Proefschrift over complotdenkers in Nederland

Hoe gevaarlijk zijn complottheorieën?

Hoe gevaarlijk zijn complotdenkers? Niet zo erg, concludeert Jelle van Buuren in de studie waarop hij op 2 november promoveerde aan de Universiteit Leiden. Ze slaan gewelddadige taal uit, maar een gevaar voor de nationale veiligheid zijn ze niet. Belangrijk zijn ze wel: complotdenkers zijn kanaries in de kolenmijn, zegt Van Buuren. Ze signaleren dat de geloofwaardigheid van het bestel onder druk staat.

Een Nederlands proefschrift over complottheorieën: het werd eens tijd. Complotten zijn in. Sociale media staan er bol van, in de Amerikaanse presidentsverkiezingen gaat het over niets anders, overheden maken zich zorgen over het gevaar van complotdenkers, er verschijnen studies over en journalistieke boeken. Bezorgde experts herinneren eraan dat ook Anders Breivik en Adolf Hitler in complotten geloofden.

Leidt praten over complotten echt tot geweld? Om die vraag te beantwoorden, verdiepte de Leidse terrorismeonderzoeker Jelle van Buuren (1963) zich in de aanhangers van drie complottheorieën: die over de moord op Pim Fortuyn (vermoord door links en/of de CIA), die over ‘Eurabië’ (islamisering van Europa als geheim EU-beleid) en die rond justitie-topman Joris Demmink (beschuldigd van kindermisbruik).

Systeemhaat

Wie wil weten of Pim Fortuyn echt is vermoord door de CIA, moet niet bij Van Buuren zijn: hij heeft niet onderzocht wat er waar is van die complotten, maar wat hun waarde is voor hun aanhangers. De vraag waar hij mee begon, was: in hoeverre zijn die complottheorieën uitingen van ‘systeemhaat’. Zijn de complotwebsites ontmoetingsplaatsen voor mensen die elke vorm van bestuur wantrouwen en zich ook niet kunnen vinden in traditionele politieke of levensbeschouwelijke stromingen zoals neo-nazisme of jihadisme? En zetten zij hun woorden om in daden?

Van Buuren verzamelde een massa blogs en forumdiscussies van illustere samenzweringssites als Niburu, Martin Vrijland, Klokkenluider Online en De Roestige Spijker. Welke banden onderhouden die gemeenschappen met de wereld van mainstream media en politici? In hoeverre ontzeggen ze de gevestigde orde het bestaansrecht? Roepen ze op tot actie?

In alle drie de casussen laat Van Buuren zien hoe het wantrouwen aanzwol. In het Eurabia-complot (‘de elite heeft de EU verkocht aan de moslims’) waren de schuldigen aanvankelijk linkse politici en EU-topmensen, maar gaandeweg omvatte het wantrouwen de hele politieke orde en leken zowel de complete democratie als de nationale soevereiniteit in gevaar.

Het harmonicamodel

Ook de zaak-Demmink dijde op complotfora uit van beschuldigingen aan het adres van één ambtenaar die door klassenjustitie zou zijn weggekomen met kindermisbruik tot een allesomvattend complot. Demmink-gate bood zowel ruimte aan het privé-leed van mensen die zich persoonlijk benadeeld voelden door Bureau Jeugdzorg, als aan gelovigen die er de hand van de duivel in zagen. Een discussiedeelnemer:

‘Dus of je nu op zoek bent naar de hoogste aansturing van dit netwerk via de pedo vertakking of via de CIA vertakking, in ALLE gevallen kom je terecht bij de wortel van het kwaad, te weten het “Lucifer broederschap” (= satanisme).’

Van Buuren noemt dat het ‘harmonicamodel’:

‘de vijand kon uitgerekt worden tot duistere, wereldwijd opererende krachten, al dan niet ingebed in satanische of buitenaardse dimensies; evengoed kon de vijand worden ingeperkt tot kleine vijanden als Bureaus Jeugdzorg.’

Die bonte verscheidenheid aan boosdoeners is het grootst in de casus-Demmink. Dat de complottheorieën over Eurabië en de moord op Fortuyn coherenter zijn, minder middelpuntvliedend, komt volgens Van Buuren doordat die steviger verbonden zijn met erkende politieke partijen, de PVV en de LPF. Bij de Demmink-denkers ontbreekt zo’n autoriteit.

Verwarde mannen

Het getier tegen het systeem en de geweldsfantasieën die opstijgen uit de complotsites zijn zo nu en dan angstaanjagend. Toen Breivik in Noorwegen tientallen kinderen had doodgeschoten, waren ook de meeste forumleden ontzet. Een van hen echter, actief onder het pseudoniem ‘VanFrikschoten’, schreef vol begrip over Breivik:

‘Dit was de volgende generatie Gutmenschen en dat moest hij stoppen. En daarom koos hij de meisjes als eerste om op te schieten. Die brengen nog meer Gutmenschen voort.’

Maar is dit de voorbode van geweld? Volgens Van Buuren niet: hij constateert een kloof tussen het rumoer op internet en de betrekkelijke rust op straat. Het mobiliserende potentieel van de onderzochte digitale gemeenschappen bleek vrijwel nihil. De Eurabische lente bleef uit.

‘Systeemhaat’ pakte in de praktijk vaak uit als een uitgesproken afkeer van het systeem (‘systeemaversie’), die geen vertaling kreeg in daden. Anderen probeerden uit teleurstelling het systeem te verlaten om daarbuiten een positief bestaan op te bouwen (‘systeemdesertie’). Je losmaken van alle controlerende instanties valt niet mee, ontdekte iemand die het probeerde:

‘Tip: Stop niet je ID kaart in de magnetron. Dit heeft me bijna mijn magnetron gekost.’

Sommigen gingen heel ver in hun streven naar onafhankelijkheid. Johan Oldenkamp, oud-lijststrekker van de SOPN (de ‘UFO-partij’), schreef de koningin dat “het eigenaarschap van ‘de rechtspersoon met BSN 102698454’ volledig was overgegaan van de Staat der Nederlanden naar ‘de mens genaamd Johan van de familie Oldenkamp, levende als vrij en soeverein mens bij de gratie Gods.’” Hij stopte met het betalen van zijn zorgverzekering en eiste dat de gemeente Zeist hem als overleden registreerde.

Bedreigingen

Het zijn enkelingen die hun afkeer van het systeem omzetten in geweld, aldus Van Buuren. En ook die ‘actieve systeemhaat’ blijkt vooral een kwestie van woorden: in de onderzochte periode ontvingen politici en gezagsdragers een stortvloed aan doodsbedreigingen, soms voorzien van kogels en één maal van een geladen revolver.

Uitzonderlijke individuen gaan nog verder. De bekendste voorbeelden zijn de moord op Els Borst door Bart van U., de schietpartij in Alphen aan den Rijn door Tristan van der Vlis, en de aanslag van Karst Tates op Koninginnedag in Apeldoorn. Hoe gruwelijk ook, het gaat om incidenten, waarvoor het feit dat de daders complotten zagen geen goede voorspeller is: daarvoor is complotgeloof te algemeen. Van Buuren:

‘[…] bij al deze voorbeelden geldt dat een mix van grieven, persoonlijke problemen, soms mentale problemen en contextfactoren een rol speelt – complotdenken leidend tot systeemhaat kan niet eenvoudig uitgeroepen worden tot het dominante mechanisme dat in deze voorbeelden het geweld verklaart.’

Van Buurens analyse van de woorden van complotdenkers is overtuigender dan die van hun daden. De laatste lijkt vooral gebaseerd op berichtgeving in nieuwsmedia en op openbare stukken van rechtszaken, maar het proefschrift laat in het midden hoe dit materiaal precies is verzameld en gewogen.

Het gelijk van de complotdenkers

Hoewel ze volgens hem niet staatsgevaarlijk zijn, moeten we complotdenkers niet negeren volgens Van Buuren. Als kanaries in de kolenmijn signaleren ze dat de geloofwaardigheid en legitimiteit van het bestel onder druk staan. Ze hebben misschien geen gelijk naar de letter (het koninklijk huis is niet betrokken bij satanistische moorden), maar wel naar de geest: burgers kunnen maar beperkt invloed uitoefenen op de gezichtsloze banken, multinationals en Europese instellingen die zo veel politieke en economische macht bezitten.

Hoewel hij slechts drie complotten onderzocht, die bovendien al allemaal in dezelfde systeemkritische hoek zitten, is Van Buurens boek een mijlpaal: het eerste Nederlandse proefschrift over complottheorieën. De methode kan door anderen worden toegepast op digitale complot-communities rond 9/11, jihad, vaccinaties, UFO’s, chemtrails en genetisch gemodificeerd voedsel. Ook is het nu al tijd voor een update: Van Buuren signaleert zelf de recente opkomst van rechts-radicale complottheorieën op Twitter en Facebook.

Wiet voor het volk

Het onderzoek naar blogs en fora van Van Buuren behoeft ook aanvulling met etnografisch onderzoek. Goed nieuws: binnenkort verschijnt het proefschrift van Jaron Harambam (Erasmus Universiteit), die uitgebreid met complotdenkers sprak en daarbij – net als Van Buuren – stuitte op een groep systeemverlaters.

Doelwit Den Haag? is een academische studie. Hopelijk schrijft van Buuren ook een publieksversie, zodat ook journalisten, politie en justitie kennis kunnen nemen van zijn bevindingen.

Samenvattend: complottheorieën zijn wiet voor het volk. Je gaat er vaag van praten, komt tot niks, maar het is ook niet de onvermijdelijke eerste stap op weg naar een verslaving aan hard drugs.

Full disclosure: ik was op 2 november als lid van de oppositiecommissie aanwezig bij de promotie van Jelle van Buuren.

Meer over complottheorieën:

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Peter Burger, gestolengrootmoeder.nl.

Peter Burger –

Peter Burger is als docent en onderzoeker verbonden aan de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden. Hij schrijft over hoaxes, geruchten en factchecking op www.gestolengrootmoeder.nl. In 2014 promoveerde hij op het proefschrift 'Monsterlijke verhalen: misdaadsagen in het nieuws en op webforums als retorische constructies'.

Alle artikelen van Peter Burger op De Nieuwe Reporter.

  • Maarten

    Interessant.

    Wat ik me afvraag: hoe definieer je een complottheorie? Staat dat in dit onderzoek? Is er een harde grens tussen complottheorieën en ‘mainstream’ aannames?

  • Peter Burger

    Van Buuren gebruikt consequent de term ‘complotconstructie’ om uit te drukken dat hij het heeft over wat anderen een complot noemen – hij zegt niet of het bestaat of niet. Hij definieert complotconstructies als: ‘constructies die een als onrechtvaardig of onverdraaglijk ervaren individuele of maatschappelijke situatie of ontwikkeling verklaren door deze situatie voor te stellen als het doelbewuste resultaat van een groep mensen die in het geheim samenwerkt met kwade bedoelingen’. Ook de mainstream verklaring van 9/11 past in die definitie.