Heeft journalistieke objectiviteit zijn langste tijd gehad?

‘Om er maar even vanaf te zijn’, opent Charlie Beckett de discussie in Hotel Brufani: ‘Laten we het er om te beginnen over eens worden dat objectiviteit in pure vorm niet bestaat en nooit bestaan heeft.’ Op het International Journalism Festival in Perugia wordt vandaag gediscussieerd over het vermeende einde van de objectiviteit, of wat er nog voor door moet gaan.

Beckett werkte vroeger voor de BBC, staat tegenwoordig aan het hoofd van een onderwijsdenktank genaamd Polis en heeft daarnaast een zetel in de House of Commons, het beste te omschrijven als de Britse versie van de Tweede Kamer. Objectiviteit is volgens hem de laatste jaren in het gedrang geraakt mede door onder andere toedoen van sociale media. Is dat erg? Niet per se, maar het brengt veranderingen met zich mee, niet alleen op hoe journalisten te werk gaan, maar ook hoe nieuwsgebruikers omgaan met de media.

‘Als je kijkt naar de gebeurtenissen in Brussel en de Panama Papers, dan zien we een duidelijke rol voor Facebook en Twitter. Gebruikers lezen het nieuws op een veel persoonlijkere manier en dragen het ook op die manier uit. Hoeveel mensen ken je die op Facebook een artikel delen met daarbij de mededeling het er compleet mee eens te zijn. Subjectieve journalistiek wordt ingezet om bij te dragen aan de online persoonlijkheid van de nieuwsgebruiker.’

Beckett geeft de media een hele nieuwe rol, namelijk een onderdeel van de persoonlijkheid van mensen. Net zoals je in verkiezingstijd een goede speech deelt van de lijsttrekker van de partij van je voorkeur, kun je een artikel over de slechte behandeling van vluchtelingen op je tijdlijn plaatsen om aan te geven dat je solidair bent met asielzoekers. Retweets don’t mean endorsement, or do they?

Van objectiviteit naar transparantie

Dan Gillmor heeft de objectieve journalistiek al zo’n tien jaar geleden losgelaten. ‘Het leek me toen al een goed idee om de heilige eenhoorn genaamd objectiviteit te laten gaan.’ Gillmor is professor digitale media aan de Walter Cronkite School of Journalism.

‘De belangrijkste kernwaarden van de journalistiek zijn daarmee niet ten onder gegaan. Er zal geen journalist zijn die zich uitspreekt tegen doortastendheid, onafhankelijkheid of de juistheid van feiten. Wat betreft objectiviteit denk ik dat die plaats heeft moeten maken voor een veel belangrijker en modernere waarde, namelijk transparantie. Dat maakt me geen tegenstander van feitelijkheid of neutraliteit, maar het opschrijven van notities is geen journalistiek. Dat is misbruik maken van zogenaamde objectiviteit om je lui te gedragen als journalist.’

De journalist als activist

In een andere discussie waar Gillmor aan deelneemt, poneert hij zijn mening iets stelliger. ‘Journalisten moeten per definitie activisten zijn. Het is waardeloos om bij het schrijven van een artikel te doen alsof je zelf geen mening hebt. Als je geen activist bent, kun je ook geen journalist zijn.’

De journalistiek bestaat dus bij de gratie van subjectiviteit. Feiten zijn nuttig, maar zonder context ook onvolledig. Het is volgens Gillmor de interpretatie van de feiten die maakt dat journalistiek waarde heeft.

Hij krijgt bijval van Mathew Ingram, senior writer voor Fortune Magazine. ‘Objectiviteit is een inhoudsloze term geworden die geen enkel doel meer dient. We moeten achter de term kijken en proberen uit te vinden wat de goede en slechte kanten zijn van objectiviteit. Daarnaast is het natuurlijk geen binair systeem waarin je of helemaal objectief bent of helemaal niet. Het is rommelig, het is menselijk, het kan niet worden opgedeeld in categorieën. Men zou zich te allen tijde bewust moeten zijn van waar bepaalde informatie vandaan komt. Persoonlijk wil ik graag iedere dag iets anders lezen, over het ene onderwerp wil ik van begin tot eind de feiten kennen, over andere onderwerpen wil ik graag meeleven met iemand die het zelf heeft meegemaakt. Totale subjectiviteit van iemand die heeft gedemonstreerd op het Tahrirplein of erbij was in Brussel. Waar zoeken we naar en waar komt het vandaan. Wees je bewust van wat je aan het lezen bent, en door wie het is geschreven. Op die manier kan een lezer makkelijker feiten en meningen van elkaar onderscheiden, dat zou voor journalisten nog steeds vanzelfsprekend moeten zijn.’

Wat er niet wordt gepubliceerd

‘Ik ben een moslim en ik drink wijn, doe ermee wat je wilt.’ Uiterst links aan de lange tafel zit Yasmin Alibhai-Brown, eind jaren veertig geboren in Oeganda. Ze verhuisde naar Engeland om te studeren aan Oxford en werkt inmiddels als columnist voor The Independent en The London Evening Standard.

‘Ik ben het wat bewustzijn betreft eens met Matthew, maar je komt er pas écht achter hoe objectief de media zijn als je kijkt naar wat er níet is gepubliceerd. Ieder uur worden moslims vermoord in het Oosten, waar blijven de grote verhalen over de misdaden van Saudi-Arabië? Ik zie nog niemand hierover publiceren. De oorlog in Irak kostte meer levens dan Saddam Hussein, Assad heeft meer mensen vermoord dan Isis. Allemaal onvertelde verhalen, en waarom? Omdat het ongemakkelijk is voor mensen om te lezen?’

‘Als ik als journalist een nieuwsbericht schrijf over Isis, volstaat het dan om te zeggen hoeveel mensen er zijn vermoord, hoeveel standbeelden de terroristen hebben omgehaald? Zou de lezer niet moeten weten dat ik een moslim ben, zouden mensen niet moeten weten wat het met mij als persoon doet om deze dingen te horen? Ik ben net zomin bevriend met terrorisme als ieder ander in deze zaal, maar mijn geloof wordt bij tijden als misdadig neergezet. Als mijn lezers niet weten wat mijn achtergrond is heeft een artikel een totaal andere impact.’

Volgens Alibhai-Brown ligt een deel van het probleem bij loyaliteit. Loyaliteit aan een land of Europese Unie. ‘Niet eens loyaal aan familie – as my ex-husband will tell you. Om een voorbeeld te noemen: ik denk dat de BBC door de aanstelling van een conservatieve regering daadwerkelijk van richting is veranderd. Wat dat betreft is transparantie misschien net zo kansloos als objectiviteit. Als mensen de relaties tussen media en hun sponsoren kennen kan dat in plaats van vertrouwen ook cynisme opleveren.

Minder emotie, meer analyse

Anna Masera is redactrice van La Stampa. Het Italiaanse dagblad is sinds 1926 voor honderd procent in handen van FIAT, dus over objectiviteit en onafhankelijkheid kunnen de andere panelleden nog een boompje opzetten. Volgens Masera zelf is het geen probleem om te worden gesponsord zolang de afspraken duidelijk zijn, ook voor het publiek. Je hoeft daar volgens haar geen geloofwaardigheid mee te verliezen.

‘Ik ben het trouwens niet met je eens dat er geen verhalen over bijvoorbeeld de moorden in het Midden-Oosten worden gemaakt. Wat ik zie is dat de kranten gewoonweg niet meer worden gelezen zoals vroeger. Eigenlijk zouden mensen eens moeten weten wat het allemaal kost om bijvoorbeeld een artikel over een oorlogssituatie te maken. Het kost bakken met geld en een journalist die zijn leven op het spel zet om u dit nieuws te brengen.’

‘Daarnaast denk ik dat er behoefte is aan minder emotionele journalistiek en meer gedegen analyse. Persoonlijk kan ik de emotionele verhalen naar aanleiding van terrorisme niet meer zo goed hebben, ik verwacht van journalisten dat ze helder van geest blijven, ook tijdens een crisis. Ik wil begrijpen wat er aan de hand is en dan kan ik geen journalist gebruiken die schrijft vanuit een geschokt en medelijdend oogpunt.’

Verwarring zonder context

Beckett kijkt de zaal in. ‘Hoeveel mensen hier zijn dagelijks in de war van de hoeveelheid bronnen en informatie waarmee ze geconfronteerd worden op sociale media?’ Twee handenvol handen gaan de lucht in. ‘Wees eerlijk.’

Ingram neemt het woord: ‘Dat komt denk ik grotendeels doordat het nieuws uit de originele context wordt getrokken. Journalisten moeten ervoor waken niet uit de bocht te vliegen in een tweet of Facebookpost, onderzoek wijst namelijk uit dat verreweg de meeste mensen helemaal niet doorklikken. Het is goed om achter je link nuttige en controleerbare informatie te zetten, maar de behoefte aan transparantie bestaat ook aan de voordeur, zoals op Twitter.’

Of er vragen uit het publiek zijn? Zo’n tiental mensen staat op of steekt een hand op. De meest in het oog springende opmerking komt van de hand van een BBC-redacteur met de voornaam John. ‘Jullie zullen me dan vast een naïeveling vinden, maar het is denk ik een luxe om deze discussie over objectiviteit te kunnen voeren. Kijk eens naar Moskou of China, je komt erachter wat objectiviteit betekent voor media zodra het er niet is. In Rusland heb je simpelweg de vrijheid niet om vrij te publiceren. Objectiviteit en onafhankelijkheid zijn beginselen voor kwaliteitsjournalistiek. Ik heb niemand van jullie de objectiviteit horen verdedigen en persoonlijk vind ik dat deze specifieke waarde meer verdient dan dat.’

Is objectiviteit dood?

Beckett glimlacht de zaal in. ‘Dank voor uw opmerking, ik snap het punt, objectiviteit blijft voor veel journalisten een nastrevenswaardig principe, en dat verdient respect, maar ik wil u er ook op wijzen dat objectiviteit en onafhankelijkheid niet hetzelfde zijn. Hoewel de objectiviteit niet meer in de eerste plaats lijkt te komen, kunnen we alsnog vaststellen dat het – hoe voorspelbaar – per geval zal verschillen.’

Resumé, waar staan we nu eigenlijk wat betreft journalistieke objectiviteit? Dood? Dat durft nog niemand hardop uit te spreken. Er valt heel wat af te dingen op het begrip, maar zolang er journalisten of gebruikers zijn die geloven in het nut ervan kun je stellen dat objectiviteit een doel dient, zonder daarmee dwaas of naïef te zijn. Verwarring veroorzaken onder nieuwsgebruikers kan niet de bedoeling zijn, net zoals men niet van iedere gebruiker kan verwachten zich steeds opnieuw af te vragen wat hij leest en waar het vandaan komt.

Transparantie wordt steeds aangestipt als belangrijke – en relatief nieuwe – nieuwswaarde, maar is nog lang niet vanzelfsprekend. Er is misschien een toenemende behoefte aan morele duiding, maar het is tegelijkertijd onverminderd belangrijk om feiten en meningen uit elkaar te houden. Gezien men liever geen oude schoenen weggooit voor er nieuwe zijn gekocht is het te vroeg om de objectiviteit definitief af te schrijven. En daarbij: wellicht voeren we over nog eens tien jaar een discussie over het einde der onafhankelijkheid of transparantie.

Thijs van den Houdt –

Thijs van den Houdt is student aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Alle artikelen van Thijs van den Houdt op De Nieuwe Reporter.