Correspondenten in China (3)

Grillige controles van de Chinese overheid in soorten en maten

Correspondenten in China worden in hun verslaggeving regelmatig belemmerd door de Chinese overheid. Deze probeert een positief imago in het buitenland te creëren en dus is negatieve berichtgeving ongewenst. Hoe Chinese overheden dit concreet vormgeven, is het onderwerp van het derde deel van dit vierluik over correspondenten in China.

De belangrijkste eigenschap van de Chinese overheid is voor correspondenten dat zij onberekenbaar is. Het is voor correspondenten vaak onduidelijk hoe de centrale overheid zal reageren of handelen bij bepaalde gebeurtenissen en welke wetten en regels gehandhaafd zullen worden. Verwarrend is hierbij dat de Chinese overheid vormen van directe en indirecte controle toepast en onderling afwisselt. Hierdoor is het voor correspondenten altijd weer de vraag hoe de overheid zal handelen en of zij in de gelegenheid zullen zijn informatie te verzamelen.

Sociale orde

Belangrijke gebeurtenissen beïnvloeden op een negatieve wijze het handelen van de overheid richting correspondenten. Voorbeelden zijn de Nationale Partijcongressen, de Jasmijnrevolutie, de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan de mensenrechtenactivist Liu Xiaobo en de uitzetting vaneen correspondent van Al Jazeera. Bij deze gebeurtenissen neemt de overheid extra voorzorgsmaatregelen omdat ze de overheid negatief in het nieuws kunnen brengen.

Dit soort gebeurtenissen kunnen een kritische houding onder de burgers ten opzichte van de machthebbers veroorzaken en hebben het vermogen grote groepen burgers te mobiliseren. In de ogen van de overheid zijn deze gebeurtenissen daarom een risico voor de sociale orde. De handhaving van de sociale orde is zeer belangrijk voor de Chinese overheid: alles wat burgers kan mobiliseren is ten strengste verboden en wordt onmiddellijk ingeperkt.

Hoe de overheid zal handelen ten opzichte van de correspondenten is voor hen moeilijk in te schatten. Regels worden cyclisch sterk verscherpt en later weer versoepeld. Dit vind veelal plaats rond bijvoorbeeld partijcongressen of andere grootse evenementen. Regelmatig vindt er ook plotselinge verscherping van regels plaats op basis van de actualiteit. Het is voor de correspondenten telkens weer een verrassing welke tegenwerking ze zullen ondervinden.

Plotselinge regels

De overheid kan onaangekondigd besluiten dat er in een stadsdeel geen interviews afgenomen mogen worden, zoals tijdens de Jasmijnrevolutie. Dit belette correspondenten ter plekke informatie te verzamelen over de protesten. Deze onvoorspelbare aanpak komt eveneens terug bij het handhaven van wetten en regels.

Lokale overheden interpreteren en handhaven de regels verschillend. De correspondenten zijn afhankelijk van waar ze zijn en met welke instantie ze te maken hebben, omdat er niets is vastgesteld waar ze zich aan moeten houden en wat de consequenties zijn bij het overtreden van de regels.

In 2008 werd het correspondenten wettelijk toegestaan vrij te reizen in China, maar in de praktijk blijkt dat zij op elk moment tegengehouden kunnen worden omdat regels of situaties wijzigen of omdat lokale overheden niet volgens de wet handelen. Afreizen naar Tibet is in het algemeen niet toegestaan voor journalisten. Soms vragen lokale overheden om onnodige of niet-bestaande vergunningen:

“Of ze zeggen gewoon: ‘u mag hier niet zijn’. Dat is natuurlijk het makkelijkste. Dat ze je gewoon uit hun streek proberen te duwen. Dan zeggen ze: ‘u heeft geen vergunning om hier te zijn’. En dan zeg ik: ‘die heb ik niet nodig’. ‘Maar u bent in onze streek, dus u hebt onze vergunning nodig’. ‘Nee’ zeg ik dan, ‘want tegenwoordig kun je hier in China vrij rondlopen als journalist. Je hebt niet meer van tevoren toestemming nodig van de plaatselijke autoriteiten om ergens te komen’. ‘Oh’ zeggen ze dan, ‘dat is bij ons anders’.”

Informatie over welke regels gelden is onduidelijk en moeilijk te achterhalen. Als contactpunt van de correspondenten zou het ministerie van Buitenlandse Zaken opheldering kunnen geven, maar dit gebeurt in de praktijk niet. Als correspondenten aan een woordvoerder vragen aan welke regels zij zich moeten houden, krijgen ze als antwoord dat ze “de regels moeten opvolgen”. Regelmatig ervaren de correspondenten dat regels achteraf in werking worden gesteld waardoor opvolging ervan onmogelijk is.

Indirecte controle

De werkzaamheden van correspondenten worden vaak indirect beperkt. De overheid bepaalt welke onderwerpen in de Chinese media besproken mogen worden. Als de Chinese overheid kritisch is over een onderwerp, mogen de media dat ook zijn, maar met mate, want de overheid kan in een later stadium alsnog zeggen dat de toon van de media afgezwakt moet worden. Deze censuur heeft indirect zijn weerslag op de werkzaamheden van de correspondenten.

De overheid heeft directe macht over de Chinese media, die instructies van hogerhand krijgen en moeten rectificeren als de overheid dat wenst. Dit geeft de correspondenten een beeld welke onderwerpen wel en niet toegestaan zijn. Daarmee vormen Chinese media een naslagwerk om te weten welke thema’s wel en niet controversieel zijn. Tegelijk kunnen de correspondenten de Chinese media niet als betrouwbare informatiebron gebruiken.

Directe controle

Er bestaat echter ook directe controle op het werk van correspondenten. Dit uit zich door misbruik van wettelijke maatregelen, het monitoren en bekritiseren van gepubliceerde artikelen, het intimideren van de assistenten en het waarschuwen dat de journalistenvisum ingetrokken kan worden.

Inzicht in de geldende wetten is niet vanzelfsprekend voor correspondenten omdat de werking en toepassing van wetten varieert en dus onvoorspelbaar is. Wetten worden soms gebruikt om het werk van correspondenten te kunnen sturen. Volgens de correspondenten is dit simpelweg misbruik maken van wetgeving. Zij worden tegenwoordig vaker aangesproken op hun werkzaamheden met “jij hebt de wet overtreden” in plaats van “dit artikel keuren wij niet goed”.

Consulaten en ambassades monitoren berichtgeving van de correspondenten in het thuisland van de correspondent. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is het contactpunt voor Chinese consulaten en ambassades overal ter wereld. Zij houden het ministerie op de hoogte van de gepubliceerde artikelen en onderwerpen. Het ministerie weet dus welke correspondent welke publicaties heeft uitgebracht en wat is er is geschreven: pro- of anti-China.

Intimidatie

Het werk van correspondenten wordt op basis van deze monitoring geëvalueerd door de Chinese overheid. Correspondenten geven aan dat ze in sommige gevallen expliciet zijn aangesproken op hun onderwerpkeuze of de bronnen die ze hebben benaderd. Tijdens ontmoetingen die het ministerie zelf initieert, doet zij geregeld haar beklag over berichtgeving die haar niet bevalt en doet voor toekomstige situaties directe verzoeken aan de correspondenten.

Veel correspondenten werken met lokale assistenten. Zij helpen tijdens de werkzaamheden de taalbarrière en de cultuurkloof te minderen. Door hun Chinese nationaliteit en de onduidelijke formulering van de regelgeving, stellen de correspondenten dat hun assistenten een groter risico lopen dan zijzelf.

Bij overtredingen of kritiek op de gepubliceerde artikelen, vormen assistenten een gemakkelijk mikpunt voor overheidsinstanties. Zij spreken de taal en zijn makkelijker te intimideren vanwege de volgzame Chinese cultuur. Correspondenten en hun assistenten worden uitgenodigd om op de thee te komen of te dineren op het ministerie van Buitenlandse Zaken. De correspondenten ervaren dit als een vorm van controle maar stellen dat de uitnodigingen moeilijk afgewezen kunnen worden.

Visa

Als correspondenten negatieve artikelen hebben geschreven of regels hebben overtreden, krijgen zij dit te horen tijdens de jaarlijkse visumverlenging en tijdens de thee op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie gebruikt haar macht bij het verstrekken van het zogenoemde J-visum, een visum dat alle correspondenten nodig hebben, dat jaarlijks opnieuw aangevraagd moet worden en door het ministerie wordt uitgegeven.

Een meerderheid van de correspondenten omschrijft het visum en de verlenging ervan als “hun zwakke plek”. Het geeft de Chinese overheid de gelegenheid druk uit te oefenen, de correspondenten aan te spreken op hun werk en eventueel waarschuwingen te geven. De correspondenten vertellen dat het intrekken van het visum vaak gebruikt wordt als dreigement. Soms gebeurt dit ook: de correspondente Melissa Chan van Al Jazeera werd het land uit gezet vanwege haar kritiek op de overheid en haar keuze voor gevoelige onderwerpen.

Ondanks alle visumdreigementen vinden de correspondenten het aanvraagproces voor nieuwe correspondenten of ondersteunend personeel een belangrijker probleem. Dit wordt steeds moeilijker voor internationale media. De correspondenten denken dat de Chinese overheid hiermee langzamerhand het aantal correspondenten en daarmee het aantal “negatieve verhalen” over China wil terugbrengen.

Al met al beschikt de Chinese overheid over uiteenlopende mogelijkheden om het werk van de correspondenten te beïnvloeden. Welke invloed dit heeft op de daadwerkelijke berichtgeving van correspondenten komt in het laatste deel van dit vierluik aan de orde.

Dit is deel 3 van een vierluik over het werk van buitenlandse correspondenten in China. Dit vierluik is gebaseerd op de masterscriptie van Ivana Zolak.

Ivana Zolak en Chris Aalberts

Ivana Zolak studeerde af aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het werk van correspondenten in China. Chris Aalberts is docent en onderzoeker politieke communicatie.

Alle artikelen van Ivana Zolak en Chris Aalberts op De Nieuwe Reporter.