Zomerboekentips 2017

Zomerboekentip: Elon laat zien dat historische context ertoe doet in journalistiek

Hans Maarten van den Brink besloot deze zomer om The Pity of it All van Amos Elon te lezen. Hij ontdekte een belangrijke les voor journalisten: Bij de waan van vandaag moet je ook de wanen van gisteren en eergisteren betrekken.

Als de journalistiek het kladblok van de geschiedschrijving is, dan kan het vast geen kwaad wanneer journalisten zich af en toe eens bezig houden met de geschiedenis zoals die er uitziet wanneer er meer tijd en meer studie overheen gegaan is, wanneer een heel tijdperk afgesloten is. Lijkt me beter dan in de vakantie het zoveelste boek door te ploegen over de toekomst van de journalistiek. Die lectuur gaat veel te vaak over randvoorwaarden en niet over de kwaliteit van de informatie.

Ik las onlangs The Pity of it All, een geschiedenis van het Duitse jodendom tussen 1743 en 1943. De ondertitel luidt ‘A Portrait of the German-Jewish Epoch’. Er was geen directe aanleiding om het ter hand te nemen, het is al vijftien jaar oud, schrijver Amos Elon is inmiddels overleden. Ik kwam het in een boekenstal tegen, werd aangetrokken door de schitterende titel, pakte het op en heb het, om maar eens een merkwaardige uitdrukking te gebruiken, in één adem uitgelezen. In werkelijkheid ging mijn ademhaling juist steeds sneller. En dat er geen aanleiding zou zijn, dat bleek ook al niet te kloppen.

Elon beschrijft de emancipatie van de Duitse joden, een geschiedenis die achteraf als een tragedie wordt gezien maar naar zijn idee net zo goed als een spectaculair succesverhaal zou kunnen worden beschouwd. Als er niet dat verschrikkelijke einde was geweest – maar van die afloop was men zich in de tweehonderd jaar daarvoor natuurlijk nog niet bewust.

Het succes van Mendelsohn

Hij laat zijn verhaal beginnen op de dag dat bij het Rosenthaler Tor, de enige stadspoort van Berlijn waardoor joden (en vee) naar binnen mochten, een in vodden gehulde, gebochelde en rachitische 14-jarige jongen arriveerde. Net als het overgrote deel van zijn geloofsgenoten spreekt hij geen Duits maar alleen een schabouwelijke groepstaaltje. De vele vorstendommen en vrije steden proberen joden zoveel mogelijk buiten te houden, niet alleen om verschillen in cultuur en godsdienst maar vooral omdat ze vrijwel allemaal straatarm zijn en als criminelen en gelukszoekers worden beschouwd. De jongen heeft echter een beschermheer binnen de muren, de rabbi bij wie hij mag studeren.

Twintig jaar later is Moses Mendelsohn een beroemdheid, hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste denkers van Europa. Hijzelf, zijn kinderen en kleinkinderen brengen het tot aanzien en welstand. Mendelsohn’s streven is het om de joden in Duitsland uit hun isolement te halen, om ze te laten integreren. Amos Elon vertelt glashelder over de problemen en de successen van dat proces, met een goed oog voor persoonlijke lotgevallen en voor de juiste anekdotes.

Armoede, en de daarbij behorende criminaliteit, bleven nog lang kenmerkend voor de joodse minderheid. Halverwege de achttiende eeuw behoorde tachtig procent van de joden in Duitsland nog altijd tot de allerarmsten. Het was in hoge mate een gevolg van antisemitische wetten en voorschriften; joden mochten geen land in bezit hebben, betaalden hogere belastingen, of er waren quota voor hun aanwezigheid die van de ene dag op de andere konden veranderen en dan werd weer een hele groep verjaagd. Maar onder invloed van Mendelsohn en andere op integratie en assimilatie gerichte joodse leiders werden ze opgeroepen om ook zelf iets aan hun isolement te doen en in ieder geval voorbeeldige Duitsers te worden. Dat zou vast helpen.

Duits leren spreken en schrijven, opheffen van de eigen rechtspraak, afzien van tradities op het gebied van bijvoorbeeld kleding, ophouden met bedelen en luieren en meer nadruk leggen op werk en scholing, het bestrijden van de misvatting dat het toegestaan is om ongelovigen (christenen) te bedriegen – dat soort oproepen werden er binnen de gemeenschap gedaan. Het plan om joden door middel van een ‘droge doop’ in de Lutherse kerk te laten integreren (waarbij ze Jezus niet als zoon van God maar slechts als profeet hoefden te erkennen) haalde het overigens niet – niet zozeer door weerstand van joden maar als gevolg van hevige protesten van christelijke kant.

Vorming van Joodse elite

Maar langzaam verbeterde toch in de loop van de negentiende eeuw de positie van de Duitse joden en vormde zich zelfs een elite op het gebied van kunsten en wetenschappen waarop de jonge Duitse staat trots kon zijn. Bismarck was persoonlijk dan wel antisemiet maar had joden in zijn regering en verkondigde openlijk dat het een goed idee was wanneer Duitse jongens met joodse meisjes zouden trouwen.

Toch mag je, vind ik, van een tragedie spreken als het resultaat van al die fanatieke pogingen om erbij te horen bij de eerste druk alweer bezwijkt. Hoeveel kerstbomen er ook door joodse gezinnen de huiskamer werden binnengehaald, hoeveel militaire onderscheidingen er ook werden verdiend, ook na generaties van aanpassing hoorden ze er niet echt bij.

Illustratief is het lot van de later tijdens de Weimar-republiek vermoorde Walther Rathenau. Deze schatrijke industrieel was tegenstander van het zionisme, omdat het assimilatie afwees. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was hij vol enthousiasme. Hij werd aangesteld om de oorlogsindustrie te reorganiseren en verrichte op dat gebied baanbrekend werk. Maar toen de nederlaag onafwendbaar bleek, moest er door de generaals een zondebok worden gevonden. Argumenten telden niet, het moest en zou de schuld zijn van de jood Rathenau.

Vertaling naar het heden

Zo zit The Pity of it All vol met voorbeelden die laten zien dat integratie zinloos is zolang de ontvangende cultuur niet duidelijk is over de rationele voorwaarden waarop minderheden een plaats kunnen verdienen. Iemand anders worden, je afkomst volledig verloochenen is naar mijn idee geen rationele en ook geen fatsoenlijke eis. Toch waren tal van joodse Duitsers daartoe bereid, ze trouwden met andersgelovigen, ze zwoeren hun godsdienst af of bekeerden zich tot het christendom – maar het was niet genoeg, het zou nooit genoeg zijn geweest.

Meer dan het schedelmeten speelde in de campagnes tegen hen de taal een rol. Elon gaat uitgebreid in op de argumenten die tegen joden werden ingebracht. En dan zie we niet niet slechts parallellen met andere landen en andere tijden, maar komen we begrippen en bewijzen tegen die letterlijk dezelfde zijn als in het hedendaagse Nederlandse debat.

Omvolking. Verdunning. De rechten van ‘oorspronkelijke bewoners’. ‘Haat’ schrijven als het over kritiek of oppositie gaat. De donkerharige door seks geobsedeerde jongemannen die het voorzien hebben op ‘onze vrouwen en dochters’. De omschrijving van een bevolkingsgroep als een plaag of als ongedierte.

Het complot tegen de westerse beschaving. De internationale financiers daarvan. En natuurlijk de pers die de vijand van het volk is en stelselmatig meewerkt aan de ondermijning van ‘onze waarden’ en ‘onze tradities’. Nee, de geschiedenis herhaalt zich doorgaans niet. Maar alles wat hier boven staat is wel al eens eerder precies zo gezegd en geschreven.

Historische context als taak van journalistiek

Terwijl ik dit tik is er rumoer over een hoogleraar Rechtsfilosofie uit Leiden, tevens lid van het Forum voor Democatie, die vindt dat het strafrecht moet worden gebruikt tegen mensen die kritiek hebben bepaalde aspecten van onze geschiedenis en op onze cultuur. Een beetje rumoer is er. Niet veel. We zijn kennelijk dit soort pleidooien alweer gewoon gaan vinden.

Iedereen moet vooral de woorden en de argumenten gebruiken die hij wil. Daar moet het strafrecht zich zo min mogelijk mee bemoeien. Maar het kan geen kwaad ze af en toe in hun historische context te zien. Om bij de waan van vandaag ook de wanen van gisteren en eergisteren te betrekken. Dat lijkt me ook voor de toekomst wel degelijk een taak van de journalistiek.

Hans Maarten van den Brink

Hans Maarten van den Brink is auteur. Hij was directeur van het voormalige Mediafonds.

Alle artikelen van Hans Maarten van den Brink op De Nieuwe Reporter.

  • Renzo F. Verwer

    “Terwijl ik dit tik is er rumoer over een hoogleraar Rechtsfilosofie uit Leiden, tevens lid van het Forum voor Democatie, die vindt dat het strafrecht moet worden gebruikt tegen mensen die kritiek hebben bepaalde aspecten van onze geschiedenis en op onze cultuur. Een beetje rumoer is er. Niet veel. We zijn kennelijk dit soort pleidooien alweer gewoon gaan vinden.” Heer van den Brink, dat was een ironisch stuk…dat u dat niet zag! Overigens vraag ik me af of je joden toen (gemiddeld hoger IQ) en moslims (gemiddeld wat lager IQ) nu kunt vergelijken…botsende waarden zijn er nu zeker. Want welke zaken staan we moslims van nu toe? inderdaad, alles. ze mogen zelfs meer dan niet-moslims (hoofddoeken op, handen schudden weigeren, vrouwendiscriminatie )…. tsja, niet goed vind ik. MAar u lijkt er niet mee te zitten – alles voor de vergelijking …. die echt niet klopt. Verder: blij dat u een mooi boek heeft gelezen. Toch denk ik dat je een boek ook gewoon kunt lezen als ‘ waar het over gaat’.