Hoe de Volkskrant en Wierd Duk liegen

Soms verschijnt ronduit onjuiste informatie in bekende media. Dat komt doordat redacties zich bedienen van trucs om journalistieke regels te omzeilen. Bijvoorbeeld door opiniestukken of interviews te publiceren, zonder feitencontrole. Mihai Martoiu Ticu bespreek twee voorbeelden.

Bill Kovach en Tom Rosenstiel schrijven in hun boek ‘The elements of journalism’ het volgende:

“[T]here remain clear principles we require of our journalism, principles that citizens have a right to expect… The first among them is that the purpose of journalism is to provide people with the information they need to be free and self-governing. To fulfill this task:

  1. Journalism’s first obligation is to the truth.
  2. Its first loyalty is to citizens.
  3. Its essence is a discipline of verification.”

Dus om vrij en soeverein te zijn hebben we recht op loyaliteit, waarheid en toetsbaarheid. De media die deze drie regels schenden, schenden onze rechten – ze roven onze vrijheid en ze domineren ons.

Om deze abstracte regels in de praktijk te brengen hanteren journalisten een aantal specifiekere ethische regels. Stel je bijvoorbeeld voor dat De Telegraaf een stuk zou willen schrijven dat Mark Rutte kinderverkrachter zou zijn. Dan zorgen ze dat ze heel goede bewijzen hebben, zoals documenten, opnamen, getuigen. Journalisten zoeken twee onafhankelijke betrouwbare bronnen voor explosief nieuws over de regering. En als ze iemand zwart maken, plegen ze wederhoor.

Het interview en opiniestuk als ideale liegtechniek

Maar journalisten hebben ook trucs gevonden om deze regels te omzeilen: ze zoeken iemand met dezelfde vooroordelen als henzelf – of een leugenaar – en publiceren zijn leugens als interview of opiniestuk. Dan roepen ze dat zij niet aansprakelijk zijn voor de waarheid; ze hoeven geen betrouwbare bronnen te hebben, geen getuigen, geen documenten; ze hoeven geen wederhoor te plegen; zij hoeven de uitspraken van hun geïnterviewde niet te controleren. Lang leve luilekkerland. Na twee minuut googelen vinden ze al iemand bereid om leugens te vertellen. Hieronder twee voorbeelden.

Eerste voorbeeld: De Volkskrant

De Volkskrant interviewde Annabel Nanninga en zij zei:

“Ik ken heel veel ondernemers die er vanwege slechte ervaringen moeite mee hebben [Marokkanen] aan te nemen… [omdat Marokkanen] afspraken niet nakomen, stelen, onberekenbaar en snel gepikeerd zijn en werkgevers van racisme beschuldigen als die ook maar een beetje kritiek uiten.”

Wat als Nanninga zou roepen dat de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad uit de winkels steelt? Zou men geen enkele vervolgvraag stellen? Maar over Marokkanen stelde de journalist geen kritische vraag omdat hij dit antwoord wilde.

Ik vroeg de redactie om mij te helpen om deze bewering te controleren. Kent Nanninga echt enige ondernemers die dat zeggen? En hoeveel is het ‘heel veel’? De redactie negeerde mijn vriendelijk verzoek. De beste verklaring is dat de Volkskrant schijt heeft aan de waarheid, loyaliteit en controleerbaarheid.

Deze verklaring past in een trend bij de Volkskrant om minderheden in een kwaad daglicht te stellen. Zo deed de krant haar best om te bewijzen dat alle moslims potentiële ISIS-aanhangers zijn en voerde een oorlog tegen de islam. De redactie vertaalde een blog van moslimhater Daniel Pipes, die ook nog in de tweede paragraaf zijn eigen argument weerlegt. Dus de krant investeert geld en energie in drogredenen, alleen om moslims zwart te maken.

Tijdens het Wilders-proces was de Volkskrant partijdig tegen de mensenrechten van minderheden.

Bovendien is een interview slechts relevant als de geïnterviewde deskundig is en/of een goed argument heeft. Nanninga daarentegen is nergens deskundig in, noch heeft ze briljante argumenten. Dus de interviewer koos Nanninga om haar leugens.

Ook Jacques Monasch kreeg de vrije hand om leugens en contradicties te preken. Hij vertelde in een interview met de Volkskrant dat migranten tegelijk werkloos zijn en alle banen jatten.

‘De zoon van die trambestuurder wilde wellicht ook wel op de tram, maar vanwege positieve discriminatie kreeg iemand anders voorrang.’

Ik mailde de grootste ov-bedrijven (GVB, RET en Qbuzz) in de drie grootste steden en kreeg van alle drie ongeveer dit antwoord:

‘Qbuzz discrimineert niet, dus het bericht is onjuist. Wij herkennen ons daar niet in, in de uitspraken van Monasch.’

Tweede voorbeeld: Wierd Duk

Als krantenjongen, geil op moslims en internationale relaties, heeft Wierd Duk de expertise van een vaatdoek. Hij zoekt het nirwana van hét Interview als reïncarnatie van dé Leugen. Hij slaapt terwijl Machteld Zee uit haar duim zuigt. Nu zoekt hij willekeurige mensen en laat ze vrijuit liegen. Hij vindt bijvoorbeeld voor zijn laatste stuk slechts Oost-Europeanen die al zijn rechts-populistische tweets bevestigen: ze zijn bang voor moslims en vinden de EU een dictatuur.

Duks Hongaar vertelt dat Viktor Orbán onterecht als autoritair en antisemitisch wordt beschouwd. Orbán ‘heeft juist een enorm mandaat.’ Waarom ontdekt Duk mijn Hongaarse vriendin niet, die depressief raakt na elke nieuwe wet in Hongarije? En waarom vindt hij mij niet om hem te vertellen dat de EU geen soevereiniteit inperkt? Dus voor elke Oost-European in Duks verhaal vind je net zo makkelijk een andere met tegengestelde wijsheid. Hij concludeert dat dé ‘kritische’ Oostblokkers zo denken op basis van een bedorven sample.

Waarom zou je mensen uit hun duim laten zuigen, als je objectievere meetlatten hebt? Orbán beperkt persvrijheid (1, 2, 3). In de persvrijheidsindex staat Hongarije op de 71e plek. Hij verandert de grondwet om meer macht te grijpen en de rechters zwakker te maken. In de democratie-index staat Hongarije op de 56e plek als ‘flawed democracy’. In de rule of law index staat Hongarije op de 49e plek. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft 40 keer tegen Hongarije in 2016 besloten (ter vergelijking 3 keer tegen Nederland, die 1,7 keer meer bevolking heeft). En de Jodenhaat rijst de pan uit, ook in zijn naaste omgeving.

De Russin in Duks stuk beweert dat Poetin best meevalt en wat men over hem zegt ‘is simpele propaganda.’ Een Poolse beweert:

‘Reken maar dat partijen als Denk overal zullen opduiken en steeds groter zullen worden. Op een enkeling na zijn de Polen die ik spreek ervan overtuigd dat West-Europa over twintig, dertig jaar niet meer leefbaar is. Als je zoveel mensen binnenlaat uit een andere cultuur – aanhangers van een intolerante religie met vaak een laag iq [sic]…’

Zij speelt met de gedachte naar Polen terug te keren:

‘als het hier echt fout mocht gaan en we in West-Europa te maken krijgen met sharia-achtige toestanden.’

Volgens de Roemeense verspreiden de media ‘desinformatie’ over de ware aard van de islam.

‘En ook hier zijn mensen bang om zich uit te spreken over heikele thema’s, zoals immigratie en de islam, omdat ze mogelijk hun carrièrekansen verspelen.’

Praat er echt niemand over de islam? Ik zocht in de krantenbak op ‘islam’ en vond 666 resultaten, alleen al in de laatste week. Zelfs Hans Nijenhuis, Duks hoofdredacteur, is het opgevallen:

‘Ik heb tegen Wierd gezegd dat ik in zijn column niet meer wil lezen dat [islamcritici] niet worden gehoord. Want ze staan in zijn column en daarmee bereiken we een miljoen huishoudens.’

Staat de persvrijheid alles toe?

Topgeleerde William Schabas schreef een monumentaal commentaar op het Europees Mensenrechtenverdrag. Hij vatte de houding van de rechters als volgt samen:

“Journalisten genieten grote bescherming op voorwaarde dat zij in goed vertrouwen handelen om accurate en betrouwbare informatie te verstrekken in overeenstemming met de ethiek van de journalistiek. Zij hoeven de zware criteria voor bewijs in rechtbanken niet na te bootsen, maar ze moeten met de nodige zorgvuldigheid handelen. Het verdrag geeft hen geen onbeperkte vrijheid van meningsuiting, zelfs als er sprake is van vitale publieke belangen. Zij mogen bepaalde grenzen niet schenden, met name als er respect voor de reputatie en de rechten van anderen is vereist.”(*) [vrij vertaald]

Echter, met interviews en columns proberen onze persmannen de legitieme belangen van minderheden alsnog te beschadigen. Want ze willen illegitieme macht, ze willen de anderen domineren.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Mihai Martoiu Ticu.


(*) De oorspronkelijke tekst luidt:

“Journalists are afforded great protection by article 10 subject to the condition that they are acting in good faith in order to provide accurate and reliable information in accordance with the ethics of journalism. In the context of a public debate on an important issue, journalists cannot be required to prove the veracity of statements, only that they have acted with due diligence in order to establish this. Article 10 does not grant them wholly unrestricted freedom of expression, even when matters of serious public concern are involved. They must not overstep certain bounds, in particular when respect of the reputation and rights of others is required.”

– Schabas, W. (2015). The European convention on human rights: a commentary. Oxford University Press. p. 869.

Mihai Martoiu Ticu –

Mihai Martoiu Ticu is in Utrecht afgestudeerd in de wijsbegeerte en internationaal recht. Hij is op 7 februari 1968 in Roemenië geboren en is sinds 1990 in Nederland.

Alle artikelen van Mihai Martoiu Ticu op De Nieuwe Reporter.

  • B.K. Schnitzel

    ‘Maar over Marokkanen stelde de journalist geen kritische vraag omdat hij dit antwoord wilde’, schrijf Ticu. Journalisten ter linkerzijde doen dit precies andersom; zij vragen niet door bij juichverhalen over allochtonen of graven niet dieper naar de motieven en oorzaken achter de vluchtelingenstroom, om maar iets te noemen. Dat heeft met liegen niets te maken. Wat Tici lijkt te eisen is dat elk artikel over allochtonen uiteindelijk het standpunt van links vertolkt. Zo nee, dan is er onvoldoende doorgevraagd.

  • Bob Lagaaij

    Als het aan Mihai Martoiu Ticu ligt wordt – als ik hem goed begrijp; en dat zal wel niet – worden aan interviews om door zijn beugel te kunnen, zoveel eisen gesteld, dat ze als uitwisseling van meningen – ook en misschien juist wel onwelgevallige – vrijwel onmogelijk worden. Dus: vraag geen Orbanaanhanger naar zijn commentaar, zonder in de vraagstelling of achteraf een complete Wikipedia aan tegenargumenten en -feiten mee te nemen. Ja, zo lust ik er nog wel een paar.

  • Cors van den Heuvel

    ik vraag me af hoe hij denkt over d eartikelen van de washington post… zomaar een ideetje dat door mijn koppie borrelt..

  • Peter Olsthoorn

    Mihai heeft in essentie gelijk, vind ik. Het steeds sterker leunen op opiniestukken en interviews (beiden relatie goedkoop) door journalistiek en kijkers/lezers/luisteraars komt de feitelijke informatievoorziening niet ten goede. Is dit niet schadelijker dan nepnieuws?