In een bang land zwijgt de pers

Hoe vrij is de journalistiek als de burger haar niet vertrouwt?

De journalistiek zweeg toen de politie erom vroeg in Molenbeek. En de pers gehoorzaamde. Ten onrechte, meent Henk Blanken. Journalisten moeten het vertrouwen van de burger juist terugwinnen door moed te tonen, en niet te zwijgen, voor niets en niemand bang.

Grotesk was het, die mediastilte rond Molenbeek, grotesk en verontrustend. In de jacht op terroristen vroeg de Brusselse politie de pers even op zwart te gaan. Geen nieuws en geen tweets s’il vous plaît, want die Belgische jihadi’s moeten we niet wijzer maken dan ze al zijn. En verdomd, zonder morren legde de pers zichzelf het zwijgen op.

NRC-columnist Folkert Jensma sprak op DNR van ‘een monumentaal momentje’. De nieuws black-out werd onbedoeld aandoenlijk toen Belgen massaal poezenplaatjes begonnen te twitteren; je zou het misschien ‘burgerlijke gehoorzaamheid’ moeten noemen. Maar Jensma zag goed dat er ondertussen wel wat loos was.

Absurd en wereldvreemd

Het was al raar dat de politie om die mediastilte verzocht – nog niet zo lang geleden was dat ook in België absurd geweest, wereldvreemd en ongepast. ‘Wablief,’ zouden journalisten hebben uitgeroepen. ‘Zijn jullie nu helemaal belatafeld? Justitie schrijft ons niet voor wat we wel en niet mogen schrijven. Opzouten!’

Nog ongemakkelijker werd het toen de pers bij ‘Molenbeek’ ogenblikkelijk meeboog met de macht. Mogen journalisten dat wel, vroeg Jensma zich af. Mogen ze besluiten niet te schrijven? Is zwijgen – denk ik met hem mee – niet nog erger dan onwaarheid verkondigen of plagiaat plegen? Wat zegt de journalistieke ethiek over zulke flagrante zelfcensuur?

Weinig, vrees ik.

Geschonden vertrouwen

Dat justitie en journalistiek elkaar in die mediastilte vlot vonden voelt als een cultuurbreuk, voor wie niet beter weet althans dan dat de pers niet eens de indruk moet willen wekken een verlengstuk van justitie te zijn. Maar er is meer aan de hand. Het publiek verwáchtte niet anders dan dat de media gedwee zouden doen wat de politie verlangde.

Het publiek wilde dat de journalistiek zou zwijgen. Ga maar een dag poezenplaatjes maken.

Zo ver is het dus gekomen met het vertrouwen van de burger in de pers. Als het spannend wordt, en de benarde staat alles uit de kast trekt aan repressie om zich te handhaven, heeft de burger niets met een instituut dat claimt die macht te controleren. Hoe onmisbaar vindt die burger eigenlijk dat de journalistiek is voor de democratie?

Wantrouwen van de burger

Die reserve jegens de pers is niet van gisteren, en ook wel verklaarbaar. De burger van ná de zuilen, de burger van ná de individualisering, heeft het niet op instituties. Hij is alleen nog van zichzelf. Hij wantrouwt de politiek, heeft niets te zoeken in de kerk, en geeft – ‘de media heeft het gedaan’ – de pers de schuld van al zijn onbehagen.

Dat heeft die pers ten dele aan zichzelf te danken. Het vanzelfsprekende gezag van een halve eeuw geleden is ze kwijt. Toen las elk huisgezin een krant. Nu valt er nog in drie op de tien huizen een krant op de mat, is de betaalde oplage van dagbladen half zo groot als vijftien jaar geleden, en zijn redacties gedecimeerd.

Te sloom en te fantasieloos

Kranten – de kern van de journalistiek – zijn er niet in geslaagd hun positie te handhaven toen de media begonnen te schuiven. Toen tv tijd van de consument vroeg, en commerciële tv nog meer. Uitgevers en journalisten waren ook te sloom en te fantasieloos om bijtijds een verdienmodel te bedenken voor informatie op internet – dat lieten ze aan Google over, en Facebook, en Ebay, en…

Je kunt tegenwoordig best zonder krant. De krant heeft niet meer het monopolie op het nieuws. Sinds internet is dat nieuws altijd en overal – en gratis. Kwaliteitskranten passen zich aan, beter laat dan nooit, met diepgang en onderzoek. Maar veel andere kranten gaan mee, zoals Rob Wijnberg schreef in De Correspondent, in de wetten van de aandachtseconomie.

In de strijd om de eyeballs schreeuwen ze om het hardst. Dat irriteert de lezer, die ook wel door heeft – dankzij het alles ontmaskerende internet – dat de oude journalistieke media helemaal niet zo objectief waren als ze pretendeerden. Ze veinzen die objectiviteit, zegt Wijnberg. Het is ‘een leugen’, of ‘op zijn minst een pose’. De mediawijze lezer weet dat, voelt dat, ruikt dat.

Wie bang is stemt rechts

En zo kwamen we bij de black-out van Molenbeek. Dat de burger van de pers eist dat ze even geen nieuws maakt, leert ons hoe weinig vertrouwen die burger nog in journalisten heeft, en hoe bang we zijn, bang genoeg om meer vertrouwen te hebben in politie en leger.

Bang zijn we voor terreur. Voor het kruiende klimaat. Voor nog een crisis. Voor gewone stervelingen was dat gelazer met sub-prime hypotheken onbegrijpelijk en aan het weer doe je vast niet zoveel. Maar die vreemdelingen wonen naast ons. Het wantrouwt makkelijk, die mannen met baarden en gehuurde Fiatjes en vrouwen in niqaab waaronder ze de hemel weet wat verbergen.

Een bang land kruipt weg bij elkaar en koestert het verleden. Nostalgie voelt veilig. Onder moeders rokken. Wie bang is, stemt rechts. Wie heel bang is stelt meer vertrouwen in een machtige overheid dan in het systeem van checks and balances dat die staat moet controleren. Dan vertrouwen we politie en leger, niet de politiek en de pers, en wordt een open democratie een luxe die we ons niet meer durven te veroorloven.

Angst zaaien

Frankrijk zou volgend jaar het eerste Europese land kunnen zijn waar xenofobie aan de macht komt. Het Front National van Marine Le Pen werd deze week bij regionale verkiezingen de grootste partij. Hoe? Door angst te zaaien: ‘Als wij verliezen zal de hoofddoek worden verplicht voor alle vrouwen, zal de sharia onze grondwet vervangen en de barbarij zich installeren.’ (citaat via Peter Giesen in de Volkskrant)

Het valt in zo’n bang land niet mee om journalist zijn. Het vak betaalde al niet geweldig, de boze burger wantrouwt je, overheid en bedrijfsleven zetten tien pr-medewerkers tegenover elke journalist en als je het zo treft vraagt de politie in Brussel je vandaag een vrije dag te nemen – en zegt je baas dat het goed is.

Journalisten zouden beter moeten weten. Er staat te veel op het spel. Ze moeten het vertrouwen van de burger terugwinnen door moed te tonen, en niet te zwijgen, voor niets en niemand bang.

Henk Blanken

Henk Blanken is schrijver en journalist.

Alle artikelen van Henk Blanken op De Nieuwe Reporter.

  • Filip_S

    Wat een grotesk commentaar. De journalist van 20 jaar geleden stond in Molenbeek met een blocnote, wachtte af en verifieerde vervolgens bij de autoriteiten zijn verhaal. Daarna ging hij of zij naar het redactielokaal om het verslag uit te typen, het ging op de telex en vlak voor 00:00 besloot de redactie het te plaatsen. Vervolgens naar de drukkerij en tegen de tijd dat het bij de lezers op de mat viel, zat het arrestatieteam in de kazerne aan de koffie. Tegenwoordig stuurt de journalist een tweet, plaatst online alvast een artikel, met live-beelden. Door de berichtgeving bij de Joodse supermarkt, de gijzeling bij de drukkerij door de broers Kouachi en andere terreurincidenten kennen we ook de risico’s van dit soort instant-berichtgeving. Dat de autoriteiten daar rekening mee houden is volkomen terecht en dat journalisten daar hun verantwoordelijkheid in nemen is te prijzen. Aan de journalistieke waarde van een verhaal zou dat niets hoeven af te doen.