Een nieuw fonds voor de media (1)

Subsidieer geen producties, maar journalistieke infrastructuur

Begin dit jaar trad RTL Nieuws toe tot NDP Nieuwsmedia, de brancheorganisatie voor nieuwsbedrijven. De brancheorganisatie maakte een jaar eerder de strategische keuze om niet slechts de belangen te behartigen van dagbladuitgevers, maar van alle privaat gefinancierde nieuwsmedia.

De activiteiten in de branche overschreden namelijk al langer de grenzen van het mediumtype dagblad. Op nieuwe platforms zijn de leden van NDP Nieuwsmedia de competitie aangegaan met nieuwe spelers. Kortom, de veel genoemde convergentie voltrekt zich in rap tempo.

Achterhaald mediabeleid van de overheid

Op deze ontwikkelingen in het medialandschap heeft de overheid onvoldoende ingespeeld. De Tweede Kamer debatteerde onlangs nog over het persbeleid met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die naast persbeleid ook omroepbeleid in haar portefeuille heeft.

De aansluiting van RTL Nieuws bij NDP Nieuwsmedia illustreert het failliet van dit gescheiden omroep- en persbeleid van de overheid. Integraal en doeltreffend mediabeleid is noodzakelijk en kan subsidies zelfs overbodig maken.

Subsidies bij gebrek aan goed overheidsbeleid

Alle goede bedoelingen achter het subsidiebeleid ten spijt, moet worden benadrukt dat de zorgplicht die de overheid voelt voor de journalistiek zich op andere terreinen zou moeten manifesteren dan via subsidies verstrekt door een mediafonds. De overheid kan beter de fundamentele belemmeringen voor het functioneren van de nieuwsmarkt wegnemen, in plaats van publieke middelen aan te wenden.

Voorbeelden van belemmeringen zijn de regelzucht die de distributie van dagbladen bijna onmogelijk maakt, een auteursrecht dat niet is toegesneden op de digitale werkelijkheid en het onevenwichtige beleid voor de publieke media dat geen rekening houdt met de toekomst van private nieuwsmedia. Digitale nieuwsproducten – en daarmee de toekomst van de nieuwsvoorziening – zouden bijvoorbeeld meer gebaat zijn met gerichte maatregelen op het gebied van de BTW.

Een nieuw fusiefonds

Het bestaan van het Stimuleringsfonds voor de Pers en het Mediafonds is een gegeven, de voorgenomen fusie blijkbaar ook. Hoewel wij vraagtekens hebben geplaatst bij de noodzaak van een samenvoeging van twee fondsen die twee verschillende functies bedienen, is de fusie tegelijkertijd een kans om een trendbreuk te forceren op weg naar het gewenste integrale mediabeleid.

Het is dan wel van belang dat aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Wat zouden de contouren van een effectief mediafonds kunnen zijn?

Functiegericht, dus platformneutraal

Omdat de grenzen tussen mediumtypen sterk zijn vervaagd, is alleen functiegericht overheidsbeleid toekomstbestendig. Al in 2005 deed de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met het advies ‘Focus op functies’ een oproep om functie-gericht mediabeleid te ontwikkelen. In onze zienswijze gaat het fusiefonds daarom een aantal functies steunen, waaronder in ieder geval nieuws en opinie, naast bijvoorbeeld kunst en cultuur. Met een keuze voor functies wordt definitief afscheid genomen van mediumgebonden beleid.

Nieuwscontent vindt inmiddels zijn weg naar de burger via onder meer web, print, televisie, radio, tablet en mobiel. Voor het fusiefonds mag het platform er daarom niet meer toe doen. We onderstrepen dat het van belang is dat de functies overeind blijven, en niet noodzakelijkerwijs de titels, programma’s, organisaties of zenders zelf.

Voorkomen van overheidsinmenging

Journalistiek staat op gespannen voet met subsidiëring. De beste garantie voor onafhankelijke journalistiek is immers onafhankelijkheid van de overheid. Vanwege het risico van overheidsinmenging bepleiten wij een sterk accent op het incidenteel subsidiëren van journalistieke en bedrijfsmatige infrastructuur, en niet op financiering van journalistieke inhoud.

Niet voor niets is dat de focus van het Stimuleringsfonds voor de Pers. Door de samenvoeging met het Mediafonds dreigt echter het risico dat subsidies worden toegekend voor journalistieke producties. Dit verschil is duidelijk zichtbaar voor wie de lijsten van gesubsidieerde projecten bekijkt.

Het Stimuleringsfonds voor de Pers subsidieert journalistieke infrastructuur, het Mediafonds juist producties. Omdat vitaliteit van de functie het hoofddoel is, pleiten wij voor de focus die het Stimuleringfonds voor de Pers hanteert. Die focus is gericht op de middellange en lange termijn, terwijl subsidiëring van producties slechts op korte termijn effect heeft. De keuze voor subsidiëring van journalistieke infrastructuur is dus niet alleen principieel van aard, maar bevordert bovendien een effectieve besteding van publieke middelen.

Fonds voor private initiatieven

In het Nederlandse publieke bestel worden onder meer drie televisiezenders, twaalf digitale televisiekanalen, talloze (digitale) radiokanalen, zo’n duizend websites en een groot aantal apps tot de publieke taakopdracht gerekend. Daarvoor zijn publieke mediaorganisaties in het leven geroepen, die rechtstreeks van publieke middelen worden voorzien.

Het druist tegen elke logica in om via een fonds aanvullende publieke financiering te verstrekken voor activiteiten die reeds binnen die publieke taakopdracht vallen. De middelen van het samengevoegde fonds dienen daarom te worden aangewend voor private initiatieven die belangrijke publieke mediafuncties dienen. Want de samenleving is gediend met private partijen die cruciale publieke functies vervullen.

Kennis van de markt

Een doelmatige besteding van publieke middelen vraagt om kennis van zaken. Dat moet letterlijk het geval zijn: bestuurders en beslissers van het fusiefonds zijn deskundigen die kunnen beoordelen of subsidies bijdragen aan een verbeterde nieuwsexploitatie. Alleen dan zijn subsidies daadwerkelijk impulsen voor de journalistieke functie.

Bovendien geldt dat de samenstelling van het bestuur van het fusiefonds een afspiegeling dient te zijn van de verschillende functies die het fonds bedient. De bestuurlijke representativiteit van het fusiefonds zal straks een goede indicator zijn voor de waarde die aan de journalistieke functie wordt gehecht.

Integraal beleid

Voor nieuwscontent bestaat een levendige markt. De overheidstaak is in de eerste plaats om belemmeringen weg te nemen die een gezonde nieuwsmarkt hinderen. Pas als het beleid daarop is gericht, komt de overheid toe aan het ingrijpen in journalistieke organisaties door middel van subsidies.

De doelen van het nieuwe fusiefonds kunnen daarom niet op zichzelf staan, maar dienen onderdeel te zijn van een integraal mediabeleid van de minister. Wat ons betreft is het fusiefonds de start van zo’n op een moderne leest geschoeid mediabeleid.

Lees ook
Eerdere afleveringen in deze serie over een nieuw fonds voor de media.

Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds. 609 vroeg 9 deskundigen naar hun visie op een nieuw fonds voor de media. DNR zal deze week 5 van deze afleveringen publiceren. Alle 9 visies zijn terug te vinden in 609, waarvan een pdf is te vinden op de website van het Mediafonds.

Documentatie over de fusie is hier te vinden.

Tom Nauta en Herman Wolswinkel

Tom Nauta en Herman Wolswinkel zijn respectievelijk directeur en beleidsadviseur public affairs bij NDP Nieuwsmedia, de brancheorganisatie voor nieuwsbedrijven (www.ndpnieuwsmedia.nl).

Alle artikelen van Tom Nauta en Herman Wolswinkel op De Nieuwe Reporter.

  • Jan Bierhoff

    Een mooie aanzet van Tom Nauta en Herman Wolswinkel, en het beste bewijs dat grensoverschrijdend gedrag in medialand de norm gaat worden.
    Wat kanttekeningen, maar meer als aanvulling dan als kritiek.
    1. Scheiding van inhoud en infra; het juiste uitgangspunt, maar is de praktijk even eenduidig als het beginsel? Is die scheiding wel zo eenvoudig te maken? Maar als beide verweven blijken, dan zou ondersteuning van de infrastructuur-component leidend moeten zijn.
    2. Subsidie voor inhoud, content: ja toch, maar dan vooral voor de innovatieve verkenningen van entrepreneurs. Inspiratie begint nu eenmaal bij inhoud, laten we dat kind niet met het badwater wegkieperen.
    3. Integraal beleid, absoluut de juiste koers. Maar waarom je dan beperken tot integratie van de gevestigde media? Vanuit de optiek van NDP-Nieuwsmedia nog begrijpelijk, maar voor een departement (of een cluster ministeries) minder voor de hand liggend.
    4. Bij integratie hoort ook het met elkaar in verbinding brengen van media en andere vormen van openbare communicatie. Organisatorisch heel iets anders maar in de ogen van de mediaconsument totaal niet meer. Wat is leidend: publiek belang of sectorbelang?
    5. Integratie is ook het verkennen van de overlappen tussen mediasector en creatieve sector. Nu lijken die een eigen vernieuwingsweg in te gaan (zijn ook bij verschillende ministeries ondergebracht), maar eigenlijk zijn daar bitter weinig goede argumenten voor.

    Tijd voor voortgezet debat, al met al, met nu een goede voorzet van tot voor kort de meest behoudende mediasector.

  • Paul Disco

    Ik vat het even samen:
    1. De leden van NDP Nieuwsmedia concurreren met nieuwe toetreders op de markt van nieuws, achtergronden en opinie.
    2. De overheid heeft onvoldoende ingespeeld op het feit dat tekst, beeld en geluid samen worden verpakt. Ze zou geen onderscheid meer moeten maken in beleid voor rtv en print.
    3. De overheid moet nieuwsbedrijven vooral helpen met minder regels. Subsidies zijn af te raden, omdat dan de onafhankelijkheid van de journalistiek in het geding komt. Uitzondering: subsidies van bedrijfsprocessen kunnen wel, om deze bedrijven op middel(lange) termijn te steunen.
    4. De Publieke Omroep krijgt al middelen genoeg, financiële steun is alleen beschikbaar voor bedrijven die nieuws verkopen of dat gaan doen.
    5. Om te checken of deze bedrijven de subsidie goed besteden, moeten er mensen in het bestuur van het subsidiefonds, die weten waar ze het over hebben. Subsidies moeten leiden tot een gezonde exploitatie.

    Gezonde exploitatie, ik juich het toe.

    Nog wat vragen als het mag.
    1. Het is niet ongebruikelijk dat bedrijven naar een bank gaan om geld te lenen. Waarom zouden u en ik via subsidies meebetalen aan de exploitatie van bedrijven? Liggen leningen niet meer voor de hand?
    2. Maar waarom zou de overheid überhaupt particuliere infrastructuren financieren? Dat werkt marktverstorend. Geld gaat dan naar slecht georganiseerde bedrijven.
    3. Hoort het niet gewoon bij ondernemersrisico dat bedrijven verloren gaan? En dat nieuwe bedrijven niet van de grond komen, omdat banken of investeerders er geen brood in zien?
    4. En tot slot over gezonde exploitatie, is er een project van het Stimuleringsfonds of het Mediafonds dat meer heeft opgeleverd, dan het heeft gekost? En hoeveel euro dan?

  • http://mediafonds.nl Hans Maarten van den Brink

    Jan Bierhof merkt terecht op dat het onderscheid tussen projectsubsidies en subsidies ten behoeve van de infrastructuur niet zo scherp aan te brengen valt. Het begint al met dat vage begrip ‘infrastructuur’. Gaat het dan om hardware (computers, kantoren) of software (programmatuur, mensen, bloemstukken op de bureaus in die kantoren)?
    Zo heel veel nieuwe modellen voor productie en distributie van journalistieke inhoud worden er per jaar nou ook weer niet bedacht. De zaak is vooral hoe we er mee omgaan, niet of we steeds een nieuw wiel uitvinden. En dan leren we vaak meer van het aanpakken van een kwestie, met gebruikmaking van nieuwe technologie dan van het installeren van een nieuwe ‘infrastructuur’. In mijn ervaring komen journalisten ook pas echt in actie als er iets onderzocht en uitgevent kan worden, niet als hun een nieuw organisatiemodel wordt voorgeschoteld.
    Nauta en Wolswinkel kaarten terecht het thema ‘onafhankelijkheid’ aan. Naar mijn idee het belangrijkste waartoe journalisten zich in dit tijdvak dienen te verhouden. Ik geloof niet dat in de westerse wereld de invloed van regeringen op de inhoud van nieuwsmedia groter is dan die van de commercie. Ik weet zeker dat in het Verenigd Koninkrijk de BBC onafhankelijker opereert dan de media van Rupert Murdoch. Die maakt voor de verkiezingen een deal met deze of gene politiek leider over de steun van zijn kranten en televisiezenders. Nu eens Blair, dan weer Cameron. De meestbiedende kan rekenen op een perfecte campagne.
    Natuurlijk betekent dat niet dat media maar het beste met publieke middelen kunnen worden ondersteund. Dat hangt er van af. Er zijn geen wetmatigheden op dit gebied. In de necrologie van Arthur Sulzberger, uitgever van de New York Times (vandaag in de Herald Tribune) is onafhankelijkheid de rode draad. Sulzberger was een zakenman maar koos in verschillen van mening over de te volgen strategie consequent voor zijn redactie en tegen zijn commerciele afdelingen. Journalistiek en maatschappelijk belang telden voor hem zwaarder dan winstmaximalisatie. Iets wat Wall Street ( de NYT is beursgenoteerd) hem niet altijd in dank afnam. Ik vind dat van de eigenaren van Nederlandse kranten , te weten: banken en investeringsmaatschappijen, niet verlangd kan worden dat zij dezelfde koers volgen. Daar zijn zij eenvoudig niet voor opgericht. Maar wat betekent dat voor de Nederlandse journalistiek? Op dit punt verdient de waardevolle aanzet van Nauta en Wolswinkel een nadere uitwerking, een vervolg. Wanneer de Nederlandse overheid meer financiele ruimte geeft aan Mecom, TMG, RTL, Egeria e.a. – wat krijgt de Nederlandse belastingbetaler, die ook mediaconsument en betrokken burger is, daar dan voor terug? Hoeveel dividend of winst is genoeg?
    En dan noem ik alleen nog maar een paar min of meer traditionele partijen. Grote spelers als de kabelbedrijven, Google, Youtube en andere nieuwe krachten in het medialandschap zijn waarschijnlijk niet eens bereid het gesprek aan te gaan over deze kwesties.
    Hopelijk wordt de discussie in dit blog de komende maanden wel voortgezet – met de inzichten en uitkomsten kan een nieuw mediafonds straks zijn voordeel doen.

  • http://www.toekomstvandejournalistiek.nl Alexander Pleijter

    Ik vind dit nog altijd een rare en ongefundeerde vooronderstelling: “Journalistiek staat op gespannen voet met subsidiëring. De beste garantie voor onafhankelijke journalistiek is immers onafhankelijkheid van de overheid.”

    Hoezo is dat zo? Afhankelijkheid van averteeerders lijkt me minstens net zo problematisch. Bovendien bewijst de publieke omroep dat het prima kan: onafhankelijke en kritische journalistiek die gefinancierd wordt via de overheid.

    Verder kan ik de redenering niet volgen dat journalistieke infrastructuur wel, maar journalistieke producties niet gesubsidieerd zouden moeten worden. Het subsidiëren van journalistieke producties is ook helemaal niet in weerspraak met het rapport ‘Focus op functies’ van de WRR, zoals de auteurs hier suggereren.

    Sterker nog, het subsidiëren van producties is een veel gerichter middel om ervoor te zorgen dat de journalistieke bepaalde functies uitvoert. Je kan namelijk op die manier sturen op de totstandkoming van bepaalde producties, in plaats van mediatitels in de lucht houden waarvan je nog maar moet afwachten wat ze inhoudelijk nou eigenlijk gaan bijdragen aan de journalistieke informatievoorziening.

    We weten allemaal dat onderzoeksjournalistiek het moeilijk heeft. Ik zie niet hoe het subsidiëren van infrastructuur daar verandering in zou brengen. Een fonds gericht op producties zou dat wel kunnen doen, in analogie met het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Wat me tegelijk doet afvragen waarom die fonds eigenlijk niet betrokken is bij dit fusieproces.

  • http://www.persinnovatie.nl René van Zanten

    Journalistiek heeft recht op een eigen fonds

    Het is geen geheim dat het Stimuleringsfonds voor de Pers (ik noem het in dit verhaal maar voor het gemak het journalistieke fonds) geen voorstander is van de fusie van journalistiek en cultuur. We zien in het Stimuleringsfonds voor Nederlandse Culturele Mediaproducties (ik noem dat in dit verhaal voor het gemak het cultuurfonds) geen natuurlijke bondgenoot om de zorg voor de toekomst van de nieuws- en informatievoorziening.

    Journalistiek was binnen laatstgenoemde fonds immers nooit een issue en daar is het ook nooit voor opgericht. Het stimuleert en subsidieert bijzondere producties (w.o. documentaires) voor de publieke omroep. Dat de directeur van dat fonds zich nu te pas en te onpas mengt in discussies over journalistiek lijkt daarmee eerder op tactiek dan bevlogenheid. Dat mag natuurlijk, maar dan hoop je wél dat journalistiek Nederland ziet dat er wordt gepleit voor een groot en machtig mediafonds dat aanvragen wil gaan beoordelen op journalistieke inhoud. En mag ik uit andere opmerkingen leren dat Hans Maarten van den Brink voorzichtig pleit voor een door de overheid gesubsidieerde basisvoorziening op gebied van nieuws en informatie? Dan mag je Sulzberger citeren, voorlopig wordt daarmee wat mij betreft een bedenkelijk toekomstbeeld geschetst.

    Het cultuurfonds gaat over artistieke producties in een honderd procent gesubsidieerde omgeving. Journalistiek is zelden artistiek en het zou fijn zijn als we in dit land een vorm van journalistieke infrastructuur overhouden die niet afhankelijk is van de overheid. En ja, dat is precies wat ons journalistieke fonds doet. Onze missie in het leven is niet om aan stervensbegeleiding te doen bij traditionele uitgevers, maar om op gestructureerde en professionele wijze iedereen die zich bezig houdt met nieuws en informatie terzijde te staan bij het zoeken naar en verkennen van nieuwe wegen. Die verkenningen moeten leiden tot vormen van journalistiek en uitgeefmodellen, hoe kleinschalig misschien ook, die helpen om de nieuws en informatievoorziening kwalitatief op peil én onafhankelijk te houden.

    En zeker, we zouden graag alles wat journalistiek is daarbij betrekken, ook de journalisten binnen de publieke omroep. Niet – om geconditioneerde reflexen te vermijden – om reeds gesubsidieerde instellingen nog meer te subsidiëren, maar omdat journalisten – onafhankelijk, publiek gefinancierd én privaat gefinancierd– van elkaar kunnen leren en uiteindelijk dezelfde belangen hebben. Daar mag je best een apart fonds voor hebben. Wie het WRR-rapport echt leest, ziet daarin dat nieuws en informatie een wezenlijk andere functie is dan cultuur, dus als we willen focussen, dan moeten we het ook goed doen.

    Dat alles veronderstelt nieuw mediabeleid. Het zou van daadkracht getuigen als er vanuit de politiek een aanzet werd gegeven voor het formuleren van zo’n nieuw beleid. Er is behoefte aan, er zijn gedachten over. Zeker ook bij ons. Het zou ons een eer en een genoegen zijn om bouwstenen voor zo’n nieuw beleid te mogen aandragen

    René van Zanten
    Directeur Stimuleringsfonds voor de Pers

  • http://twitter.com/hwolswinkel Herman Wolswinkel

    @Jan Bierhoff:
    – Eens dat de scheiding tussen infrastructuur en producties niet in alle gevallen zwart-wit is. Maar als je de lijst met gesubsidieerde projecten bekijkt van het SvdP en het Mediafonds, dan zie je direct het verschil. Je kunt dat beschouwen als twee uitersten van een spectrum. Wij roepen op vooral aan die zijde van het spectrum te blijven waarin de infrastructuur valt. Onze oorspronkelijke titel was ‘Subsidieer geen producties, hoogstens journalistieke infrastructuur’. Bij de eindredactie is het woordje ‘hoogstens’ zo te zien gesneuveld. In dat woordje ‘hoogstens’ ligt wel precies onze huiver besloten voor subsidiëring van journalistieke inhoud.

    – Eens met je constatering dat beleidsmatige integratie van mediasector en creatieve sector noodzakelijk is. Daar gaat bovendien signaal van uit dat belangrijke publieke functies uitstekend op commerciële basis vervuld kunnen worden – en zelfs een belangrijke economische meerwaarde hebben (topsector bij EL&I). Dat zou trouwens functiegericht mediabeleid bij uitstek zijn (zelfs ministerieoverstijgend).

    @Paul Disco:
    Slecht presterende bedrijven die op zich waardevolle dingen doen, moet je niet aan een overheidsinfuus leggen. Daar moet de markt gewoon zijn werk doen. Wat vanuit maatschappelijk oogpunt wel verdedigbaar kan zijn, is het subsidiëren van belangrijke publieke functies die op commerciële basis niet in de lucht gehouden of gestart kunnen worden. Subsidieer dus geen zaken die de markt zelf kan ontplooien.

    Op die manier minimaliseer je de marktverstoring. Dat geldt niet alleen voor concurrentie tussen private nieuwsbedrijven onderling, maar ook in concurrentie met de publieke omroep. Als de taakopdracht van de publieke omroep wordt beperkt tot publieke functies die de markt niet op commerciële basis kan vervullen, heb je ook zo min mogelijk last van marktverstoring – terwijl het aanbod er niet wezenlijk anders door wordt.

    Wellicht blijven er incidentele gevallen over waar een publieke functie niet op commerciële basis vervuld kan worden omdat een bedrijf gewoon slecht presteert, maar je mag veronderstellen dat een deskundig bestuur van een subsidiefonds daar doorheen kan prikken. Dat neemt niet weg dat marktverstoring altijd op de loer ligt als de overheid een markt betreedt.

    @Alexander Pleijter:
    Over onafhankelijke journalistiek zouden we een aparte boom kunnen opzetten. Laten we dat op een ander moment doen (nieuwe serie?). Maar op je opvatting dat het subsidiëren van producties een veel beter middel is, reageer ik graag. Vergelijk het met subsidies gericht op duurzaamheid. Je kunt als overheid de bouw van windmolens subsidiëren, maar je kunt er ook voor kiezen fondsen beschikbaar te stellen voor R&D. Ons pleidooi is om geen producties te subsidiëren (windmolens), maar je te richten op infrastructuur (R&D). Bij het eerste weet je wat je krijgt, maar het rendement is niet al te hoog. Bij het tweede loop je het risico dat sommige projecten uiteindelijk op niets uitlopen, maar heb je wel degelijk óók de kans daadwerkelijk een meer structurele verandering teweeg te brengen. Die vliegwielfunctie bij stimulering van publieke functies die onder druk staan, is bij uitstek een overheidstaak.