Nepnieuws in het nieuws: een mediahype?

Plotsklaps was ‘nepnieuws’ flink in het nieuws. Vanaf november 2016 publiceerden nieuwsmedia volop over nepnieuws. Nu is dat weer een stuk minder. Was er sprake van een mediahype over nepnieuws?

Nepnieuws is niet langer booming. In een blogpost op de website van onderzoeksbureau Publistat liet ik zien dat de media-aandacht voor nepnieuws vanaf november 2016 sterk toenam met een duidelijke piek in januari. Nu blijkt dat de media er inmiddels weer een stuk minder druk mee zijn: in april verschenen drie keer zo weinig berichten als in januari. En dus kunnen we terug gaan kijken. Was de enorme hoeveelheid publiciteit gerechtvaardigd of was er sprake van een mediahype?

Wat is een mediahype?

Peter Vasterman, universitair docent Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam, promoveerde in 2004 op het onderwerp mediahypes. In zijn boek Mediahype definieert hij een mediahype als:

‘een mediabrede, snel piekende nieuwsgolf die één gebeurtenis als startpunt heeft en die voor het grootste deel het gevolg is van zichzelf versterkende processen bij de nieuwsproductie.’

Was nepnieuws een mediahype?

In hoeverre is de media-aandacht voor nepnieuws als hype te typeren als we de publiciteit toetsen aan de hand van Vastermans criteria?

1. Een mediabrede, snel piekende nieuwsgolf die één gebeurtenis als startpunt heeft en die voor het grootste deel het gevolg is van zichzelf versterkende processen bij de nieuwsproductie.

Een van de kenmerken van een mediahype is volgens Vasterman een snel opkomende piek in de media-aandacht waarna de aandacht langzaam afneemt. Als voorbeeld geeft hij de nieuwsgolf over ‘zinloos geweld’. Het gebruik van de term ‘zinloos geweld’ piekte in de jaren 1997-2000 enkele keren waarna het elke keer langzaam afnam.

Is de media-aandacht voor nepnieuws nu ook zo’n snel piekende nieuwsgolf? Ja en nee. Aan de ene kant is er wel sprake van een duidelijke piek: vanaf half november tot januari neemt de aandacht voor nepnieuws sterk toe, waarna die weer langzaam begint af te nemen. Aan de andere kant: een nieuwsgolf piekt normaal gesproken veel sneller. In een onderzoek naar de ‘anatomie van mediahypes’ vonden Charlotte Wien en Christian Elmelund-Præstekær dat een piek normaal gesproken ‘slechts’ zo’n drie weken duurt, bij de media-aandacht voor nepnieuws gaat het om een periode van meerdere maanden.

De ontwikkeling van de media-aandacht voor nepnieuws verschilt voor een deel van het klassieke beeld van een mediahype: er is weliswaar sprake van een golfbeweging, maar het duurt langer tot de aandacht zijn hoogtepunt heeft bereikt en de media-aandacht houdt vervolgens langer aan.

2. Een mediabrede, snel piekende nieuwsgolf die één gebeurtenis als startpunt heeft en die voor het grootste deel het gevolg is van zichzelf versterkende processen bij de nieuwsproductie.

Een snel piekende nieuwsgolf ontstaat niet zonder reden. Uit onderzoek blijkt dat er een zogeheten key event aan voorafgaat, een gebeurtenis die voor veel ophef zorgt. Vasterman geeft als voorbeeld de moord op Tjoelker: die vormde in 1997 het startpunt voor een nieuwsgolf over zinloos geweld.

De nieuwsgolf over nepnieuws ontstaat na de verkiezing van Donald Trump als President van de Verenigde Staten (8 november 2016). In hoeverre komt de verkiezing van Trump overeen met de kenmerken van een key event die in de wetenschappelijke literatuur worden genoemd?

Een gebeurtenis dient in de eerste plaats de suggestie te wekken dat er sprake is van een revolutionaire ontwikkeling. Zo schrijft een politiechef kort na de moord op Tjoelker een open brief in Trouw tegen het ‘toenemende geweld op staat [sic]’. Tjoelker is volgens de agent ‘het zoveelste slachtoffer van zinloos geweld in Leeuwarden, in Friesland, in korte tijd’.

De verkiezing van Trump wordt veelvuldig in verband gebracht met de verspreiding van nepnieuws en dus verschijnt er al snel allerlei nieuws met wilde speculaties over de toenemende invloed van nepnieuws (zie bijvoorbeeld dit artikel op de website van NRC Handelsblad). Volgens velen is er zelfs sprake van een nieuw tijdperk, het post-truth era.

Een gebeurtenis moet zich in de tweede plaats lenen voor publiek debat. Nepnieuws is niet alleen onderwerp van het nieuws, maar wordt ook uitgebreid besproken in talkshows (zie bijvoorbeeld een item in De Wereld Draait Door).

Een gebeurtenis kan in de derde plaats een nieuwsgolf in gang zetten als die een complex probleem in één ‘plaatje’ weet te vangen, zoals de moord op Tjoelker die stond voor zinloos geweld in het algemeen. In het geval van nepnieuws zou het de verkiezing van Trump zijn die staat voor een verrotte wereld waarin de leugen regeert. Aan een serie van onthullingen van nepberichten vóór de verkiezingen hadden de media totaal geen aandacht besteed. Pas nadat ze met de verkiezing van Trump een ‘plaatje’ hebben waarin al het nepnieuws samenkomt, ontstaat er een nieuwsgolf.

3. Een mediabrede, snel piekende nieuwsgolf die één gebeurtenis als startpunt heeft en die voor het grootste deel het gevolg is van zichzelf versterkende processen bij de nieuwsproductie.

Een van de kenmerken van een hype is volgens Vasterman dat de nieuwsproductie een zichzelf versterkend proces is. Wat is dat?

De media hebben in het geval van een mediahype niet zozeer een volgende rol waarbij nieuwsgebeurtenissen tot nieuws leiden, als wel een aanjagende rol, waarbij het nieuws zelf tot nieuws leidt. Key events zorgen voor veel ophef en zijn daarom echte aanjagers van het nieuws. Vasterman noemt de volgende kenmerken:

  1. Media melden vergelijkbare incidenten die het nieuws zonder de ophef over de key event waarschijnlijk niet of nauwelijks gehaald zouden hebben.
  2. Er ontstaat behoefte aan duiding: over het probleem verschijnt veel metanieuws, nieuws over het nieuws: analyses, opinie- en achtergrondstukken.
  3. Sociale actoren reageren op het probleem. Reacties kunnen weer nieuwe reacties uitlokken.

Naar aanleiding van de verkiezing van Trump ontstaat ongerustheid over de impact van nepnieuws. De ontstane onrust zet een hele stroom van nieuws in gang. Dat uit zich op verschillende manieren:

  1. Intensieve zoektocht naar nepnieuws: media gaan pas na de verkiezing van Trump op zoek naar voorbeelden van nepnieuws. Ze brengen nieuws over nepberichten waarover Snopes, een factcheckwebsite, al maanden eerder een artikel had gepubliceerd. Het populairst zijn nepberichten over een pedofielennetwerk in pizzeria Comet Ping Pong, over pauselijke steun voor Trump en over een uitspraak van Trump in People Magazine.
  2. Betekenisuitbreiding: journalisten gaan steeds meer ‘nepnieuws’ zien. Op een gegeven moment is elke vorm van nieuws waar wat mis mee is nepnieuws. Zo noemt Yoeri Albrecht een filmpje van Joop.nl waarin selectief is geknipt en geplakt ‘nepnieuws’. Na verloop van tijd heten zelfs onwaarheden in een biografie over Willem van Oranje in NRC Handelsblad ‘nepnieuws’.
  3. Behoefte aan duiding: uit een inhoudsanalyse van de artikelen in de landelijke dagbladen in de periode november 2016 tot april 2017 blijkt dat maar een klein deel van het nieuws een nieuwsverslag is over een recente gebeurtenis. Meer dan de helft van het nieuws is metanieuws.
  4. (Re)acties sociale actoren: vooral Facebook en Google worden verantwoordelijk gehouden voor de verspreiding van nepnieuws en ze reageren door maatregelen aan te kondigen.

Dus…?

Mediabrede, snel piekende nieuwsgolf? Check.

Eén gebeurtenis als startpunt? Check.

Zichzelf versterkende processen bij de nieuwsproductie? Check.

De media-aandacht voor nepnieuws heeft allerlei kenmerken van een mediahype. Maar betekent dat ook dat de aandacht voor nepnieuws niet gerechtvaardigd is? Met andere woorden: is een mediahype altijd negatief? Hier zal ik op ingaan in een volgende blogpost.

Bertijn van der Steenhoven

Bertijn van der Steenhoven is masterstudent Neerlandistiek: Taalbeheersing van het Nederlands aan de Universiteit Leiden. In opdracht van mediaonderzoeksbureau Publistat doet hij onderzoek naar de media-aandacht voor nepnieuws.

Alle artikelen van Bertijn van der Steenhoven op De Nieuwe Reporter.