Tom Rosenstiel pleit voor fact-checking 3.0: “Factcheckers moeten zich opnieuw uitvinden”

Fact-checkers hebben momenteel met disruptie te maken. Ze moeten zich zelf daarom opnieuw uitvinden, meent Tom Rosenstiel, directeur van het American Press Institute. Op GlobalFact4, het mondiale factcheckerscongres dat van 5-7 juli plaats vond in Madrid, pleit hij voor ‘issue-centric fact-checking’.

Rosenstiel herinnert eraan dat fact-checking niet nieuw is. In de jaren negentig begonnen nieuwsmedia in de VS met fact-checkprojecten omdat ze zich realiseerden dat kiezers vooral politieke propaganda voorgeschoteld kregen.

Deze initiatieven verdwenen rond 2000 weer van het toneel. De belangstelling ervoor verdween en redactie vonden het te duur.

Fact-checking 2.0

Nu zitten we volgens Rosenstiel in de periode van ‘fact-checking 2.0’. Met allerlei vernieuwingen. Zoals  live checking, het gebruik van big data, meters en ratings om conclusies te visualiseren, verspreiding via sociale media, en input van het publiek.

Maar, waarshuwt Rosenstiel:

“Like any institution, factchecking must adapt or be disrupted. And the disruption has already begun…”

En hij lepelt de ‘disruptive facts about factchecking’ op:

  • 37 miljoen shares van fake news over de presidentskandidaten Trump en Clinton in 2016 (onderzoek Stanford University)
  • Nepnieuws zorgt voor veel meer engagement (likes, shares, etc.) dan ‘echt’ nieuws (onderzoek Buzzfeed),
  • Tweets en retweets met onjuiste informatie bereiken een veel groter publiek dan de correcties op die onjusit informatie  (onderzoek American Press Institute).

En er zijn nog meer argumenten tegen fact-checken, meent Rosenstiel. Zo zet het fact-checken van politici weinig zoden aan de dijk, omdat aanhangers van politici er toch niet door van mening veranderen:

“No one likes it when their guy is fact-checked, they like the other to be fact-checked.”

De problemen van fact-checking 2.0

Om al die redenen, pleit Rosenstiel voor ‘fact-checking 3.0’.

Rosenstiel omschrijft fact-checking 3.0 als  ‘issue-centric fact-checking’. In tegenstelling tot het oude ‘claim-centric fact-checking’.

Rosenstiel noemt een voorbeeld van het oude ‘claim-centric fact-checking’: Joe Bonanno said the economy under Trump is better than ever.

De vraag is dan: klopt het dat de economie nu beter is dan ooit? En de vervolgvraag is: komt dat door Trump?

Het probleem van dit soort fact-checking is dat je als fact-checker verzeild raakt in partijpolitiek:

“It invites partisan resistance.”

Je loopt als factchecker het risico dat je beschuldigd wordt van sympathie voor of antipathie tegen een politieke partij of politicus. Waardoor je ongeloofwaardig bent voor de andere partijen.

Bovendien heb je te maken met het probleem van selectie: waarom ga je welke bewering checken? Is het te verdedigen dat de Washington Post zijn pijlen richt op het factchecken van uitlatingen van president Trump? Terwijl dat niet zo intensief en structureel gedaan werd met president Obama? Is hier sprake van politieke vooringenomenheid van de Washington Post? Dat is de voor de hand liggende kritiek die je als fact-checkers kan verwachten.

Letterlijke interpretaties

Een ander probleem van ‘claim-centric fact-checking’ is volgens Rosenstiel dat het neigt naar letterlijke interpretaties van beweringen. Terwijl politici vaak beweringen doen om een probleem op de kaart te zetten. En mensen die het daar mee eens zijn, maakt het niet uit dat een cijfer niet helemaal klopt.

Neem deze bewering van de Franse presidentskandidaat Le Pen:

“I have seen the images of the illegal immigrants who have come, who were brought to Germany from Hungary … in these images, 99 percent are men. Well, I think that men who flee their country and leave their families back home, don’t do so to flee persecution. It is clearly for economic reasons.”

Je kan dat percentage checken en er achter komen dat die 99% in werkelijkheid 58% zijn. Maar dat verandert niks aan de intentie van Le Pen om mannelijke vluchtelingen te framen als gelukszoekers en potentiële criminelen. Mensen die het daar mee eens zijn, zal het weinig uitmaken of het 99% of 58% is.

Tom Rosenstiel bepleit op GlobalFact4  een nieuwe  koers voor fact-checkers. Foto: GlobalFact4.

Tom Rosenstiel bepleit op GlobalFact4 een nieuwe koers voor fact-checkers. Foto: GlobalFact4.

Fact-checking 3.0

De oplossing van Rosenstiel heet dus ‘issue-centric fact-checking’. Dit houdt in dat fact-checkers zich niet moeten richten op individuele beweringen, maar op issues: thema’s waarvan je vindt dat mensen ze moeten begrijpen.

Stel dat de economie een belangrijk verkiezingsthema is, stelt Rosenstiel. Wat zijn dan de vragen die kiezers hebben? Welke informatie hebben ze nodig om hun mening te vormen? Groeit de economie? Zorgt deze groei voor meer banen? Wie profiteert vooral van de groei? Op die manier richt je je niet op losse beweringen van politici, maar kan je inzicht in een thema geven, waarbij je de standpunten van verschillende partijen kan uitleggen en controleren. Je plaatst beweringen van politici op deze manier een bredere context.

Een ander advies van Rosenstiel: besteed aandacht aan de ‘subtekst’. Vaak gaat het niet om de letterlijke bewering, maar om het achterliggende idee. Zoals het percentage mannelijke vluchtelingen dat naar Europa komt. Het gaat niet zo zeer om het precieze percentage, maar om het achterliggende idee dat het gelukszoekers zijn die komen profiteren en ook potentiële criminelen of terroristen zijn.

Voordelen van fact-checking 3.0

Fact-checking 3.0  voorkomt volgens Rosenstiel dat mensen fact-checks politiek opvatten en je niet serieus nemen omdat je hun favoriete politicus een leugenaar noemt.

Een ander voordeel is dat je als factchecker niet meer reactief bent, dat wil zeggen, reageert op uitlatingen van politici, maar proactief: je kan de agenda bepalen door thema’s te agenderen.

De inbreng van het publiek is daarbij cruciaal, volgens Rosenstiel. Het draait bij ‘issue-centric fact-checking’ om het betrekken van de gemeenschap: welke problemen zien zij, op welke vragen willen ze antwoorden, wat weten ze niet, hoe kunnen we ze helpen om onderwerpen beter te begrijpen?

Er zijn al factcheckers die deze manier van werken in de praktijk brengen. Kijk maar eens bij het Britse Full Fact, die naast klassieke fact-checks ook uitleg geven over vragen als: hoe hebben de lonen zich het afgelopen decennium ontwikkeld? En: welke invloed hebben immigranten op de arbeidsmarkt en de loonontwikkelingEen ander voorbeeld zijn de explainers van de Argentijnse factcheckers van Chequeado.

Meer weten? Lees dan het interview met Rosenstiel op de website van Poynter: Is it time to completely rethink fact-checking?

Alexander Pleijter –

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent internetjournalistiek aan de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden.

Alle artikelen van Alexander Pleijter op De Nieuwe Reporter.