Journalistiek kan zorgvuldiger, gebruik dus opnameapparatuur

Maak áltijd audio-opnames van je (Teeven-)interview

Het polderinterview, aantekeningen maken en achteraf onderhandelen over de citaten, dat doen nog steeds een hoop journalisten. Maar als iedereen elke dag een opnameapparaat bij zich heeft, waarom dat ding niet benutten? Opnames zijn betrouwbaarder en dus wordt de journalistiek er beter van.

Toen oud-staatssecretaris Fred Teeven het strafrecht niet nóg strenger kon maken, zorgde hij dat advocaten dan maar minder geld kregen om hun cliënten te verdedigen. Zo zegt hij in De Groene Amsterdammer. Teeven ontkent nu, maar volgens interviewer Henri Beunders (tevens hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam) heeft hij het echt gezegd. Bewijsmateriaal Beunders: audio-opnames. Had hij alleen aantekeningen gemaakt, dan was het een stuk lastiger geweest de discussie met Teeven te winnen. Als onderzoeksmethode zijn opnames betrouwbaarder en dus zouden ze de standaard moeten zijn voor de hedendaagse journalistiek.

Het citaat van Teeven

Toen heb ik me toegelegd op de bezuinigingen op de advocatuur. Het is een andere manier om hetzelfde effect te bereiken. Als je aan een advocaat niet al te veel tijd geeft om aan een verdachte te besteden, dan wordt het ook niet zoveel, die verdediging.

Einde citaat Fred Teeven in het artikel van De Groene Amsterdammer van 18 mei 2017. De advocatuur in Nederland steigerde, maar Teeven beweerde dat de interviewer hem verkeerd had geciteerd en de uitspraken ook niet zoals afgesproken had voorgelegd. Uit de uitgetypte bandopname blijkt dat Teeven de uitspraak zeker heeft gedaan, schrijft De Volkskrant. Onomstotelijk bewijsmateriaal.

De Groene Amsterdammer chefredacteur Evert de Vos gaf op de dag dat het artikel verscheen juist een uitstekend gastcollege interviewtechnieken aan een groep journalistiekstudenten aan de Christelijke Hogeschool Ede. Hij legde uit hoe we in Nederland onze interviews niet per se opnemen (zoals in de Angelsaksische traditie gebruikelijk, maar vaker (liever zelfs!) meeschrijven – De Vos introduceerde een journalistieke variant op de Cornell Note-taking method en legde uit hoe journalisten hun concept-artikel in veel gevallen laten lezen aan de geïnterviewde, waarna wat onderhandeld wordt over het eindresultaat. Opnames, zo zei hij, reserveer je als journalist voor bijzondere situaties. Interviews met types als Teeven dus.

Feitelijke correct? Mwâh

Zo werkte ik ook, als freelancejournalist. De opnameapparatuur was bestemd voor de mensen met mediatraining, de rest kon ik wel af met aantekeningen. Honderden keren heb ik onderhandelingen gevoerd. Geen opname, wel aantekeningen. Mijn inzet: een goedlopend stuk, trouw aan mijn schrijfstijl en met enige vrijheid waar het de invulling van de citaten betrof. Als de onderliggende boodschap van de geïnterviewde maar goed overkwam, – ik was soms meer een vertaler dan een journalist. En vaak tot grote tevredenheid van de geïnterviewde, want ik kon toch een stuk adequater noteren wat ze eigenlijk diep vanbinnen bedoelden en voelden.

Zelden was het artikel een volledig feitelijke weergave van het gesprek. En toch stuurde ik vrijwel altijd dat mailtje: wilt u zo vriendelijk zijn de citaten te controleren op feitelijke correctheid? – alles wat buiten de aanhalingstekens stond, daarin had ik nog meer vrijheid, dat stuurde ik soms niet eens mee. Het was nogal een poldermethode, dat telefonisch onderhandelen over wat gezegd is en bedoeld werd. Alsof je als schrijvend journalist de geïnterviewde een mediatraining cadeau deed, hij hoefde niet in soundbites te praten, maar je schreef het wel zo op. Het leverde dan leesbare stukken op met citaten die net wat scherper waren dan de werkelijkheid, zonder de waarheid geweld aan te doen – de geïnterviewde was immers akkoord met de aanpassingen.

Diverse opiniemakers pleiten voor grotere transparantie in de journalistiek zodat beter navolgbaar is welke stappen journalisten doorlopen en dat vergroot de betrouwbaarheid. De poldermethode rammelt wat dat betreft. Aantekeningenboekjes zijn weliswaar navolgbaar voor zover leesbaar. Maar zolang de journalist geen steno schrijft, is het uitstekend mogelijk om tijdens het maken van aantekeningen en in de daaropvolgende analyse, de woorden van de geïnterviewde te interpreteren en alvast te ‘vertalen’. En dat kan wel, maar het is oncontroleerbaar hoe dit proces verloopt.

Een journalist daarentegen die audio-opnames maakt, kan altijd teruggrijpen op het origineel. Dat origineel kan eventueel zelfs gebruikt worden in een geannoteerde versie van zijn verhaal – je klikt op het citaat en hoort hoe het letterlijk gezegd is.

Mobieltje aan en opnemen, veel moeite kost het niet.

Daar komt bij, iedereen met een mobiele telefoon beschikt over opnameapparatuur. Het is niet langer een dwingend apparaat dat tussen de interviewer en de geïnterviewde in staat, een dramatisch moment dat de start van het interview inluidt door middel van een ferme druk op een rode recordknop, waarna een cassettebandje licht zoemend begint mee te draaien. De telefoon ligt al op tafel, de handeling om het opnameapparaat aan te zetten is even vertrouwd als swipen.

Opnames maken betekent heus niet dat meteen van elk interview een transcriptie moet worden uitgewerkt (weet je hoeveel tijd dat kost!). Er zijn al diverse apps (Soundnote, bijvoorbeeld) waarbij je de opname start en vervolgens op laptop of tablet meeschrijft. Die apps werken zo: wanneer je later een van de woorden in je aantekeningen aanklikt, ben je meteen precies bij de plek van je opname. Daardoor is het veel eenvoudiger om de benodigde citaten eruit te lichten.

Maar ik denk dat de volgende disruptieve technologische ontwikkeling het gebruik van audioapparatuur in interviews voor geschreven media echt onvermijdelijk maakt. Het schrijven op e-paper wordt steeds eenvoudiger en aantrekkelijker. Het is in de nabije toekomst zeer waarschijnlijk dat een slimmerd opstaat die een notitieblok met geïntegreerde audio-opnameapparatuur patenteert, bij voorkeur met alvast dat handige Cornell Note-taking-formaat.

In dat scenario maakt een journalist het zichzelf onnodig moeilijk door met een papieren aantekeningenboekje te werken. Dus als het zover is, kijken we terug op het polderinterview als een romantische maar achterhaalde journalistieke onderzoeksmethode. Eentje die soms boeiend geharrewar opleverde over wat precies is gezegd, waarna het onleesbare aantekeningenboekje als bewijsmateriaal richting hoofdredacteur ging, die vervolgens publiekelijk achter zijn journalist ging staan – waarmee de kous af was.

Stijn Postema –

Stijn Postema is docent journalistiek aan de Edinburgh-Napier University en de Christelijke Hogeschool Ede. Hij deed eerder onderzoek naar de mogelijkheden van drones en nieuwe technologie in de journalistiek.

Alle artikelen van Stijn Postema op De Nieuwe Reporter.

  • Theo Dersjant

    Enkele opmerkingen bij het stuk van Stijn Postema.
    – In dit fatsoensland hoort het bij de omgangsregels dat een journalist aan een gesprekspartner vraagt of deze er mee instemt dat het gesprek wordt opgenomen. Dat is doorgaans geen probleem. Maar toen ik na de vuurwerkramp in Enschede de voorlichter van de gemeente wilde interviewen over het communicatiebeleid, antwoordde deze op de gebruikelijke vraag: ‘Nou, liever niet!’. Ofwel: het is niet alleen aan de journalist of er wordt opgenomen. Het hoort bij de onderhandelingen vooraf en dikke kans dat toenemend geïnterviewden de woorden van de Enschedese voorlichter gaan gebruiken.
    – Interviewen wordt zo wel heel erg een spel waarbij er maar één partij risico loopt. Als je erover nadenkt is het helemaal niet zo logisch dat na een interview slechts één van de twee partijen het bewijsmateriaal in de kast heeft liggen. In het kader van transparantie zou ik als journalist – bij belangrijke interviews – overwegen de geïnterviewde een kopie van de opname aan te bieden. Dat dwingt zelf namelijk nogal tot perfect citeren. Als ik de geïnterviewde was, zou ik het wel weten als een journalist een opname wilde maken. Ik zou op de gebruikelijke vraag antwoorden: ‘Da’s in orde, als ik ofwel een kopie mag, ofwel zelf ook een opname mag laten meelopen’. Want we hebben best wel een goeie beroepsgroep, maar ik heb zelf net even te vaak meegemaakt dat een interviewer er een potje van maakte om een grenzeloos vertrouwen in de journalist te hebben.
    – En verder natuurlijk weinig nieuws onder de zon.

  • Florence Verkerke

    Altijd opnemen. Altijd vragen. Nog nooit een probleem geweest. Geen punt van onderhandeling. Gewoon altijd. Altijd.

  • Terechte aanvulling, de geïnterviewde heeft net zoveel recht op het bewijsmateriaal.
    Maar voorlichters die geen opname-apparatuur willen laten meelopen, die spreken off-the-record, lijkt me. Daarvoor gelden andere regels.

  • Renzo F. Verwer

    W.F. Hermans liet bij interviews geregeld ook een eigen opname-app. meelopen. Gewoon, verstandig geworden….