Interview Geert van der Veen (AT5)

“Ik ben blij als een complexer artikel tóch goed gelezen wordt.”

GeertvanderVeen

Geert van der Veen, hoofd online van AT5, is blij dat bij het lokale Amsterdamse medium nog ruimte is voor complexere onderwerpen. “Pageviews zijn voor ons niet leidend. We maken niet alleen maar tieten-schieten-helikopters-artikelen puur om te groeien in bereik.”

‘Niemand heeft één baan hier, we zijn een kleine organisatie’, zegt hoofd online Geert van der Veen. Zelf is hij verantwoordelijk is voor ‘alles wat we online doen en laten’, hij schrijft zelf stukken én is product owner van de site. Hij vertelt tijdens ons gesprek over online denken, slow news, de focus op YouTube en online formats die op den duur een zelfstandig merk moeten worden.

Wat is de primaire taak van AT5?

‘Wij willen zoveel mogelijk Amsterdammers zo goed mogelijk informeren over wat er in hun buurt gebeurt. We zijn vooral heel goed in wat wij “het 112-nieuws” noemen, zoals schietpartijen en ongelukken. Onze snelheid is niet snel te evenaren en de organisatie is hier ook op ingericht: er werken mensen ‘s nachts en we weten allemaal hoe P2000 werkt. En heel belangrijk: onze lezers attenderen ons op gebeurtenissen.’

‘Dat we zo bereikbaar zijn, onderscheidt ons van andere Amsterdamse media als Het Parool. Van oudsher hadden we een alarmnummer op Teletekst staan en die bereikbaarheid hebben we doorgetrokken online. We waren één van de eerste nieuwsmedia met een Whatsapp-nummer, vermelden zoveel mogelijk de naam van degene die ons een foto heeft gestuurd en zeggen altijd netjes ‘dankjewel’ als we tips krijgen op Facebook en Twitter. Daar ben ik echt trots op, dat we zoveel verhalen maken die afkomstig zijn van onze bezoekers.’

Is dat ook jouw maatstaf om te bepalen of de redactie het goed heeft gedaan, dat er verhalen komen van bezoekers?

‘Dat is voor ons wel impact inderdaad. Als iemand reageert met “Hé, ik ken ook iemand die…”, dan kunnen we een vervolg maken. Maar het zegt ook dat een verhaal relevant is voor de bezoeker en dat hij zich erin herkent. Dat meet je ook af aan het aantal keer dat bezoekers het verhaal delen en op een artikel reageren en natuurlijk ben ik ook gewoon blij als een artikel goed gelezen wordt. Maar pageviews zijn voor ons niet leidend. We maken niet alleen maar tieten-schieten-helikopters-artikelen puur om te groeien in bereik. Dat is voor ons geen speerpunt. We nemen onze taak serieus en zijn het meest blij als een complexer verhaal toch twintigduizend keer gelezen is.’

Geert van der Veen: "Ik ben heel blij dat er bij AT5 nog ruimte is voor het zichtbaar maken van verborgen zaken."

Geert van der Veen: “Ik ben heel blij dat er bij AT5 nog ruimte is voor het zichtbaar maken van sluimerende zaken.”

Hoe maak je een afweging tussen snel scorende artikelen en complexere onderwerpen?

‘We houden dagelijks één redacteur vrij voor de bredere thema’s. Diegene is niet bezig met de actualiteit en kan rustig een hele dag besteden op Facebook om mensen te zoeken die door de erfpacht opeens veel meer moeten betalen en gedwongen worden te verhuizen. In plaats van incidenteel te berichten over zo’n veelbesproken thema, proberen we de losse actualiteiten te verbinden door ergens dieper op in te gaan: “Waarom gebeurt dit? Wat betekent dit?”’

‘Voor het druktedossier gaan we bijvoorbeeld de stad in en gaan we de Nutellawinkels daadwerkelijk tellen. We maken ook  dossiers over écht slow news over thema’s die nog geen actuele haakjes hebben gehad, zoals over de nieuwe regels in de rondvaartbranche. Gentrification is ook zo’n thema. Het zichtbaar maken van sluimerende zaken is een kerntaak van de journalistiek, maar door de online focus op pageviews is het vak daar vanaf geraakt. Ik ben heel blij dat hiervoor nog ruimte is bij AT5.’

Het maken van verdiepende verhalen kost veel tijd. Hoe zorg je ervoor dat zo’n artikel zoveel mogelijk oplevert?

‘We maken er een dossier van en zetten er dedicated redacteuren op, met wie je – indien relevant – contact kunt opnemen. Met elke aanleiding brengen we het dossier weer in de aandacht en natuurlijk haken we onze collega’s van tv aan.’

Hoe is bij jullie de verhouding tussen tv en online?

‘Ik kan wel zeggen dat online bij ons het belangrijkste is. Ik hoef in ieder geval niet te wachten met het publiceren van een verhaal tot het op tv is geweest. Alle redacteuren dragen ook bij aan de site: ze tweeten bijvoorbeeld vanuit de rechtszaal en laten het ons weten als ze leuke fragmenten hebben voor op de socialemediakanalen. Ik denk dat het delen van successen onze organisatie zo online-minded heeft gemaakt.’

Wat is de rol van nieuwe formats als “Ellie Lust” en “Buurt Knows Best”?

‘Deze formats zijn onderdeel van ons online programma “In Amsterdam”, een plek waar we los van nieuws aandacht besteden aan de dingen die Amsterdammers bezighouden. In “Buurt Knows Best” onderzoeken we clichés die bestaan over een bepaalde buurt. Ook testen we of jongeren oud-Amsterdamse woorden kennen en andersom: of ouderen bekend zijn met Amsterdamse slang. Dit vertelt ons echt iets over de ontwikkeling van taal in Amsterdam; zo ontdekten we dat buurten hun eigen woorden en taalgebruik hebben.’

‘Het format “In Amsterdam” zou op den duur op eigen kracht door moeten kunnen gaan. De focus ligt hierbij op YouTube, we letten dus vooral op het aantal mensen dat zich hier abonneert. We zenden de video’s ook uit op tv. Eigenlijk zijn ze daar helemaal niet geschikt voor, omdat we doorverwijzen en dingen zeggen als ‘klik hier’. Maar we waarschuwen liever van tevoren dat het leuker is om de video’s op YouTube te bekijken dan dat we er kostbare edit-tijd aan besteden om ze geschikter te maken voor tv. Wat dat betreft denken we echt web first.’

Eerder in deze serie:

De serie interviews is ontstaan uit het betoog Fuck bereik. Uitgevers, ga voor impact.

Gonnie Spijkstra –

Gonnie Spijkstra is content- en social strateeg.

Alle artikelen van Gonnie Spijkstra op De Nieuwe Reporter.