De morele code van journalisten schiet te kort. Daarom is het tijd voor een verantwoordelijke journalistiek

Journalisten zien het als hun taak om de waakhond van de democratie te zijn. Ze moeten misstanden onthullen. Verslag doen van wat er allemaal niet goed. Volgens Ralf Bodelier is het hoog tijd om die taakopvatting tegen het licht te houden. Hij pleit voor ‘verantwoordelijke journalistiek’.

Meer dan dertig jaar zit ik nu in het vak. En met trots, want journalistiek is een prachtig beroep. Wij, journalisten, mogen een brug slaan tussen een grote, complexe en vaak onbevattelijke werkelijkheid en miljoenen mensen thuis, onderweg of op hun werk. Wij verschaffen krantenlezers, radioluisteraars en televisiekijkers een beeld van de wereld waarin wij leven. Ja, dat doen wij, en niemand anders.

De meeste gebruikers van sociale media nemen al dan niet bewust onze verhalen over en verwerken ze naar eigen behoefte. Filmmakers laten zich inspireren door wat ze van ons lezen, beluisteren of bekijken. Ook wetenschappers, romanschrijvers en onderwijzers hebben een abonnement op de krant en kijken naar het journaal.

De invloed van de journalistiek op het openbare leven is enorm. Op grond van wat wij hen vertellen, nemen mensen beslissingen. Vaak zijn deze klein – naar welke film zullen we vanavond gaan, welke stad is het waard om te bezoeken – maar vaak zijn de besluiten groot: op welke partij kunnen we stemmen? Moeten we wel kinderen nemen in een wereld die er zo ongewis voorstaat?

De invloed die wij als journalisten hebben, en waarvan we ons meestal weinig bewust zijn, legt een grote verantwoordelijkheid op onze schouders.

Goed nieuws is geen nieuws

Ooit, eind jaren ’80, meende ik dat het onze taak was om lezers, luisteraars en kijkers alert te houden. Als waakhond van de macht moesten media misstanden naar boven halen. Doorlopend dienden wij te wijzen op gevaren die onze democratie bedreigden. Het was een hoge morele opgave, die voor veel collega’s tot op vandaag een vaste leidraad is.

Wat ik me in die tijd echter niet realiseerde, was dat je met zo’n houding alleen dát naar voren haalt wat niet goed gaat. Dat je daarmee louter aandacht schenkt aan de rotte appels en nooit aan de volle mand met gezonde exemplaren. Dat je daarmee altijd focust op de uitzondering en nooit op de regel.

Nu was dat uitgangspunt in die jaren ’80 nog goed te verdedigen. De meeste Nederlanders lazen regionale kranten. Er waren nog maar twee televisiezenders en de grote wereld werd met paspoorten en grenscontroles op afstand gehouden. De wereld was klein en overzichtelijk. Niet zozeer de media, vooral onze eigen alledaagse ervaringen in onze alledaagse werkelijkheid bepaalden nog hoe we de werkelijkheid zagen. Niet de uitzondering maar de regel ging voorop.

Journalisten als waakhonden dienden hun lezers aan die uitzonderingen te herinneren en vertelden hen dat het niet onverstandig was om heel wat verder te kijken dan hun neus lang was.

Orkanen en vluchtelingen

Die besloten wereld is verdwenen. Nieuws is overal en nieuws is real time. Een bebaarde man die in Sidney iemand neersteekt, is breaking news evenals de lancering van een raket in Pyongyang of het ontslag van Steve Bannon in Washington. De wereld is veranderd in een dorp. En dat dorp bevalt ons steeds minder.

‘The world is on fire’, ‘de wereld staat in brand’, krijgt op Google meer dan 1,3 miljoen hits. De wereld buiten lijkt louter nog te bestaan uit orkanen, vluchtelingenstromen, klimaatverandering, nucleaire dreiging, burgeroorlogen, honger en abjecte armoede. Het Sociaal en Cultureel Planbureau vatte het jaren geleden al samen onder de slogan ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’. En toen ging het alleen nog over Nederland en niet over de wereld buiten Nederland, laat staan buiten Europa.

In zijn baanbrekende boek ‘The Geopolitics of Emotion’ beschrijft de Franse denker Dominique Moïsi (1946) hoe we de afgelopen decennia terechtkwamen in een achtbaan van geopolitieke emoties, waarbij die emotie in Europa en de Verenigde Staten worden gedomineerd door een intense angst voor ‘de ander’.

En het is allemaal begrijpelijk. Wat Nederlanders horen, zien en lezen over de grote wereld buiten hun wijk, dorp of stad, kunnen zij niet meer opvangen en corrigeren door alledaagse ervaringen in de alledaagse werkelijkheid. Wat de journalist nog steeds beschrijft als een brisante uitzondering op de regel, wordt door zijn lezers of kijkers steeds vaker opgevat als de regel zelf.

De wereld staat niet in brand

De wereld staat echter niet in brand. Wanneer ik dit schrijf, zaterdag 9 september 2017, raast orkaan Irma door het Caribisch gebied en laat een enorme ravage achter op Sint Maarten. Toch is het aantal orkanen maar amper toegenomen terwijl het aantal slachtoffers van orkanen de afgelopen decennia zelfs is gedaald. Sinds de jaren ’20 van de vorige eeuw is het aantal doden door ‘klimaatgerelateerde’ fenomenen als droogte, overstromingen, hittegolven en stormen met maar liefst 98 procent gezakt.

De oorlogstaal uit Noord-Korea is zonder meer verontrustend, zeker met een president als Trump aan de atoomknoppen. Tegelijk kromp het wereldwijde aantal kernwapens sinds de Koude Oorlog met 85 procent. Vielen in diezelfde Koude Oorlog nog miljoenen oorlogsdoden, in 2016 waren het er 156 duizend, waarvan de burgeroorlog in Syrië en de drugsoorlog in Mexico bijna één-derde van de slachtoffers eisten. Waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis is het grootste deel van de wereld vandaag oorlogsvrij. Het meest omvangrijke en bloedige conflict in Afrika (Somalië) telt nog geen 5.000 dodelijke slachtoffers per jaar.

Dat het aantal vluchtelingen zo hoog is, wordt dan ook minder veroorzaakt door toenemend oorlogsgeweld, als wel door de toenemende mogelijkheid die mensen vandaag hebben óm te vluchten. Honger en armoede zijn al sinds de jaren ’80 dalende. Was in 1980 de helft van de wereldbevolking extreem arm, anno 2017 is dat minder dan tien procent.

Kindersterfte –het meest dramatische dat iemand kan overkomen- daalde sinds 1990 met meer dan de helft. Sterfte én besmetting door malaria, hiv-aids en tal van andere dodelijke ziektes zijn flink op hun retour. De levensverwachting van Europeaan steeg sinds 2000 met vier jaar, die van de Afrikaan met acht jaar.

Voor de meeste Nederlanders is dit volstrekt nieuw. Hoe kunnen zij ook weten hoe we er vandaag voorstaan? Van ons, journalisten, horen ze het zeker niet.

Nieuw paradigma

Ik weet het, dit zijn louter cijfers, die koud, relativerend en zelfs cynisch over kunnen komen, vergeleken met de levende, betrokken beelden van verslaggevers die onthutst rondlopen door de verwoestingen op Sint-Maarten of de puinhopen van Aleppo. Ook weet ik dat mijn stelling dat journalisten verantwoordelijk zijn voor ons wereldbeeld discutabel is. Dé journalist bestaat immers niet en dé journalistieke methode doet dat al evenmin.

Toch zullen wij ons af moeten vragen hoe Nederlanders dán aan hun idee komen dat het weliswaar goed gaat met mij, maar slecht met ons, in een wereld die volop in brand staat. Wanneer ze het niet van óns, journalisten hebben, van wie hoorden ze het dan wél?

In een wereld die in hoog tempo is geglobaliseerd en waarin de uitzonderingen op de regel 24 uur per dag op ons afstormen, zijn we toe aan een nieuw journalistiek paradigma. Dat noem ik ‘verantwoordelijke journalistiek’. Met die term herinner ik aan het beroemde onderscheid dat de Duitse socioloog Max Weber (1864-1920) honderd jaar geleden maakte in ‘gesinnungsethik’ en ‘verantwortungsethik’.

Verantwoordelijkheid

Daarbij had Weber overigens geen journalisten op het oog maar politici. Weber pleitte voor politici die wat mínder handelden vanuit hun ‘gesinnung’, dat wil zeggen vanuit hun houding, hun morele uitgangspunten, en wat méér vanuit hun verantwoordelijkheid.

Een politicus die het belangrijk vindt om te werken vanuit ‘de juiste houding’ is tevreden wanneer hij alles wat hij doet op morele gronden kan rechtvaardigen. De verantwoordelijke politicus daarentegen, neemt op de eerste plaats verantwoordelijkheid voor de samenleving waarin zijn besluiten terecht komen. Wat heb je immers aan het juiste uitgangspunt, wanneer resultaat van je handelen miserabel is?

Weber pleit dan ook voor méér ‘verantwortungsethik’, waarbij hij overigens veel sympathie houdt voor de politicus die moreel wil handelen. Het één kan immers niet zonder het ander. Wie alleen kijkt naar het effect van zijn daden op de samenleving is een opportunist zonder morele ruggengraat. Wie echter alleen kijkt naar zijn morele uitgangspunten, wast doorlopend zijn handen in onschuld, ook al brengt hij door zijn handelen andere mensen in grote problemen. De loutere ‘gesinnungsethiker’ loopt gevaar te verworden tot een tevreden Gutmensch, de loutere ‘verantwortungsethiker’ tot een sluwe machiavellist.

Verantwoordelijke journalistiek

Met mijn pleidooi voor ‘verantwoordelijke journalistiek’ staat me iets vergelijkbaars voor ogen als Weber met ‘verantwortungsethik’. Op dit moment toetsen wij, journalisten, ons werk vooral aan een pakket juiste morele uitgangspunten. Wat wij de samenleving insturen moet immers ‘waarheidsgetrouw, onafhankelijk, fair en met open vizier’ worden gebracht. Daarbij gaat het om zaken als ‘verificatie van feiten’, ‘onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen’, ‘bescherming van bronnen’, ‘hoor en wederhoor’ etctera. Het zijn morele uitgangspunten zoals vervat in de ‘code voor de journalistiek’ uit 2008.

Wat we met deze moreel verdedigbare berichten uitrichten in de samenleving waarin ze terecht komen, daarover denken we maar amper na. Wat aan onze journalistieke ethiek, in de geest van Weber, dan ook moet worden toegevoegd, zijn een aantal uitgangspunten waarin we verantwoordelijkheid nemen voor het beeld van de werkelijkheid dat onze lezers, luisteraars en kijkers van ons krijgen.

Op het moment dat een Afrikacorrespondent merkt dat minder dan 0,5 procent van de Nederlanders weet dat in Afrika meer dan 80 procent van alle kinderen op de basisschool zit, zou hij het als zijn verantwoordelijkheid moeten zien om zijn lezers daarover in te lichten. Ook wanneer er geen directe nieuwsaanleiding voor is.

Wanneer meer dan driekwart van de Nederlanders denkt dat mensen in ontwikkelingslanden de afgelopen tien jaar ongezonder, armer en onveiliger geworden zijn, terwijl het er aantoonbaar gezonder, rijker en veiliger op werd, dan is het onze opgave dat foute, beangstigende en demotiverende beeld bij te stellen.

Manifest voor verantwoordelijke journalistiek

Bovenstaande cijfers komen uit opinieonderzoek dat de door mij geleide organisatie World’s Best News samen met Motivaction in 2016 en 2017 uit liet voeren. Om Nederlanders een feitelijk juister beeld van te verschaffen van ‘de toestand in de wereld’ (mr. G.B.J. Hiltermann) ijvert World’s Best News dan ook voor een stevige aanvulling van oude gesinnungs-journalistiek met verantwortungs-journalistiek. World’s Best News staat een nieuw journalistiek paradigma voor ogen, waarin morele uitgangspunten als ‘waarheidsgetrouw, onafhankelijk, fair en met open vizier’ worden aangevuld met ‘verantwoordelijkheid nemen voor samenleving’.

Een eerste aanzet is ons manifest ‘Naar een verantwoordelijke Journalistiek’ dat we in de Week van de Vooruitgang, van 11 tot 17 september 2017 lanceerden en dat, vandaag, bij aanvang van deze Week door vijftig Nederlandse journalisten en mediaprofessionals is ondertekend.

Ralf Bodelier –

Journalist Ralf Bodelier (1961) leidt World’s Best News, een beweging ontstaan in 2016 die Nederlanders wil inspireren met vooruitgang. Bodelier volgde een lerarenopleiding geschiedenis, studeerde theologie en promoveerde aan een rechtenfaculteit op een filosofisch proefschrift. Van 1985 tot 1998 doceerde hij aan de Tilburgse Academie voor Journalistiek en Voorlichting. Hij schreef tien boeken waaronder een roman en levert regelmatig essays aan de Groene Amsterdammer.

Alle artikelen van Ralf Bodelier op De Nieuwe Reporter.