de nieuwe pers

Nieuwe Pers, nieuwe redactie, nieuwe journalistiek

Uit een mislukking ontstaan soms de mooiste nieuwe initiatieven. Gisteren werd bekend dat De Nieuwe Pers (opvolger van het ter ziele gegane gratis dagblad De Pers) met een voor Nederland compleet nieuw redactiemodel van start gaat. Er komen geen redacteuren in vaste dienst. Individuele journalisten schrijven De Nieuwe Pers vol – en lezers kunnen een abonnement nemen op hun favoriete auteurs. Een schoolvoorbeeld van het nieuwe denken in de journalistiek, dat hopelijk op bredere schaal navolging krijgt.

Waarom is deze structuur een goed idee? Omdat het nodig is dat de journalistieke beroepsgroep stevig door elkaar wordt geschud. De journalistiek is een vakgebied waarin de veranderingen snel gaan – te snel voor de meeste vakbroeders, die van de weeromstuit in hun schulp kruipen en liever zo weinig mogelijk kennis nemen van wat de nieuwe media vermogen.

Conservatisme in de journalistiek

Journalisten zijn conservatief – de meesten snappen de meerwaarde niet van Twitter en Facebook, het werken voor de website beschouwen ze als beneden hun stand, en het contact houden met je eigen publiek via de sociale media is hun een gruwel.

Het model van De Nieuwe Pers is niets voor die oude garde, maar juist wel voor een gelukkig snel toenemend aantal moderne journalisten. Jan-Jaap Heij, hoofdredacteur, stelt dat sommige journalisten meer volgers hebben op Twitter dan hun krant abonnees heeft.

Het zijn deze journalisten waarop De Nieuwe Pers een beroep wil doen. Het zijn de types die al lang hebben begrepen dat je je publiek veel breder (en beter) bedient als je er bent voor je lezers en kijkers op de momenten die ertoe doen. Deze journalisten zijn zelf ‘merknamen’ geworden – en dat is een trend die volgens Heij alleen maar zal toenemen.

Moderne journalistiek

Ik denk dat hij gelijk heeft. De rechtbankverslaggever kan het zich niet permitteren te wachten tot het zakken van de krant voordat hij zijn bericht de wereld in slingert – nee, heet van de naald bericht hij op Twitter wat de advocaat zegt, en hoe de Officier van Justitie repliceert. En de Haagse correspondent meldt niet alleen wat hij op de officiële persconferenties hoort, hij meldt ook de laatste geruchten en houdt zijn geïnteresseerd publiek voortdurend op de hoogte van het laatste nieuws.

Heij en zijn mede-initiatiefnemer, uitgever Ben Rogmans, zullen in staat blijken om hun collega’s en medewerkers te selecteren op kwaliteit – bij hen geen vastgeroeste oudgedienden, maar collega’s die met hun tijd zijn meegegaan en weten hoe je moderne journalistiek bedrijft.

Journalistieke identiteit

Ik heb eigenlijk maar een enkele twijfel bij het model dat Heij en Rogmans proberen in te voeren. Ik ben zelf als journalist opgegroeid in een tijd dat de journalistieke ‘identiteit’ van je werkgever een grote rol speelde – en nog steeds zijn de traditionele nieuwsmerken in Nederland ijzersterk. De identiteit van NRC is compleet anders dan die van De Telegraaf. Wie bij RTL in dienst komt, zal niet zo snel voor de VARA willen werken.

Die identiteit beïnvloedt zowel redacties als publiek. Als er geen vaste redactie meer is, en alleen ‘kwaliteit’ kenmerkend moet zijn voor De Nieuwe Pers – krijgt deze publicatie dan wel kans een eigen identiteit op te bouwen? Het kan best zijn dat deze identiteit, de identificatie met het merk en alle waarden waar dit merk voor staat, al lang niet meer zo belangrijk zijn. Als dat zo is, is dat ook geen probleem voor De Nieuwe Pers. Maar zo niet – dan zouden Heij en Rogmans er verstandig aan doen aan dit probleem nog een enkele gedachte te wijden.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog van Geert-Jan Bogaerts.

11 reacties

  1. Ik onderschrijf de grote lijn van het betoog, al denk ik dat de identiteit van veel traditionele mediamerken nog wel gedurende een paar jaren zo sterk is, dat die de selectiecriteria van het publiek bepalen.
    Als individuele journalisten kunnen bouwen op hun zelf-opgebouwde identiteit dan resten nog twee vragen. Wie gaat voor ze betalen, (En hoe lang in welke vorm.) En wat moeten we dan nog met DNP? Die lijkt in deze opvatting redelijk overbodig.

  2. Hulde voor het initiatief, hoe twijfelachtig de kansen ook lijken te zijn. Maar zonder mensen als Jan-Jaap Heij komen we in elk geval geen steek verder.
    Hopelijk komen er nog meer journalisten die zelf de ondernemende handen uit de mouwen steken en iets afwijkends proberen te realiseren. Het is hard nodig en het voelt, zelfs als het zou mislukken, honderd keer beter dan het traditionele waarschuwende “wij-zijn-geen-handelswaar”-vingertje naar partijen die zich gemeld hebben om jouw noodlijdende medium over te nemen. (zie http://www.villamedia.nl/nieuws/bericht/wegener-kranten-geen-handelswaar/86022/)
    Jan-Jaap, heel veel succes!

  3. Dankdank. Zelf ben ik eerlijk gezegd tamelijk aangenaam verrast door a) hoe het crowdfunden loopt maar b) en belangrijker: de positieve reacties op een en ander. Ik geloof zo dat het een jaartje ploeteren wordt (en wel twee ook, voor ons en deelnemende journalisten – wie overigens belangstelling heeft om mee te doen, we houden ons in principe aanbevolen), maar wie moet dat tegenwoordig niet?

    @Geert-Jan Da’s wel een punt, die identiteit. Speelt in dit geval minder omdat er nogal wat voorheen De Pers-redacteuren mee gaan doen..

  4. Het plan van Jan Jaap Heij en Ben Rogmans om dagblad De Pers door te starten met een club onafhankelijk journalisten die elk hun eigen schare trouwe lezers meenemen en bedienen is zeker vernieuwend. Maar -Fons Tuinstra legt de vinger al op de zere plek- wie betaalt de journalisten? En -zo vraagt ook Bogaerts zich hier terecht af- wat wordt onder het nieuwe gesternte de ‘identiteit’ van DNP? Welnu, ik denk dat financiering van de doorstartplannen en de identiteit van DNP alles met elkaar te maken hebben.

    Bogaerts heeft gelijk in zijn constatering dat allengs meer journalisten buiten de main-stream media opereren en daar soms heel succesvol een eigen ‘merk’ bouwen. Maar zelf denk ik ook dat er vaak veel te hoge verwachtingen worden gewekt ten aanzien van dit soort nieuwe ontwikkelingen op het web.

    Het bouwen van een ‘journalistiek merk’ vergt namelijk ook grote investeringen van journalisten. Uit bovenstaand betoog wordt niet duidelijk waar dat investeringskapitaal vandaan moet komen. Ook wordt niet duidelijk wat het beoogde verdienmodel voor al die journalisten precies is.

    DNP rept in dit verband over ‘crowdfunding’. Ik geloof persoonlijk niet in deze financieringsvorm, althans niet voor de journalistiek. Journalisten moeten onderzoeken en onthullen en hebben daarvoor een ‘oorlogskas’ nodig. Een journalist die eerst bij zijn publiek met de pet rond moet gaan om een verhaal te mogen vertellen, is een tandeloze wolf.

    En er is nog een reden waarom ‘crowdfunding’ in de journalistiek, volgens mij, niet werkt. Mijn ervaring is dat lezers artikelen hoog waarderen die hen in hun bestaande overtuigingen bevestigen. Dat is dus ook waar ze voor willen betalen. En dat staat haaks op wat kwaliteitsjournalistiek beoogt te doen, namelijk het ondermijnen van wereldbeelden met nieuwe feiten, onthullingen en inzichten. Ik zeg in dit verband altijd schertsend: “Een journalist met veel vrienden doet zijn werk niet goed.”

    Simpel gezegd, moeten lezers journalisten achteraf belonen voor hetgeen ze van hun artikelen en reportages geleerd hebben en niet op voorhand want dan trekken ze de portemonnee op basis van overtuigingen en niet op basis van feiten. Dat laatste draagt weinig bij aan kennis en objectieve beeldvorming en ondermijnt dus eigenlijk het bestaansrecht van een journalistiek product.

    In het eerste geval echter moeten journalisten voorinvesteringen doen om aan geloofwaardigheid te winnen en zo klanten aan zich te binden. Dat vertrouwen is het grootste kapitaal van een nieuwsmedium. De voorinvesteringen die daarvoor nodig zijn, daar moet kapitaal voor gemobiliseerd worden.

    De vraag blijft waar dat kapitaal vandaan moet komen. Bedrijven en politieke lobby’s springen met alle plezier in dat gat. Maar dat heeft zijn prijs. Vooral in de ‘groene journalistiek’ -DNP wil graag een ‘groene krant’ worden- zie ik de invloed van bedrijfsleven en politieke lobby’s hand over hand toenemen. Clubs als de NCDO (met een ‘oorlogskas’ van 30 miljoen per jaar) vinden en vonden al hun weg naar de redactionele kolommen van Metro en -inderdaad- De Pers.

    Dat vind ik een zorgwekkende ontwikkeling. Want het is mijn ervaring dat dergelijke vrijages onherroepelijk tot zelfcensuur en verlies van identiteit leiden. Het Commissariaat voor de Media concludeerde dat ook al in 2008 in een rapport over samenwerking tussen overheid en publieke omroepen (60% van de onderzochte co-producties waren gefinancierd door NCDO) In de ‘groene journalistiek’ leidt het bovendien tot ‘greenwashing’ op grote schaal en in veel gevallen zelfs tot platte fondsenwerving.

    Zelf heb ik mijn hoop (nog steeds) gevestigd op het voorstel uit 2009 van de Commissie-Brinkman om een ‘internetheffing’ in te voeren waarvan de baten ten goede komen aan de nieuwsmedia. Het gaat om een heffing die de providers bij hun klanten innen. De baten worden ondergebracht in een fonds voor nieuwsmedia. Nieuwssites zouden in dat voorstel, op basis van het aantal bezoekers dat ze met nieuws bedienen, een vergoeding krijgen uit het fonds. Het is een transparant systeem dat recht doet aan de principes van marktwerking en dat de onafhankelijkheid van de journalistiek borgt.

    In een dergelijk financieringsstelsel kunnen nieuwsmedia als DNP zich optimaal ontplooien en een eigen identiteit ontwikkelen. Het biedt ruimte voor het ontwikkelen van een journalistieke visie, degelijke, onafhankelijke journalistieke producten en daarvoor een markt te vinden.

    De plannen voor een internetheffing zijn door Plasterk in 2009 echter aan de kant geschoven. Ik hoop dus van ganser harte dat Heij en Rogmans mijn ongelijk gaan bewijzen en hun plannen (helemaal) weten te financieren uit crowdfunding.

  5. @paul Verdienmodel: verkoop als journalist een abonnement op jezelf via (onze) DNP-app en (in de niet zo heel verre toekomst) via sites waar we mee gaan samenwerken. Bij DNP is de constructie: 75 procent van het abonnementsgeld is voor de journalist, 25 procent voor ons, boven de 500 abo’s wordt dat 85/15.

    Er loopt nu een crowdfundingsactie maar die is, voor de goede orde, beslist niet bedoeld om onze plannen geheel en al te betalen. Je moet eerder denken aan een orde van grootte van 10%, de rest komt uit andere bronnen.

  6. E.A. van Trigt schreef op 12 oktober 2012 om 16:16

    De printuituitgave van De Pers was vanaf het begin een doodgeboren kindje, en kon alleen maar onstaan uit het ego van een miljardair. Het gratis “weggeven”van redactie informatie met als uitgangspunt dat de adverteerder voor de financiën zorgt is nooit een goed uitgangspunt geweest, en het laatste decennium al helemaal niet. Zo zal ook deze nieuwe aanpak een doodgeboren kindje blijken, en crowdfunding is al helemaal een gruwel voor de journalistiek. Zeg dan gewoon dat je een ‘sponsoredkrant’ wilt uitbrengen nadat je genoeg sponsors hebt gevonden. Die zullen trouwens niet gevonden worden.

  7. @Jan-Jaap,
    Hallo. Dank. Het is een heel mooi plan. Creatief!

    Ik ben wel benieuwd naar de totale investeringsbehoefte en het dekkingsplan. Welke financieringsbronnen hebben we het dan over? En wat is hun motief om te investeren?

    Hebben de redacteuren inspraak? In zekere zin zijn ze allemaal mede-investeerder. Dat idee spreekt mij wel aan. Maar krijgt dat ook zijn beslag in inspraak e.d.?

  8. Interessant! De journalist als merk is volgens mij al geen trend meer maar realiteit. Mooi voorbeeld is denk ik het debat tussen O’Reilly en Stewart laatst, The Rumble.

    Gewone nieuws met ads en dergelijke als Nu.nl en dan betalen voor de niche die de journalist levert. Benieuwd naar het eindresultaat!

  9. GertJan Kuiper schreef op 17 oktober 2012 om 15:52

    Mooie case die bij mij onverwacht effect had was de manier waarop Olaf Koens twee jaar geleden via o.a. twitter geld bij elkaar haalde om vanuit Moskou naar Azerbeidzjan af te kunnen reizen. De GPD was niet geinteresseerd, maar met 100 keer tien euro, in een mum bijeen vergaard, was er wel budget. Zie ook een post van @erwblo hierover: http://www.erwinblom.nl/blog/2010/10/31/kuifje-in-rusland-een-mooie-crowdfunding-case-van-olaf-koens.html

    Ik was ook een van die tientjes-storters. Volgde @obk vanaf de zijlijn. Leuk initiatief, kleine moeite, snel gedaan. Dé verrassing was dat vanaf dat moment @obk niet meer ‘een’ journalist was die aan het werk was, maar ‘mijn’ journalist. Ik kreeg de stukken ook net wat eerder in de mailbox, en ik had echt het gevoel dat hij voor mij (en 99 anderen…) aan het werk was.

    Uiteindelijk lukte de reis niet, hij mocht het land niet in, maar (bijna) niemand hoefde het geld terug. De teneur was: dank voor de ervaring en besteed het nuttig. Ook als oude nieuwe media rot betrap ik me er telkens op dat de persoonlijke ervaring nodig is om iets echt te doen aanslaan. Dit was er zo een als het gaat over wat we nu ‘de journalist als merk’ noemen. Ik zou zeggen: de journalist met wie je een (meer) persoonlijke relatie hebt en waar je rijker van wordt door hem of haar te steunen.

  10. @GertJan Dat is ook nu zo’n beetje het idee, en mooier dan in jouw reactie had ik het niet kunnen zeggen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Blog (454 van 1535 artikelen)
handboek datajournalistiek


Datajournalistiek is een combinatie van verhalende journalistiek en verifiërende wetenschap. Phillip Meijer, ...