eric met drone2

Laat de hobby-regels gelden voor dronejournalisten

Dronejournalisten zouden zich voorlopig aan dezelfde regels als hobbyisten moeten houden, in plaats van aan ingewikkelde regels voor de professionele luchtvaart, vindt journalist Stijn Postema, die onderzoek doet naar journalistiek gebruik van drones.

Het is in Nederland vrijwel onmogelijk om dronejournalist te zijn: de wet verbiedt professioneel gebruik van drones. Daar is een ontheffing voor mogelijk, maar die is duur en bureaucratisch: voor elke vlucht moet je weken van tevoren een aanvraag doen, stapels formulieren invullen en vijf (!) verschillende instanties inlichten: waardeloos voor journalisten die nú op het nieuws af moeten.

Maar er is een oplossing: als hobbyist mag je wel altijd en overal opstijgen, zolang je je aan de Regeling Modelvliegtuigen houdt. Totdat er nieuwe wetgeving is (die komt in juni 2015), werken die hobby-regels prima voor dronejournalisten.

Drone Journalism Challenge

Stel je een nieuw tv-programma voor: de Drone Journalism Challenge. Een beetje in de stijl van Myth Busters, of Checkpoint. De voice-over introduceert:

“Voor een journalist zijn twee zaken essentieel in het verslaan van breaking news: snelheid en kwalitatief materiaal. In de Drone Journalism Challenge neemt de 19-jarige hobby vlieger Henk het op tegen de ervaren freelance cameraman en dronejournalist Erwin. Wie is als eerste terug en wie levert het beste materiaal?”

De kandidaten worden elk in 30 seconden voorgesteld in hun thuissituatie. Vervolgens begint de uitdaging. Per telefoon krijgen ze de locatie doorgebeld waar het spel begint. Een lege hal, bij voorkeur een hangar, met in het middel een cirkel op de vloer. De kandidaten komen binnen door de opening (denk Top Gun, kikvors perspectief, tegenlicht, slomo), ze lopen richting de cirkel (rijdende camera, versneld), waar ze elkaar de hand schudden. Henk en Erwin babbelen wat.

Dan vliegt er een drone door de deuropening naar binnen, met een kistje. De drone landt in de cirkel. Het kistje bevat een brief met daarin de uitdaging en twee stickers (het logo van de Drone Journalism Challenge). In de brief: een dijkdoorbraak heeft een agrarische gebied in Groningen blank gelegd. Breng de omvang van de ramp in beeld.

Het spel begint meteen.

Zonder problemen opstijgen

Henk pakt z’n uitrusting, plakt een van de stickers met het logo op z’n drone, stapt bij z’n vader in de auto en rijdt richting Groningen. Zodra hij op locatie is, begint hij te filmen. Ondertussen legt hij uit dat voor hem de Regeling Modelvliegtuigen geldt: zolang hij geen personen of zaken in gevaar brengt, en niet vliegt boven mensenmenigten, bebouwing, openbare wegen en spoorlijnen, kan hij zonder problemen opstijgen.

Zoals hieronder kan Henks filmmateriaal eruit zien: een overstroming rond Worcester (Groot-Brittanië), gefilmd op 10 februari 2014 door Crazy Heigh met een drone van een paar honderd euro.

Verbod op professioneel gebruik van drones

Erwin pakt ook z’n spullen in… en druipt dan af.

Tegen de vrije nieuwsgaring van een hobbyist kan hij niet op. Erwin is journalist en sinds 2 juli 2013 geldt in Nederland een verbod op het professioneel gebruik van drones. Uiteraard is een ontheffing mogelijk. Erwin moet dan opleiding volgen, praktijkexamen afleggen, zijn drone laten keuren en registreren (beide kostbaar) en er moet een operationeel handboek worden opgesteld: met daarin bijvoorbeeld een uitwerking van mogelijke noodscenario’s. De opleiding duurt minimaal acht maanden, de kosten, alles bij elkaar, zitten ergens tussen de 5000 en 6000 euro.

En zelfs dan is Erwin er nog niet. Voor elke individuele opname, moet hij bij de provincie een ontheffing aanvragen. Dat moet bij sommige provincies vier weken van tevoren. Vijf dagen voor de vlucht moet opnieuw een melding worden gedaan aan de verkeersleiding (NOTAM) en tenslotte moet een dag van tevoren de burgemeester, de luchtvaartpolitie en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) worden ingelicht. En als hij vervolgens dan eindelijk kan gaan vliegen, moet hij twee extra mensen meenemen: een die de camera bestuurt en een die het luchtruim rondom in de gaten blijft houden. Bovendien mag Henk als hobbyist hoger vliegen, tot 300 meter, terwijl Erwin niet hoger mag dan 120 meter.

Goed, het spelletje is dus snel afgelopen. Helaas voor dronejournalisten gelden deze spelregels in Nederland standaard. Nog maar een keertje: voor journalisten zijn twee zaken essentieel in het verslaan van breaking news: snelheid en kwalitatief materiaal. En dus kan geen enkele journalist met een drone op het nieuws af, maar een hobbyist kan dat wel. Die kan luchtopnames maken en het materiaal vervolgens (eventueel tegen een vergoeding) aanbieden bij een mediaorganisatie.

Dronejournalist Eric Brinkhorst fotografeert onder andere voor het AD en het NRC. Hij wil bij calamiteiten snel de lucht in kunnen. Brinkhorst: 'Als er bijvoorbeeld een grote brand is, dan wil je daar - op gepaste afstand en op de juiste wijze - verslag van doen. Maar door de huidige regelgeving kun je nooit alert reageren met een drone. Terwijl je echt maar een paar minuutjes in de lucht hoeft te zijn voor een opname.' Foto: Eric Brinkhorst

Dronejournalist Eric Brinkhorst fotografeert onder andere voor het AD en het NRC. Hij wil bij calamiteiten snel de lucht in kunnen. Brinkhorst: ‘Als er bijvoorbeeld een grote brand is, dan wil je daar – op gepaste afstand en op de juiste wijze – verslag van doen. Maar door de huidige regelgeving kun je nooit alert reageren met een drone. Terwijl je echt maar een paar minuutjes in de lucht hoeft te zijn voor een opname.’ Foto: Eric Brinkhorst

Aanpassing van wetgeving

In 2013 is in Nederland de wetgeving aangepast. Het professionele gebruik van drones werd verboden. Wilde je toch een drone gebruiken, dan moest je een ontheffing aanvragen. Volgens advocaat Otto Volgenant is het verbod en de procedure die erbij komt kijken om een ontheffing te krijgen, een inperking van de vrijheid van nieuwsgaring, zo schrijft hij in een brief aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu namens de NVJ (Nederlandse Vereniging van Journalisten) en de NVF (Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten). Volgenant doet een aantal voorstellen:

  • De minimale afstand (van 150 meter) tot mensen en gebouwen te ver om goede opnames te kunnen maken, dat moet 50 meter worden.
  • De aanvraag van een ontheffing weken van tevoren is onwerkbaar, dus dat moet korter.
  • En de kosten voor opleiding, keuring en registratie moeten veel lager.

Hij stelt vervolgens dat een drone een vergelijkbare aanpak als een auto moet krijgen: je hebt een rijbewijs nodig, je drone moet APK goedgekeurd worden, de dronejournalist moet zorgen dat hij verzekerd is, en hij moet zich houden aan de regels van het luchtverkeer.

Het onderscheid professional en hobbyist

Is dat een reëel voorstel? Op de consumentenmarkt komen steeds veiligere en goedkopere drones, uitgerust met HD camera’s. Voor onder de duizend euro heb je al een drone die kwalitatief goed beeldmateriaal schiet – uitstekend geschikt voor journalistiek gebruik. Met het voorstel van Volgenant, heeft een dronejournalist nog steeds een achterstand ten opzichte van de hobbyist, die zich alleen aan de regeling modelvliegtuigen hoeft te houden.

Het echte probleem zit hem in het onderscheid professional en hobbyist. De wetgeving voor professionals is afgestemd op de professionele luchtvaart. Maar een journalist die een drone gebruikt om een bijzondere gebeurtenis te filmen, doet feitelijk niets anders dan de hobbyist.

Een droneperskaart

En dus zouden voor dronejournalisten voorlopig (tot de nieuwe wetgeving in juni 2015) dezelfde regels moeten gelden als voor hobbyisten: de Regeling Modelvliegtuigen. In de tussentijd moet dan nagedacht worden over wetgeving die goed opgeleide professionals – met APK goedgekeurde drones – méér vliegruimte geeft in het Nederlandse luchtruim, in plaats van minder dan hobbyisten, zoals nu het geval is.

Specifiek voor dronejournalisten moet er een droneperskaart komen, zodat zij hun beroep vrij kunnen uitoefenen. Zo’n perskaart wordt dan exclusief afgegeven na het volgen van een vliegopleiding. Met een herkenbare nieuwsdrone (stickertje erop?), die een signaal afgeeft aan de luchtverkeersleiding, mag de dronejournalist vervolgens overal vliegen waar dat voor de nieuwsvoorziening nodig is. En vooruit, in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer hij boven het Binnenhof wil vliegen, meldt hij van tevoren even dat hij opnames gaat maken, bij één instantie in plaats van bij vijf.

Deze publicatie maakt deel uit van het onderzoek ‘Dronejournalisten – een verslag van uw vliegende reporter, vanuit de lucht’. Dit onderzoek wordt gedaan in het kader van NieuweJournalistiek.nl, een initiatief van het Fonds Bijzondere Journalistiek Projecten. Alle onderzoekspublicaties verschijnen vanaf begin 2015 op www.nieuwejournalistiek.nl.

 

Stijn Postema –

Stijn Postema is docent journalistiek aan de Edinburgh-Napier University en de Christelijke Hogeschool Ede. Hij deed eerder onderzoek naar de mogelijkheden van drones en nieuwe technologie in de journalistiek.

Alle artikelen van Stijn Postema op De Nieuwe Reporter.

  • Journalist is een vrij beroep, en dat kan betekenen dat iedereen zich straks dronejournalist zou kunnen noemen?
    Wie geeft zo’n droneperskaart uit?
    En als ik droneblogger wil zijn, ben ik dan gewoon hobbyist?

    Los daarvan: rare regeling inderdaad.

  • Goed punt, Roy.

    Het zou dan vergelijkbaar moeten zijn met de politieperskaart (afgegeven door politie), maar dan afgegeven door een luchtvaartautoriteit. Welke luchtvaartautoriteit, dat is nog de vraag:
    De Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL)werkt op Europees niveau aan een gezamenlijk luchtruim voor vliegverkeer van en naar luchthavens (FABEC, met o.a. Frankrijk, België, Duitsland). In die delen van de lucht mag waarschijnlijk sowieso niet gevlogen worden met drones. Voor de rest van het luchtruim lijkt het logisch dat LVNL op lokaal niveau gaat samenwerken, en dat er op (langere) termijn dus ook lokale luchtvaartpolitie komt – die zo’n droneperskaart afgeeft.

    Goed, ik geef toe, da’s best futuristisch gedacht.

  • Futuristisch denken is goed, dat schudt de boel een beetje op! :-)

  • B.

    Z’n perskaart is een beetje gebakken lucht. persoonlijk moet je een algemene kaart krijgen (ook zakelijk) als je aan bepaalde vereisten voldoet. Wij maken luchtfoto’s voor o.a. makelaars etc en houden ons angstvallig vast aan de losse eindjes in afwachting van het besluit. Er moet een duidelijke scheiding komen tussen hobbyisten en Zakelijke vliegers.

  • Pingback: 'Drone-wetgeving is in strijd met vrijheid van nieuwsgaring' - Interview - De Nieuwe Reporter - Journalistiek & Nieuwe Media()