Nederlandse oorlogsjournalisten over Syrië

“Onthoofdingen zijn voor mij geen reden om niet meer naar Syrië te gaan”

foley

Deze week maakte het Franse persbureau AFP (een van de grootste nieuwsagentschappen ter wereld) bekend niet langer materiaal af te nemen van freelancers die zich begeven in gevaarlijke oorlogsgebieden, zoals Syrië. De Nieuwe Reporter peilde hoe Nederlandse oorlogsjournalisten hier tegenaan kijken.”Syrië is zeer, zeer gevaarlijk.”

De onthoofding van twee Amerikaanse journalisten door de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) was de aanleiding. Nieuwsdirecteur Michèle Léridon van AFP legde afgelopen week in een lange blogpost uit waarom haar persbureau niet langer foto’s en informatie afneemt van freelancers uit Syrië:

“If someone travels to Syria and offers us images or information when they return, we will not use it. Freelancers have paid a high price in the Syrian conflict. High enough. We will not encourage people to take that kind of risk.”

Al sinds augustus 2013 stuurt AFP geen eigen journalisten meer naar gebieden in Syrië die bezet zijn door rebellen. Simpelweg omdat dit te gevaarlijk is. De kans op ontvoering of moord is te groot.

Dat wil niet zeggen dat AFP niet meer zal berichten over de oorlog in Syrië. Het persbureau heeft nog altijd een bureau in de Syrische hoofdstad Damascus, bemand door Syrische journalisten. Zij reizen ook naar gebieden die gecontroleerd worden door de strijdkrachten van president Bashar al-Assad. Ook krijgt AFP informatie, foto’s en video’s uit de door rebellen gecontroleerde gebieden, via lokale stringers die daar wonen.

Ook diverse Nederlandse oorlogsjournalisten zijn de afgelopen maanden in Syrië geweest om verslag te doen van het oorlogsgeweld. Wat vinden zij van de beslissing van AFP? En zouden zij nu nog steeds afreizen naar Syrië? DNR vroeg het aan de oorlogsverslaggevers Jan Eikelboom, Arnold Karskens, Harald Doornbos en Hans Jaap Melissen.

Goed besluit van AFP?

Jan Eikelboom (oorlogsverslaggever voor Nieuwsuur): “Ik sta 100 procent achter het beleid van AFP. Ik stoor me al lang aan media die werk afnemen van freelancers in conflictgebieden, maar geen enkele verantwoordelijkheid nemen voor hun veiligheid. In mijn boek Achter het front schrijf ik daar ook over.”

Arnold Karskens (oorlogsverslaggever met een kanaal op TPO Magazine) is niet zo overtuigd van de oprechte bedoelingen van AFP: “Dat AFP besluit geen reportages meer van freelancers af te nemen, klinkt ambivalent. Want reken er maar op dat AFP via andere bronnen wel op de hoogte probeert te blijven over Syrië. Dat zal in veel gevallen nieuws bijeengesprokkeld door freelancers zijn. Het komt bij mij over of ze zich alvast willen indekken. Om als er meer journalisten of fotografen omkomen, niet als persbureau – dus opdrachtgever – de wind van voren te krijgen.”

Harald Doornbos (oorlogsverslaggever met een kanaal op TPO Magazine) heeft eveneens het idee dat negatieve publiciteit voor AFP meespeelt: “Ik denk dat het verstandig is dat AFP stopt met het afnemen van werk van freelancers. In het verleden is AFP veel bekritiseerd door allerlei journalistenbelangenclubs over hoe ze hun freelancers in Syrie behandelen, dus ik denk dat ze het voordeel – foto’s uit Syrie – niet meer vinden opwegen tegen de grote risico’s en de nadelen: bad press als er weer een freelancer sneuvelt. Op zich een slechte ontwikkeling, want dit betekent: nog minder betrouwbaar nieuws en beelden vanuit Syrie.”

Doornbos benadruk dat Syrië “zeer, zeer gevaarlijk is. Vele malen gevaarlijker dan de Balkan-oorlogen en andere conflicten die ik heb verslagen.”

Maar ook wijst hij erop dat de onhoofdingen die nu de aandacht trekken, niet betekenen dat het opeens gevaarlijker is geworden. “De vermoorde journalisten werden al  twee jaar of meer geleden gekidnapt. Echt, rebellen-gebieden in Syrië zijn sinds midden 2012 al uiterst gevaarlijk – en dus niet alleen vanwege de reguliere oorlogsrisico’s, maar vooral vanwege kidnappingen, martelingen en executies door extremisten. Ik kom al in Syrisch rebellengebied sinds 2012 en vanaf de eerste trip was ik bang om ontvoerd te worden. Wel is het zo dat het alleen maar gevaarlijker is geworden en de situatie alleen nog maar slechter is geworden dan die al was in 2012. De enige reden dat er de afgelopen tijd niet meer zoveel journalisten zijn gekidnapt is omdat er nauwelijks nog een journalist Syrië ingaat.”

Zelf nog naar Syrië?

Jan Eikelboom gaat al sinds mei 2013 niet meer naar Syrië, “omdat ik het ontvoeringsrisico te groot vind. Het gaat dan met name over Aleppo/Idlib. In het Koerdische noord-westen van Syrië speelt het ontvoeringsrisico niet. Daar ga ik waarschijnlijk binnenkort heen.”

Arnold Karskens laat zich niet afschrikken: “Voor mij zijn die onthoofdingen geen reden om niet meer naar Syrië te gaan. Punt alleen is dat je dan wel moet kunnen werken. Dus zinnige dingen zien en research doen. Plus betrouwbare mensen vinden die je mee willen nemen. En dat is wat lastig, weet ik uit ervaring. Ga er maar vanuit dat de oorlog daar nog jaren aansleept en nog veel verslaggevers er op afgaan. De meesten keren veilig terug. Gelukkig.”

Hans Jaap Melissen ziet zich ook nog wel naar Syrië gaan: “Er zijn delen waar je nog kunt werken, al zijn dat er steeds minder. Die delen die ik nog veilig acht, daar zou ik zelf ook weer naartoe gaan. Maar het is goed om te benadrukken dat de risico’s erg ongewis kunnen zijn.”

Melissen vraagt zich af of de geheimzinnigheid rond verdwenen journalisten wel zo verstandig is: “Het is voor ons heel onhandig dat de lijst van ontvoerde journalisten en hulpverleners grotendeels geheim is gehouden, al wisten we van een aantal gevallen wel dat die ontvoerd waren, zoals John Cantlie en deden we zelf mee aan het verzoek dat geheim te houden. Maar zo hebben we wel een minder goed beeld gekregen van waar je het meeste risico loopt. En met wie bijvoorbeeld ook: zijn bepaalde fixers/tolken niet te vertrouwen? Ik denk dat de geheimhouding, op verzoek van families en overheden, wellicht heeft bijgedragen aan meer ontvoeringen.”

Harald Doornbos beaamt dat het wel mogelijk is om naar Syrië te gaan, maar benadrukt ook dat het erg gevaarlijk is. “IS-gebied is sowieso uitgesloten. In Noordwest-Syrië zijn nog delen in handen van ‘gematigde rebellen’, maar dat gebied wordt steeds kleiner. Met hen meegaan is en blijft ook zeer gevaarlijk. Slapen in een grot, overal frontlinies, overdag regelmatig regime-straaljagers boven ons. En je moet op de grond door checkpoints heen van Jabhat al Nusra, de Al Qaida in Syrië. Dus ik reisde volledig gemaskerd: sjaal om mijn gezicht – alleen ogen zichtbaar, zodat Al Qaida niet ziet dat er een buitenlander gaat door hun checkpoint.”

Doornbos wijst er op dat het onmogelijk is om alleen door Syrië te reizen. “Je hebt bescherming nodig van een rebellengroep. En die rebellen moet je kunnen vertrouwen. Als dat niet het geval is, loop je de kans om te worden gekidnapt door de rebellen waarmee je reist omdat ze graag een paar miljoen euro losgeld willen hebben.”

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. “Persoonlijk denk ik dat het inmiddels bijna onmogelijk is om nog met gematigde rebellen Syrië in te komen, maar ik zal het wel blijven proberen. Al moet ik toegeven, het is zeer angstaanjagend allemaal, zeker omdat je weet dat als het een keer fout gaat, je onthoofd wordt.”

Lees ook eerdere artikelen op DNR over oorlogsjournalistiek.

Alexander Pleijter –

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent internetjournalistiek aan de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden.

Alle artikelen van Alexander Pleijter op De Nieuwe Reporter.