De Valkenburgse zedenzaak en de rol van de media in strafzaken

De afgelopen maanden was er behoorlijk wat aandacht in de media voor de ‘Valkenburgse zedenzaak’: een 16-jarig meisje had betaalde seks met een groot aantal mannen. Jurist Mirthe Docter wijst op het gevaar van media-aandacht. Die kan zorgen voor een verkeerd beeld bij het publiek of voor lagere straffen.

De Valkenburgse zedenzaak in vogelvlucht

Bij een politie-inval in oktober 2014 wordt een – naar later blijkt – 16-jarig meisje in een Valkenburgs appartement aangetroffen tijdens het bezoek van een klant. In de badkamer van het appartement wordt de ‘loverboy’ (Armin A.) van het meisje aangetroffen. Beide mannen worden direct aangehouden.

In een prullenbak van de kamer wordt -onder meer- een groot aantal gebruikte condooms aangetroffen, waarvan de politie DNA-materiaal veiligstelt. Daarnaast wordt een (werk)telefoon van het slachtoffer bij de verdachte aangetroffen. Aan de hand van het aangetroffen DNA-materiaal en de werktelefoon wordt een groot aantal (vermoedelijke) klanten getraceerd.

Dit is in vogelvlucht wat er speelt in de Valkenburgse zedenzaak. De zaak krijgt vanaf het moment van bekendmaking volop media-aandacht, vanwege de ernst, maar zeker ook vanwege de omvang van de zaak.

(On)schuldig tot het tegendeel bewezen is?

Uitgangspunt in het strafrecht is dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen (preasumptio innocentiae). Dit uitgangspunt is essentieel en tevens gewaarborgd in artikel 6 lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), in welk artikel het recht op een eerlijk proces is opgenomen.

Daarnaast heeft een ieder recht op privacy, gewaarborgd in artikel 8 van het EVRM en artikel 10 van de Nederlandse grondwet. Desalniettemin lijkt een deel van de ‘veroordeling’ deze dagen plaats te vinden in de media, voordat überhaupt een rechter zich over de zaak heeft gebogen.

Het gaat in de Valkenburgse zedenzaak in juridische termen om -hoofdzakelijk- mensenhandel en het teweegbrengen en bevorderen van prostitutie van het 16-jarige meisje (zaak van Armin A.), en ontucht met een minderjarige tegen betaling (de klanten). Het aantal mannen, en daarmee de grootschaligheid van de zaak, stond – en staat – volop in de media-aandacht.

Strafbare feiten

In januari 2015 geeft het Openbaar Ministerie (OM) een persverklaring waarin zij bekendmaakt dat de hoofdverdachte, Armin A., van een viertal strafbare feiten wordt verdacht. Kort gezegd:

  1. mensenhandel
  2. het opzettelijk aanwezig zijn bij het plegen van ontuchtige handelingen door het slachtoffer
  3. het bevorderen of teweegbrengen van ontuchtige handelen met een minderjarige
  4. onttrekking van het slachtoffer aan het ouderlijk gezag.

Echter, het bleef niet alleen bij deze mededeling. Het OM wil ook de klanten van het minderjarige meisje spreken. Het OM roept klanten van het minderjarige meisje op zichzelf te melden op het politiebureau omdat ze anders wellicht thuis of op werk opgezocht zouden kunnen worden.

Zij worden verdacht van het plegen van ontucht met een minderjarige prostituee. Een woordvoerster van het OM verklaart:

“Menig huwelijkspartner zal verrast worden door de politie aan de deur. De vrouw weet waarschijnlijk van niks. Maar voor ons weegt seksuele uitbuiting zwaarder.”

Heksenjacht

De oproep van het OM aan klanten van het minderjarige meisje om zich te melden leidt tot vele reacties, met name vanuit de advocatuur. Bart Nooitgedagt, voorzitter van de vereniging van strafrechtadvocaten, is kritisch over de oproep:

“Niemand hoeft mee te werken aan zijn eigen vervolging.”

Ivo van den Bergh, strafrechtadvocaat van een groot aantal van de klanten, geeft aan dat veel van zijn cliënten vrezen voor hun baan en gezin als zij thuis worden opgehaald. Hij meent dat sprake was van een “heksenjacht”.

“Beschimpt en verguisd en als pedofiel neergezet” zijn hun cliënten volgens Ivo van de Bergh en Joost de Bruin. Het leven van hun cliënten staat op zijn kop naar aanleiding van de vele publicaties.

Sidney Smeets, tevens strafrechtadvocaat,  spreekt uit dat het dreigement dat de politie elk moment op de stoep kan staan bij verdachten “onzorgvuldig, onnodig en het OM onwaardig was”.

OM nuanceert

Uit de woorden van George Rasker, plaatsvervangend hoofdofficier van justitie in Limburg komt de achtergrond van de aanpak van het OM naar voren:

“Met deze zaak willen we een vuist maken, daarom zetten we vol de schijnwerpers op deze zaak”.

Beoogd wordt derhalve om van deze zaak een schrikeffect te doen uitgaan.

In latere berichtgeving drukt het OM zich desalniettemin genuanceerder uit:

“We gaan niet onnodig leed toevoegen, dat is niet de bedoeling, maar het zijn ernstige feiten dus er zal op een adequate manier op worden gereageerd.”

Het OM verklaart dat de eerdere oproep verkeerd is uitgelegd. Verdachten worden eerst telefonisch of schriftelijk verzocht om te verschijnen. Slechts in uiterste gevallen – bijvoorbeeld bij een weigering om te verschijnen – zou een verdachte thuis kunnen worden opgezocht.

Hogere strafeisen

Van belang om in dit kader te vermelden is dat in juni van dit jaar een nieuwe strafvorderingsrichtlijn van kracht is geworden, waardoor het OM in dit soort zaken (ontucht met een 16- of 17- jarige) hogere strafeisen kan vorderen. Dat dit ook daadwerkelijk wordt gedaan blijkt wel bij het horen van de eerste strafeisen in de Valkenburgse zedenzaak. Rechters lijken hier echter vooralsnog niet in mee te gaan.

Onlangs werd een klant van een minderjarige prostituee na het horen van een eis van 20 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk) in de Heerlense zedenzaak veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 dagen (gelijk aan zijn voorarrest) en een taakstraf van 180 uren en een proeftijd van 3 jaren.

Vooroordelen in de media

Zoals het voorgaande aangeeft, spelen de media een grote rol in de berichtgeving rondom strafzaken. Binnen no time kun je als verdachte, en als slachtoffer, in het middelpunt van de belangstelling staan. Doorgaans niet in positieve zin.

In actualiteitenprogramma’s wordt – naar het lijkt – ook steeds meer aandacht besteed aan strafzaken. Ook aan de Valkenburgse zedenzaak is aandacht besteed, onder meer in Jinek. De aankondiging door Jinek geeft goed weer hoe de media (onbewust) vooroordelen uitspreekt:

“Een 16-jarig meisje werd in één week tijd door minstens 50 mannen misbruikt, hoe kon zoiets gebeuren?”

In deze aankondiging lijkt de hoeveelheid en de schuld van de mannen al vast te staan. Het zijn kleine aspecten maar zij dragen wel bij aan de (negatieve)beeldvorming in dit soort zaken. Uiteindelijk worden ‘slechts’ 28 mannen vervolgd voor het plegen van ontucht met een minderjarige prostituee.

De rol van sociale media

De laatste jaren is daarnaast een toename te zien van het gebruik van social media, zoals Twitter en Facebook, ook in relatie tot de berichtgeving in strafzaken. Rechtbankverslaggevers twitteren mee vanuit de rechtszaal en doen kort en bondig verslag (vaak heel correct en adequaat overigens) van hetgeen zich in de zittingszaal afspeelt.

Ook tijdens de behandeling van de Valkenburgse zedenzaak zitten rechtbankverslaggevers in de zaal. Deze berichtgeving wordt doorgaans snel opgepikt door landelijke media. Zo ook de quote van de officier van justitie in de Valkenburgse zedenzaak tijdens een van de zittingen. Hij sprak in de zittingszaal de volgende woorden:

”Dat het gevolgen kan hebben voor hun huwelijk of relatie, daar zit ik niet mee.”

Deze quote werd overgenomen in landelijke media.

Voordeel van deze wijze van verslaglegging is dat het strafrecht en wat zich allemaal in een zittingszaal afspeelt toegankelijker wordt voor een groter publiek. Bezwaarlijk is dat de context in bepaalde gevallen wellicht verloren gaat. Daarnaast is er minder controle op de juistheid van de inhoud van de berichtgeving.

Oordelen over de verdachten

Nagenoeg iedereen in de samenleving heeft zich een oordeel over de verdachten in deze zaak gevormd. Dit beeld komt grotendeels – zo niet geheel – voort uit de berichtgeving die men uit de media verkrijgt. De klanten werden weggezet als ‘pedofiel’ en kregen, met name op social media, andere onsympathieke verwensingen naar hun hoofd geslingerd.

Enigszins verrassend is wellicht dat de sympathie (voor zover daarover kan worden gesproken) deels ook uitgaat naar de verdachten (de klanten) in deze zaak. Deze sympathie lijkt voort te komen uit het feit dat deze mannen wellicht niet wisten dat het een minderjarig meisje betrof.

Het minderjarige meisje stond op een site waar prostituees diensten aanbieden, met foto’s waarop zij schaars was gekleed. Het onderschrift bij deze foto luidde “Kimberley, 18 jaar”. Juridisch gezien is voor bewezenverklaring niet van belang is of de verdachten wisten dat het meisje nog geen 18 jaar oud was. De leeftijd is geobjectiveerd, hetgeen inhoudt dat wetenschap van de daadwerkelijke leeftijd niet vereist is.

De wetgever heeft wetenschap van de leeftijd niet van belang geacht; van belang is dat de minderjarige beschermd wordt. Een verdachte resteert derhalve slechts een beroep op afwezigheid van alle schuld, hetgeen inhoudt dat hij verontschuldigbaar heeft gedwaald. Dit wordt echter zelden gehonoreerd.

Zelfmoorden

In februari werd bekend gemaakt dat één van de verdachten in de Valkenburgse zedenzaak zelfmoord had gepleegd. Naar verluidt zou het de klant betreffen die tijdens de inval bij het meisje was. Hij zou de spanningen van de affaire niet langer hebben aangekund. Een maand later pleegde nog een verdachte zelfmoord, hetgeen leidde tot aanscherping van de (psychologische) hulpverlening aan verdachten na een verhoor.

De link met alle media-aandacht en de spanning die dit met zich meebracht voor de klanten van het minderjarige meisje was snel gelegd. Hoewel wellicht – meer dan – toevallig, het is niet vast te stellen of de zelfmoorden zijn veroorzaakt door alle media-aandacht. Ofwel, om in juridische termen te spreken, het causaal verband is niet vastgesteld. Dat het met de publiciteit rondom zaak te maken heeft lijkt aannemelijk, maar daarmee is wat mij betreft dan ook alles gezegd.

Gevolgen media-aandacht voor het strafproces

De advocaten van een aantal van de verdachten hebben verzocht de zaak achter gesloten deuren te behandelen, mede vanwege de media-aandacht, ter bescherming van hun cliënten. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen.

Wél heeft de voorzitter besloten dat het niet is toegestaan om deze verdachten te tekenen. De rechtbank heeft hiermee een uitzondering gemaakt op de Persrichtlijn om te voorkomen dat de gedwongen aanwezige verdachten het gezicht worden van dit proces tegen alle klanten.

De verantwoordelijkheid voor de media staat niet ter toetsing van de strafrechter. Wel kan de rechter bij de strafoplegging rekening houden met (grootschalige) media-aandacht. Media-aandacht leidt echter lang niet altijd tot strafvermindering. Er is geen beleid op dit gebied, het blijft een afweging van de rechter(s) die de zaak behandelen. De advocaten zullen naar voren moeten brengen dát, en wélk nadeel, een verdachte heeft ondervonden van de publiciteit.

Veroordeling Armin A.

Inmiddels is de hoofdverdachte, Armin A., door de rechtbank in Maastricht veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar voor mensenhandel, het aanzetten tot prostitutie van een minderjarige en wegens het onttrekken van een minderjarige aan het wettig over hem gesteld gezag.

De rechtbank heeft in de zaak van Armin A. bij de strafoplegging niet in strafverminderende zin meegewogen dat er veel media-aandacht is geweest voor de zaak (en de verdachte). Het gebeurt echter wel regelmatig dat strafvermindering wordt toegekend vanwege media-aandacht.

Veroordelingen klanten

Daarnaast is een verdachte vrijgesproken. De rechtbank deed vervroegd uitspraak vanwege de psychische gesteldheid van de verdachte. Hoewel de man wel bij het meisje was geweest was er volgens de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte seks had gehad met het minderjarige meisje.

Op 23 juli jongstleden heeft de rechtbank voorts uitspraak gedaan in twaalf zaken. In alle zaken komt de rechtbank tot een bewezenverklaring voor het plegen van ontucht met een 16-jarige prostituee. In tien van de twaalf zaken wordt een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf van één dag opgelegd, gekoppeld aan een fikse taakstraf.

Twee van de twaalf verdachten zijn tot deels (on)voorwaardelijke gevangenisstraffen van een aantal maanden veroordeeld. In hun zaken komt de rechtbank tot een hogere straf gelet op de maatschappelijke activiteiten die de verdachten in het dagelijks leven hebben.

Echter, in alle gevallen wordt rekening gehouden met het feit dat de zaak grote media-aandacht heeft gehad en de gevolgen die dit voor het persoonlijke leven van de verdachten en hun directe omgeving heeft (gehad), voor zover deze daarvan op de hoogte zijn gesteld.

De overige uitspraken volgen op 30 juli aanstaande, maar de verwachting is dat ook in deze zaken de rechtbank rekening zal houden met de media-aandacht die de strafzaak heeft gekregen en de gevolgen die dit voor de verdachten heeft gehad.

Mirthe Docter –

Mirthe Docter is in augustus 2014 afgestudeerd (LL.M.) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, afstudeerrichting Strafrecht. Momenteel werkt zij als Medewerker Ontwikkelen en Behandelen bij de IND. Daarnaast geeft zij cursussen op strafrechtgebied aan rechtenstudenten en is zij juridisch medewerker (vrijwilliger) bij de Rechtswinkel Noord-Holland.

Alle artikelen van Mirthe Docter op De Nieuwe Reporter.

  • wouter nelissen

    Iets beter onderzoek doen voordat u uw stukkie tikt. Uit het vonnis: “Wat betreft de hoogte van de taakstraf zal de rechtbank niet meegaan met het verzoek van de raadsman om in strafverminderende zin rekening te houden met de grote mate van publiciteit over de Valkenburgse zedenzaak. De rechtbank doet dit niet omdat in dit geval niet is gebleken dat de naam of persoon van verdachte in het nieuws is geweest op een wijze waardoor hij concreet schade heeft opgelopen.”

    De RB begon het voorlezen van het vonnis bovendien met het uitspreken van waardering voor de wijze waarop de media verslag hadden gedaan van het proces tegen de prostitutieklanten. (Audiofragment vd rechter hierrr, vanaf 08:10 http://www.radio1.nl/item/302700-Advocaat%20over%20zedenzaak%20Valkenburg.html)

  • Mirthe

    Het klopt dat de media-aandacht in de Valkenburgse zedenzaak niet heeft geleid tot strafvermindering. Dat beweer ik ook niet, hoewel ik mij nu realiseer dat “wordt rekening gehouden met” die indruk kan wekken. Wél overweegt de rechtbank in de strafmotivering dat zij zich kan voorstellen dat de hoeveelheid aan publiciteit belastend is voor verdachten en hun directe omgeving. Ik heb ook nadrukkelijk benoemd in mijn artikel dat media-aandacht lang niet altijd leidt tot strafvermindering.

    Desalniettemin een mooi compliment van de rechtbank. Die had ik wél gemist.