwikkelen, dat past bij de centrale doelstelling: het ondersteunen van projecten/producties, die de samenleving informeren over cultuur, politiek, economie, wetenschap en daarmee een bijdrage leveren aan een beter begrip van de wereld om ons heen.
Pluriformiteit
Wel moet het nieuwe fonds streven naar pluriformiteit, maar dat kan geen probleem zijn met zo’n brede en rijke taakomschrijving. Dit vergt wel een herinterpretatie van het begrip pluriformiteit. In de afgelopen decennia is in de media, evenals in andere sectoren van de samenleving, het ‘recht op toegang’ verward met het bevorderen van consumentisme. Het is echter geen uitgemaakte zaak dat de programma’s met de hoogste kijkcijfers meer inzicht geven in het functioneren van de samenleving.
Integendeel. Het nieuwe fonds staat hier voor een dilemma: vanwege het handhaven van de persvrijheid moet het fonds zich onthouden van inhoudelijke oordelen. Maar het is erg lastig om inzicht en begrip te bevorderen, aan de hand van criteria die zich voornamelijk richten op de vorm, op de mate van innovatie en experiment.
Wisselende rollen
Gezien de positionering van dit nieuwe fonds in het hart van de samenleving is het opmerkelijk dat de beschrijving en analyse van de veranderende context vooral gericht zijn op de pluriformiteit van de distributie, de technologische innovatie en de verzwakte economische basis voor een onafhankelijke pers. De Raad constateert dat het medialandschap transformeert in een ecosysteem, waarin de rollen van producenten en consumenten kunnen wisselen.
Maar een analyse van de neiging om binnen een dergelijk ecosysteem de buitenwereld te verwaarlozen ontbreekt. Een van de kenmerken van het huidige media-aanbod is het hoge ‘ons kent ons’-gehalte. Dat staat in schril contrast met de noodzaak om juist een breed publiek te informeren over datgene wat ons vreemd is, over datgene wat we nog niet kennen.
Met de herwaardering van het publieke domein, ontstaat ook een herwaardering van denkers, die hierover uitgebreid hebben geschreven. In het uitstekende essay van Frank van Vree, Overheid, Media en Openbaarheid, dat opgenomen is in het jaarverslag 2011 van het Mediafonds, wordt Hannah Arendt geciteerd. De publieke sfeer is volgens haar de plaats waar mensen de anderen ontmoeten en door hun handelen een gemeenschappelijke wereld vol verschillen creëren. Aan dit lonkende perspectief kan het nieuwe fonds met alle middelen die haar ter beschikking staan bijdragen.
Lees ook
Eerdere afleveringen in deze serie over een nieuw fonds voor de media.
Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds. 609 vroeg 9 deskundigen naar hun visie op een nieuw fonds voor de media. DNR zal deze week 5 van deze afleveringen publiceren. Alle 9 visies zijn terug te vinden in 609, waarvan een pdf is te vinden op de website van het Mediafonds.
Documentatie over de fusie is hier te vinden.
Eén reactie