De gemakzucht die heerst bij Nederlandse mediabedrijven op internet

Als de krant nu uitgevonden zou worden, zou die niet van papier zijn.

Dan zou het gebruik maken van alle technische mogelijkheden die je hebt in 2013. Toch heerst er vooral gemakzucht bij Nederlandse media op internet. Een greep uit de grootste websites:

  • Bij internet only-clubs als NU.nl zou je de hang naar vernieuwing verwachten. Maar er gebeurt daar al jaren niets nieuws. Vormgeving en inhoud zijn amper veranderd sinds 1999. Hoewel mobiel verkeer met ontzagwekkende snelheid toeneemt, doen ze niets meer dan het hoogst noodzakelijke: een versie voor telefoons en tablets creëren. Zonder écht gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden van die apparaten. NU.nl is een degelijke organisatie, zelfs een beetje saai. Ze maken precies wat je van ze verwacht. Maar ook niets meer dan dat. Bijzondere visie of grote ideeën zijn niet te bekennen.
  • Bij NOS.nl merk je dat het hart ligt bij sport, en niet bij nieuws. Tijdens de Olympische Spelen trokken ze bij de NOS werkelijk alles uit de kast om dat mooi te verslaan — tientallen streams tegelijkertijd in speciaal gebouwde players. Maar qua nieuws gebeurt er he-le-maal niets. Hoewel — laten we de introductie van de rubriek Opmerkelijk niet vergeten.
  • Bij TMG’s GeenStijl.nl wordt er niet meer geëxperimenteerd. Als een machine slingert de redactie elke dag de vaste mix van selectieve verontwaardiging, links en filmpjes online. Maar sinds jaren is er weinig veranderd. Er waren periodes dat GS breed overgenomen eigen nieuws maakte. Die tijden lijken voorbij. Maar ook qua vorm lijkt de luiheid ingeslagen: er wordt niets interessanters gedaan met comments dan up- en down-voten. Er wordt niet getest met A/B-testing van de koppen, of personalisatie van nieuws. Ze proberen niets boeiends met e-mail. De interesse om goede apps te maken of integratie met sociale media lijkt volstrekt afwezig. Het lijkt een optelsom van kleine dingen, maar de desinteresse van de redactie om nieuwe dingen te proberen is opvallend. En doet denken aan sommige oudmediale journalisten die vooral gewoon artikelen willen tikken in hun redactiehok.
  • Bij de Volkskrant doen ze vooral hun best om een goedlopende gratis website te maken. Als betalende klant zit je op de tweede rang. Ze kwakken elke dag een soortement-van-PDFje van de krant online, en daar mag je het mee doen. De Volkskrant-apps waarin je de kwaliteitsjournalistiek uit de krant kunt lezen doen je ogen bloeden. Zoveel lelijkheid wordt bijna nergens geëvenaard. Ze zeggen overigens bezig te zijn met vernieuwing.
  • Bij Telegraaf.nl produceren ze elke dag een onwaarschijnlijke hoeveelheid content. Maar ook hier al jaren niets nieuws, en een tweede rangs behandeling voor betalende abonnees. Hetzelfde geldt voor Elsevier, het AD, het Parool en bijna alle regionale kranten.
  • Van de traditionele mediabedrijven kun je alleen over NRC zeggen dat ze het proberen. Ze hadden twee jaar geleden de ballen om NRC.nl volledig overhoop te gooien en er, met een geïnspireerde internetredactie, een goedlopende website van te maken. Voor betalende abonnees is het lezen van de krant online nog steeds om te huilen, maar de fabelachtig mooie NRC Reader app geeft hoop. Als enige.

[Lees ook op DNR: De defensieve innovatiecultuur in de journalistiek]

Als je vandaag een nieuw nieuwsmedium zou starten, zou je waarschijnlijk online beginnen.

Online kun je spelen met nieuwe vertelvormen, bijvoorbeeld door tekst, beeld, vormgeving en techniek te mixen (zoals The New York Times deed met Snow Fall), op manieren zoals dat op papier of op TV nooit mogelijk was. Je zou iedere lezer iets anders kunnen voorschotelen, zoals iPad-app Zite dat ontzettend prettig doet. Je kunt experimenteren met nieuwe betaalvormen, zoals Matter.

Spelen met vormgeving

Je kunt spelen met vormgeving zoals dat alleen op schermen kan, bijvoorbeeld zoals Medium dat doet. Of The New Republic. Je kunt entertainment en nieuws op nieuwe manieren mengen zoals bij BuzzFeed. Je kunt eindeloos gebruik maken van statistieken om te kijken welk type artikelen goed werkt, en wat niet. En daar vervolgens je koppen op aanpassen, zoals Upworthy doet.

Je kunt op een andere manier stukken gaan schrijven, bijvoorbeeld door lezers op een efficiënte manier aan het woord te laten zoals bij Quora. Je kunt extra geld proberen te verdienen door speciale betaalproducten aan te bieden zoals GigaOM een pro-sectieheeft en The Next Web online cursussen aanbiedt.

Liefde voor internet

Niet dat we dit in Nederland ook allemaal moeten gaan doen. Daar gaat het me niet om. Mijn punt is dat bij bovenstaande sites de liefde voor internet er vanaf straalt. Die bedrijven worden gerund door mensen die continue inschatten wat de nieuwe mogelijkheden zijn om een journalistiek product te maken, en ermee gaan experimenteren. Omdat ze dat leuk vinden.

En dat is een groot verschil tussen de sites van de Nederlandse media en genoemde buitenlandse sites. In Nederland werken journalisten bijna nooit samen met programmeurs en designers. Het interesseert ze niet om na te denken over nieuwe vertelvormen — om na te denken hoe je alle digitale mogelijkheden zou kunnen gebruiken om ze voor je te laten werken.

In de Nederlandse journalistieke pikorde zijn mensen die met internet werken onderdeel van het afvoerputje. En dat is zonde. Want als je programmeurs en designers betrekt in je werk gebeurt er iets. Frisse lucht, die hard nodig is in een industrie die zó koppig en ouderwets is.

Experimentele energie in de lucht

The Post Online, Joop, Tweakers en Sargasso zijn hoopgevend. Maar wat ik zo gaaf vind aan dat nieuwste, veelbesproken initiatief, De Correspondent, is dat innige samenwerking met designers en programmeurs in het DNA zit — al vanaf het begin. Techniek en journalistiek gaan echt hand in hand. Er hangt experimentele energie in de lucht, waarvan ik hoop dat het aanstekelijk is. Rob Wijnberg zal met zijn kleine team geen revolutie in journalistiek Nederland veroorzaken, maar ik hoop wel dat het inspireert.

Het zijn, kortom, geweldige tijden voor journalisten. Ze hadden nog nooit zo’n rijk palet aan mogelijkheden om hun verhalen te vertellen. Klaar voor gebruik.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op het weblog van Alexander Klöpping.

Alexander Klöpping –

Gadgetnerd, DWDD-nerd, nieuwe media-nerd.

Alle artikelen van Alexander Klöpping op De Nieuwe Reporter.

  • http://Blog.marknieuwenhuizen.nl Mark Nieuwenhuizen

    Een artikel naar mijn hart. Overigens geldt hetzelfde voor de bureaus en adverteerders die niet veel verder komen als een banner of een jpg van een advertentie.

  • http://www.persinnovatie.nl Rick van Dijk

    Heb je een goed journalistiek en vernieuwend idee en wil je je budget verdubbelen? Kijk dan op persinnovatie.nl. Het indienen van ideeën kan nog tot en met 7 april

  • http://www.yoerinijs.nl Yoeri Nijs

    Het is geweldig om te experimenteren. Ik denk dat je daarvoor eigenlijk nog beter bij de ‘kleintjes’ terecht kunt dan bij de grote mediapartijen, omdat zij geen hoogstaand merk in stand hoeven te houden.

    Een van de mooiste voorbeelden vind ik De Russenoorlog van Prospektor uit Amsterdam. Dat bureau weet precies hoe internet in de journalistiek moet worden gebruikt – even los van het feit dat het hier niet om een nieuwssite gaat.

    Het is zo gaaf om als journalist te spelen met de digitale tools die er zijn. Ik heb zelf enkele maanden gewerkt aan een internetsite over de industrialisatie van Oss, dat behalve de beruchte messentrekkers ook bekend is van Unox en MSD (het voormalige Organon). In die tijd heb ik ervaren hoe het is om de juiste tools te zoeken voor bij een verhaal. Maar ook hoe een verhaal plots van context kan veranderen als bijvoorbeeld het design niet helemaal in orde is.

    Misschien heb je gelijk dat er ogenschijnlijk te weinig wordt gedaan met nieuwe journalistieke vormen bij grote mediabedrijven. Maar ik denk niet dat je van gemakzucht kan spreken. Partijen als Nu.nl, maar ook de NOS en Omroep Brabant – waar ik voor werk – zijn continu bezig met vernieuwing. Die vernieuwing zit ‘m alleen vooral achter de schermen. Zo worden er tools gebruikt om nieuws nog relevanter te maken (RTReporter, Visual Revenue enzovoort zijn daar een voorbeeld van). Is dat gemakzucht? Ik denk van niet, hoewel de bezoeker daar misschien anders over denkt.

    Ja, er hangt mede dankzij De Correspondent experimentele energie in de lucht. Maar houdt die ‘rebelse’ energie ook stand als er eenmaal een merk staat dat moet worden onderhouden? Dat is de vraag waar het ook hier uiteindelijk om gaat.