Mayke Blok, mediastrateeg van De Correspondent

“De Correspondent wil de wereld voor de hele wereld begrijpelijker maken”

Gisteren maakte De Correspondent bekend het platform uit te breiden met een Engelstalige versie – The Correspondent. Voordat dit nieuws bekend werd sprak Gonnie Spijkstra met Mayke Blok. Als mediastrateeg en als protégé van uitgever Ernst-Jan Pfauth houdt ze zich bezig met de groei van het bereik en van het aantal leden. Een gesprek over diversiteit, podcasts en de internationale groeiplannen.

Met The Correspondent hoopt De Correspondent een groter publiek te bereiken en buitenlandse experts aan zich te binden. Samen met Jay Rosen, professor aan New York University, gaat De Correspondent een jaar lang onderzoek doen naar de haalbaarheid van lidmaatschappen als verdienmodel in de wereldwijde journalistiek. Na dat jaar wordt een lanceerplan voor The Correspondent uitgewerkt. Achter de schermen is De Correspondent al langer bezig met de voorbereidingen.

Wat kan je vertellen over jullie internationale plannen?

‘We willen naar het buitenland en we vertalen ook al artikelen. We hebben een verhaal van Sarah Kendzior, een Amerikaanse journaliste, dat na een paar dagen 480.000 keer is gelezen en daarmee het vier na bestgelezen artikel ooit is. Dat terwijl we geen groot bereik hebben buiten Nederland met bijvoorbeeld internationale Facebookpagina’s. Dat was voor ons een teken dat ons platform ook in het buitenland zou kunnen werken. Daar is funding voor nodig en daar gaan we met een buitenlandse journalistieke partij, een universiteit in New York, mee aan de slag. Het zou heel tof zijn als we de wereld voor de hele wereld begrijpelijker kunnen maken.’

Wat zie jij als de missie van De Correspondent?

‘De mooiste manier om het uit te leggen, vind ik deze zin: “context bieden bij het nieuws en de wereld op die manier begrijpelijk maken”. Ik word daar zelf wel rustig van. Dat is wat ik wil van een medium: helpen om deze zo vage en complexe wereld begrijpelijk te maken.’

Jullie spreken ook wel over ‘het beste medicijn tegen de waan van de dag’. Is de waan van de dag een ziekte?

‘Nu spreek ik uit mezelf, maar ik denk dat de waan van de dag best wel verslavend kan zijn en als doel heeft om te entertainen, niet om te informeren. Een waan is heel lekker, je gaat erin op, maar aan het eind van de dag leert het je heel weinig. Als je de hele dag het nieuws volgt, weet je aan het einde van de dag precies níet hoe de wereld in elkaar zit, want nieuws gaat altijd over uitzonderingen. Wij proberen dus niet te schrijven over de uitzonderingen, maar over de structuren.’

Zijn er functionaliteiten die je echt typisch De Correspondent vindt, die bijdragen aan jullie missie?

‘De thema’s zijn een heel belangrijke functionaliteit. We waren op zoek naar een manier om te laten zien dat onze verhalen over een lange tijd opgebouwd zijn, dat er een lijn en een leercurve in zit en dat het niet zomaar wat losse artikelen zijn. Ik noem dat Joris-Luyendijk-achtige journalistiek; dat je iemand echt meeneemt vanaf het begin en samen iets gaat leren. Je kunt een thema lezen, dan ben je bij, en je kunt vervolgens de artikelen lezen voor de verdieping. Nu is het zaak dat we de thema’s beter onder de aandacht brengen. Ik zou dat graag willen doen met crash courses: een mail-flow waarbij je elke week een les krijgt. Ook dat is een vorm om iemand de wereld beter te laten begrijpen. Mijn missie is ook om ons van Facebook af te krijgen, met name door middel van de persoonlijke nieuwsbrieven.’

Met nieuwsbrieven kun je je leden ook continuer bereiken, zodat je weer meer afraakt van de waan van de dag, iets waar Facebook natuurlijk in gespecialiseerd is.

‘En dat algoritme waar je afhankelijk van bent, speelt ook mee. Facebook kan in één keer besluiten dat je alleen nog maar dingen van je vrienden ziet. Dan hebben we nog wel wat bereik, maar wel een stuk minder.’

Hoe belangrijk is Facebook nu voor jullie?

‘Ik geloof dat we nu op vijftig procent bezoek via sociale media zitten, maar dat wisselt per dag. We hebben maar vijf stukken per dag en als je dan een stuk hebt dat viraal gaat, dan slaat de meter meteen uit.’

Hoeveel daarvan komt vanuit posts vanuit je logo en hoeveel van shares van leden? Mensen zeggen bij een share letterlijk: ‘Ik beveel jou dit verhaal van De Correspondent aan’, dus het is aannemelijk dat dit leidt tot nieuwe leden.

‘Dat weet ik niet. We meten wel hoeveel mensen klikken op shares vanuit de deelknoppen, maar dat gedeelte is wel substantieel minder. De meeste mensen worden wel lid via de artikelpagina.’

Wat voor artikelen zijn dat, die mensen overtuigen om lid te worden?

‘De constructieve journalistiek, zoals bijvoorbeeld de artikelen en columns van Rutger Bregman over hoe we de wereld kunnen verbeteren. Maar je ziet ook dat een niche-artikel over bijvoorbeeld geneeskunde voor veel nieuwe leden kan zorgen. Dat zijn dan waarschijnlijk mensen uit de farmacie. Maar ook bij ons zijn het de bizarre uitschieters die zich vertalen in nieuwe leden: aanslagen, de verkiezing van Trump en MH17. We wachten dan met publiceren en komen later met duiding. We pakken vaak een gevoel dat op dat moment bij veel mensen leeft en duiden dat, zoals in ‘Wakker worden in een nieuwe wereldorde’ van David van Reybrouck. Zo’n artikel laat zien hoe je ergens over kunt nadenken.’

Heb je ook aanwas van jongere leden?

‘We houden op de site geen leeftijd bij. We schrijven ook veel over privacy, dus moeten we ook de privacy van onze leden waarborgen. Dat soort data interesseert ons ook niet. We zijn gaan schrijven over dingen die wij van belang vinden en daar komt een heel gemêleerd publiek op af. De Correspondent is voor iedereen en we doen niet aan doelgroepdenken. Daardoor spreken we een grote groep aan.’

Je gaf eerder aan dat een van je taken is om in het leesritme van de lezer te komen. Wat doe je daaraan?

‘Dat is nog steeds een grote uitdaging, omdat we niet op de mat van de lezer vallen. De persoonlijke nieuwsbrieven zijn een belangrijk middel hiervoor. We willen ook persoonlijke notificaties invoeren, die liefst ook tijdgebonden zijn. Onze leden moeten kunnen aangeven: “Dit zijn de onderwerpen waarin ik geïnteresseerd ben en om negen uur ’s avonds zit ik altijd op de bank. Stuur mij dan artikelen over deze onderwerpen.” Veel media zijn zoveel aan het zenden en ik wil vooral nadenken over wat het prettigst is voor de lezer. We zullen er wel altijd voor zorgen dat je ook andere verhalen te zien krijgt, zodat je niet in een bubbel komt.’

Wanneer maken jullie impact in het leven van jullie leden?

‘Er zijn duizenden manieren om impact te creëren, waarvan je er misschien driehonderd ook echt kunt meten. Je kunt een stuk hebben dat weinig is gelezen, maar misschien wel door Neelie Kroes, die er vervolgens iets mee doet. Dan heb je ook impact, maar het is niet meetbaar. Impact is een modewoord aan het worden trouwens, daar hebben we nog een stuk over geschreven: iedereen heeft het over impact, maar wat is het nou eigenlijk?’

Maar los van of je het kunt meten, wat is impact voor De Correspondent?

‘Als één lid na het lezen van één artikel denkt: “Goh, nu begrijp ik de wereld weer een beetje beter”, dan vind ik dat impact. Dan hebben we onze missie behaald. Impact zit hem ook in het op de kaart zetten van thema’s. Door constant over privacy te schrijven, merk ik dat er in andere media meer aandacht voor is gekomen. Maar we hebben ook verhalen die je leven verrijken, zoals ‘De ode aan het offline zijn‘. En we brengen de zelfhulpreeksen die je meteen kunt toepassen op je leven.’

Met de zelfhulpreeksen ga je richting service. Gaan jullie meer bewegen van het brengen van verhalen naar het brengen van service?

‘Ik denk dat journalistiek sowieso wat meer gezien kan worden als een service. De service is dat we mensen informeren, waar het elders steeds meer gebruikt wordt om te entertainen. Maar ook een stuk over intrinsieke motivatie is service: wij bieden inzichten over dat mensen wel bereid zijn om de goede dingen te doen, maar dat het systeem eromheen in de weg staat. We willen sowieso voorkomen dat mensen aan het eind van het artikel denken: “Oké, en nu?” Dat is constructieve journalistiek. Niet alleen maar problemen aankaarten, maar ook oplossingen aandragen.’

Als je impact hebt, hoe maak je het thema vervolgens groter?

‘We volgen onze eigen fascinaties en we maken sowieso series, dus we doen er altijd langere tijd iets mee. We plaatsen regelmatig updates. Misschien wordt het een thema, misschien wel een boek, we kunnen een avond organiseren. Het blijft niet bij één verhaal.’

Wat maakt een podcast een geschikte vertelvorm om bij te dragen aan de missie?

‘Ook de gesprekken in de podcasts zijn constructief: eerst schetsen we een probleem en daarna gaan we kijken wat we eraan kunnen doen. Een podcast is langzaam en je kunt dieper op een onderwerp ingaan. We merken dat als mensen een podcast hebben geluisterd, dat ze daar aan over anderen vertellen alsof ze zelf aan dat gesprek hebben deelgenomen. Dat is ook hoe de podcasts zijn ontslaan: we vonden de gesprekken die we zelf voeren op de redactie zo interessant, dat we dachten: “Moeten we ze niet opnemen?” Dat zijn we toen gaan doen en dat wordt maar groter en groter.

Zijn er ook wel eens dingen compleet mislukt?

‘We hebben wel eens een artikel dat het minder doet en marketingacties die we niet hadden hoeven doen. Maar eigenlijk zitten we heel erg op een soort streak. Wel zijn we bezig met de kritiek dat we vooral schrijven voor mensen die het toch wel met ons eens zijn. We willen diverser worden en daarom hebben we nu de hiphopredactie die schrijft over straatcultuur, een subcultuur die bij ons onderbelicht is. En onlangs hebben we samen met Joris Luyendijk een initiatief opgezet waarbij we in gesprek gingen met PVV-stemmers.’


Leestips

Op NiemanLab verschenen enkele interessante artikelen over de internationale stap van De Correspondent:

Op Nieuwe Journalistiek verschenen eerder artikelen over de internationale voorbereidingen van De Correspondent:


Lees ook eerdere interviews in deze serie:

Gonnie Spijkstra –

Gonnie Spijkstra is content- en social strateeg.

Alle artikelen van Gonnie Spijkstra op De Nieuwe Reporter.