Waarom bepaalt een vakbond welke journalisten zitting mogen nemen in de Raad voor de Journalistiek?

De NVJ heeft een zware stem in het benoemen van journalisten in de Raad voor de Journalistiek, het orgaan dat klachten over journalisten behandelt. Dat maakt de Raad voor de Journalistiek ongeloofwaardig, meent Theo Dersjant. Hij spreekt daarom van de Raad voor de NVJ-journalistiek.

De Raad voor de Journalistiek oordeelt of een journalist zijn of haar werk naar behoren heeft gedaan. Let wel: de Raad richt zich daarbij op alle Nederlandse journalisten. Des te vreemder dat wie als journalist lid van die Raad wil worden, over een NVJ-lidmaatschapskaart moet beschikken. Niet-leden komen er nagenoeg niet in.

Daarmee ondergraaft de Raad voor de Journalistiek haar eigen geloofwaardigheid. Zelfregulering voor de hele bedrijfstak zou principieel niet alleen toegankelijk moeten zijn voor leden van een FNV-vakbond.

NVJ-stempel

Het staat er echt, in artikel 5.3 van de statuten van de Raad voor de Journalistiek:

Van de leden die journalist zijn worden er ten minste zeven benoemd op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Journalisten.”

Om in het volgende artikel toe te voegen:

“Van de leden die journalist zijn worden er ten minste drie benoemd op voordracht van het bestuur van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, in overleg met het bestuur van de beroepsgroep hoofdredacteuren van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten.”

Met andere woorden: alle tien de journalistleden die zitting nemen in de Raad voor de Journalistiek, moeten het NVJ-stempel krijgen. Zeven draagt de NVJ voor. En die moeten, zo blijkt uit een recente oproep  van de NVJ, ook lid zijn van de bond. Kortom: het orgaan dat voor zelfregulering in de sector moet zorgen, is de facto een NVJ-vehikel.

En waarom zou de NVJ dat eigenlijk willen? De NVJ vindt zichzelf, blijkens een tweet van algemeen secretaris Thomas Bruning, representatief. En financiert de raad. Voor dat geld moet de NVJ blijkbaar invloed terug.

Chinese toestanden

Het maakt de Raad al in oorsprong een curieuze club, waar de leden via verschillende loketten binnenkomen. De niet-journalisten worden door de Raad zelf aangezocht. Voorwaarde daarbij is dat ze vooral niet de verdenking op zich laden iets met journalistiek van doen te hebben. De journalist-leden komen direct (de zeven) en indirect (de drie) via het NVJ-loket. Zonder NVJ-stempel komen zij er niet in. De vakbond als gatekeeper van de zelfregulering. Of, zoals een student van me het uitdrukte: ‘Chinese toestanden’.

Als de Raad voor de Journalistiek zichzelf serieus in de sector wil ‘neerzetten’, zal het ook dit archaïsche benoemingssysteem op de schop moeten nemen. Want het geeft in deze tijd geen pas meer dat een vakbond bepaalt wie er meebeslist welke ethische gedragingen door de beugel kunnen. Dat de NVJ geld op tafel legt voor het functioneren van de Raad, is sympathiek, maar zou zonder verdere eis van tegenprestatie moeten blijven.

Buikpijn

Uit gesprekken met personen (niet-journalisten) rond de Raad begrijp ik overigens dat ook daar intern veel leden buikpijn hebben bij het gedateerde benoemingsbeleid. Maar ja, het staat nu eenmaal in de statuten en die verander je niet zomaar. Zeker niet als de NVJ zich tegen statutenwijziging verzet. Want wie betaalt, bepaalt.

Zolang de Raad dit overblijfsel uit vervlogen tijden nog tolereert, kan de Raad niet serieus genomen worden. Tenzij het vanaf heden alleen nog maar uitspraken doet over NVJ-leden. Dan is het ‘voor en door de NVJ-leden’. Ook goed (maar geen zelfregulering in de sector).

De journalistenbond organiseert ruwweg de helft van de Nederlandse journalisten. De andere helft dus niet. Is zelfregulering niet voor hen bedoeld? Waarom zou de NVJ eigenlijk vasthouden aan zo’n belegen systeem?

Raad voor de NVJ-journalistiek

Ik geloof zomaar dat het gemiddelde NVJ-lid echt geen wezenlijk andere ethische moraal heeft dan het gemiddelde niet-lid. Des te meer dringt zich de vraag op: waarom zou je dat dan exclusief voor vakbondsleden willen houden? Er is eigenlijk geen enkel zinnig argument voor te bedenken.

Als ik voor de Raad gedaagd zou worden, zou ik antwoorden: ‘Zorg eerst maar eens dat het geen NVJ-vehikel meer is. Maak een transparant benoemingsbeleid, waarbij de Raad altijd zelf kandidaten zoekt.’ Tot die tijd noem ik de Raad ‘de Raad voor de NVJ-journalistiek’ en is die club verre van ‘een onafhankelijke instantie van zelfregulering voor de media’ (de eerste zin op de homepage van de Raad). Hoezo onafhankelijk?

Disclaimer. De auteur is een jaar geleden door een lid van de Raad voor de Journalistiek gepolst voor het lidmaatschap als ‘niet-journalist’. Dat voorstel is vervolgens door het bestuur van diezelfde Raad terzijde gelegd, omdat de kandidaat te veel journalist zou zijn. De auteur is geen lid (meer) van de NVJ.

Theo Dersjant –

Theo Dersjant (1957) is mediajournalist en docent aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. In 2000 verscheen van zijn hand het boek 'Uit onbetrouwbare bron - de mooiste missers in de media'. In 2014 verscheen zijn boek 'Oud bestuur - een jaar ongenode gast bij een waterschap'.

Alle artikelen van Theo Dersjant op De Nieuwe Reporter.

  • folkert jensma

    Het bestuur van de stichting Raad voor de Journalistiek is (al jaren) ongelukkig met de statutaire beperking alleen journalisten te mogen benoemen die lid zijn – of dat willen worden – van de NVJ. Hoezeer we de NVJ ook waarderen als deelnemer en mede-oprichter aan de Raad, de werkelijkheid is dat er ook heel veel journalisten zijn die geen lid zijn van de vakbond annex beroepsvereniging.

    Ook voor deze groeiende groep wil de Raad relevant zijn; en dus openen we bij iedere ronde van nieuwe benoemingen weer het gesprek met de NVJ over deze beperking. Maar tot nu toe vruchteloos. In hoeverre dat gezag of geloofwaardigheid van de Raad aantasten is ter beoordeling van de beroepsgroep en de branche – en dus ook van de NVJ zelf. Het heeft onze voorkeur de statuten op dit punt te mogen wijzigen, zodat we Dersjant en anderen tegemoet kunnen komen. Maar daarvoor is de instemming van de NVJ vereist – en die van álle andere deelnemers aan de Raad. Aan de Raad zal het niet liggen.

  • JeroenMirck

    Vorig jaar heb ik me na een oproep gemeld als kandidaat-lid voor de Raad voor de Journalistiek. In die oproep stonden allerlei eisen waar je aan moest voldoen, maar nadrukkelijk niet dat je NVJ-lid moest zijn. Ik benadrukte dat ik bestuurslid was van de Freelancers Associatie (FLA, tegenwoordig de sectie Freelance Journalisten van de Auteursbond), want dat leek me van toegevoegde waarde voor het lidmaatschap. Thomas Bruning liet me echter per ommegaande weten dat hij mijn kandidatuur niet zou inbrengen omdat ik geen NVJ-lid was. Dat dit niet in de vacaturetekst stond vermeld deed niet ter zake.

    Het verbaasde me des te meer om een tijdje later te horen dat een vriendin van mij wel was benoemd als lid, terwijl ze evenmin lid is van de NVJ. Zelf vind ze dat ook wat inconsequent. Los daarvan: de meeste journalisten in Nederland zijn geen lid van de NVJ en een deel daarvan is elders georganiseerd, bijvoorbeeld binnen de Auteursbond. Het zou niet meer dan logisch zijn om daar ook iemand van af te vaardigen. Gewoon, voor de pluriformiteit van de Raad.

  • Ha, dit is duidelijk een zaak waar de lange mars door de instituties aan te pas moet komen. Iemand onder de lezers NVJ-lid en bereid dit aan te dragen in de verenigingsraad of een ander orgaan? Thomas Bruning zal eerder bewegen als er vanuit zijn leden druk ontstaat om afscheid te nemen van de tijden van weleer en het heden te omarmen.