Kan de robotjournalist de schrijvende nieuwsjournalist van vlees en bloed vervangen?

Robots rukken op, ook in de journalistiek. Of loopt het niet zo’n vaart? Hoe goed is de robotjournalist eigenlijk? En zit het publiek wel te wachten op berichten die getikt worden door robots? Of maakt het ze niks uit? Job Hazelaar zet op een rij wat we weten over de robotjournalist.

De kop boven het interview van de Volkskrant met Martin Ford was een tikkeltje beangstigend. ‘De robot als banenverslinder’ stond er zaterdag 14 januari groot op de economiepagina. Een bewuste kop, want de voormalig Silicon Valley-ondernemer en schrijver van twee boeken over de gevolgen van technologie gaf een waarschuwing. En ja, ook voor de journalistiek. Zo zegt Ford:

“Er bestaat bijvoorbeeld al een programma dat nieuwsberichten schrijft die nauwelijks te onderscheiden zijn van mensenwerk.”

Heeft de auteur van het succesvolle boek Rise of the Robots (2015) gelijk? Is zijn waarschuwing terecht? Of een belangrijkere vraag: kan de robotjournalist de schrijvende nieuwsjournalist van vlees en bloed vervangen? Om tot een duidelijk antwoord te komen is het belangrijk eerst te weten waar we het precies over hebben.

Wat is robotjournalistiek?

Robotjournalistiek is het automatisch generen van nieuwsartikelen door robots (robotjournalist genoemd) met slimme software, zo schrijft Paul Aelen. De robot maakt daarbij gebruik van algoritmes. Dat zijn, kort gezegd, bij elkaar horende instructies in een programmataal die een bepaalde taak uitvoeren. Die bepaalde taak komt dicht bij het traditionele werk van de nieuwsjournalist. “Onder robotjournalistiek verstaan we het gebruik van algoritmes voor de traditionele taken van de journalist: het vergaren, analyseren en publiceren van informatie”, schrijft onderzoekster Hille van der Kaa op de website van de Universiteit Tilburg (tegenwoordig werkt Van der Kaa als hoofdredacteur van BN De Stem).

Bovendien, zo staat in het onderzoek van Latar uit 2015, leven we in een eeuw van exponentiële groei in de complexiteit van de sociale systemen. Daarmee bedoelt hij dit:

“De door mensen opgeslagen data verdubbelt elke veertig maanden.”

In zijn onderzoek noemt hij de robotjournalist daarbij ideaal:

“Een robotjournalist kan op basis van algoritmes feiten in een fractie van een seconde samenvatten en in een leesbaar verhaal plaatsen.”

Een fractie van een seconde, daar komt de schrijvende journalist van vlees en bloed niet aan. Betekent dit dat alle media ter wereld gebruik maken van zo’n robot?

Nee, maar er zijn media die dit al wel doen. De Amerikaanse krant Los Angeles Times kon binnen drie minuten na een aardbeving een nieuwsbericht op de site hebben staan, zo beschrijft Slate (2016). Als de United States Geological Survey een waarschuwing stuurt over een aardbeving in een bepaald gebied, gaat de robotjournalist van Los Angeles Times aan de slag. Het programma schrijft een samenvatting van de belangrijkste gegevens en maakt op basis daarvan een template. Een journalist hoeft dit alleen nog goed te keuren.

Ook persbureau AP maakt sinds 2014 dankbaar gebruik van de robotjournalist. Vele jaren heeft AP tijd gespendeerd aan het doorgronden en herschrijven van informatie van bedrijven, zo schrijft hoofdredacteur Lou Ferrara op de website van AP. Dit zorgde voor 300 berichten per kwartaal. Sinds de intrede van de robotjournalist kan het persbureau berichten tussen de 150 en 300 woorden laten maken in een tijd waar schrijvende journalisten jaloers op zijn. “In plaats van de eerdere 300 berichten per kwartaal, kunnen we nu 4400 berichten per kwartaal verstrekken”, is de statistiek die Ferrara daarbij geeft.

Hoe goed is een robotjournalist eigenlijk?

Kan een robotjournalist die nieuwsberichten even goed schrijven als een journalist van vlees en bloed, is de volgende vraag die dan opkomt. Daar zijn meerdere onderzoeken naar gedaan, onder meer door Clerwell in 2014. Zijn onderzoek toont aan dat nieuwsberichten geschreven door robotjournalisten en journalisten van vlees en bloed nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Sterker nog: op onderdelen als informatie en geloofwaardigheid scoort de robotjournalist hoger. Het wordt echter ook als saai omschreven, de journalist van vlees en bloed schrijft stukken die volgens het onderzoek prettiger zijn om te lezen.

Een groot onderzoek – onder 986 personen – van Graefe, Haim, Haarmann en Brosius uit 2015 toont min of meer dezelfde resultaten. Vooral als de bron van het nieuwsbericht varieert, scoort de robotjournalist het best. Journalistieke deskundigheid en (ook hier) geloofwaardigheid worden vooral aan de berichten van de robotjournalist toegeschreven. Vooral op het punt leesbaarheid komt de journalist van vlees en bloed als beste uit de bus, maar een overtuigende winnaar is ook in dit onderzoek niet aan te wijzen.

De uitspraak van Ford aan het begin van dit artikel klopt dus. De robotjournalist schrijft niet alleen nieuwsberichten die nauwelijks van berichten van journalisten van vlees en bloed te onderscheiden zijn, ze zijn daar ook nog eens veel sneller in. Is het voor de journalist dan een kwestie van koffers pakken en op zoek gaan naar een andere baan? Gelukkig is het antwoord daar nee op. Die redenering is te makkelijk.

Belangrijke verschillen

Een robotjournalist is namelijk niet perfect, het kan niet alles. Onderzoek van Graefe in 2016 laat zien dat robotjournalisten bepaalde facetten ook niet beheersen. Een robotjournalist baseert zich namelijk op gegevens en veronderstellingen, die beide niet vrij zijn van vooroordelen, aannames of fouten. Bovendien schrijft de onderzoeker dat een robotjournalist geen vragen kan stellen, geen nieuwe fenomenen kan uitleggen, oorzaak en gevolg niet uit elkaar kan houden en dus beperkt is als het gaat om het observeren van de maatschappij en het begrijpen van de publieke opinie.

Onderzoek van Van Dalen uit 2014 concludeert min of meer hetzelfde. Bovendien zegt hij dat robots niet de creativiteit hebben om clichés te vermijden of humor toe te voegen. “Ze hebben niet de flexibiliteit om niet routinematige verhalen te maken”, schrijft Van Dalen. “Ook kunnen ze geen analyserende elementen toevoegen.”

Ondanks dat de robotjournalist dus een handige toevoeging kan zijn voor de geschreven media, schort er ook nog het een en ander aan. Aelen (2016) beschrijft dat een combinatie van een robotjournalist en een journalist van vlees en bloed dan ook beter is dan een keuze tussen één van deze twee.

“De robot vervangt de mens niet, maar vult aan. De robot is er voor het wat, waar, wanneer en wie (objectieve data). De journalist voor het hoe en waarom.”

Een zwart-wit antwoord op de gestelde vraag aan het begin van dit artikel is dus niet mogelijk. Het is geen honderd procent ‘ja’, maar ook geen honderd procent ‘nee’. ‘Gedeeltelijk’ zou het meest treffende antwoord zijn op de vraag of de robotjournalist de schrijvende nieuwsjournalist van vlees en bloed kan vervangen. Aan de schrijvende nieuwsjournalist is het dus de taak om aan te tonen dat hij nog van toegevoegde waarde is.

Emiel Krahmer (hoogleraar aan de Universiteit Tilburg) zegt in een interview met Nieuwe Journalistiek dat een robotjournalist een slechte journalist redelijk goed kan simuleren. Zijn boodschap voor de schrijvende nieuwsjournalist van vlees en bloed is dan ook helder:

“Een goede journalist die zijn stukjes niet als invuloefeningen schrijft heeft niks te vrezen. Een journalist moet een goede journalist worden.”

Job Hazelaar –

Job Hazelaar (1992) is werkzaam als freelance journalist, onder meer voor het Brabants Dagblad. Hij voltooide in februari 2017 de studie journalistiek op de Hogeschool Utrecht.

Alle artikelen van Job Hazelaar op De Nieuwe Reporter.