Waarom Windesheim heel bewust kiest voor constructieve journalistiek

Jan van Groesen moet niks hebben van constructieve journalistiek, zoals die beleden wordt aan de opleiding journalistiek in Zwolle, zo schreef hij vorige week op De Nieuwe Reporter. De opleiding reageert: Van Groesen heeft weinig begrepen van wat constructieve journalistieke inhoudt.

Afgelopen donderdag schreef Jan van Groesen een lang stuk op De Nieuwe Reporter waarin hij zich richtte tot de opleiding Journalistiek van Hogeschool Windesheim in Zwolle. Van Groesen past in de lead-alinea een beproefde propagandatechniek toe: hij schetst een karikatuur van constructieve journalistiek om daar vervolgens korte metten mee te kunnen maken.

Selectief shoppen

Hij doet dit onder meer als volgt:

“De traditionele journalist neemt daarbij belangrijke kernwaarden in acht, zoals hoor en wederhoor. Daarvan moet de constructieve journalist echter helemaal niets weten.”

Dat noemen we tegenwoordig een alternative truth (we komen hier verderop op terug).

Vervolgens schrijft hij:

“Voor de constructieve journalist is één vraag de belangrijkste: wat nu?”

Ook dit klopt niet. Deze vraag wordt toegevoegd, maar de andere vijf w’s zijn ook bij constructieve journalistiek onmisbaar. We voegen nog veel meer vraag-modellen toe in ons onderwijs. Allemaal bedoeld om de interviewtechnieken van studenten en journalisten te versterken en uit te breiden.

We kunnen doorgaan met het aandragen van voorbeelden van selectief shoppen door Van Groesen; een werkwijze die echter niet hoort bij open en correcte verslaggeving. Liever grijpen we, met dankzegging naar hem voor de uitgestoken hand, de kans om op dit platform te illustreren waar we bij Windesheim aan werken en waarom.

Inhoudelijke innovatie

Het laatste decennium heeft de discussie over hoe de journalistiek moet innoveren zich hoofdzakelijk geconcentreerd op nieuwe verdienmodellen en technologische innovaties. Die belangrijke discussie loopt nog volop. Onze opleiding volgt deze ontwikkelingen op de voet en doceert ze.

Daarnaast kiezen wij ervoor ook bij te dragen aan een discussie over inhoudelijke innovatie in de journalistiek. Het vertrouwen in ons metier staat onder druk en dat terwijl een democratische rechtsstaat en een open samenleving niet zonder een goed functionerende journalistiek kunnen.

Wij willen samen met de vakbroeders nadenken over de vraag hoe journalistiek zich kan onderscheiden en legitimeren, nu iedereen zender is geworden en journalisten in toenemende mate worden gewantrouwd. Naast financiële en technologische innovatie is inhoudelijke vernieuwing hoogst noodzakelijk om de legitimering van het vak van de journalistiek voor de toekomst te borgen.

Constructieve journalistiek

Windesheim probeert dit door de lens van constructieve journalistiek. We zoeken het debat over de kansen van dit concept en zijn tevens alert op valkuilen. Het is een speurtocht naar hoe de journalistiek de discussie over oplossingen kan faciliteren in een samenleving die geconfronteerd wordt met complexe vragen omtrent klimaat, migratie, herverdeling van middelen, economische crisis, populisme, polarisatie.

In essentie gaat het ons om de vraag hoe het publiek opnieuw inhoudelijk te verbinden aan die discussie en hoe de journalistiek daarbij een betrouwbare speler kan blijven. Een instrument dat de onder druk staande democratische rechtsstaat kan blijven dienen.

Ons vertrekpunt is: welke manieren zijn er te vinden om journalisten optimaal te equiperen, opdat zij het publiek kunnen faciliteren in de zoektocht naar antwoorden op de complexe problemen waarvoor de samenleving wordt gesteld?

De zesde ‘w’

Constructieve journalistiek, zoals wij het zien, start bij de 5 klassieke w’s: wie, wat, waar wanneer, waarom. We hebben daar een zesde ‘w’ aan toegevoegd: Wat nu? Deze staat symbool voor het feit dat we denken dat journalistiek meer vooruit moet kijken. Niet moet stoppen bij de problemen en de schuldvraag, maar ook de discussie over oplossingen dient te faciliteren.

Het oude model was: de journalistiek concentreert zich op wat niet werkt, en de verantwoordelijke samenleving lost het op. Dat model blijkt steeds minder effectief. Daarom denken wij dat de journalistiek zich ook meer moet concentreren op wat wel zou kunnen werken.

Basisprincipes

Constructieve journalistiek onderschrijft de basisprincipes van kwaliteitsjournalistiek, zoals waarheidsvinding, het controleren van de macht, hoor en wederhoor, en kritische analyse. Het is gericht op het blootleggen van problemen, dilemma’s en misstanden, maar gaat dus verder. Niet alleen breken maar ook bouwen. Kritiek is een middel, geen doel.

Constructieve journalistiek probeert het publiek te betrekken bij het verhaal, te verbinden aan het dilemma, uit te nodigen tot nadenken over oplossingen. Juist door de nieuwe perspectieven en alternatieven in beeld te brengen. Het concentreert zich op de toekomst, op mogelijkheden, op kracht en groei.

Voorbeelden

Onlangs publiceerden we het magazine Wat Nu om de stand van het debat omtrent constructieve journalistiek weer te geven. Hierin presenteren we naast de twee ‘christelijke’ voorbeelden die Van Groesen citeert, talrijke andere nieuwsorganisaties en programma’s die experimenteren met constructieve elementen in hun journalistiek: zoals Tegenlicht, de Correspondent, Follow the money, de BBC, het VRT-journaal en regionale media als TC Tubantia. Tijdens het congres over constructieve journalistiek op 2 december bij Windesheim presenteerden we nog veel meer (inter)nationale voorbeelden.

Een ieder die zich een idee wil vormen van de thema’s en de variatie in nieuwsorganisaties die zich presenteerden tijdens het congres, kan terecht op de speciaal hiervoor ontwikkelde site constructievejournalistiek.nl.

Afstandelijkheid versus onafhankelijkheid

Tot slot: Van Groesen beschouwt afstandelijkheid als een voorwaarde voor onafhankelijkheid, hij beschouwt ze bijna als synoniemen. Wij zijn inderdaad tegen een te grote afstandelijkheid en voor meer betrokkenheid bij de samenleving. In essentie is de journalistiek een metier dat het publiek belang moet dienen, de rechtsstaat moet ondersteunen, de burger dient te gidsen in de snel groeiende oceaan aan informatie.

Wij pleiten ervoor onafhankelijk te zijn, maar niet vanuit zogenaamde steriele professionaliteit. In het magazine Wat Nu wordt talloze keren aangegeven dat constructieve journalistiek gebeurtenissen vanuit meerdere perspectieven verslaat. Op die manier laat je je onafhankelijkheid niet varen. Het is een diepgevoelde journalistieke drang om de complexe werkelijkheid van feiten, argumenten en opvattingen in kaart te brengen, deze te ontrafelen, te vertellen en weer te bevragen, opdat niemand de waarheid kan monopoliseren.

Uitnodiging

Omdat de selectie van argumenten door Van Groesen is gebaseerd op onjuiste aannames rondom de opleiding Journalistiek van Windesheim, nodigen we hem bij deze uit voor een constructief bezoek, zodat hij zich als een waar journalist goed kan informeren (met de poten in de modder, zoals dat heet: op zoek gaan naar waarheid, context en nuance).

Niek Hietbrink, Erik van Schaik, Miranda van Dijk, Liesbeth Hermans, Nico Drok, Eva Vriend, Cathrine Gyldensted en Bas Mesters

Niek Hietbrink (docent), Erik van Schaik (docent), Miranda van Dijk (docent), Liesbeth Hermans (lector), Nico Drok (lector), Eva Vriend (docent), Cathrine Gyldensted 'director constructive journalism') en Bas Mesters (directeur) zijn allen verbonden aan de opleiding journalistiek van de Hogeschool Windesheim in Zwolle.

Alle artikelen van Niek Hietbrink, Erik van Schaik, Miranda van Dijk, Liesbeth Hermans, Nico Drok, Eva Vriend, Cathrine Gyldensted en Bas Mesters op De Nieuwe Reporter.