Naar een methode voor het checken van claims

De journalistiek moet naarstiger op zoek naar een methode, schreef Sebastiaan van der Lubben gister op De Nieuwe Reporter. Een methode maakt de feiten die ze produceert (waaruit al een keus spreekt) niet alleen robuuster, maar ook vatbaarder voor kritiek. Van der Lubben stelt voor dat politiek journalisten Joel Bests Social problems als handvat gebruiken. 

Het construeren van sociale problemen, schrijft Joel Best in zijn boek Social problems, gaat over het maken van claims. Mensen claimen dat er een probleem is – de vraag of dat probleem er daadwerkelijk is, doet nauwelijks ter zake.

Of u nu gelooft dat vluchtelingen het probleem zijn of, om andere redenen, een aanzet tot een oplossing, maakt voor de claim niet zoveel uit: in beide gevallen missen we een benchmark buiten onze eigen overtuiging om voor eens en voor altijd te kunnen bepalen welke van de twee het nu is. Een belangrijke kwaliteit van een sociaal probleem is dat het geen feit is waarover geen debat meer bestaat, maar het resultaat is van verschil(len) van mening.

Openbaarheid

Zo’n claim heeft specifieke kenmerken, oorzaken en (veronderstelde) oplossingen en is dus kenbaar voor het publiek. De noodzakelijke voorwaarde voor een claim is het publieke karakter ervan. Zonder openbaarheid geen claims. Best presenteert in zijn boek een ‘historisch’ model dat zeer bruikbaar is voor het (re)construeren van die sociale problemen, ook voor (politieke) journalistiek. Daarom staat Bests claimsmaking hier centraal.

Bests model van sociale problemen bestaat uit (maar liefst) zes stappen: claimsmaking, media-aandacht, publieke reactie, beleidsvorming, sociaal-probleem-werk en beleidsuitkomsten. Nu bestaat het leven niet uit duidelijk afgescheiden fases – was het maar zo’n feest. Best biedt met zijn model wel een schema waarmee die warrige werkelijkheid enigszins kan worden geordend en, niet onbelangrijk, keuzes in die ordening ook zichtbaar zijn en, belangrijkste: ter discussie kunnen worden gesteld.

Macht en retorica

Bij elke stap, merkt Best op, zijn niet alle betrokken actoren gelijkwaardig. Sommige hebben meer macht, aanzien, kennis of een breder netwerk dan anderen. En niet alle actoren hebben dezelfde vermogens om hun standpunt met betrekking tot een sociaal probleem te verwoorden: bij elke stap in het ontstaan van sociale problemen “a troubling condition can be reconstructed to fit the concerns of the actor involved in that stage” (Best 2013: 24). Dat maakt het proces juist zo lastig om te overzien: actoren gaan rollen-bollend over straat waarvan willekeurig verslag wordt gedaan.

Ja, het gaat in al die fases om angst en horror, sympathie en begrip. Actoren spelen met gevoelens ten voordele van de claimsmaker (en ten nadele van diens tegenstanders). Tegelijkertijd willen zij objectiveren, van opinies feiten maken en andersom. Het gaat niet alleen om gevoel, ook om inhoud. Macht en retorica strijden om dominantie over het toelaten of afwijzen van een probleem. Bests benadering van sociale problemen sluit daarom ook zo goed aan bij politieke journalistiek: de verslaggeving en analyse van die verbale strijd.

Constructivisme 

Daarmee omarmt Best sociaal constructivisme als benadering van sociale problemen. En dat is voor veel commentatoren een lastige. Constructivisme heeft een slechte naam: anaything goes. Er zou geen waarheid meer bestaan, alles gaat schuiven als we accepteren dat iets niet is, maar wordt verondersteld. Toch leven we in “the modern age”, schrijft Arendt, “which believes that truth is neither given nor disclosed to but produced by the human mind”.

Kortom: ook journalisten zijn producenten van kennis en cultuur. Het is eerlijk als de methode waarmee ze dat doen, kenbaar is voor anderen. Best biedt handvatten om dat ‘productieproces’ inzichtelijk te maken en vatbaar voor kritiek. Zijn benadering van claims verdient meer aandacht van politiek journalisten. Zeker in de hoogtijdagen van de politieke claim: de verkiezingsstrijd. Want het zal u na mijn vorige stuk niet verbazen dat ik ervan overtuigd ben dat die strijd niet om feiten draait, maar om claims. De vraag rijst wat journalisten daarmee gaan doen.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog van Sebastiaan van der Lubben.

Sebastiaan van der Lubben –

Sebastiaan van der Lubben is docent journalistiek aan de Hogeschool Utrecht en de Vrije Universiteit. Daarnaast werkt hij als freelance journalist voor het Leidsch Dagblad.

Alle artikelen van Sebastiaan van der Lubben op De Nieuwe Reporter.

  • Al 50 jaar vóór Trumps leugens excelleerden de Amerikaanse verkiezingscampagnes in campaign ads die leugens verspreidden en die dan vervolgens news items werden. Deze ontwikkeling tot en met de oorlog om Koeweit werd uitvoerig bestudeerd door Kathleen Hall Jamieson en besproken in haar boek DIRTY POLITICS (1992), met de ondertitel Deception, Distraction and Democracy. Haar adviezen aan de media om zich niet voor het karretje van gehaaide media consultants van presidentskandidaten te laten spannen en als journalisten vooral te focussen op de werkelijke problemen van het land en kandidaten naar hun oplossingen/verzachtende maatregelen te vragen, hebben nog steeds hun waarde denk ik zo in het tijdperk van de (a)social media.