Symposium Rethinking Journalism (1)

De ‘nieuwskloof’: verdwijnt de markt voor politiek nieuws?

Is er nog een publiek voor de journalist die met politieke en economische berichtgeving de klassieke journalistieke rol van waakhond vervult binnen de democratie? Nauwelijks, concludeerde de Argentijns-Amerikaanse hoogleraar Pablo Boczkowski vrijdag op het congres Rethinking Journalism, georganiseerd door het Centre for Media and Journalism Studies van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Het overgrote deel van de nieuwsconsumenten klikt zo snel mogelijk door naar sport, weer, misdaad of entertainment. 

Het is een somber beeld dat Boczkowski en zijn collega Eugenia Mitchelstein (beiden verbonden aan Northwestern University, VS) schetsen in hun nieuwste boek The News Gap. Terwijl belangrijke nieuwssites de nadruk leggen op binnenland, buitenland en economisch nieuws, worden vooral sport- en entertainmentrubrieken goed gelezen. Met andere woorden: er bestaat een kloof tussen wat volgens journalisten van belang is voor burgers om te weten, en wat diezelfde burgers willen weten.

Dat is zorgelijk, want als burgers niet meer op de hoogte zijn van publieke zaken zijn ze minder goed in staat om politieke keuzes te maken en dat schaadt de democratie. De kloof bestaat, concluderen de auteurs uit hun analyse van 50.000 nieuwsitems, wereldwijd, ongeacht de politieke kleur van het medium, de manier van storytelling en de interactieve mogelijkheden bij het item, zoals mogelijkheden om verhalen te delen of commentaar te plaatsen. Wel verkleint de nieuwskloof tijdelijk tijdens grote politieke gebeurtenissen zoals verkiezingen. Om daarna weer toe te  nemen.

Digitalisering

Zo’n nieuwskloof is uiteraard niet nieuw, maar is wel vergroot door de digitalisering. Omdat nieuwsgebruikers online meer controle hebben over welk nieuws ze wel en niet consumeren, is de kans kleiner dat ze per ongeluk in aanraking komen met politiek en economisch nieuws. Daarnaast hebben zowel adverteerders als journalisten online beter inzicht in het consumptiegedrag van nieuwsconsumenten. De verleiding voor journalisten is daarom volgens Boczkowski groot om meer items te maken over beter bekeken zacht nieuws. Adverteerders zijn minder geneigd ruimte in te kopen op websites die wel de nadruk blijven leggen op politieke en economische zaken en daarmee “elitejournalistiek” worden.

Critici in de zaal, zoals Irene Costera Meijer (Vrije Universiteit), werpen tegen dat de zaak er minder zwart voorstaat omdat Boczkowski alleen kliks heeft geteld. Gebruikers die alleen de kop van een bericht lezen zonder door te klikken, kunnen zich zo ook oriënteren op publieke zaken. Bovendien kijken de auteurs alleen naar online nieuwsgebruik, niet naar print, radio en tv. Daarnaast kan ook zacht nieuws democratische waarde hebben: sport en entertainment brengen mensen samen. Boczkowksi pareert dat voor discussies over zacht nieuws minder voorkennis vereist is. “Je verdiepen in hard nieuws kost meer moeite en gebeurt daardoor minder.”

Oplossingen

Wat te doen als politiek verslaggever met een langzaam afnemend publiek? “Verander van baan”, zegt Boczkowski eerst gekscherend. Dan, serieuzer: “Een suggestie die we doen in het boek is de structuur van de redactie veranderen. Er blijft ruimte voor expertise, maar zorg dat journalisten snel kunnen schakelen naar andere onderwerpen en breed inzetbaar zijn.” Minder hard nieuws dus en meer luisteren naar de wensen van het publiek. De alternatieve strategie is de interesses van de nieuwsgebruiker negeren, zoals media lang hebben gedaan. Maar hoe lang dat nog economisch levensvatbaar blijft, is de vraag.

Donderdag 23 en vrijdag 24 januari vond het symposium Rethinking journalism plaats aan de Rijksuniversiteit Groningen. Wetenschappers uit de hele wereld bespraken onderzoek naar de rol en relevantie van journalistiek in het digitale tijdperk.

Joelle Swart

Joëlle Swart is promovendus aan het Research Centre for Media and Journalism Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Alle artikelen van Joelle Swart op De Nieuwe Reporter.

  • Citaat: “Met andere woorden: er bestaat een kloof tussen wat volgens journalisten van belang is voor burgers om te weten, en wat diezelfde burgers willen weten.”
    Voor de exploitatie van het medium is het inderdaad van groot belang dat de makers (journalisten) goed kunnen inschatten wat hun publiek wil weten. Maar daar gaat het niet om, als ik dit verhaal goed begrijp. Het gaat om de discrepantie tussen wat journalisten vinden dat *van belang is om te weten* vs wat ze echt willen weten. Daarmee suggereert de auteur (of de verslaggever) dat het er inderdaad toe doet dat journalisten op een of andere manier bepalen wat van belang is. Daar zou je nog wel een aardige boom over kunnen opzetten.

    Los daarvan geven deze elementen ook weer voeding aan de gedachte dat overheidsbemoeienis nodig is om kwalitatieve, onafhankelijke journalistiek te faciliteren.

    Tenslotte, is journalistiek niet altijd een elitaire bezigheid geweest? (in de zin dat journalistieke producten door de eeuwen heen slechts een bepaald – elitair – deel van de bevolking bereikten)

    Damn, ik wou dat ik bij dat congres had kunnen zijn :-)

  • Door de exactheid van de metingen weten uitgevers en journalisten nu precies wat ze vroeger alleen maar konden vermoeden. Er is in lezersbehoefte niet zoveel veranderd. Grootste probleem is dat de schrijvers hun stijl niet aanpassen aan wat mensen triggert op twitter of Facebook. Een kop op een krantenpagina moet aan hele andere eisen voldoen dan een bericht in de nieuwsstroom van internet. Een andere vertelstijl hoeft nog niet te betekenen dat het verhaal ook anders is. Kortom: als journalist kun je voor het eerst in de geschiedenis zelf zien hoe je verhaal werkt. Leer daarvan.

  • Rogier Swagerman

    Ik betwijfel of de interesse in politiek minder wordt. Indien de lezer wordt aangesproken door het nieuws leest hij het wel. En dat politieke nieuws is er niet elke week, laat staan elke dag. Redacties zijn wel zo ingericht. Van politieke journalisten wordt verwacht dat ze elke dag een stukje tikken en dat is voor veel mensen niet interessant. Van de sport- en showbizredacties wordt dat ook verwacht, maar het klikgehalte van deze dagelijkse stukjes is veel groter omdat mensen zich identificeren met hun ‘helden’.

    Kranten doen er verstandig aan hun verwachtingen van de politieke redacties bij te stellen. Dat wil niet zeggen dat de politieke verslaggeving zich niet ontwikkeld. Voor veel mensen is Wilders een held waarmee zich identificeren. Zijn optreden dwingt de pers anders met hem om te gaan. Ook de peilingen spelen hier een steeds grotere rol, te vergelijken met sportuitslagen.