oproep

Ook voor lezersoproepen gelden journalistieke normen

Het klinkt te bizar voor woorden: een nieuwsorganisatie wordt door de rechter op de vingers getikt vanwege het plaatsen van een oproep aan lezers om negatieve ervaringen met een telecombedrijf te melden. Zo’n lezersoproep is toch gewoon een gangbare methode om journalistiek onderzoek te doen met hulp van je publiek? Waarom mag dat niet?

De zaak draait om een geschil tussen de regionale krant Twentsche Courant Tubantia en telecombedrijf Pretium. Een lezersoproep was Pretium in het verkeerde keelgat geschoten, waarop het bedrijf besloot een korte geding aan te spannen.

De oproep

De oproep in kwestie verscheen op 13 juli 2013 op de website van TC Tubantia en kwam op 19 juli 2013 ook in de papieren editie:

Oproep: wat zijn uw ervaringen met Pretium?
ENSCHEDE- Deze krant ontvangt signalen van lezers dat telecomfirma Pretium een offensief is begonnen in Twente om KPN-abonnees over te halen een Pretium-abonnement te nemen.
Volgens de lezers hebben vooral de oudere abonnees niet in de gaten dat ze een ander abonnement afsluiten. Ze willen niet switchen, maar krijgen toch een brief thuis waarin ze worden gefeliciteerd met hun nieuwe abonnement. Waar ze vervolgens naar eigen zeggen moeilijk van af komen. Deze krant wil hier met hulp van zoveel mogelijk lezers onderzoek naar doen.

Klinkt prima toch? De redactie verdenkt een bedrijf van onoorbare praktijken en vraagt lezers om negatieve ervaringen te melden. Zo kan de krant onderzoeken hoe wijdverspreid dit probleem is.

De uitspraak

Maar de rechter oordeelde vorige week anders en bestempelde de oproep als ‘onrechtmatig’. TC Tubantia werd gesommeerd om onmiddellijk de tekst te verwijderen, inclusief alle links naar de oproep en alle reacties daarop.

Wat betekent dit? Mogen redacties dit soort oproepen niet langer doen? Zijn die voortaan onrechtmatig?

Dat is geenszins het geval. De rechter stelt in zijn uitspraak dat een lezersoproep “een erkend journalistiek middel [is] om mogelijke misstanden te onderzoeken”. Daarover geen misverstand dus.

Maar verder betoogt de rechter dat ook voor lezersoproepen geldt dat journalisten zorgvuldig te werk moeten gaan. Letterlijk oordeelt de rechter dat TC Tubantia “haar journalistieke zorgvuldigheids- en onderzoeksplicht [heeft] geschonden”.

In dit geval ging het om twee zaken die volgens de rechter niet in de haak waren: (1) de onderbouwing van de oproep, en (2) de formulering van de oproep. Beide punten hebben te maken met de reputatieschade die het lijdend voorwerp van de oproep – in dit geval Pretium – kan oplopen.

1. Onderbouwing van de oproep

Kort gezegd stelt de rechter dat een journalist niet zo maar lukraak een oproep over misstanden bij een bedrijf of organisatie mag publiceren. De journalist moet eerst onderzoek doen, zodat er grond is om een oproep te doen.

Daar was in het geval van TC Tubantia geen sprake van. Tijdens de zitting bleek de aanleiding voor de oproep de persoonlijke ervaring van de vader van de journalist met Pretium te zijn. Die ervaring viel volgens de rechtbank niet eens te kwalificeren als een negatieve ervaring. De aanleiding voor de oproep bleef volgens de rechter dan ook “in het vage”.

Bovendien, zo luidt het verwijt van de rechter, had de journalist de betreffende informatie eerst zo goed mogelijk moeten proberen te verifiëren alvorens de oproep te publiceren. Dat is volgens de rechter niet gebeurt en dus heeft TC Tubantia niet aan haar onderzoeksplicht voldaan.

2. Formulering van de oproep

In de uitspraak staat dat het inzetten van een lezersoproep als journalistieke onderzoeksmethode forse eisen stelt aan de gekozen bewoordingen, omdat deze kan zorgen voor reputatieschade.

Daarmee bedoelt de rechter dat de oproep niet op voorhand het bedrijf of de persoon in kwestie al dusdanig beschadigt dat reacties op de oproep er eigenlijk niet meer toe doen: ze zullen het gecreëerde beeld niet tot nauwelijks meer kunnen veranderen.

In dit geval oordeelde de rechter dat de bewoordingen van de oproep een negatieve lading hadden en suggereerden dat Pretium lichtvaardig vooral oudere mensen als abonnee tracht in te palmen. D rechtbank wijst in de uitspraak op formuleringen als: “offensief”, “over te halen”, “hebben de vooral oudere abonnees niet in de gaten”, “Ze willen niet switchen, maar krijgen toch een brief waarin ze worden gefeliciteerd met hun nieuwe abonnement” en “moeilijk van af komen”.

Hoe dan?

Een oproep aan lezers, kijkers of luisteraars om ervaringen met een bedrijf te melden is geenszins verboden verklaard door de rechter. Wel is duidelijk dat de rechter verwacht dat journalisten daarbij niet over één nacht ijs gaan en zorgvuldig te werk gaan. Dat betekent allereerst: onderzoeken of er daadwerkelijk grond is voor een publicatie. Want dat is in feite wat de rechter zegt: een oproep is ook een publicatie en dus moet daar zorgvuldig onderzoek aan ten grondslag liggen. Een journalist kan met het publiceren van een oproep immers voor flinke reputatieschade zorgen bij een bedrijf of persoon.

Bovendien is de formulering van een oproep van belang. Blijkbaar mag die niet vooringenomen en beschuldigend geformuleerd worden. Hoe dat dan precies zou moeten, lijkt me nog wel een uitdaging. Je wil je lezers immers duidelijk maken dat er mogelijk iets onoorbaars aan de hand is. Zou het toevoegen van ‘zou’ en ‘zouden’ dan voldoende zijn?

De volledige uitspraak van de rechtbank is te lezen op Rechtspraak.nl.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Meer over Analyse (13 van 94 artikelen)
zeepbel


Dat de papieren oplage van kranten daalt is een bekend verhaal. Tegenwoordig ...