ANP is geen doorgeefluik

Persbureaus worden regelmatig neergezet als filterloos distributiekanaal van persberichten. Wat het ANP betreft klopt dat stereotype beeld niet, constateert Vicki Blansjaar na reconstructie van de gang van zaken rond 240 nieuwsberichten. Zo’n 60 procent van de nieuwsberichten is gecheckt, met gemiddeld 1,8 bronnen per bericht.

Het is een vaak gehoord verwijt: door dalende oplagecijfers en de krimpende advertentiemarkt is de journalistiek in een neerwaartse spiraal geraakt. Het nieuws wordt, al dan niet via persbureaus, gedomineerd door gerecyclede informatie van machtige pr-machines.

Terwijl nieuwsredacties steeds kleiner worden, groeit het aantal pr-medewerkers, voorlichters en spindoctors. Het is het klassieke verhaal waarin journalisten dagelijks een strijd voeren die statistisch gezien vergelijkbaar is met die van David en Goliath. Door tijdgebrek wordt het nieuws bovendien amper gecheckt waardoor nonsens gemakkelijk de krantenkolommen haalt.

Reconstructies

Persbureaus als het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) fungeren in dit systeem als doorgeefluik van pr. Toch doet dit beeld geen recht aan de dagelijkse realiteit bij het ANP. Uit reconstructies van 240 nieuwsberichten (geschreven in de maand november 2013) van zestien journalisten die werkzaam zijn op de binnenlandredactie van het ANP, komt een stuk genuanceerder beeld naar voren.

Wat namelijk opvalt is dat in studies als Flat Earth News van de Britse journalist Nick Davies en een Nederlandse studie waarover UvA-promovenda Anne Kroon augustus vorig jaar op DNR verslag deed, geen rekening wordt gehouden met de journalistieke afwegingen die de redacteuren maken.

Probleem met dergelijke inhoudsanalyses, die steevast een negatief beeld schetsen van brongebruik door journalisten, is dat alleen is gekeken naar het eindproduct. Er wordt geen licht geworpen op het journalistieke proces dat aan de berichtgeving vooraf is gegaan.

Domino-effect

Om uitspraken te doen over brongebruik en het checken van informatie zijn daarom uitgebreide reconstructie-interviews gehouden om inzicht te krijgen in dit nieuwsproces bij het ANP. In deze interviews is elk nieuwsbericht stap voor stap met de redacteuren gereconstrueerd. Het was voor mij als onderzoeker niet bekend over welk nieuwsbericht de journalist sprak. Sociaal wenselijke antwoorden werden zo voorkomen.

Uit de reconstructies blijkt dat het dagelijkse nieuws hoofdzakelijk op initiatief van bronnen wordt aangedragen (60 procent van de nieuwsberichten). Journalisten bij dagbladen, maar ook nieuwssites en andere media, gebruiken deze berichten waardoor een domino-effect op de nieuwsagenda ontstaat dat weinig goeds betekent voor de mate waarin media zelf de agenda bepalen.

Alarmeringscentrale

De vraag is of dit het ANP kan worden aangerekend. Zouden niet juist dagbladen en andere media, die stevig bezuinigen op de diensten van persbureaus, zich moeten bezinnen op deze manier van werken? Het ANP profileert zich immers nadrukkelijk als ‘alarmeringscentrale, verkeersknooppunt, vangnet en nieuwsdienst ineen’. Als leverancier van nieuws aan andere nieuwsorganisaties is het vooral zaak afnemers snel en doeltreffend van het laatste nieuws op de hoogte te brengen.

Wat andere media vervolgens met dit nieuws doen en hoe zij dit naar hun publiek vertalen, is aan hen. Het ANP houdt er dan ook geen specifieke redactionele toon of identiteit op na, behalve die van een feitelijke melder. Kort en snel is de norm, dat geldt ook voor het brongebruik. De vraag is dan wellicht wat men precies van het ANP verwacht.

1,8 bronnen per nieuwsbericht

Op het brongebruik van het ANP valt verder weinig aan te merken. Zodra het nieuws eenmaal binnen is, gaan de journalisten aan de slag met de uitwerking. Zij nemen dan in ruim 65 procent van de gevallen het initiatief voor contact en gaan op zoek naar aanvullende informatie om het nieuws in de context te plaatsen. Het ANP voegt dus wel degelijk waarde toe. Om dit te doen, gebruiken de redacteuren gemiddeld 1,8 bronnen per nieuwsbericht.

Hoofdredacteur Marcel van Lingen laat in een reactie weten tevreden te zijn met dit resultaat. ,,Het aantal bronnen kan en moet hoger, maar wijs mij een andere mediaorganisatie aan die het beter doet. Ik het beschouw het als een uitdaging om het ANP nog beter te maken en bronbeheersing is daar een belangrijk aspect van.”

Als we het gemiddelde aantal bronnen uitsplitsen, valt op dat in 45 procent van de ANP-berichten slechts één bron is gebruikt. Bij 30 procent kwamen twee bronnen aan bod. Het is belangrijk om te beseffen dat hierbij ook berichten zijn meegerekend waar je je van af kunt vragen in hoeverre navraag relevant is: denk bijvoorbeeld aan het vonnis van een rechtbank of de mening van een politicus.

60 procent gecheckt

Ook de vraag of het nieuws gecheckt is of niet, blijkt genuanceerder te liggen dan vaak wordt verondersteld. Zo schrijft Kroon in haar onderzoek naar het doorplaatsen van universitaire persberichten dat 40 procent ‘zonder toegevoegde waarde’ door het ANP werd overgenomen. Dat is zorgelijk, stelt ze, omdat uit ‘eerder onderzoek’ blijkt dat ‘journalisten informatie van persagentschappen niet consequent controleren’.

Kroon baseert haar bevindingen op een analyse van slechts 23 ANP-berichten van één deelredactie. Dit is, zoals ook mediasocioloog Peter Vasterman al eerder op DNR concludeerde, onvoldoende om steekhoudende conclusies aan te verbinden. Uit de reconstructies in deze studie blijkt bovendien dat nieuws van het ANP zorgvuldig gewogen wordt en niet klakkeloos overgetikt, zoals Kroon suggereert.

Zo’n 60 procent van de nieuwsberichten is gecheckt. In 38 procent van de gevallen gaat het dan om verificatie bij de bron zelf. Een persbericht wordt dan bijvoorbeeld nagebeld en aangevuld met quotes. 21 procent werd aan één of meer bronnen voorgelegd.

Zo’n 40 procent van de nieuwsberichten van het ANP passeert de revue zonder navraag. Uit een analyse van deze gevallen blijkt dat het hier veelal (26 procent) gaat om gebeurtenissen waar de journalist zelf bij was (zoals een rechtszaak of staking), officiële bekendmakingen (zoals een benoeming), meningen van politici en nieuws uit andere media (waar het dan aan wordt toegeschreven).

14 procent ‘eigen nieuws’

Wanneer we verder kijken naar de informatieleveranciers, zien we dat het nieuws van het ANP vaak uit de kaartenbakjes van woordvoerders en pr-medewerkers komt: het nieuws werd in ruim 30 procent van de onderzochte berichten ontdekt dankzij woordvoerders of pr-medewerkers. Ook in de uitwerking van het nieuws zijn zij samen met hooggeplaatste functionarissen binnen overheden en bedrijven de voornaamste vraagbaak voor de journalisten (ieder goed voor ruim 20 procent).

Zo’n 14 procent van de ANP-berichten is het resultaat van een eigen idee of aanwezigheid bij de nieuwsgebeurtenis. Bronnen, veelal woordvoerders en hooggeplaatste functionarissen binnen overheden en bedrijven, bepalen zo dus niet zozeer wat het ANP schrijft, maar wel in zekere mate waarover het ANP schrijft. Is dit niet in lijn met de taak van een persbureau om nieuws te signaleren zodat media hier vervolgens zelf verder mee aan de slag kunnen?

Download: onderzoek “Terug naar de bron” door Vicki Blansjaar.

Vicki Blansjaar –

Vicki Blansjaar studeerde Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden en werkt als freelance journalist voor verschillende opdrachtgevers, waaronder het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP). Ze sloot haar masterstudie af met een onderzoek naar het gebruik van bronnen bij het ANP.

Alle artikelen van Vicki Blansjaar op De Nieuwe Reporter.

  • Simon van Woerden

    “Uitgebreide reconstructie-interviews … niet bekend over welk nieuwsbericht de journalist sprak” – dan ben ik toch benieuwd naar de precieze methodologie. Dit riekt flink naar WC Eend.. *downloadt scriptie*

  • Interessante en omvangrijke studie. Een prettig nuancering van het vele doemdenken over journalistiek.

    Begrijp ik dan wel goed dat je alleen de reconstructie-interviews hebt gebruikt als onderzoeksdata? Het manco daarin is namelijk dat je jouw reflectie dan volledig baseert op de reconstructie van de redacteur.
    Benieuwd of je ergens het vermoeden hebt gehad dat de geïnterviewde redacteuren hun bronnengebruik hebben aangedikt.

    Een andere beperking van Reichs interviewmodel is het reconstructieve karakter van de gesprekken. De interviews vinden namelijk niet direct na de productie plaats, waardoor de geïnterviewde ook onbewust de werkelijkheid kan verbloemen.
    Daar ook nog iets van gemerkt?

  • vanhetgoor

    Een organisatie wil door middel van het ANP een persbericht verspreiden, en dan gaat het ANP één punt acht bronnen gebruiken om de inhoud van dat bericht op juistheid en relevantie te checken. Uiteraard; dit is zeer geloofwaardig! Natuurlijk niet, ik ben cynisch. Zou het niet een aardige gedachte kunnen zijn om gewoon op te houden met advertenties niet langer door te geven als zogenaamde nieuwsberichten?

  • Jacques

    Een bericht hoort pas een bericht te zijn als er minimaal twee bronnen zijn geraadpleegd, leerden wij op school vroeger. En begrijp ik het nou goed dat de schrijfster van dit stuk voor het ANP werkt?

  • jaap knasterhuis

    ALdus de onafhankelijke onderzoeker…. https://www.linkedin.com/pub/vicki-blansjaar/16/103/bb0

  • Pytrik

    Beste Vicki,

    Leuk onderzoek heb je gedaan bij het ANP. Ik ben het met je eens dat inhoudsanalyses niet alles laten zien, en dat een reconstructieve interviewstudie dus een goede aanvulling kan leveren.

    Je bevindingen geven inderdaad een genuanceerd beeld. Althans, ze laten zien dat journalisten bij het ANP zelden persberichten overnemen, zonder enige check, aanvulling of andere bewerking. En je laat ook zien dat waar dat wel gebeurt, dit niet perse onlogisch is (vanuit journalistiek oogpunt). Dat is mooi werk.

    Ik ben het echter ook wel eens met de critici hierboven, dat 1,8 bronnen per bericht nog steeds niet veel is, vooral niet als dat vaak de ‘aangever’ van het nieuwtje is (al is daar in bepaalde gevallen inderdaad ook weer niets onlogisch aan).

    In aanvulling daarop wil ik je er wel op wijzen dat niet iedereen het met je eens is dat alleen checken bij de aangever van het nieuws echt checken is. Lees de blogpost van Kees Buijs hierover (2009) er maar eens op na. Maar goed, dat is misschien juist een leuk discussiepunt.

    Je verslag leest een beetje als een ‘goed nieuws bericht’. Dat wordt aangedikt door het, wat mij betreft, nogal selectief afzetten tegen ander onderzoek, dat het tegenovergestelde zou beweren. Je verwijst daarbij meermaals naar het onderzoek van Anne Kroon.

    Wat mij (als co-auteur van het betreffende onderzoek) tegen de borst stuit is dat je de selectieve en onjuiste interpretatie van dat onderzoek van Marcel van Lingen (hier op DNR) nog eens dunnetjes over doet en daarbij gemakshalve onze reacties en aanvullingen op de blogs van Anne naast je neer legt.

    Als je je bevindingen afzet tegen die van een ander, doe dat dan correct en volledig. Ons onderzoek ging over de mate waarin persberichten van 4 universiteiten overgenomen worden in mediaberichtgeving (5 kranten, 2 nieuwssites en het ANP). Vervolgens keken we ook naar hoe de persberichten bewerkt (alles op basis van inhoudsanalyse) waren en ten slotte wilden we weten of de aanwezigheid van nieuwsfactoren in de persberichten op beide variabelen van invloed was. Ons onderzoek ging noch over het checken van bronnen, noch over wat journalisten precies doen, want inderdaad: dat kun je niet aflezen uit de krant.

    De bevindingen van onze studie hoeven die van jou helemaal niet tegen te spreken zelfs. Sterker nog, naar mijn idee sluiten ze wel bij elkaar aan. Wij vonden dat de ANP berichten inhoudelijk relatief vaak overeenkwamen met de persberichten. Wanneer de berichtgeving dan feitelijke mededelingen betreft en de ANP journalist belt met de woordvoerder van de universiteit en eventueel de wetenschapper die het onderzoek (waar zo’n persbericht bij voorbeeld over gaat) heeft uitgevoerd, dan klopt het dus dat de berichten op elkaar lijken en gecheckt zijn en dat daarbij 1,8 (of in dit voorbeeld 2) bronnen zijn gebruikt.

    Het is jammer dat je dat niet hebt willen zien, want zo help je met deze op zich relevante interviewstudie de wetenschap nog niet echt verder.

    Mocht je de betreffende stukken toch nog willen nalezen, dan kun je ze hier vinden:

    Het artikel (paywall): http://www.boomlemmatijdschriften.nl/tijdschrift/TCW/2013/3/TCW_1384-6930_2013_041_003_006

    Onze reactie op de blog van Marcel van Lingen: http://www.denieuwereporter.nl/2013/08/ons-onderzoek-zegt-niks-over-het-checken-van-persberichten-door-anp/

    En de aanvulling daarop, mede in reactie op Peter Vasterman: http://ditwordthetnieuws.blogspot.nl/2013/09/hoewel-we-het-eigenlijk-niet-willen.html

  • Bob Nieman

    Je kunt je inderdaad afvragen of reconstructie-interviews het complete beeld naar voren haalt. In eerder onderzoek (zie: http://repub.eur.nl/pub/41035) blijkt namelijk dat journalisten moeite hebben om de juiste informatie te vinden.

    Ik vraag me inderdaad af welke bronnen de ANP journalist raadpleegt aan de hand van persberichten. Zijn dat de voor de hand liggende bronnen die al eerder gebruikt zijn? En wordt alle informatie door de journalist naar boven gehaald?

  • Vicki Blansjaar

    @Jan-Willem van der Mijde Ik heb gekozen voor reconstructie-interviews met vaste vragen waarin inderdaad de beleving van redacteur centraal staat.

    Om sociaal wenselijke antwoorden zoveel mogelijk te voorkomen, heeft Reich een methode ontwikkeld waarmee het nieuwsproces aan de hand van vaste vragen in kaart kan worden gebracht.

    Zo wordt allereerst de vraag gesteld welke communicatiekanalen er gebruikt zijn. Reich heeft daarin een verdeling gemaakt waardoor je aan het kanaal kan aflezen wie initiatief heeft genomen (de journalist of de bron). Dat maakt het dus lastig om het brongebruik aan te dikken. Kijk vooral ook even naar de vragenlijst in mijn scriptie, dan krijg je een beter idee van de methode.

    Je tweede punt: de gesprekken zijn zo snel mogelijk na publicatie gevoerd. De nieuwsberichten zijn gepubliceerd in november en vanaf begin december zijn interviews gehouden. Sneller kon niet omdat er genoeg berichten per redacteur nodig waren voor een goede steekproef. De redacteuren moesten af en toe wel even nadenken maar konden, mede door de specifieke vraagstelling, goed navertellen hoe ze te werk waren gegaan.

    Nog een algemene opmerking: van het feit dat het ANP inderdaad een opdrachtgever van mij is, heb ik geen geheim gemaakt. Dat staat zowel in dit artikel als in mijn onderzoek.

  • Vicki Blansjaar

    Beste Pytrik,

    Dank voor je uitgebreide reactie, goed om met elkaar van gedachten te wisselen. Ik denk zeker dat de resultaten op bepaalde punten raakvlakken hebben. Toch is het belangrijk om te beseffen dat mijn onderzoek niet specifiek over persberichten gaat. Het gaat over bronnen in het algemeen. Dat de 23 nieuwsberichten waar jullie onderzoek naar hebben gedaan (van één deelredactie) inhoudelijk lijken op persberichten, sluit het brongebruik inderdaad niet uit.

    In mijn artikel zet ik uiteen hoe redacteuren en omgaan met bronnen. Idealiter raadpleegt een journalist minimaal twee bronnen (waarvan één onafhankelijk is van de ‘aangever’), ofwel cross-checken. Maar juist omdat er verschillende opvattingen zijn van de definitie ‘checken’ – zoals je terecht opmerkt – maak ik in mijn onderzoek nadrukkelijk onderscheid tussen de verschillende vormen: nabellen of navraag bij één of meer andere bronnen. Daar is dus rekening mee gehouden.

    Ook is de optie ‘niet van toepassing’ gegeven voor gevallen waarbij de journalist bijvoorbeeld aanwezig was bij het nieuwsfeit (zoals een demonstratie of rechtszaak), nieuws uit andere media of berichten over benoemingen. Er is zo een genuanceerder beeld gegeven van ‘checken’ in de praktijk. Dat vind ik een relevante aanvulling op bestaande studies.

    Overigens noem ik in mijn analyse ook kritische punten. Zo geef ik duidelijk aan dat nieuws veelal op initiatief van bronnen wordt aangedragen (60 procent) en dat dit, omdat andere media deze berichten afnemen, een domino-effect veroorzaakt op de nieuwsagenda.

    De genoemde stukken van Kroon, de reactie van Van Lingen en Vasterman ken ik uiteraard. De conclusies van Anne Kroon heb ik verwerkt in het theoretische kader. Ik ben hierin selectief geweest omdat ik onderzoek doe naar het ANP. Ik kan daarom alleen jullie conclusies over het ANP gebruiken. De overige bevindingen gaan niet over persbureaus en zijn dus niet van toepassing op dit onderzoek.

    Als er geen onderzoek is gedaan naar checken, maar jullie hier wel uitspraken over doen, is het niet vreemd dat ik hieraan refereer. Dat jullie de term ‘knip- en plakjournalistiek’ in de kop van het oorspronkelijke artikel van Kroon later weer afzwakken (‘de woorden dienen niet letterlijk genomen te worden’), maakt het er niet duidelijker op.

    Het ANP werd weggezet als filterloos doorgeefluik en dat heb ik uit willen zoeken. Met deze studie heb ik aangetoond dat de zaken een stuk genuanceerder liggen.

  • Pytrik

    Beste Vicky,

    Je hebt gelijk dat er een paar grote verschillen zijn tussen onze beider studies:
    Die van jou gaat niet over persberichten, die van ons wel;
    Die van jou gaat over het ANP; die van ons over een dwarsdoorsnee van Nederlandse media, waaronder het ANP.

    Je geeft inderdaad een mooi overzicht van allerlei vormen van brongebruik en ‘checken’. Wat mij opvalt in gesprekken met journalisten en wetenschappers, is dat checken nogal een breed en vaag begrip is. Niet iedereen hanteert bovendien de zelfde standaard. Jouw studie geeft inzicht in de praktische omgang met die normen. En geeft een goede aanleiding voor reflectie op de inhoud en betekenis van dat begrip.

    Ten slotte over ‘checken’ en onze studie. Zoals we uitgebreid hebben uitgelegd in het antwoord op Van Lingen, gaat onze studie helemaal NIET over checken en is niets van wat we hebben geschreven bedoeld om conclusies te trekken over wat er wel en niet gecheckt wordt. Maar in je blog en in je antwoord op mijn vorige reactie ga je er desondanks vanuit dat we dat wel doen. Dat is wat ik bedoel met selectief lezen. Sterker nog, ik vind dat tegen beter weten in onjuist weergeven wat wij hebben willen beweren. Ik hoop dus dat je dat wilt rechtzetten.

  • Mre

    Beste geïnteresseerden,

    Wat ben ik blij met de huidige spelling check, al werkt de Google zoekbalk nog accurater. Nu nog een grammatica-, interpunctie-, en “laat de techniek werken” Check.

    Laten we meteen vele overbodige Engelse woorden verbannen. Dan werkt een spellingscontrole veel beter en kunnen de Nederlanders hun taal weer leren te appreciëren als hoe de Belgen dat al doen. Al doende leert men.

    Wat betreft de telegramstijl “ANP is geen doorgeefluik” incluis krantenkop foto het volgende:

    “Wat mij betreft” (knipoog) mag de gehele journalistiek op zijn kop. Denken is veranderd en toegang tot informatie is veranderd. Net als wat we kunnen zien bij vele andere bedrijfstakken moet de journalistiek beginnen met het te gaan inzien dat de klant niet het product is.

    Nieuws toegang is veranderd, maar het nieuws zelf is niets nieuws. Nog steeds geeft men de voorkeur aan beknopte berichtgeving. In mijn zienswijze moet een geïnteresseerde individu meer uit een bericht kunnen halen dan de 2 dimensionale informatie die veelal wordt voorgeschoteld.

    Tevens ben ik niet te spreken over de missers in de landelijke berichtgeving. Ik vraag me af hoe zoveel verstand grove fouten toe kan laten. Als een vliegtuig die uit de lucht valt. Dat doorspelen van artikelen slaat vaak op het ‘kopieer en plak’ gedrag van de klanten van het ANP. Dat ze gebonden zijn aan regels weten vele lezers best wel te bevatten, maar hoe ver deze condities strekken is hen een raadsel.

    Worden er ‘überhaupt’ redactionele verslagen gemaakt? Of van notulen die inzicht geven in het wel en wee van de vele artikelen?

    De toekomst zal ons leren. ‘Blendle’ de verlosser van de journalist? Er valt nog veel te bezien. Privatisering en marktwerking hebben niet, als u blieft “nog niet”, laten zien wat mogelijk is.

    Mocht er een verband zijn tussen een hogere een hoger opleiding en een hogere intelligentie (wat die quote vandaag de dag ook moge zijn: “IQ+EQ en meer”) dan denk ik dat het vanzelfsprekend is dat platonisch nieuws niet meer toereikend is. Men heeft een informatiezucht en dan niet zo negatief gezien als het klinkt. Dat jongeren zich graag laten bedienen van nutteloze informatie spreekt voor zich en hoort bij hun ontwikkeling. Echter na de adolescentie slaat dit om in diepgang en dat is voor eenieder anders.

    Kan het zo zijn dat wanneer bronnen algemeen bekend mogen zijn ze dan ook vermeld moeten worden? Een overheid die zijn bevolking als adolescent beschouwt maakt een ander nieuws dan een overheid die zijn bevolking als volwassen en verstandig ziet.

    Met publiek geld worden vele onderzoeken gedaan namens overheidsinstanties en via subsidies aan de private markt. Dit gebeurt al honderden-, is het niet, duizenden jaren. Nu heeft men recent laten vallen dat een groot deel van de bestaande- en toekomstige onderzoeken die met publieke gelden zijn gefinancierd te willen gaan vrij geven.

    Dit soort initiatieven maakt het weer een stukje transparanter. Al zullen een groot deel vallen onder staatsveiligheid of voor de protectie van onze nationale zakelijke belangen en alsnog niet vrij komen. Wat ook logisch is. Vrije markt maakt concurrentie moordend.

    Waarom ik dat erbij haal? Transparantie is het sleutelwoord. Toegang geven tot bronnen is wat anders dan het controleren van bronnen. Het beheersen van bronnen als daar geen belang mee is gediend, buiten de veiligheid van deze bron, zouden lezers metaforisch gezien kunnen interpreteren als het willen beheersen van een waterbron. Iedereen behoort toegang te hebben tot deze bronnen en niet alleen de journalist en/of zijn redactie.

    Zal wel de wind van voren krijgen, maar dan loop ik verder met de wind in mijn rug ;-)

    Mvg,

    Mre

  • Mre

    “…..Mocht er een verband zijn tussen een hogere opleiding en een hogere intelligentie (wat die quote vandaag de dag ook moge zijn: “IQ+EQ en meer”)…..”

    Correctie, zullen vast meer puntjes zijn maar daar moet je dan doorheen lezen of tussen door of heen en weer ;-)

  • Pingback: ANP is geen doorgeefluik | Vicki Blansjaar()