Freedom_of_Speech

De journalist als vrijwilliger in het buurthuis van Jeff Jarvis

Volgens Jeff Jarvis moeten we met andere ogen naar journalistiek gaan kijken. Journalistiek draait niet langer om het maken van verhalen, maar om het organiseren van kennis voor ‘communities’, zodat die zich beter zelf kunnen organiseren. Peter Vasterman plaatst enkele kritisch kanttekeningen bij Jarvis’ benadering.

“Journalism helps communities organize their knowledge so they can better organize themselves. Thus anything that reliably serves the end of an informed community is journalism. Anyone can help do that.”

Aldus Jeff Jarvis op zijn weblog op 30 juni.

Journalistiek in de toekomst
We zijn eruit. Journalisten bestaan niet meer. Eindelijk heeft de bekendste en meest invloedrijke denker, Jeff Jarvis, een nieuwe definitie gegeven van de journalistiek in de toekomst. We waren jarenlang dolende, maar Jeff heeft eindelijk aangegeven waar het heen gaat (of moet?).

Eerst maar even wat journalistiek allemaal niet (meer?) is volgens deze visionair: geen inhoud, geen zelfstandig beroep, geen professioneel beroep, geen industrie, geen schaars goed, geen redactioneel product, geen verhaal. Geen journalisten dus.

Nee, journalistiek is een DIENST: journalistiek helpt ‘communities’ om hun eigen kennis te organiseren zodat ze zich beter zelf kunnen organiseren. Laat die begrippen even inwerken: ‘helpen’, ‘gemeenschap’, ‘organiseren.’

Iedereen kan het
Het zijn woorden die vooral denken aan het klassieke welzijnswerk dat inmiddels in hoog tempo wordt afgebroken om zo de ‘buurt terug te geven aan de bewoners’, zoals dat tegenwoordig in gemeentelijk jargon heet. Geïnspireerd door de ‘Jarvissen’ van het toekomstbestendige welzijnsbeleid.

Want ook Jarvis spreekt over een ‘dienst’, die net als in het welzijnswerk teruggegeven kan (nee, moet) worden aan de buurt. En die dus ook door de buurtbewoners zelf kan worden uitgevoerd, zodat ze zich zelf ook beter kunnen organiseren. En die mogen zich dan journalist noemen. Want professionals zijn niet meer nodig. “Anyone can help do that.”

De echte journalist
Maar ho even, dan spreekt Jarvis toch weer over de ‘true journalist’ die zou moeten willen dat iedereen daaraan mee doet. Hé, er is dus toch nog een echte journalist, maar is dat een professional of een vrijwilliger die tussendoor ook bingo’s organiseert in het buurthuis? Dat is niet duidelijk in zijn betoog.

Op zich is het niet vreemd om het doel van journalistiek te formuleren in termen van een maatschappelijk belang, namelijk zorgen voor een goed geïnformeerde burger. Maar Jarvis beperkt de rol van de journalist  tot het helpen van de gemeenschap bij het organiseren van informatie.

De community helpen
Eerst die community: het klinkt mooi (wie zou niet de gemeenschap willen dienen?), maar wat bedoelt Jarvis met een community: een buurt, een gemeente, een subcultuur, een groep gelijkgestemden, een land? En kun je dan ook voor verschillende communities werken? En wat als die communities met elkaar in de clinch liggen?

Je krijgt het idee dat Jarvis teruggrijpt op de Amerikaanse cultuur van ‘town hall meetings’ in kleine stadjes, zo treffend geschilderd door Norman Rockwell. Op een van die schilderijen (Freedom of Speech, 1943) neemt een arbeider -het gemeentelijk jaarverslag steekt half uit zijn jack- het woord tijdens een townhall meeting ergens in New England.

Naïef idealisme
Jarvis is een romanticus die terugverlangt naar de eenmanskrant in Main Street gerund door een vriendelijke bebaarde hoofdredacteur met halve overmouwen die iedereen in het stadje kent.

De pui van The Herald Democrat (foto: Peter Vasterman)

Uit het woord community spreekt ook een soort naïef idealisme dat ook vaak terug te vinden is in allerlei publicaties die pleiten voor meer participatie van de burger. Alsof de community een gezellige gemeenschap is van burgers die het beste met elkaar voorhebben en die het algemeen belang nastreven.

In werkelijkheid bestaat zo’n ‘gemeenschap’ uit mensen met verschillende maatschappelijke posities, met soms grote inkomensverschillen, met uiteenlopende etnische achtergronden, en in ieder geval met belangen die kunnen botsen met die van anderen.

Kenmerkend zijn tegenstellingen, machtsverschillen en vooral veel strijd. Om die maatschappelijke tegenstellingen te pacificeren en het land te besturen is ook de parlementaire democratie uitgevonden. Met als belangrijke pijlers: openbaarheid, vrijheid van meningsuiting en een onafhankelijke professionele pers.

Bij Jarvis niets van dat alles, geen tegenstellingen, geen strijd, geen bovenliggende partij, alleen maar burgers die geholpen moeten worden bij het organiseren van hun informatie.

Informatie of nieuws
Er staat ‘knowledge’, er staat niet ‘nieuws’, of liever nog betrouwbaar nieuws; het gaat Jarvis dus kennelijk om een veel breder begrip. Het kan net zo goed gaan om de openingstijden van het buurthuis als om een onthullend verhaal over buurtgenoten die misbruik maken van sociale voorzieningen. Zou Jarvis dat bedoelen? Dat die ‘True Journalist’ zaken gaat onthullen waar die community helemaal niet blij is, zoals misbruik van uitkeringen? Valt dat ook onder het helpen van mensen met het organiseren van hun informatie?

Journalistiek is een dienst zegt Jarvis, maar dat betekent toch hopelijk niet ondergeschikt aan de belangen van die community? Het woord ‘knowledge’ doet afbreuk aan de maatschappelijke opdacht van de journalistiek, namelijk om betrouwbaar nieuws te produceren en de macht te controleren. Dat daar enige afstand voor nodig is van het politieke strijdgewoel, ook lokaal, dat is niet aan de orde bij Jarvis.

Organiseren van informatie
Dan het ‘organiseren van informatie’ zodat mensen ‘beter zichzelf kunnen organiseren.’ Dat organiseren klinkt als de journalist alleen maar hoeft te zorgen voor het beschikbaar maken van allerlei informatiestromen (van de gemeente, van de burger zelf, van de burgerjournalist?). De journalist als informatiemakelaar (ook in het welzijnswerk heb je niet toevallig tegenwoordig ook ‘sociale makelaars’). Maar daar is helemaal geen journalist voor nodig, een handig zoontje (van de voorzitter van de biljartvereniging) met enige digitale handigheid kan dat prima verzorgen.

Journalisten moeten juist hun eigen verhalen maken zonder hun oren te laten hangen naar de community. Ze dienen juist verhalen te maken waar de community helemaal niet op zitten te wachten omdat het indruist tegen hun belangen.

Zelf organiseren
Dan het laatste punt – en dat komt dicht aan tegen het oude opbouwwerkers ideaal – het uiteindelijke doel is dat mensen beter zichzelf kunnen organiseren. Blijkbaar is er momenteel iets mis met hoe mensen zich organiseren in verenigingen, actiegroepen, politieke partijen of religieuze bewegingen. Doel is emancipatie van de burger, dat gaat dus veel verder dan het klassieke journalistieke ideaal van de goed geïnformeerde burger.

Het is de vraag wanneer het doel van Jarvis (‘zelforganisatie’) bereikt is? Als de buurt via de ‘georganiseerde informatie’ op een ‘georganiseerde manier’ op jacht gaat naar de net vrijgelaten Benno L. om hem met pek en veren de community uit te jagen?

Vrijwilliger
Met zijn nieuwe definitie van journalistiek heeft Jarvis van de professionele journalist een vrijwilliger in het buurthuis gemaakt. Het maatschappelijke belang van een professionele journalistiek is daarmee uit het zicht verdwenen. Volgens Jarvis is dankzij zijn definitie een omschrijving van wie journalist is en wie niet overbodig geworden. Kennelijk hoeft er dankzij de buurtvrijwilliger ook niet meer betaald te worden voor ‘echte’ journalistiek.

Dit artikel verscheen ook het weblog van Peter Vasterman.

16 reacties

  1. Peter, ik begrijp niet zo goed waarom je – althans zo lijkt het – ‘nieuws’ hoger aanslaat dan ‘knowledge’. Louter ‘nieuws’ verspreiden is naar mijn idee niet direct een nastevenswaardig hoger ideaal. Zorgen dat mensen ‘kennis’ bezitten waar ze iets aan hebben dan weer wel. Of begrijp ik je verkeerd?

  2. Hein schreef op 3 juli 2013 om 17:10

    Nog maar een keer: “Journalism helps communities organize their knowledge so they can better organize themselves.” Volgens mij beschrijft Jarvis hier precies wat journalistiek doet voor burgers en gemeenschappen, alleen vanuit een ander gezichtspunt. Mij helpt dat om te bedenken welke vormen journalistieke berichtgeving ook zou kunnen aannemen. En dat is in de huidige professionele malaise geen overbodige luxe.

    De honende reacties van Vasterman proberen alleen maar dat denken te stoppen en stellen er niets voor in de plaats. Jammer.

  3. Een journalistieke analyse met maar liefst 14 vraagtekens erin. Daar kunnen Story en Privé nog een puntje aan zuigen.

    Serieus: alle vragen die Vasterman zich hier stelt, hadden simpelweg beantwoord kunnen worden als hij zijn conclusies niet op basis van slechts één artikel van Jarvis had gemaakt, maar zich even had verdiept in een paar extra posts op buzzmachine. Kleine moeite, groot plezier.

  4. Jasper Veldhuis schreef op 4 juli 2013 om 10:19

    De journalistiek die Jarvis voorstelt is geen veredeld welzijnswerk, jammer dat Peter Vasterman die suggestie wekt. Hij doet daarmee ook het welzijnswerk te kort. Toch interessant dat hij die twee beroepsgroepen met elkaar vergelijkt: so close and yet so far away. Dacht ik, maar het pleidooi van Jarvis is een eye-opener om verbindingen op het spoor te komen. En deze met terugwerkende kracht te herkennen. Waarvoor dank Peter Vasterman.

  5. @ Alexander, wat merkwaardig dat je de core business van de journalistiek, namelijk nieuws produceren, niet ‘direct een nastrevenswaardig hoger ideaal’ vindt. Daar is de journalistiek voor opgericht. Er spreekt ook een zeker dedain uit voor ‘louter nieuws’. Dat is verbazingwekkend want nieuws draagt ertoe bij dat mensen zich kunnen informeren over wat er allemaal gaande is in de wereld.

    Als je vraagt, ‘wat is belangrijkste kennisinstituut’ of ‘wie zorgt ervoor dat mensen met kennis kunnen omgaan?’, dan zou ik veel eerder denken aan onderwijs en wetenschap dan aan de journalistiek.

    Bij Jarvis lijkt er op dat de ‘true journalist’ de burger moet helpen om met allerlei informatiestromen om te gaan. Een soort informatiemakelaar, vandaar mijn verwijzing naar de sociale makelaar in het moderne welzijnswerk. Maar dat is een opvatting die afbreuk doet aan de speciale positie van de journalistiek.

    Wat me opvalt in de reacties is dat niemand ingaat op mijn kritiek, namelijk dat Jarvis een naïef geloof heeft in de ‘burger’ en de ‘gemeenschap’ en totaal voorbij gaat aan de belangen en tegenstellingen die het optreden van maatschappelijke ‘actoren’ bepalen. De journalistiek moet juist afstand houden van die elkaar bestrijdende communities en anderen vertellen wat er gaande is.

    @Hein?, ik reageer uit principe niet op anonieme commentaren.

    @ Bart Brouwers: Dat er zoveel vraagtekens in staan heeft te maken met de orakeltaal van mediagoeroe Jarvis met al die pseudo-wijsheden als ‘journalisten bestaan niet.’ Volgende week is het weer ‘Ik kies voor de journalistiek.’ De community stelling komt overigens terug in het hele oeuvre van Jarvis.
    De verwijzing naar Story en Privé begrijp ik niet, tenzij deze bedoeld is als verdachtmaking. Maar dat zou weer raar zijn van iemand die zelf bij een concern werkt waar de Nederlandse roddeljournalistiek uitgevonden is met de Privé pagina van Henk van der Meijden en de oprichting van het blad Privé in 1976.

    De stelling van Jarvis dat journalistiek een dienst is, is natuurlijk een open deur. Waar het om gaat dat hij stelt dat er geen professionele beroepsgroep voor nodig is.
    Dat zou hetzelfde zijn als dat je zegt: ‘de politie’ is geen instituut, geen professioneel beroep (agenten bestaan niet), maar een ‘dienst’, namelijk om burgers te helpen zelf hun eigen veiligheid te organiseren. Ik heb liever die professionele politie dan een burgerwacht met burgers die ’s nachts met knuppels hun eigen veiligheid ‘organiseren.’

    @ Jasper Velthuis. Degenen die het welzijnswerk te kort doen dat zijn de Jarvissen uit die sector die onder het mom van ‘de buurt teruggeven aan de buurtbewoners’ de opbouwwerkers wegbezuinigen. Het gevolg is dat er over een paar jaar geen welzijnswerk meer is en dat er ook geen professionele welzijnwerkers meer zijn. Dat lijkt me geen prettige analogie voor de journalistiek.

  6. Jasper Veldhuis schreef op 5 juli 2013 om 08:30

    Lokaal staan de journalistiek en het welzijnswerk er al even beroerd voor, laat daar geen misverstand over zijn. De gemeente heeft ze het gras voor de voeten weggemaaid. Afdelingen communicatie en digitale burgerpanels overvleugelen de correspondent, burgerjournalist in spe. En de ambtelijke afdelingen wijk- en dorpsgericht werken voeren regie, waar eerder opbouwwerkerd de buurt in beweging wilden krijgen.
    De rol van de gemeente wordt steviger, ze krijgen er taken van het Rijk en de Provincie bij. Plasterk wil ze groter en professioneler hebben. Serieus tijd om in dit verband na te denken over de maatschappelijke rol van journalistiek en wlzijnswerk.
    Juist omdat die `gemeenschap` in buurten, wijken en dorpen zo verdeeld zijn, belangen nogal kunnen verschillen, culturen en meningen botsen. Het buurthuis wordt opgeruimd, tijd om op zoek te gaan naar nieuwe `hubs` waar mensen elkaar treffen en meningen gewisseld kunnen worden. .

  7. @Peter: Ik bedoelde te zeggen dat je tegenstelling creëert die er niet is. Nieuws is nuttig op het moment dat mensen het tot zich nemen. Oftewel: er kennis van nemen. Nieuws leidt tot kennis bij mensen over wat er gebeurt in de wereld, precies zoals jij zegt. Jarvis zal niets anders bedoelen.

    Je schrijft: “Het kan net zo goed gaan om de openingstijden van het buurthuis als om een onthullend verhaal over buurtgenoten die misbruik maken van sociale voorzieningen.” Inderdaad, ook openingstijden kunnen relevant nieuws zijn voor mensen. Net zoals de beurskoersen of weerrapporten, die sinds jaar en dag in de krant worden afgedrukt. Niets nieuws dus.

    Zoals Kovach en Rosenstiel in The Elements of Journalism schreven: “the purpose of journalism is to provide people with the information they need to be free and self-governing.” Precies wat Jarvis zegt. Maar ook wat jij zegt. Ik zie het verschil niet.

    En jawel, ook Kovach en Rosenstiel hebben het over ‘informatie’ en niet over ‘nieuws’.

  8. Beste Jasper,
    ik ben het volledig met je eens dat die nieuwe ‘hub’ nodig zou zijn, maar ik zie er:
    a. geen ‘viable business’ in zoals de self made ondernemers altijd roepen in de Dragons’ Denn.
    b. geen model in dat je zou kunnen toepassen op de journalistiek die het buurtniveau overstijgt
    Die hub zou alleen met gemeentesubsidie in de lucht kunnen worden gehouden, zoals dat ook gebeurt met Buurt-tv.

    Beste Alexander, er is wel degelijk een groot verschil: onder kennis en informatie kan van alles vallen, van reclamespotjes, overheidsbrochures tot en met wetenschappelijke data. Er zijn veel producenten, al dan niet professioneel, onafhankelijk of commercieel. De beurskoersen zijn overigens in veel kranten inmiddels verdwenen omdat die ‘service’ overbodig is geworden met real time koersen.

    Onder ‘journalistiek en ‘nieuws’ versta ik ’informatie’ over actuele ontwikkelingen die op een professionele manier wordt verzameld en aangeboden. En met professioneel bedoel ik dat er een set van gedeelde standaarden aan ten grondslag ligt waar het publiek op kan vertrouwen. In dat opzicht is journalistiek vergelijkbaar met wetenschap. Gek genoeg eisen we bij wetenschap wel dat er een betrouwbare methode wordt gebruikt om tot feiten te komen (Stapel!). Maar in de journalistiek is dat ineens niet meer belangrijk.
    Het is duidelijk dat Jarvis en vele andere nieuwe mediagoeroes vinden dat iedereen (op zijn manier) ‘informatie’ kan produceren, ‘anyone can do it!’ Klopt, maar met journalistiek heeft dat natuurlijk niets te maken.

    Maar nogmaals: het verbaast me nogal dat niemand ingaat op mijn kritiek dat de goeroes er een naïef beeld van de community met de goedwillende burgers op nahouden.

    Ofwel: moeten we ons niet afvragen waarom ‘participatory journalism’ zo vaak mislukt?

  9. @Peter: Een naïef beeld van de community? Dat is niet heel vreemd, dat zie je vaker bij dit soort idealistische voorstellingen. In jouw betoog lees ik ook wat zaken die je als naïef zou kunnen kenschetsen. Zo noem je als maatschappelijke opdracht van de journalistiek: “betrouwbaar nieuws te produceren en de macht te controleren.” Mooi gezegd, maar waarom lezen we dan zo vaak onbetrouwbaar nieuws? En ‘de macht controleren’, hoeveel journalisten houden zich daar nu eigenlijk echt mee bezig?

    Nog een voorbeeld: “Journalisten moeten juist hun eigen verhalen maken zonder hun oren te laten hangen naar de community. Ze dienen juist verhalen te maken waar de community helemaal niet op zitten te wachten omdat het indruist tegen hun belangen.” Verhalen maken waar de community niet op zit te wachten. Is het niet naïef om dit van journalisten te verwachten? Want wie gaat die verhalen kopen als de community er niet op zit te wachten?

    Wat ik hiermee wil zeggen: onze concepties van wat journalistiek is of wat journalistiek zou moeten zijn, zijn ‘mythes’. Ze zijn gebaseerd op ideaalbeelden die niet per se stroken met de werkelijkheid. Maar die wel sturing geven aan het denken over de relevantie en functie van journalistiek.

    Wat Jarvis doet is naar mijn mening dan ook niet naïef; wat hij doet is nadenken en speculeren over verschuivingen in het journalistieke speelveld. En dat de mogelijkheden, taken en functies van journalisten veranderen lijkt me evident. Dat wil niet zeggen dat de klassieke taken verdwijnen of niet meer relevant zijn.

    Het ‘organiseren van informatie voor een gemeenschap’ zie ik ook niet echt als breuk met de ‘oude journalistiek’. In feite is dat hetgeen journalisten in het verleden ook altijd deden: informatie verzamelen, selecteren en publiceren.

    Dat ‘participatory journalism’ zo vaak mislukt durf ik ook te bestrijden. Natuurlijk, er zijn diverse projecten van gevestigde nieuwsmedia die mislukt zijn, maar dat heeft ook te maken met het feit dat projecten vaak niet zo goed werden uitgevoerd. Er zijn echter ook legio projecten en ontwikkelingen aan te wijzen die duiden op een opmars van ‘particaptory journalism’. Kijk bijvoorbeeld eens naar dit liveblog over de bommen tijdens de Marathon van Boston: http://thelede.blogs.nytimes.com/2013/04/15/live-updates-explosion-at-boston-marathon/. Een typisch voorbeeld van ‘participatory journalism’, niet waar?

  10. “het verbaast me nogal dat niemand ingaat op mijn kritiek dat de goeroes er een naïef beeld van de community met de goedwillende burgers op nahouden.”

    Actieve communities bestaan wel degelijk, maar het kost veel tijd en werk om ze op te bouwen. Het probleem met veel van de participatory journalism-projecten van de afgelopen jaren is dat een stel journalisten zich boven die zogenaamde community stelden en toen zeiden: kom maar met jullie stukjes en ideeën, en wij kijken wel of het wat is.

    Zo werkt het niet. Als journalist sta je niet boven zo’n community, je maakt er deel van uit. Ik zie het dagelijks op Sargasso, waar ik als journalist voor werk. Vrijwilligers die niet in de journalistiek werken schrijven goede artikelen over van alles en nog wat. Een groepje vaste lezers geeft tips over onderwerpen die we zouden moeten behandelen. Niet alles is geschikt voor publicatie natuurlijk, en als journalist ben je beter in staat die afweging te maken. Maar zolang je je opstelt als gelijke, in plaats van superieur, kan dat heel goed werken. Sterker nog: ik merk dat de vrijwilligers van Sargasso het heel erg waarderen als ik hen help van een stuk een beter stuk te maken door enkele journalistieke conventies te hanteren.

    Maar het opbouwen van die community is niet over een nacht ijs gegaan, we werken daar al tien jaar aan. En blijven daaraan werken.

  11. @Alexander (“En ‘de macht controleren’, hoeveel journalisten houden zich daar nu eigenlijk echt mee bezig?”)

    Dat is de maatschappelijke opdracht die de klassieke journalistiek zich stelt, en die staat nog steeds centraal in de professionele beroepsopvatting: zorgen voor tegenmacht met betrouwbaar nieuws. En dat doet de journalistiek ook nog steeds, ondanks de afbrokkeling van het economische model van de journalistiek. Dat is geen naïef beeld.

    “Verhalen maken waar de community niet op zit te wachten. Is het niet naïef om dit van journalisten te verwachten? ”

    Hier wreekt zich weer dat er geen duidelijk concept bestaat van de community, alsof die een eenheid van gelijkgezinde burgers vormt. De journalistieke media werken voor burgers die tot allerlei verschillende communities (sociale, culturele, professionele subculturen) behoren. Ze verwachten helemaal niet van de media dat ze alleen maar positieve verhalen brengen. Integendeel ze willen weten wat er allemaal in hun wereld speelt en in die van anderen. Mensen willen juist een onafhankelijke en kritische benadering van de media. Het is ook merkwaardig dat Jarvis niet het woord ‘society’ gebruikt in plaats van ‘community’, want de journalistiek is er voor de hele maatschappij en vervult een belangrijke maatschappelijke rol in de openbaarheid en de nieuwsvoorziening.

    “onze concepties van wat journalistiek is of wat journalistiek zou moeten zijn, zijn ‘mythes’. ”

    Al bijna veertig jaar ben ik bezig met mediakritiek, dus ik weet hoe media werken en wat er allemaal mis kan gaan, maar om te stellen dat de professionele journalistiek gebaseerd is op ‘mythes’ vind ik een soort doorgeschoten deconstructivisme (waarover een ander keer meer). Dan is de parlementaire democratie ook gebaseerd op mythes en ideaalbeelden die niet stroken met de werkelijkheid. Toch proberen we de politiek op het democratisch ideaal te beoordelen en te waarschuwen voor ontwikkelingen die er afbreuk aan doen zoals medialogica en populisme.

    “Wat Jarvis doet is naar mijn mening dan ook niet naïef (…) Dat wil niet zeggen dat de klassieke taken verdwijnen of niet meer relevant zijn.”
    Dat laatste klopt zeker, maar ik zet me af tegen zijn orakelgekakel waarin hij roept dat de journalistiek geen professioneel beroep is en dat iedereen ‘het’ kan. En dat het gaat om de journalistiek en niet om de journalist. Zou je ook zo makkelijk zeggen het gaat om de wetenschap en niet om de wetenschappers? Of om Wilders te citeren: ik ben niet tegen moslims, ik ben tegen de islam.

    “Dat ‘participatory journalism’ zo vaak mislukt durf ik ook te bestrijden. ”

    De afgelopen jaren heb ik deze discussie vele malen gevoerd en telkens komen deze twee argumenten voorbij,
    a. ja maar dat hebben ze ook niet goed aangepakt (niet goed naar ons geluisterd) en:
    b. Soms lukt het wel. En dan volgt er altijd een tamelijk uitzonderlijk voorbeeld van een blogger met een onthulling of van burgerjournalistiek bij een extreme situatie met veel video’s van ooggetuigen (bomaanslagen Londen, Madrid, Boston). Rampen en aanslagen lenen zich daar uitstekend voor omdat er veel te zien is, maar bij alles wat zich achter de schermen afspeelt, gaat die vlieger niet op.
    Zie ook de rede van NRC correspondent Caroline de Gruyter bij het in ontvangst nemen van de Vondelingprijs: “De bron zit niet op Twitter. Bij de Eurotop zitten honderden journalisten achter hun schermpjes, zonder tijd om iemand te spreken.”

    Als de media luisteren naar de goeroes gaat het meestal mis, maar dan wassen zij hun handen in onschuld, ‘ja maar dat heb je ook verkeerd aangepakt.’
    Neem Skoeps.nl, de burger kon zelf nieuws gaan maken en er ook nog iets mee verdienen. Het leverde mooie foto’s op van dieren in distress, maar het was natuurlijk een monumentale mislukking die de PCM en Talpa miljoenen heeft gekost. En dat geldt ook voor de VK Blogs waar de Volkskrant na vijf jaar de stekker uit heeft getrokken.
    Toen ik daarvoor waarschuwde bij de start, werd ik weggehoond door de oprichters: dit zou een hele nieuwe vorm van journalistiek opleveren. Dat hebben we gezien.

    De onderzoeksgroep van Irene Costera Meijer heeft een interessante metastudie gepubliceerd in Digital Journalism over al het onderzoek naar participatory journalism, gepubliceerd in peer reviewed journals, 119 artikelen in totaal.
    Daaruit blijkt dat het onderzoek aanvankelijk sterk gekleurd werd door een sterk geloof in de positieve mogelijkheden van burgerjournalistiek. In de latere onderzoek overheerst de teleurstelling, over die halsstarrige journalistiek die niet mee wil werken en vooral ook over de burger die helemaal niet zo geïnteresseerd is in al die participatie. Soms voegt de werkelijkheid zich niet naar de theorie.

  12. @Eva Schram
    “Actieve communities bestaan wel degelijk, maar het kost veel tijd en werk om ze op te bouwen.”

    Sargasso is een mooi voorbeeld van een professionele kwaliteitsblog met interessante opiniestukken, fact check verhalen en datajournalistiek. Maar we moeten natuurlijk wel in de gaten houden dat dit een blog is met een beperkt bereik voor ‘intellectuelen’ die misschien wat makkelijker zelf de pen ter hand nemen dan de doorsnee burger.
    Bovendien leunt Sargasso natuurlijk zwaar op al het nieuws dat door de professionele media wordt geproduceerd (‘waanlinks’).
    Het is een prima blog maar ik vind dit model niet geschikt voor de nieuwsmedia met dagelijkse verslaggeving als core business.

  13. @Peter:
    Dat Skoeps een enorme mislukking is geworden, kan ik beamen. Dat is naar mijn idee ook typisch een voorbeeld van een verkeerde aanpak. En ook zeker geen particapory journalism, want dan moet er sprake zijn van een samenwerking tussen professionele journalisten en burgers. Welnu, Skoeps had helemaal geen journalisten, laat staan dat er sprake was van samenwerking.

    Opmerkelijk genoeg is hetzelfde concept als Skoeps voor ogen had, wel gelukt bij NU.nl met NUfoto. Op NUfoto stromen dagelijks legio foto’s binnen van nieuwswaardige zaken. Waarom werkt dat wel? Er zit een beloning in voor de amateurfotografen. Hun foto’s kunnen namelijk op NU.nl terecht komen. Inmiddels is zo’n 30% van de foto’s in de rubriek ‘binnenlands nieuws’ afkomstig van de amateurfotografen die hun foto’s uploaden naar NUfoto. Geslaagd voorbeeld dus, wat mij betreft.

    Mooier zijn de voorbeelden die onthullingen opleveren. Bekend is de Guardian die voor het doorvlooien van de declaraties van Britse parlementariërs de hulp inriepen van de lezers. Zelf was het ze nooit gelukt om die duizenden bonnen door te nemen, maar dankzij de hulp van een heel leger vrijwillers is het wel gelukt.

  14. @Peter.
    De verwijzing naar Story/Privé was slechts bedoeld als voorbeeld van een genre waar het vraagteken-artikel tot kunst is verheven. Nee, het was geen verdachtmaking en nee, ik heb ook niets te maken met wat TMG op dit vlak doet of heeft gedaan.

    Mijn punt was slechts: al die vragen waren niet nodig geweest want de antwoorden erop zijn allemaal op buzzmachine te vinden. Waarmee ik – let wel – niet wil beweren dat Jarvis op al die punten dus gelijk heeft maar slechts dat je in je artikel een andere vertelvorm had kunnen kiezen.

    Dan inhoudelijk:
    Zonder te willen beweren dat dichtbij.nl een succes is, kan ik wel vaststellen dat we er na ruim twee jaar in zijn geslaagd om de community (het publiek, de “meeschrijvers”, de echte kenners) een belangrijke plek te bieden. Er zijn nu 130.000 mensen met een account en zo’n 10% daarvan gebruikt dit om structureel zelf artikelen te schrijven (de rest zien we alleen terug in de comments, ook niet onbelangrijk trouwens). Dit gaat niet, zoals destijds bij Skoeps, zonder de inbreng van journalisten. Het succes zit ‘m in de combinatie van de kennis van buiten met de vaardigheden van binnen. Onze journalisten hebben dus een dubbele taak: ze moeten zowel klassiek verslaggever zijn, als “activator” van hun community.

    Op dit moment komt ongeveer een kwart van de 200.000 artikelen die we jaarlijks plaatsen, rechtstreeks uit de community. En inderdaad, niet alle artikelen die door deze meeschrijvers worden gemaakt zijn evenveel waard. Maar dagelijks zien we de pareltjes voorbij komen. Soms van belangrengroepen, soms van bezorgde burgers, vaak simpelweg van mensen met specifieke kennis. Samen met die meeschrijvers helpen we op lokaal niveau problemen oplossen en zorgen we voor nieuws (ja, dat blijft van belang) dat anders niet snel een publiek platform had kunnen krijgen.

    We zijn daar erg trots op. Maar of je dat een succes zou moeten noemen (definieer “succes”), dat is niet aan mij. We zullen eerst nog maar eens moeten bewijzen dat we dit op langere termijn, structureel kunnen volhouden.

  15. @ Bart,
    Het valt zeer te waarderen dat Dichtbij.nl probeert om de lokale en regionale verslaggeving op peil te houden. Zeker nu de regionale kranten steeds verder in de problemen raken.
    Ik volg al een tijdje zowel Den Haag en Maastricht en wat me opvalt is dat er juist zo weinig ‘meeschrijvers’ zijn die iets publiceren. En als dat wel het geval is, gaat het om de plaatselijke CDA-afdeling of iemand die de lezers wil laten raden welke straat op de foto te zien is. Deze stadshistoricus heeft overigens wel al 200 stukjes geleverd.
    De meeste bijdragen bestaan uit ANP-achtige berichten van eigen Dichtbij redacteuren of inderdaad van het ANP. En soms staan er advertorials tussen die terecht ook als zodanig worden aangekondigd.
    Als gebruiker van de Dichtbij.nl app zou ik veel liever meteen willen zien of een bericht afkomstig is van de redactie (en dus gecheckt is) of van een ‘meeschrijver.’ Bovendien zou ik graag willen weten uit welke hoek die ‘meeschrijver’ komt: is het iemand die belang heeft bij het onderwerp? Heel soms staat het er bij, maar in de meeste gevallen niet. Waarom kun je niet meteen het profiel bekijken van een ‘meeschrijver’?
    Het zou al veel schelen als de bijdragen van de ‘meeschrijvers’ een andere kleur zouden hebben, dan weet je meteen waar je aan toe bent.
    Verder zet ik vraagtekens bij het ongecontroleerd doorplaatsen van bijdragen van de ‘meeschrijvers’, zoals vorig jaar in interviews bij de lancering werd aangekondigd.

    Dichtbij.nl is een lovenswaardig initiatief, maar voor mij is duidelijk dat de redactie het heft in handen moet houden om de journalistieke kwaliteit te waarborgen.

  16. Dank Peter, wijze woorden en goede tips – zeker waar het dat onderscheid tussen bronnen (journalistiek vs community) betreft. Die wens kwam ook naar boven in een focusgroep die we pasgeleden hebben georganiseerd.

    Aangeven of iemand belang heeft bij een onderwerp lijkt me minder zinvol. Dat is namelijk in bijna 100% van de gevallen zo – ja, óók als die bijdrage “puur journalistiek” is.

    Wat betreft de meeschrijvers op Den Haag en Maastricht: dat klopt, die zijn er nauwelijks op die twee platforms. Den Haag is onze jongste, die moet echt nog groeien. En Maastricht wordt gerund door franchisenemers die hun primaire aandacht richten op de eigen journalistieke inbreng. Als je een beter gevoel wilt krijgen van een site met volop inbreng van meeschrijvers, raad ik je aan eens een tijdje op ‘t Gooi (http://www.dichtbij.nl/t-gooi/home/t-gooi.aspx?pr=11) of Haarlemmermeer (http://www.dichtbij.nl/haarlemmermeer/home/haarlemmermeer.aspx?pr=11) te kijken. Daar hebben we elk zo’n 300 bijdragen per maand.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Opinie (28 van 134 artikelen)
woolwich


De afgelopen tijd hebben we weer allerlei gruwelbeelden en griezelnieuws langs zien ...