Wat is onderzoeksjournalistiek? (1)

Volgende week begint Luuk Sengers als docent onderzoeksjournalistiek bij de Fontys Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg. Maar wat is ‘onderzoeksjournalistiek’ eigenlijk? En waarom is daar een aparte docent voor nodig? Sengers zet zijn visie uiteen.

Een definitie is niks als hij nergens toe leidt. De definitie van een vaardigheid moet inspireren tot praktisch handelen. Daarom heb ik me laten uitdagen om ‘onderzoeksjournalistiek’ opnieuw te definiëren. Niet omdat er nog geen definities waren. Maar omdat de bestaande omschrijvingen, zo heb ik ontdekt, onnodig verlammend werken. Voor de jonge generatie journalisten zijn ze te wollig of te vaag.

Naar een concretere omschrijving

Wij, veteranen op redacties en faculteiten, hebben de neiging om de kool en de geit te sparen als we ons vak omschrijven. Misschien omdat we oude vrienden niet willen buitensluiten en nieuwkomers niet zomaar willen binnenlaten. Maar voor aanstormend talent, dat hunkert naar een vingerwijzing, is het allemaal nogal verwarrend.

Tegelijkertijd besef ik dat niemand zomaar ongestraft met het tafelzilver mag jongleren. Wie het niet met mijn definitie eens is, nodig ik welgemeend uit om met me in discussie te gaan. Taalfouten opsporen, dát kunnen wij docenten journalistiek wel, maar denkfouten, dat is andere koek. Dus help. Mijn doel is om samen tot een concretere omschrijving te komen die studenten en collega’s motiveert.

Mijn definitie

Wat is onderzoeksjournalistiek? Mijn antwoord zou zijn:

Het openbaar maken van moeilijk toegankelijke informatie over gebeurtenissen die het leven, de vrijheid of de veiligheid van mensen bedreigen.

Wacht! Wacht! Ik snap de aandrang om deze definitie naast je eigen werk te leggen en dan meteen te besluiten of je het er mee eens bent of niet. Maar wees gewaarschuwd: alles in deze definitie is ‘geleend’, en niet van de eersten de besten! Je zult misschien nog verbaasd zijn. Míjn bijdrage is dat ik bij elkaar heb gezocht wat me concreet genoeg leek:

1. Openbaar maken

Volgens de ‘moeder’ van alle onderzoeksjournalistieke verenigingen, de Amerikaanse IRE (Investigative Reporters and Editors), is onderzoeksjournalistiek:

The reporting, through one’s own initiative and work product, of matters of importance to readers, viewers or listeners.

Ire stelt het eigen initiatief van de journalist dus voorop.

Hetzelfde doet haar Nederlands-Vlaamse zusje, de VVOJ:

Kritisch wil zeggen dat de journalistiek niet slechts fungeert als doorgeefluik van ‘nieuws’ dat er al was, maar dat nieuws wordt gemaakt dat er zonder dat journalistiek ingrijpen niet zou zijn geweest.

Of in straattaal (aldus opnieuw de IRE):

Investigative journalists rarely follow somebody else’s agenda. They decide what is worthy of coverage, rather than attend a meeting merely because somebody in authority convened it.

Het moment waarop de journalist uit de startblokken komt, bepaalt of hij of zij zich onderzoeksjournalist mag noemen, stelt ook Mark Lee Hunter. In Story-Based Inquiry, het meest verspreide handboek over onderzoeksjournalistiek, schrijft hij:

Conventional news reporting depends largely and sometimes entirely on materials provided by others […]; it is fundamentally reactive, if not passive. Investigative reporting, in contrast, depends on material gathered or generated through the reporter’s own initiative.

Volgens Hunter noemt men deze tak van journalistiek daarom ook wel ‘enterprise reporting’.

2. Moeilijk toegankelijk

Geheimen, is dat waar het om draait in de onderzoeksjournalistiek? Volgens de ‘bijbel’ voor IRE-leden, het onvolprezen The Investigative Reporter’s Handbook, is er geen onderwerp dat onderzoeksjournalisten sterker verdeelt dan “[…] whether secrecy and evasion must be present.”

De IRE drukt zich in haar eigen definitie voorzichtig uit:

In many cases the subjects of the reporting wish the matters under scrutiny to remain undisclosed.

Dus: ‘In many cases’.

Ik ben het er mee eens dat het focussen op geheimen het werkveld onnodig zou verengen. Er vallen ook veel belangrijke dingen te onthullen die niet geheim zijn. Het ‘gewoon’ toetsen van beleid kan al tot schokkende inzichten leiden, zoals de VVOJ terecht stelt. Net als het signaleren van verborgen trends in de samenleving.

Hunter zegt het zo:

Investigative journalism involves exposing to the public matters that are concealed – either deliberately by someone in a position of power, or accidentally, behind a chaotic mass of facts and circumstances that obscure understanding.

Behalve materiële obstakels (obscure bronnen), kunnen er ook cognitieve zijn die het zicht op de werkelijkheid belemmeren. Bijvoorbeeld als we door (tegenstrijdige) informatie worden overspoeld, of als de beschikbare informatie niet een-twee-drie te ontcijferen valt. Nog maar te zwijgen over het oogletsel dat spindoctors en sommige voorlichters kunnen aanrichten.

3. Informatie over gebeurtenissen

Waarom gebruik ik in mijn definitie het woord ‘informatie’ en niet ‘feiten’ of ‘zaken’, zoals anderen doen? Omdat het in journalistiek volgens mij nooit om losstaande feiten gaat en al helemáál niet om vage ‘zaken’. Het gaat om samenhangende concrete gebeurtenissen. Pas in deze contekst krijgen feiten hun werkelijke waarde.

Of zoals Jack Fuller het in zijn boek News Values verwoordt:

Coherence must be the ultimate test of journalistic truth.

Bovendien voel ik me gesterkt door een definitie van het American Press Institute, dat journalistiek omschrijft als “het verzamelen, selecteren, creëren en presenteren van nieuws en informatie”. Daarmee stelt het expliciet dat journalisten niet alleen de taak hebben om het nieuws te observeren, maar ook om er iets mee te dóen. ‘Informeren’ komt uit het latijn en betekent: kennis delen om te vormen of te instrueren.

4. Leven, vrijheid en veiligheid

Dit is het onderdeel, tot slot, dat je misschien het meeste verbaast. Dat komt doordat er op dit punt meestal om de pot wordt heengedraaid. Neem de IRE, die zóveel heeft bijgedragen aan ons begrip van de moderne onderzoeksjournalistiek, maar op de allerbelangrijkste vraag die onderzoeksjournalististen en hoofdredacteuren kwelt – waar zal ik mijn (laatste) tijd, energie en geld in steken? – in haar definitie geen concreter antwoord biedt dan: “matters of importance to readers”.

Dat kan beter. Hunter is bijvoorbeeld stelliger:

Investigative reporting uses objectively true material – that is, facts that any reasonable observer would agree are true – toward the subjective goal of reforming the world.

Daarmee sluit hij aan bij een lange traditie van journalisten die met hun verhalen expliciet de bedoeling hadden iets voor hun lezers, kijkers of luisteraars te verbeteren. ‘Journalism of outrage’ is deze werkwijze gedoopt (door David Protess en anderen in hun baanbrekende studie Journalism of Outrage). Zelfs de IRE heeft zijn acroniem niet toevallig gekozen: ‘ire’ betekent immers ‘woede’.

Maar waar zou die verontwaardiging zich dan op moeten richten? Niet op de diepte van het decolleté van Jennifer Aniston, dat staat wel vast. Maar waarop dan wél? Veel doelen zijn immers bijzonder vaag (“de wereld veranderen”) en naarmate ze concreter worden, verliezen ze meer aanhangers. Zo kunnen mensen die “het marktliberalisme bestrijden” op mijn aandacht rekenen, totdat ze me proberen mee te sleuren in een ideologisch moeras. En zo denken veel mensen erover.

Zijn er dan geen doelen waarop we elkaar kunnen vinden?

Jawel! Ik stel voor om de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948 tot verplichte leerstof te maken op alle scholen voor journalistiek. Wat de waardigheid van álle mensen op deze planeet bedreigt, volgens het handvest, zijn (ongeveer in deze volgorde): geweld, onderdrukking, discriminatie, deportatie, gevangenschap, rechtelijke willekeur, censuur, uitsluiting van openbare sociale en culturele voorzieningen, uitsluiting van sociale zekerheid, onderwijs of gezondheidszorg, uitsluiting van deelname aan het openbaar bestuur, diefstal, onteigening, dakloosheid, werkloosheid, honger en armoede. Wie onderzoeksjournalist wil worden, vindt hier inspiratie voor járen!

Natuurlijk zijn de Verenigde Naties bekritiseerd, maar vooral omdat ze dingen niet hadden meegerekend. Een schone leefomgeving, zonder gif in de lucht en op je bord, bijvoorbeeld. De Club van Rome werd pas twintig jaar later opgericht. Ook zou het manifest zich blindstaren op misdragingen van de overheid, terwijl andere organisaties en bovenal bedrijven er toch óók wat van kunnen! Maar los van deze omissies, die we er zelf in de kantlijn wel zullen bijschrijven, wordt de verklaring alleen nog bestreden door mensen die haar niet naleven.

De Encyclopaedia Britannica zegt over de Verklaring van de Rechten van de Mens:

[…] it enunciates general moral principles applicable to everyone, thus universalizing the notion of a fundamental baseline of human well-being.

Zoek niet verder! zou ik willen zeggen tegen journalisten en hoofdredacteuren die twijfelen over hun volgende project.

Eigenlijk is het al genoeg om artikel 3 te onthouden:

“Everyone has the right to life, liberty and security of person.”

En kijk eens hoe dicht het Amerikaanse Committee of Concerned Journalists hierbij in de buurt komt in haar Elements of journalism:

The primary purpose of journalism is to provide citizens with the information they need to be free and self-governing.

Nog niet overtuigd? Dan spreekt dit bedrijfseconomisch argument je misschien aan: serieuze kranten en programma’s verliezen hun inkomsten. Hoeveel van de weggelopen lezers, kijkers en luisteraars komen misschien terug als ze merken dat journalisten erin slagen iets aan hun leefomstandigheden te verbeteren?

Drie voorwaarden voor onderzoeksjournalistiek

Terug naar mijn definitie. Volgens mij is er dus sprake van onderzoeksjournalistiek als aan deze drie voorwaarden is voldaan:

  1. De initiatiefnemer van het nieuws is een journalist.
  2. De informatie ligt niet voor het oprapen.
  3. Het onderwerp betreft bedreiging van de vrijheid of de veiligheid.

Waarom zijn concrete kenmerken zo belangrijk? Omdat we (aanstormende) journalisten er dan op kunnen voorbereiden. De kernelementen – ondernemerschap, onderzoek en zingeving – vergen middelen die niet in de gereedschapskist van elke journalist zitten.

“Veteran trainers note that the best investigative journalism employs a careful methodology, with heavy reliance on primary sources, forming and testing a hypothesis, and rigorous fact-checking.

aldus het Global Investigative Journalism Network, dat alle organisaties op het gebied van onderzoeksjournalistiek in de wereld vertegenwoordigd. Na tien jaren trainen op redacties kan ik dat beamen.

Vroeger hoorde je nog wel eens een hoofdredacteur schamperen dat toch eigenlijk alle journalisten onderzoeksjournalisten zijn. Nu hoor je dat alleen nog maar van managers die niet in de gaten hebben dat eigenlijk niet alle journalisten op hun redacties nog journalisten zijn. Niet als je waarheidsvinding nog tot hun taken rekent.

In de opleidingen is journalistiek echter geen ideaal, maar nog steeds een vak. En voor journalisten die zich willen onderscheiden, ligt de lat hoger dan ooit. De school waar ik mag gaan werken, reageert daarop met een logisch maar tegenwoordig gedurfd antwoord: (nog) langere polsstokken!

Op basis van de reacties die Luuk Sengers kreeg op dit artikel, heeft hij zijn definitie van onderzoeksjournalistiek aangescherpt in een nieuw artikel op DNR.

Luuk Sengers

Luuk Sengers is onderzoeksjournalist, docent journalistiek en bedenker, samen met Mark Lee Hunter, van de Story-Based Inquiry methode (www.storybasedinquiry.com) die onthullingsjournalistiek met narratieve journalistiek vermengt.

Alle artikelen van Luuk Sengers op De Nieuwe Reporter.

  • Inspirerend stuk, zeker ook dit citaat: “Hoeveel van de weggelopen lezers, kijkers en luisteraars komen misschien terug als ze merken dat journalisten erin slagen iets aan hun leefomstandigheden te verbeteren?”

    Dit lijkt ook op een oproep tot zogenaamde ‘constructieve’ journalistiek: https://www.journalism.co.uk/news/why-constructive-journalism-can-help-engage-the-audience/s2/a557706/

  • lalalalinder

    Curieuze definitie. Door het element ‘bedreigen’ komt er ongewenste normatieve component naar binnen. Daarnaast is onderzoek gereduceerd tot het openbaar maken van moeilijk toegankelijke informatie.

    Wat verloren is gegaan in die reductie is het idee van een proces; het idee van een werkwijze (methode zo je wilt); het belang van systematiek, nauwkeurigheid en gedegenheid; het idee van zoeken/vinden; en de noodzaak van een vraag.

  • Robbert Minkhorst

    Dat is nu precies mijn punt, dat Lalalinder aansnijdt. Je ontneemt zo ook een heleboel types journalisten de kans om onderzoeksjournalistiek te bedrijven. Ik, toevallig nu werkzaam op een sportredactie, houdt mij doorgaans niet bezig met dingen die mensen bedreigen. Toch wil ook ik graag kunnen onthullen, en zelfs onder de twee eerste voorwaarden die je noemt.

  • Jan Bierhoff

    Mooi dat dit vak in het curriculum komt, iedere vorm van reflectie is winst.
    Twee kanttekeningen bij de gekozen invalshoek;
    (1) de journalist als initiatiefnemer. Dapper gesteld, maar al lang geen praktijk meer. Diverse partijen bemoeien zich met tegels lichten: Kamercommissies, individuele klokkenluiders, Ngo’s, het brede publiek met tweet-sweeps. De journalist is een belangrijk onderdeel van de onthullingspraktijk, maar niet de natuurlijke frontman. Samen optrekken, zou ik zeggen.
    (2) vrijheid en veiligheid zijn interessante inspiratiebronnen, maar naast algemeen humanistische zijn er ook specifiek maatschappelijke rollen: voeding geven aan het publiek debat, als voorwaarde voor een werkzame democratie. Dat geeft ook het mandaat aan overheden om deze vorm van journalistiek te versterken en financieel mogelijk te maken.
    Succes!

  • Sjors van Beek

    Sterk stuk, waarvoor hulde.
    Mijn duit in het zakje:
    1) Vervang ‘veiligheid’ door ‘welzijn’ van mensen (of voeg het toe aan de definitie. Er zijn een heleboel onderwerpen die journalistiek onderzoek waard zijn maar die niet al te ‘zwaar’ zijn. Gerommel met subsidies, sport (hier reeds genoemd), het verkwanselen van een museumcollectie, archeologische fraude, ik geef maar even een indicatie. (De laatste twee voorbeelden zijn uit eigen praktijk en zijn m.i. wel degelijk voorbeelden van onderzoeksjournalistiek).
    2) Vervang ‘moeilijk toegankelijke informatie’ door ‘zelf vergaarde informatie’. Soms heb je mazzel en krijg je vrij snel de gewenste informatie of dat ene geheime rapport. Veel verhalen stoelen op informatie die – weliswaar versnipperd – toegankelijk is maar die door de versnippering het grote plaatje vertroebelt. Slim combineren van de juiste data leidt dan tot inzicht en onthulling. Is aangehaald in het stuk maar mag ook zichtbaar worden in de definitie.
    Kortom: de definitie lijkt me wat te zwaar en stoelt iets te veel op onderzoek van Watergate-proporties. Onderzoeksjournalistiek kan óók betrekking hebben op (relatief) kortlopende, kleinschalige kwesties (lokaal niveau!) en op (relatief) ‘lichte’ onderwerpen. Als we nieuwe journalisten willen stimuleren tot eigen onderzoek moeten we behapbare onderwerpen niet uitsluiten. De beschikbare tijd voor research in loondienst wordt alleen maar minder, er komen ook steeds meer freelancers die voor eigen tijd en rekening moeten werken. Maar ook diegenen die slechts, pak ‘m beet, een week aan een onderwerp kunnen werken, kunnen onderzoeksjournalistiek plegen. Een definitie dient niet af te schrikken (“Oh, dat is voor mij een divisie te hoog”) maar juist binnen de horizon van elke gemotiveerde journalist te liggen.

  • Theo

    Je zou misschien ook nog elementen als “kritisch” en “onafhankelijk” in de definitie willen hebben. Verder vind ik “bedreigen van het leven, de vrijheid of de veiligheid” wel wat zwaar aangezet. Zou het er niet gewoon om gaan dat je informatie publiceert die niet noodzakelijkerwijze alle partijen als welgevallig ervaren?
    Ik probeer maar wat: “het kritisch en onafhankelijk onderzoeken en publiceren van informatie die niet noodzakelijkerwijze alle betrokken partijen goed uit komt”.
    Groet, Theo, nieuwsconsument

  • Chapeau Luuk. Goed initiatief. Mooi uitgewerkt. Ik het kader van ‘meedenken’ de volgende opmerkingen.
    1. Openbaar maken. Waarom niet gewoon ‘berichten over’. Soms zijn gegevens al openbaar, maar is het juist de combinatie van openbare gegevens die interessante informatie oplevert. Bovendien suggereert ‘openbaar maken’ dat er mensen zijn die willen dat iets niet openbaar wordt. Waardoor toch weer het door jou verworpen idee van ‘geheim’ erin sluipt. Het doet me denken Jan Blokker die sprak over ‘feiten veroveren op een vijand die ze niet wil afstaan’. Dat vijand denken lijkt me niet iets om bij studenten te stimuleren.
    2. moeilijk toegankelijke informatie. Waarom? In de jaarboeken van de VVOJ staan genoeg verhalen met informatie die niet moeilijk toegankelijk was, maar die interessant is omdat de journalist op het idee kwam die informatie op te zoeken en eventueel te combineren met andere gegevens (data over veiligheid; lozing van gif etc)
    3. vrijheid en veiligheid. Goed dat je concreter wilt aangeven waarvoor je het allemaal doet. Interessant ook dat je naar de Rechten van de Mens verwijst. Wat daarin wat mij betreft mis gaat is dat je je op het welzijn van het individu richt en niet op het functioneren van de samenleving. Wat ik mis in deze discussie is de controle op de manier waarop onze instituties werken.
    Voor een handelingsgerichte omschrijving van onderzoeksjournalistiek zou ik het zoeken in het type vragen dat relevant is, in plaats van je op de definitie te concentreren.

    Utrecht
    Op de School voor Journalistiek in Utrecht kunnen we prima overweg met de drie terreinen van onderzoeksjournalistiek die in de VVOJ definitie worden onderscheiden: misstanden opsporen, beleid toetsen en trends signaleren. Dan vraag jij: maar waartoe dan? Nou, iets wat sommigen niet meer durven te zeggen omdat het zo pretentieus klinkt: het functioneren van de democratie. Maar zo groot en ongrijpbaar is die taak niet. Voor het functioneren van de democratie is het belangrijk om te controleren of de regels van onze rechtsstaat worden nageleefd, of maatregelen rechtvaardig zijn of niet, of professionals hun taak naar behoren vervullen, of organisaties geen onnodige schade veroorzaken, of machthebbers de waarheid spreken. En als het om beleid gaat, dan kun je toetsen of dat effectief en efficiënt is. Bij trends gaat het om de vraag: door welke waarden laten mensen zich leiden en wat zijn daar de gevolgen van?

    Wij hebben die vragen, mede op basis van de prachtboeken die jij en Mark Hunter hebben geschreven, omgezet in 12 hypothesen. Zoek er maar eentje uit en ga dat onderzoeken, houden wij onze studenten voor. Bedenk dan wel dat ieder type hypothese om zijn eigen verhaalvorm vraagt. Wil je daar wat over leren, lees dan Luuk Sengers.

  • Luuk Sengers

    Dank je Mark, ook voor de link.
    Inderdaad zit ik ook op de lijn dat OJ niet alleen problemen over de heg moet gooien, maar ook oplossingen moet helpen zoeken. Als je mensen bang maakt, worden ze passief. Als je ze een mogelijke uitweg toont, voelen ze zich gesterkt en komen ze eerder in actie.

    Overigens ontdekte ik nóg een organisatie die dit expliciet tot doel stelt: http://solutionsjournalism.org Kent iemand deze organisatie beter?

    Studenten vragen wel eens of het onderzoeken van een oplossing wel OJ is. Ik denk van wel: goede voorbeelden (best practices) liggen lang niet altijd voor het oprapen, en ook om te doorgronden wat deze voorbeelden zo succesvol maakt, kan heel wat onderzoek kosten.

    Overigens hoeft een OJ volgens mij niet te kiezen of hij een ‘probleem’ wil onderzoeken, of een ‘oplossingen’. In één productie kun je heel goed allebei doen.

  • Luuk Sengers

    Dank je voor je reactie!
    Proces: je hebt helemaal gelijk dat OJ een proces is – maar heb ik dat niet geschreven (citaat van GIJN)?

    Gereduceerd: Vergt het openbaar maken van ‘makkelijk’ toegankelijke informatie wel onderzoek?
    Ik ben het met je eens als je bedoelt dat niet alle ‘bronnen’ moeilijk toegankelijk hoeven te zijn. Maar met ‘moeilijk toegankelijke informatie’ bedoel ik de ‘inhoud’ van die bronnen. Het is misschien heel makkelijk om aan een grote database te raken, maar om die data vervolgens te laten ‘spreken’, dat vergt speciale vaardigheden. Of bedoel jij iets heel anders?

    Normatief: In vrijwel alle bestaande definities van OJ wordt niet alleen iets gezegd over de methode, maar ook over het motief. In die zin is de traditionele opvatting van OJ inderdaad normatief. Dat hier sprake is van een traditie, wil natuurlijk niet zeggen dat we die voort moeten zetten! Maar met welke argumenten zou je de normatieve component opeens willen uitsluiten?

  • Luuk Sengers

    Hi Robbert,
    Het spijt me dat ik blijkbaar de indruk heb gewekt dat ik journalisten ‘de kans wil ontnemen’ om OJ te bedrijven. In tegendeel! Hoe meer zielen hoe meer vreugde :-)
    Iedereen mag zich van mij OJ noemen. Als docent journalistiek zit ik echter in een positie dat ik gedwongen ben om keuzes te maken ten aanzien van het lesprogramma: wat vind ik dat studenten over OJ moeten leren en wat niet. Om die reden – en alleen die reden – ben ik op zoek naar een definitie die houvast biedt.

    Los daarvan: kun je eens voorbeelden geven van onderwerpen op jouw expertisegebied die volgens jou wel onderzoek vergen, maar niet binnen deze definitie vallen?

  • Luuk Sengers

    Dank voor je reactie Jan!

    1) Helemaal met je eens! Zelfs als je – zoals ik heb gedaan – de onderwerpkeuze verengt tot zaken die de mensenrechten betreffen, zijn er legio natuurlijke bondgenoten: van Human Right Watch en Amnesty, tot Greenpeace en zelfs Unesco dat alle kinderen in de wereld toegang tot onderwijs wil geven.

    In de praktijk is het inderdaad niet altijd duidelijk wie voor het eerst met een onderwerp op de proppen komt. OJ werken immers ook vaak op basis van tips. Ik ga hier eens goed over nadenken! Heb jij een alternatief voor ‘openbaar maken’?

    2) Ik ben het met je eens dat journalistiek ook deze rollen heeft. En het is terecht dat je ze aanhaalt. Maar geldt niet juist voor onthullingen over schendingen van elementaire mensenrechten dat ze tot maatschappelijk debat (kunnen) leiden? Ik zie geen tegenstrijdigheid of omissie. Jij wel?

  • Luuk Sengers

    Gewaardeerde collega :-)))
    Je maakt een goed punt. Ik denk dat het, om de redenen die jij noemt, in elk geval verstandig is om ‘schending van mensenrechten’ héél ruim te definiëren. Echter: het woord ‘welzijn’ vind ik te vaag.
    “Zelf vergaarde informatie”: ik weet zeker dat jij niet bedoelt: zelf gedownloade persberichten ;-) Kun je concreter zijn?

  • Luuk Sengers

    Beste Theo,
    Slaat ‘kritisch’ niet op de systematiek die je gebruikt in het onderzoek? Met andere woorden: als je iets onderzoekt, ben je dan niet automatisch kritisch?
    ‘Onafhankelijk’ – help me even: kun je een voorbeeld geven van praktijken die je zou willen uitsluiten?

  • Luuk Sengers

    Ha Gerard!
    Jij hebt recht op een langer antwoord. Je vertelt me – niet voor de eerste keer – dat ik mijn huiswerk (deels) moet overdoen. Maar je doet dat altijd op zo’n plezierige en collegiale manier, dat ik me er fluitend aan ga zetten. Dank! Ik kom bij je terug.

  • N.a.v. de aanslag op Charlie Hebdo heb ik geprobeerd het debat over het al of niet over de heg gooien proberen samen te vatten: http://www.journalismlab.nl/2015/01/waarde-van-journalistiek-na-aanslag-op-charlie-hebdo-zelfreflectie-op-school-voor-journalistiek/

  • Sjors van Beek

    Luuk,
    T.a.v. ‘zelfvergaard’: ik doel op informatie die de wederpartij (vaak overheid) niet ACTIEF naar buiten brengt. Maar ook dat is een glijdende schaal. Voorbeeld: een bericht over één CBS-tabel is geen onderzoeksjournalistiek (maar verslaggeving). Een artikel op basis van een slimme combinatie van tien (reeds openbare) tabellen die daardoor EIGEN nieuws opleveren? Ja, kan onder de definitie vallen. Zes tabellen? Ook. Drie? Mwah. M.a.w. het is een fluïde geheel. Kern van de zaak: de journalist pluist zelf iets uit en doet niet alleen verslag van wat hem wordt aangeleverd.
    Té veel ‘journalisten’ zijn tegenwoordig louter verslaggever (op zich niks mis mee!) maar geen onderzoeker.

  • Ik begrijp dat je positie als docent enigszins beklemmend werkt :-). Maar aan het woord bedreigen kleeft te veel een negatieve connotatie.
    Ter illustratie: Enkele jaren terug heb ik een beeld proberen te schetsen van hoe groot het voetbal in onze regio is: Leiden, afgezet tegen de Bollenstreek en het Groene Hart. Voor het eerst verschafte de KNVB daar cijfers over. Ook over een langere periode. Dat leverde in die zin verhelderende verhalen op. Maar die informatie bedreigde niemands vrijheid of veiligheid.

  • Peter Olsthoorn

    Luuk acht ik hoog en hij is de juiste man (‘mens’) om jongelui ons prachtvak bij te brengen.

    Maar hoe nobel dit alles geformuleerd! Er is zoveel op af te
    dingen dat ik niet weet waar te beginnen.

    “Niet op de diepte van het decolleté van Jennifer Aniston,
    dat staat wel vast.” Hoe vast? Bedrog door plastische chirurgie? Hoe die diepte een sociale norm kan worden en anderen kan uitsluiten?

    Trouwens, neem eens een aantal kwesties waar wij journalistjes nogal druk over doen. Vaak bedrog, kuiperijen, willekeur. Bij de ‘vertaling’ van dat handvest staat dat niet.

    En als Grunbergiaan wil ik tenslotte even opgemerkt hebben dat we de amusementsfactor van het onderzoek en de uitkomsten , het lekker wentelen in onthullingen en verontwaardiging en vroege veroordeling – neem de zaak Van Reij – liever niet over het voetlicht brengen.

    Maar natuurlijk, als ze het mij vragen waarom ik dit werk
    doe heb ik ook een hoogdravende verklaring voorhanden. Meestal klopt die gewoon. Ik verbeter als journalist de wereld, vooral door niet bij mezelf te beginnen ;-)

    Dat ik ook nog eens formuleerde dat me diit werk (nu) geld kost, maakt me een nog nobeler ridder, nietwaar? Maar waarom doen we het dan?

  • Wat ik mis in het verhaal is reflectie op de reactie van de burger, consument, politicus, waakhond, slachtoffers, verantwoordelijke instantie etc. etc. op onderzoeksjournalistieke producties (dan wel gewoon onthullend nieuws). Het is wel erg gemakkelijk je eigen onderzoek te verdedigen door een beroep op de rechten van de mens, aangezien de waardigheid van de mens in het echte leven vooral NIET onaantastbaar is. Elk recht mag geschonden worden. Een beroep op de universele mensenrechten in de VN-formule verhult dat deze geen vervanging zijn voor een echte politieke agenda, voor echte politiek waarin – soms wanhopig – belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen.
    Over de doorsnee burger in een westerse democratie moet vooral opgemerkt worden dat deze cynisch geworden is: men weet het allemaal wel, niets is meer een verrassing, niets schandaliseert meer, ook dankzij fiction films waaraan miljoenen worden gespendeerd. En de vraag ‘Als je dat allemaal weet, waarom doe je er dan niets aan?’ zou in 99% van de gevallen bij een opiniepeiling hoogstwaarschijnlijk als beledigend of stompzinnig worden ervaren. In ieder geval heb ik over Nederlandse medeburgers al heel erg lang het idee dat wat er ook gebeurt, opstand en daadwerkelijk verzet tegen klip-en-klare misstanden nog wel op zich zullen laten wachten. Westerse mensen zijn gewoon murw juist van de vele informatie, mijzelf inbegrepen! Voorbeelden van (succesvol) volksverzet tegen bijvoorbeeld corruptie bij de overheid en ambtelijke willekeur vind je in tal van niet-westerse landen, maar amper ergens binnen de EU. We weten ‘het’ al zo’n zestig jaar of nog langer (zelfs eeuwenlang soms, bijv. kinderverkrachting in roomskatholieke instellingen).
    Wat doet iemand met aangedragen onverteerbare feiten? Leven we in Nederland niet in een rechtsstaat? Jazeker, maar een van de grote zwarte gaten in de Nederlandse journalistiek is het gebrek aan kennis bij journalisten inzake bepaalde wetgeving die allerlei misstanden mogelijk maken. Het is zelfs bijna onmogelijk geworden om tegen de overheid in het kader van het bestuursrecht (de AWB) te procederen. Zie de commentaren van de Limburgse hoogleraar Tak. Nederland is wat het recht op verzet tegen besluiten van overheden geen rechtsstaat meer en hoewel dit vooral individuen en kleine bedrijven genadeloos treft, zal het wel mede een verklaring zijn waarom sympathieke buitenlandse investeerders Nederland mijden als een dictatoriale bananenrepubliek.
    Onderzoeksjournalistiek die impact wil hebben, staat in mijn beleving in Nederland op dezelfde lage sport van de ladder als ‘campagnejournalistiek’ – ook al zijn daar prachtige voorbeelden van, zoals een jarenlange campagne in de Britse Sunday Times om erkenning van en compensatie voor de slachtoffers van het ‘medicijn’ thalomide.

  • Maaike Miedema

    Mooi stuk Luuk. Niet in de laatste plaats vanwege de rijke discussie die je hiermee aanzwengelt. Opvallendste aan jouw 3 uitgangspunten, vind ik het westerse, modernistische paradigma, waar vanuit je lijkt te redeneren.
    Zoals hieronder al terecht wordt opgemerkt: in de netwerksamenleving is de journalist al lang niet meer de enige initiatiefnemer van het nieuws, en de onderwerpkeuze is een stuk breder dan alleen de bedreiging van de vrijheid of de veiligheid.
    De afgelopen jaren werkte ik veel met systeemanalyses (feedbackloops) en de Appreciative Inquiry methode: de ene methode om taaie vraagstukken in de journalistiek en in het publiek domein (o.a. jeugdzorg) op te sporen, de andere methode (A.I.) om te onderzoeken welke factoren zorgen voor het beter functioneren van een organisatie of netwerk (gemeenten, o.a. Amsterdam). Bij deze laatste methode zie ik zeker verwantschap met de zg ‘constructieve journalistiek’, waarover Mark Deuze schrijft.
    Het variëren van de onderzoeksmethoden binnen de onderzoeksjournalistiek levert een schat aan nieuwe informatie op en innoveert en passant ook ons eigen vakgebied.

  • Pingback: Wat is onderzoeksjournalistiek? (2) - Achtergrond, Blog - De Nieuwe Reporter - Journalistiek & Nieuwe Media()

  • Duurzaam Onderzoek Journalist

    Interessant verhaal, maar wel erg lang en, naar ik vrees, te ingewikkeld voor een 1e jaars student. Onderzoeksjournalistiek is iets wat je leert door logisch na te denken bij ieder nieuwtje dat je krijgt of ruikt. Analyseer: welk belang heeft een bepaalde partij om op dit moment dit nieuws naar buiten te brengen en welke partij zou hier het beste weerwoord op kunnen geven? Dan kun je volgens mij van ieder persbericht of iedere proefballon een interessant onderzoeksartikel maken.

    En dan nog dit: Taalfouten opsporen, dát kunnen wij docenten journalistiek wel, maardenkfouten, dat is andere koek? Mag ik dan adviseren om de spelfout in de volgende zin als de sodemieter te verbeteren: “dat alle organisaties op het gebied van onderzoeksjournalistiek in de wereld vertegenwoordigd?”