“Als beginnend journalist dacht ik vaak dat ik zelf het wiel moest uitvinden”

Drie studies, twee stages en hoofdredacteurschap bij diverse bladen maken Sophie van Oostvoorn (Amsterdam, 1992) een veelzijdig freelancer. Nu schrijft ze voor de Stadsgids van Het Parool en ambieert via een trainingstraject een dubbel jaarcontract bij NRC Handelsblad. ‘Als beginnend freelance journalist mag je het allemaal zelf uitvinden.’

Hoe kom je aan een baan bij de Stadsgids van Het Parool?

‘Ik liep stage bij Het Parool en ben na een half jaar teruggekomen, eerst als redacteur bij de Agendaredactie en daarna als webredacteur voor de Stadsgids. Nu schrijf ik twee dagen per week stukjes over evenementen, nieuwe restaurants en festivals in Amsterdam. Laatst opende bijvoorbeeld Wilde Kroketten zijn deuren, een kroketrestaurant in de Houthavens met twintig verschillende vullingen. Die bel ik op en maak er een stuk over. Leuk om te doen en ik kan er prima van leven.’

Van twee dagen per week betaald werk?

‘Zolang ik nog bij mijn ouders woon wel. Ik verdien ongeveer duizend euro per maand bij Het Parool en daarnaast werk ik twee à drie dagen bij De Coöperatie. Voornamelijk aan stukken over de toekomst van de journalistiek, nieuwe verdienmodellen en uitgeefmogelijkheden. Die maak ik voor Red Pers, een podium voor journalistieke ontwikkeling, waar veel studenten voor schrijven en waar ik actief ben in de hoofdredactie.’

Hoe ziet die hoofdredactie-functie eruit?

‘Momenteel fungeer ik als een soort chef: de redacteuren moeten hun ideeën bij mij pitchen, hier geef ik feedback op, plan de artikelen in en houd in de gaten of de artikelen goed op de website komen. Ook onderzoek ik de publicatiemogelijkheden van sociale media, naast Facebook en Twitter. Die trekken veel bezoekers, maar Facebook blijft onbetrouwbaar voor de traffic naar je site. Dus kijk ik ook wat er mogelijk is via bijvoorbeeld LinkedIn en Instagram. Daarnaast maak ik wekelijks een nieuwsbrief voor onze lezers.’

Over welke onderwerpen schrijf je nog meer?

‘Met collega-freelancers vanuit De Coöperatie onderzoeken we nu het Kunstenplan 2017-2020 van de gemeente van Amsterdam. Dit is een vier- en tweejaarlijkse subsidieregeling voor kunstinstellingen in de stad. De regeling is vorig jaar op de schop gegaan en wij willen graag weten hoe die verdeling tot stand is gekomen. Een aantal zaken in dat plan kloppen gewoon niet. Maar het gaat over belastinggeld, uitgaven die ze moeten kunnen verklaren. Als journalist vind ik het dan fijn om te kunnen zeggen: “Kom maar hier met die antwoorden, anders gaan we je wobben” (Wet Openbaar Bestuur toepassen, red.).’

Waar ga jij je de komende tijd op focussen?

‘Ik ben door naar de tweede ronde voor een opleidingsplek bij NRC Handelsblad. Als ik ook die ronde haal, kan ik daar twee jaar werken en word ik opgeleid tot multimediaal journalist. Ik heb al ervaring op dat gebied, dus ik denk dat ik een kans maak. De NRC is een goede krant, ze zijn goed bezig in de transitie van print- naar online publicatie. Dus het lijkt me heel tof en leerzaam om daar te werken.’

Wat kan De Coöperatie betekenen voor jou en andere jonge journalisten?

‘Voor mij is het ideaal. Voor weinig geld een werkplek met ervaren collega’s om je heen, aan wie ik mijn vragen kan stellen. Als beginnend journalist dacht ik vaak dat ik het wiel opnieuw moest uitvinden, maar dat is al gedaan. Dus stel ik mijn vragen binnen aan een ervaren journalist: “Hoe doe je dat nou, een opdrachtgever vinden?”. Freelancers kunnen je veel en relevante tips geven. Hoe je een artikel pitcht of hoe je contacten onderhoud met je klanten. En het is gezellig. Freelancen is een stuk makkelijker met mensen om je heen.’

Interesse in Sophie’s werk? Bezoek haar website!

Dit interview is onderdeel van een serie waarin De Coöperatie freelancers interviewt over hun beroepsprakijk. Ben jij ook freelance journalist en wil je betaalbare werkplekken, meer geld verdienen met je stukken of een eigen magazine beginnen? Word dan nu lid van De Coöperatie.

Sieme de Wolf

Alle artikelen van Sieme de Wolf op De Nieuwe Reporter.