Veel media-aandacht voor nepnieuws, maar weinig onthullingen over nepberichten

Nepnieuws heeft de afgelopen maanden nogal wat aandacht gekregen in de media. Maar vaak ging het niet over voorbeelden van nepnieuws. De mediaberichtgeving over nepnieuws was vooral metanieuws.

In een eerder artikel  op De Nieuwe Reporter liet ik zien dat de aandacht voor nepnieuws kenmerken heeft van een mediahype. Een mediahype heeft volgens Peter Vasterman, universitair docent journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam, de volgende drie kenmerken:

  1. Er is sprake van een mediabrede piek in de publiciteit, waarna de aandacht langzaam afneemt.
  2. De publiciteit heeft een sleutelgebeurtenis als startpunt.
  3. De toename in media-aandacht is het gevolg van zichzelf versterkende processen bij de nieuwsproductie.

In mijn vorige artikel ben ik al ingegaan op de kenmerken van een mediahype. In dit artikel zal ik het derde kenmerk nader bekijken. In opdracht van mediaonderzoeksbureau Publistat heb ik alle artikelen uit de landelijke dagbladen in de periode mei 2016 tot en met april 2017 (787 artikelen) bekeken. Met als hamvraag: Wat voor berichten gaan achter de piek in de aandacht schuil?

Afb. 1 Zichtbaarheid 'nepnieuws' in landelijke dagbladen

Weinig onthullingen, nepnieuws populair voor reflecties

Als je bekijkt wat voor soort nieuws over nepnieuws de media brengen, dan valt op dat ze maar weinig verslag doen van nieuwe voorbeelden van nepberichten. Slechts 3% van de artikelen gaat over de onthulling van nepnieuws, bijvoorbeeld het nepnieuws dat een schutter naar een pizzeria leidde.

Wat brengen de media dan wel voor nieuws? Voor een deel brengen ze onthullingen van aanverwante verschijnselen, zoals een neppeiling: een door een internetondernemer in elkaar geknutselde peiling met liefst vijf zetels voor Forum voor Democratie (8%). Verder komen uitspraken van politici en Facebook over nepnieuws in de publiciteit (30%). Maar het grootste deel van de publiciteit is metanieuws: achtergronden, analyses en opiniestukken over het fenomeen nepnieuws (59%).

Afb. 2 Aard berichtgeving

Metanieuws belangrijkste aandeel in piek in de aandacht

De toename in de hoeveelheid nieuws wordt daardoor niet bepaald door een vermeerdering van nieuwsfeiten, maar doordat analyses, achtergrond- en opiniestukken een groter deel van de nieuwsproductie gaan beslaan.

Afb. 3 Aandeel metanieuws in nieuwsproductie

Extra hoge piek door Trump

De aandacht piekt niet alleen doordat de media schrijven over nepberichten. Ze brengen ook veel nieuws over een uitspraak van Trump; hij noemde een verslaggever van CNN ‘fake news’. Andere politici namen het daarna van hem over. Zo noemde de regering onder leiding van de Boliviaanse president Evo Morales mediaproducties ‘nepnieuws’ (Het Parool, 25 februari 2017).

Al die uitspraken zorgen ervoor dat de term ‘nepnieuws’ vanaf januari vaker valt. In januari gaat een op de drie artikelen over de uitspraak van Trump.

Meer voorbeelden graag!

De media halen er van alles bij en Trump introduceert een nieuwe betekenis van de term ‘nepnieuws’, maar het aantal onthullingen van nepnieuws blijft beperkt. Tel je alle verwijzingen naar voorbeelden van nepnieuws in de bijna 800 artikelen bij elkaar op, dan kom je tot 39 verschillende voorbeelden.

22 daarvan zijn voorbeelden van Amerikaans nepnieuws, bijvoorbeeld over Pokémon Go en een pedofielennetwerk in pizzeria Comet Ping Pong. In totaal worden 12 Nederlandstalige nepberichten genoemd. Een voorbeeld is een bericht waarin wordt beweerd dat Sylvana Simons de Efteling racistisch zou vinden. In andere gevallen gaat het om flauwekul zoals in het bericht ‘Vrouw laat ex aanvallen door eekhoorns’.

Conclusie

De resultaten van deze analyse van mediaberichtgeving laat zien dat de media in het geval van nepnieuws geen ontmaskeringen van nepnieuws nodig hadden om alsnog tot een imposante hoeveelheid berichten te komen. De publiciteit wordt vooral gestuwd door metanieuws (achtergrondartikelen, opiniestukken, analyses) en nieuws over een uitspraak van Trump.

De inhoud van het nieuws past derhalve bij een belangrijk kenmerk van een mediahype, namelijk dat de toename in media-aandacht het gevolg is van zichzelf versterkende processen bij de nieuwsproductie..

Een interessante vervolgvraag is nu: is een mediahype schadelijk? Zijn de media schuldig aan onjuiste beeldvorming? Of is het aan het publiek door een hype heen te prikken? Op deze vragen zal ik ingaan in mijn volgende artikel.


Onderzoeksmateriaal

Aantal artikelen: 787 artikelen bekeken en geanalyseerd

Bronnen: NRC Handelsblad, De Volkskrant, NRC.NEXT, Trouw, Nederlands Dagblad, Reformatorisch Dagblad, Het Parool, De Telegraaf, AD/Algemeen Dagblad, Het Financieele Dagblad, Metro (NL)) met daarin de term ‘nepnieuws’. Gegevens verzameld met LexisNexis®

Periode: 1 mei 2016 tot en met 30 april 2017


 

Bertijn van der Steenhoven

Bertijn van der Steenhoven is masterstudent Neerlandistiek: Taalbeheersing van het Nederlands aan de Universiteit Leiden. In opdracht van mediaonderzoeksbureau Publistat doet hij onderzoek naar de media-aandacht voor nepnieuws.

Alle artikelen van Bertijn van der Steenhoven op De Nieuwe Reporter.