Armstrong pers

Kaakslag voor de sportjournalistiek? (1)

Nooit zag een wielerjournalist hoe Armstrong een zak bloed kreeg toegediend

De ontmaskering van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong als dopingzondaar, doet sommigen ook twijfelen aan de rol van sportjournalisten. Zo vroeg NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch zich op Twitter af: “Is het schandaal rond Armstrong niet dé ultieme kaakslag voor de sportjournalistiek? Zien, horen, zwijgen?” De Nieuwe Reporter legde die vraag voor aan enkele wielerjournalisten. Mark Misérus weerlegt dat wielerverslaggevers  getuige zouden zijn geweest van dopinggebruik door Armstrong.

Dus volgens de heer Vandermeersch is het grotendeels, of misschien wel helemaal, aan de wielerjournalisten van dienst te wijten dat Lance Armstrong zich van 1999 tot en met 2005 vol kon proppen met spullen die een beetje zichzelf respecterende apotheek nog net in de schappen heeft staan?

Sportjournalisten zijn luie donders

‘Zien, horen, zwijgen?’, besloot Vandermeersch zijn tweet. Het las weg als een aanklacht tegen de wielerjournalistiek of de sportjournalistiek in het algemeen. En waarom ook niet? Sportjournalisten zijn luie donders die veel bier drinken, een wedstrijdje bezoeken, een stukje tikken op basis van routine, de laptop dichtklappen en weer verder gaan met bier drinken.

Sportjournalistiek ís helemaal geen sportjournalistiek, ook al zo’n vaak bereden stokpaardje. Niet toevallig meestal gebezigd door mensen die weinig of niets te maken hebben met wat juist een van de meest veelzijdige, complexe en veeleisende takken in de journalistiek kan zijn. Ik kan het weten, want ik loop zelf al een jaar of tien in deze bruisende wereld rond.

Te veel verering van Armstrong

Ter overweging, meneer Vandermeersch, het volgende. Het is ongetwijfeld waar dat de journalisten die Armstrong in zijn hoogtijdagen volgden, hem wat minder hadden kunnen vereren in de krant en op tv. Teruglezend zijn het soms halve hagiografieën die over hem zijn gefabriceerd. Dat had best wat realistischer gekund.

Ook zonder dat je vals spel kunt bewijzen – want dat kun je als journalist simpelweg niet – heb je volgens mij de taak, de plicht misschien, om lezers, kijkers en luisteraars een spiegel voor te houden. Ook als dat betekent dat, wat je ziet, niet is wat je daadwerkelijk blijkt te krijgen.

Wie zag Armstrong met een zak bloed?

Maar zien, horen en zwijgen? Wie heeft dat gedaan dan? Was de voltallige Tourpers dagelijks bij US Postal in de bus te gast om met eigen ogen te zien hoe Armstrong een zak bloed kreeg toegediend? Moesten ze daar plechtig beloven dat ze er nooit een woord over zouden schrijven, omdat ze deel uit maakten van het complot? Grote onzin natuurlijk.

Een journalist moet kritisch zijn over wat hij ziet, zeker in het geval van het wielrennen waar de afgelopen jaren wel heel erg duidelijk is geworden dat we vaak naar iets anders zaten te kijken dan we dachten.

Gevormd als wielerverslaggever

Ik zeg bewust ‘we’, want in 2006 maakte ik zelf mijn opwachting als Tourverslaggever. Die begon meteen goed, met het uitbarsten van het Spaanse dopingschandaal Operación Puerto. Die gebeurtenissen hebben me ook gevormd als verslaggever. Ik kijk liever wat verder dan mijn neus lang is, sindsdien. Misschien ben ik soms wat cynisch daardoor, maar liever op m’n hoede dan achteraf zuur verrast.

Ik kan me een voorval herinneren in de Tour van 2008, waar Riccardo Ricco onverklaarbare dingen deed in de bergen. Grofweg de helft van de verslaggevers keek ervan op en vermoedde het ergst, de rest besloot zich er zo min mogelijk van aan te trekken. Dat bedoel ik dus.

Afhankelijk van bekentenissen

Een kanttekening daarbij: ook ik, en mijn collega’s met mij, kan niet meer dan door- en rondvragen, hopen op tipgevers of af en toe zelf een gefundeerd onderzoek doen, zoals de Rabo-dopinghistorie die ik in mei openbaarde in de Volkskrant. Maar je bent nog altijd afhankelijk van feiten of bekentenissen van renners, als het om doping gaat.

Weleens een renner tegengekomen die al voor de start van de etappe vertelde dat hij vandaag met epo en een verse zak bloed in zijn lijf de Ventoux op ging fietsen, meneer Vandermeersch? Ik in ieder geval niet.

Lees ook
De andere afleveringen in de serie ‘Kaakslag voor de sportjournalistiek?’

3 reacties

  1. Diderik van Bottenburg schreef op 12 oktober 2012 om 22:07

    In 1990 werd ‘Rough Ride’ van Paul Kimmage gepubliceerd, in 1994 luidde Bruno Roussel van Festina de noodklok: ‘doe iets aan epo want ik moet kiezen: of epo of ik raak mijn sponsors kwijt.’ In 1995 visten Deense journalisten ampullen uit ONCE-afval. In 2001 legt Walsh de relatie tussen Armstrong en dr. Ferrari bloot. In 2004 publiceerde Walsh LA confidential. Armstrong had een zwarte lijst van kritische journalisten. Kimmage vertelde dat collega’s hem van Lance niet meer mochten laten meerijden naar de volgende startplaats. Iedereen die kritiek op Armstrong/Bruyneel/Ferrari had werd kaltgestellt. ‘Ich habe es nicht gewusst’ is hier niet van toepassing. Er is maar één conclusie: wielrenjournalisten kozen uit angst voor zien, horen, zwijgen.

  2. Sander Slager schreef op 14 oktober 2012 om 18:01

    Uit deze bekentenis van Andrew Sutcliffe, voormalig journalist van het Engelse Cycling Weekly, blijkt dat angst ook regeerde onder de pers. Sterker, Sutcliffe wist precies hoe het spel gespeeld werd en dat hij niet de enige was: ,,The use of drugs in cycling has been a well-known open secret for decades and decades and decades.”

    Toen hij het onderwerp ter sprake probeerde te brengen, kreeg hij de wind van voren. ,,I had been taken aside by a number of riders and race organisers in the UK and abroad and had it explained to me in the clichéd words of one syllable why it was not in my interests to report certain things. In the sharing of that information you were told how it worked, how dope tests could be got around, who was complicit in this sort of cover-up. And I think that cover-up went on and perhaps to some extent is still going on.”

    Bron: http://www.independent.co.uk/sport/general/others/cycling-former-editor–it-was-a-coverup–and-i-was-part-of-it-8209762.html

  3. Jos de Gruiter schreef op 15 oktober 2012 om 14:53

    Ik herinner mij een uitspraak van Greg Lemond van enkele jaren geleden: “Lance Armstrong is niet de grootste winnaar uit de Tourgeschiedenis, maar de grootste oplichter.” Lemond zat bij persconferenties van Armstrong en stelde ter zake doende stekelige vragen. In de verslaggeving daarover werd Lemond neergezet als een zielepiet die het niet kon verkroppen dat een andere Amerikaan een grotere Tourrenner was dan hij. Misschien is het de journalistiek kwalijk te nemen dat een man als Lemond niet serieuzer is genomen, want naar nu blijkt was zijn kwalificatie van desrtijds de enig juiste.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>