nieuwemediamerken

Optimisme over de toekomst van nieuwe mediamerken

Zet zeven mediabazen bij elkaar en de oneliners vallen als rijpe appels uit de boom. Toch viel er inhoudelijk ook nog wel wat nieuws te halen op het door Mediapost.com en New York University georganiseerde debat over – hoe kan het ook anders – de toekomst van de media. Met die toekomst zit het wel snor, was de conclusie.

A great line up, dat was het zeker: met David Fischer, vicepresident van Facebook, Arianna Huffington, medeoprichter en hoofdredacteur van The Huffington Post, David Kenny, president van The Weather Channel, en zo nog een paar mediaprominenten. Julia Boorstin, presentatrice bij CNBC zat het debat voor.

Het populairste nieuws zijn de weersverwachtingen

De weersverwachtingen zijn in de Verenigde Staten het meest geraadpleegde nieuws op internet. Per dag controleert de Amerikaan gemiddeld drie keer het weer. Weatherchannel.com is daarbij favoriet. Stel je voor dat het populaire Weather Channel nu eens zou gaan uitbreiden. Door zich bijvoorbeeld te gaan richten op algemeen nieuwsom de bezoektijd aan de site te verhogen? Of gezondheidsverzekeringen zou gaan verkopen, zoals de Washington Post vorige week aankondigde. Of vakanties, waarvoor tijdplanning als het om weer gaat zeer gewenst is?

Daar hebben we allemaal over gedacht, verklaart Kenny. ‘Maar voorlopig houden we het bij een algemene strategie om meer aan te sluiten bij het community-denken van mensen. Wat we daarmee precies gaan doen is ook voor ons nog een vraag.’

Een van die vragen is ongetwijfeld: wat leveren nieuwe producten op, afwegende de kosten. Stel dat The Weather Channel ook nieuws zou gaan brengen, ten koste van wat gaat dat? Nu heeft het bedrijf een hoog gewaardeerde nichepositie. Die verwatert dan, en bovendien wordt het bedrijf een concurrent voor de eigen klanten (zoals andere media) die diensten afnemen. Advertenties zijn er op Weatherchannel.com niet.

De media moeten democratiseren

Anders is dat voor ons op de sociale media, stelt Kenny. ‘Daar gelden nieuwe regels. Daar worden de relaties met consumenten volledig opnieuw gedefinieerd.’ Huffington, mede-oprichter van de nieuwsblog The Huffington Post heeft juist daar uitgesproken ideeën over. ‘Mensen willen gehoord worden en meer controle krijgen over wat ze aan informatie binnen krijgen. Ook de media moeten democratiseren,’ zegt de van geboorte Griekse. ‘Sociale media zijn daarvoor een goede weg.’

De Huffington Post, bekend van de dertigduizend bloggers die gratis hun teksten aanbieden, is de grote spelbreker van de Big Media. En ook op NYU aan Washington Square kon ze het plagen niet laten. ‘De New York Times heeft zijn site deels op slot gedaan. Het aantal unieke bezoekers is gedaald met zeventig procent.’ Dank u, die gingen naar HuffPo. ‘En bij ons blijven ze gemiddeld 18 minuten hangen.’ Maar ja, klinkt het uit het panel, als je geen kosten maakt aan je productie heb je als snel een werkend businessmodel.

Sponsors betalen deelsites

Maar we innoveren ook, reageert Huffington. De site laat bijvoorbeeld contentproductie sponsoren door online gebieden te creëren waarin over slechts een onderwerp wordt geschreven en gedebatteerd. Een onderwerp waarin een sponsor belangen heeft. Producent van drogisterijproducten Johnsons & Johnsons sponsort de Huffington Post deelsite Global Motherhood. ‘Ik geloof niet in de Chinese Muur tussen marketing en redactie, wel in transparantie. Johnsons & Johnsons heeft geen invloed op de content van Global Motherhood.’ Huffington is er heilig van overtuigd dat het advertentiemodel de media gaan redden. ‘Adverteerders willen het publiek bereiken. Laat ze daar maar voor betalen.‘

Maar gaat dat de kranten online redden, vraagt Boorstin van CNBC. ‘Veertig procent van de marketingbudgetten in de VS gaan nog altijd om in televisie.’ En dat geldt voor de meeste landen. ‘Content en gebruikers online blijven groeien’, aldus Fischer van Facebook. ‘Vroeg of laat volgen de dollars vanzelf. Goede marketing is altijd gebaseerd geweest op goede content.’

Meer Facebookfans dan televisiekijkers

Neem Justin Bieber. Over wat goede content is valt te twisten, maar als voorbeeld is de meidenzanger sprekend. Hij heeft veertig miljoen volgers op Facebook. ‘Dat is meer dan de beste bekeken televisieserie in de VS aan kijkers trekt op een willekeurige uur in de week,’ zegt Morris, CEO van Aegis Media Americas & EMEA, een communicatiebureau met een omzet van meer dan een miljard dollar per jaar. ‘Op Facebook komen die mensen dagelijks terug.’

‘Dertigduizend mensen wensen Bieber iedere avond een goed nacht,’ weet Miles Nadal, CEO van MDC Partners, de grootste media-adviseur in de VS. ‘Inclusief mijn dochter. Die zegt bovendien dat ze een kind van hem wil.’ Facebook heeft magische krachten en de digitale informatievoorziening gaat alles verdringen, weet Nadal zeker. ‘Al was het maar omdat ik beter kan meten wat investeringen een adverteerder opbrengen. We hebben betere cijfers, eyeballs, analyses en data’.

Minder zenden

De toekomst van de media ziet er dus eigenlijk best goed uit, als we de deskundigen in New York moeten geloven. Hoewel presidentskandidaat Mitt Romney vorige week in het debat met Obama aankondigde de financiering van de Amerikaanse publieke omroep PBS meteen te zullen stopzetten als hij president wordt, zullen de meeste media alleen maar belangrijker worden. Als platform voor het publieke debat, gevuld door journalisten en niet-journalisten, en als brug tussen commercie en consument.

De enige dame in het panel vatte het optimisme na afloop gepassioneerd samen: ‘We moeten ontdekken wat mensen willen weten. Voor ons publiek is dat bijvoorbeeld: hoe reduceer ik stress in mijn leven. Mediaplatforms zijn er ook om die waarden te delen. Die media moeten dan ook brede platforms worden. Luisteren en schakelen, en vooral minder zenden.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>