Feiten checken: graag! De vraag luidt nu: hoe?

Check feiten met een methode

President Trump c.s. die gedebiteerde onwaarheden verdedigen als ‘alternatieve feiten’. Politici die tijdens de campagne draaien, spinnen en verzinnen. Hoe moet de journalistiek hiermee omgaan? Nog meer fachtcheckers aanstellen? Sebastiaan van der Lubben meent van niet. Hij pleit ervoor dat journalisten veel nadrukkelijker methoden hanteren. 

De campagne is pas echt goed begonnen als media hun factcheckredactie hebben ingericht. En dat zullen er de komende campagne heel wat zijn. Met Trump als feitenvrij schrikbeeld hebben journalisten de messen geslepen en weinig moeite om (dagelijks?) politici de maat te nemen.

Naar Amerikaans model worden straks Pinocchio’s, hele en halve waarheden of pants on fire uitgedeeld. De journalistiek duwt terug. De vraag rijst echter of we meer feitencheckers nodig hebben of meer (journalistieke) methode? Ik denk het laatste.

Ik baseer dat idee op een essay van Hannah Arendt: Truth and Politics (1967). In een historische analyse van de (moeizame) relatie tussen waarheid, feit, opinie en politiek, concludeert zij dat:

“… [h]istorical sciences and humanities, which are supposed to find out, stand guard over, and interpret factual truth and human documents, are politically of greater relevance.”

Methoden van feitenchecken 

Daarmee suggereert Arendt dat methoden van wetenschappelijk onderzoek een basis is voor het vaststellen en scheiden van feit en mening. Journalistiek speelt daarbij volgens Arendt een essentiële rol, mits afgeschermd van politieke en maatschappelijke druk – onafhankelijk van het politieke domein.

In dat politieke domein, lopen feit en mening hopeloos door elkaar. Een feit is, net als een opinie, geen evidentie. De kans dat feiten het politieke debat overleven, is volgens de politiek theoretica bijzonder klein. Macht probeert de waarheid in eerste instantie tijdelijk, maar uiteindelijk voor altijd buiten te sluiten. Toch voeden feitelijke waarheden het politieke debat.

“Freedom of opinion is a farce unless factual information is guaranteed and the facts themselves are not in dispute.”

Feiten zijn tiranniek 

Feiten zouden ook niet ter discussie moeten staan: de waarheid is autoritair, schrijft Arendt. Een feit is tiranniek: na een feit is er geen debat meer mogelijk, geen mogelijkheid om een feit om te buigen in een voor- of nadeel:

“… for the content of the statement is not of a persuasive nature but of a coercive.”

Een feit dwingt – of u het er nu mee eens bent of niet. De waarheid is de waarheid is een despoot. En dat is voor politici een ondragelijk idee: daarom proberen ze voortdurend van feiten opinies te maken en van hun opinies een feit.

Deze constructie van feiten kan doordat een feit op talloze andere manieren tot stand had kunnen komen, ware het niet dat de de werkelijkheid alle concurrerende mogelijkheden ongenadig om zeep heeft geholpen, aldus Arendt.

Maar de alternatieve lezingen van een mogelijk ontstane werkelijkheid sterven niet met de alternatieven. Die blijven rondzingen. Ook al gebeurde ze niet, ze hadden kunnen gebeuren. Het feit had dus geen feit hoeven zijn – het is nu nog maar een kleine stap naar de kwalificatie ‘opinie’.

Liegen 

“Since everything that has actually happened in the realm of human affairs could just as well have been otherwise, the possibilities for lying are boundless, and this boundlessness makes for self-defeat.”

Losgezongen leugens openen eindeloos nieuwe, potentiële feiten die niet zijn te managen. Politiek is het smalle pad dat loopt tussen de acceptatie van feiten waaraan niets meer is te doen of het ontkennen van feiten om zo grip te krijgen op de werkelijkheid.

Hannah Arendt leest als een aanzet tot een methodologischer politieke journalistiek. De vraag reist nu met welke methoden wij feiten van meningen kunnen scheiden. Zijn die beperkt tot de historische wetenschap en humanities, zoals Arendt bepleit? Of kunnen ook sociaal wetenschappelijke methoden helpen bij het vaststellen van feiten in het politieke domein of, minder ambitieus, het aangeven van meningen-gepresenteerd-als-feiten? Ik denk weer dat laatste.

Claims en claimsmaking

Een methode maakt transparant, minder kwetsbaar en de uitkomsten voorspelbaar. Niet de manier waarop en de frequentie waarmee feiten worden gecheckt zou een onderscheidende kwaliteit van een redactie moeten zijn, maar de methode waarmee dat gebeurd. Ik zet in op een sociaal constructivistische benadering van feiten in het politieke debat en zie graag feitenchecks gepaard gaan met de reconstructie van claims en claimsmaking. Zie het boek Social problems, waarin Joel Best laat zien hoe politici, experts en belangenorganisaties in een strijd verwikkelt zijn om problemen in de samenleving te definiëren.

Met alle bezwaren die eraan kleven, maakt de methode in ieder geval het debat over feiten inzichtelijk:

Claims are arguments, efforts to persuade others that something is wrong, that there is a problem thet need to be solved.” (Best 2013: 18).”

Ik denk niet alleen dat Best hier de basis van sociaal constructivisme uit de doeken doet, maar ook de essentie van een politieke campagne. Zijn methodologie zou dus een-op-een op een redactie passen.

Hoe de methode werkt komt morgen in deel 2 aan bod.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog van Sebastiaan van der Lubben.

Sebastiaan van der Lubben –

Sebastiaan van der Lubben is docent journalistiek aan de Hogeschool Utrecht en de Vrije Universiteit. Daarnaast werkt hij als freelance journalist voor het Leidsch Dagblad.

Alle artikelen van Sebastiaan van der Lubben op De Nieuwe Reporter.