Sara Berkeljon, interviewer van de Volkskrant

“Je wil als interviewer altijd meer persoonlijke dingen weten dan de geïnterviewde wil vertellen”

Sara Berkeljon

Sara Berkeljon is de koningin van het portretterende interview in Volkskrant Magazine. En ze is pas 35. Een droomcarrière voor veel beginnende journalisten. ‘Ik kan proberen er nog beter in te worden maar misschien ga ik wel iets heel anders doen.’

Het is nog rustig op de redactie. Sara Berkeljon, die in tegenstelling tot veel van haar collega’s om negen uur begint, laat de grotendeels lege ruimte zien. ‘Hier wordt de krant in elkaar gezet, dus aan het eind van de dag is het hier druk.’ Op haar ‘eigen’ V-redactie in de naastgelegen zaal neemt ze plaats in een leren, vintage fauteuil.


Sara Berkeljon (1982) werkt sinds 2006 bij de Volkskrant en specialiseerde zich in het portretterende interview, dat ze doet voor V, het Volkskrant Magazine en Sir Edmund. Ook is ze coördinator van het dagelijkse kunst- en cultuurkatern V. Ze studeerde Amerikanistiek en journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam en Boston College. In 2011 werd ze voor haar interviews genomineerd voor een Tegel in de categorie Talent.


Hoe is het voor jou om al jong zo’n succesvolle carrière te hebben?

‘Ik had vroeger niet zo’n vastomlijnd plan over waar ik terecht wilde komen. Het is een beetje zo gegroeid. Ik ben begonnen op de Haagse redactie als stagiair, daar heb ik een hele tijd gezeten. Toen was ik gewoon nieuwsverslaggever. Daarna heb ik nog een jaar op de economieredactie gewerkt en vervolgens ben ik overgestapt naar het tweede katern. Daar ben ik een tijdje mediaverslaggever geweest en daarbij ben ik meer gaan interviewen. Zo ben ik er langzaam in gerold.

Op een gegeven moment mocht ik mijn eerste Volkskrant Magazine-interview maken met Willie Wartaal. Dat was spannend want dat wilde ik echt graag. Dat ging goed en zo ben ik daar in door gegaan.’

Dat interview met Willie Wartaal leverde je een nominatie op voor een Tegel.

‘Ik ben genomineerd voor de Tegel voor talent. Dat gaat dan niet per se om een specifiek stuk maar om jou als talent. Je moet onder de dertig zijn en je moet drie stukken insturen die dan exemplarisch zijn voor je werk en dat was één van die stukken.’

Zou je dat interview met Willie Wartaal nu nog steeds op dezelfde manier doen?

‘Ik denk dat als ik het nu terug zou lezen, ik het nog steeds goed vind. Maar Ik heb het al heel lang niet terug gelezen. Ik was daar zenuwachtig voor, zenuwachtiger dan ik nu ben als ik iemand ga interviewen. Soms heb je een kandidaat waarbij je denkt: dit kan lastig worden en dan word ik nog steeds zenuwachtig. Het is niet zo dat ik waterdichte technieken heb geleerd die ik op de ander los kan laten. Je moet het als interviewer van je voorbereiding hebben, die is heel belangrijk. Ik bereid me nog steeds op dezelfde manier voor, maar misschien durf ik nu wel meer door te vragen dan een paar jaar geleden.’

Hoe bereid jij je voor?

‘We hebben hier op de redactie een documentalist, die vraag ik altijd een mapje te maken over de persoon in kwestie. Hij stelt dan een map voor me samen met oude knipsels en artikelen. Afhankelijk van de geïnterviewde kan dat een pak papier van honderd pagina’s zijn. Ik interview veel schrijvers en dan moet je natuurlijk het boek lezen, en soms meerdere boeken. Ik heb niet altijd tijd om het hele oeuvre van een schrijver te lezen, maar het boek dat de aanleiding is voor het interview lees ik in ieder geval helemaal.

Verder bel ik er nog een beetje omheen. Ik vraag aan de persoon zelf of ze mij drie of vier namen en nummers kunnen geven van mensen die ik over ze kan bellen. Het liefst uit verschillende hoeken, dus niet alleen collega’s maar ook een familielid of een hele goede vriend. Als ik weet dat diegene een professioneel conflict heeft met iemand, of als er iets anders relevants speelt, bel ik ook nog anderen.

Soms merk ik wel dat dat die mensen die ik bel op hun hoede zijn en alleen zeggen: ‘het is zo’n aardige man en zo behulpzaam.’ Je wilt dat iemand echt iets interessants vertelt, niet alleen positieve dingen. Toch heeft het dan ook zin, omdat de geïnterviewde door die telefoontjes weet dat jij je goed hebt voorbereid

Weet je altijd van te voren wat je uit een interview wil halen?

‘Ik maak van te voren een lijst met vragen, maar ik kijk daar niet naar tijdens het interview zelf. Soms wel even aan het einde, dan zeg ik: nu ga ik even kijken of ik niets vergeten ben. Tijdens het interview probeer ik het gesprek soepel te laten lopen. Ik heb altijd in mijn achterhoofd wat de pijnlijke of moeilijke onderwerpen zijn, en ik weet: dáár moet ik heen. Soms gaat dat vanzelf en ben je er al na tien minuten. Soms gebeurt dat niet. Dan moet je het aankaarten omdat je weet dat je het nodig hebt voor je stuk. Ik probeer altijd aardig te blijven en iemand zo te bewegen dat ie er geen moeite mee heeft.’

En als iemand er echt niet over wil praten?

‘Dat kan ongemakkelijk zijn. Ik moet ervoor proberen te zorgen dat de geïnterviewde het me een beetje gunt. Dat iemand me vertrouwt met die informatie. Bijvoorbeeld laatst, tijdens een interview met Berend Boudewijn, theaterregisseur en de man van Martine Bijl.

Ik had gelezen dat hij uit een voorbije relatie met Hedy D’Ancona een zoon had, die door een andere man is opgevoed. Een ingewikkelde situatie, maar wel een die in een persoonlijk interview aan de orde moest komen, vind ik. Dat was een onderwerp waar ik het over wilde hebben en waarvan ik wist dat hij er waarschijnlijk niet over wilde praten. Toch heb ik er naar gevraagd. Ik moest doorvragen, terwijl hij al bij de tweede vraag zei: ‘Nu kruipen we te veel naar mijn privéleven toe.

Iemand van weblog ‘Tzum’ vond dat ik te veel over zijn privéleven was doorgegaan. Daar ben ik het niet mee eens, in een portretterend interview is zoiets relevant, omdat het in iemands leven hoogstwaarschijnlijk een groot onderwerp is geweest.

Uiteindelijk zei hij dat hij wel een rol had willen spelen als vader. Hij gaf net een beetje, zoveel dat je weet: dit is pijnlijk geweest. Als je dan tegenover iemand zit, in zijn keuken, dan is het even spannend.’

Word je daar ongemakkelijk van?

‘Ja, maar ik kan me altijd verschuilen achter mijn rol als interviewer. Dan is het maar ongemakkelijk, ik heb het nodig voor mijn stuk. Berend Boudewijn was blij met het stuk, achteraf. Dat vind ik belangrijk: dat hij niet het idee heeft gehad dat ik daar voor een sensatieverhaal kwam. Het is altijd een balans. Je wil als interviewer altijd meer persoonlijke dingen weten dan de geïnterviewde wil vertellen.’

Zoek je de grens dan bewust op?

‘Soms heb je mensen die erg zijn ‘gemediatraint’. Vaak de echt bekende Nederlanders. Die zijn op hun hoede, die willen niet alles vertellen. Ook niet aan de Volkskrant, want ze weten dat alle bladen het overnemen. Dat snap ik, maar in zo’n geval is het als interviewer niet zo leuk om te doen en niet zo interessant. Dan ben je een toneelstukje aan het doen. Zij willen publiciteit voor een film, bijvoorbeeld, maar zijn niet bereid openhartig te zijn.’

Sara Berkeljon. Foto: Lisa van den Akker.

Sara Berkeljon. Foto: Lisa van den Akker.

Speel jij ook een rol als interviewer?

‘Niet echt. Maar tijdens interviews praat ik niet veel over mezelf. Een interview lijkt een gesprek maar eigenlijk is dat natuurlijk helemaal niet zo want het bandje loopt mee en het komt in de Volkskrant. Mijn taak is om te zorgen dat die ander dat een beetje vergeet, ikzelf moet dat alleen nooit vergeten.

Op welk interview ben je trots?

Het blijft lang stil. ‘Ik kan alleen recente dingen bedenken. Ik ben trots op het interview met schrijver Alfred Birney, hij schreef De tolk van Java. Het was een bijzonder gesprek met een bijzonder iemand met een aangrijpend verhaal. Daar ben ik trots op omdat we een ontzettend mooi gesprek hadden, en omdat ik zijn verhaal volgens mij op een goede manier kon vertellen. Ik ga hem nog een keer interviewen, want hij heeft vlak na het interview de Libris literatuurprijs gewonnen. Hij is al 65 en was nog niet doorgebroken terwijl hij volgens mij al twintig boeken heeft geschreven. Sinds de prijs heeft hij tachtigduizend boeken verkocht. Daarna is hij ingestort, fysiek, door zijn rug gegaan enzo. Hij heeft het zwaar gehad volgens mij.’

Raakte je emotioneel tijdens dat interview?

‘Niet dat ik moest huilen, maar ik raakte wel ontroerd. Zijn verhaal gaat over een gebroken familie, een vader met oorlogstrauma’s die zijn kinderen mishandelde, en de manier waarop de zoon daar nog steeds last van heeft. Het is een autobiografisch boek. Tijdens het interview wist ik: hier gebeurt iets ‘echts’. Dat is het mooiste. In het begin was hij aan het ratelen, een beetje een onsamenhangend verhaal. Dat benoemde hij en daarna kwam het op gang. Ik moest op een gegeven moment naar huis maar ik had, als ik niet naar huis had gehoeven, daar echt nog uren kunnen zitten. We konden het goed vinden.’

En wat doe je dan als het niet klikt?

‘Dan kan het ook leuk zijn dat het niet klikt. Maar ik probeer toch altijd een klik te bewerkstelligen. Ik maak portretterende interviews waarin ik kritisch ben, maar het is niet mijn doel om mensen helemaal af te zagen.’

Nee, je komt rustig en zacht over. Niet als een persoon die hele harde vragen stelt.

‘Nee, dat is niet iets wat ik vaak doe. Misschien zou ik dat meer willen doen. In een interview met een politicus of een CEO van een bedrijf is kritisch zijn belangrijker dan in een interview met een acteur, of bij een schrijver. Ik zeg tijdens een interview nooit: wat is dit voor een belachelijk slecht boek. Want als ik dat vond zou ik het interview niet doen. Als ik anders, confronterender, zou willen interviewen dan zou ik mijn kandidaten anders moeten kiezen.’

Zou je dat willen?

‘Jawel, die ruimte is er ook bij de krant. Alleen vaak zijn interviews met politici meestal verschrikkelijk. Ze zijn zo glad en ‘gemediatraint’, ze zeggen niks, er is vaak weinig eer aan te behalen.’

Welke journalist weet wel meer uit die politici te krijgen?

‘Binnenkort ga ik Frénk van der Linden interviewen. Dus nu ben ik een boek aan het lezen met interviews van hem. Met name in zijn oude interviews is hij brutaal, nee, dat is niet het goede woord, confronterend. Goed ingelezen maar ook irritant. Toch is het knap, want hij lokt mensen uit de tent. Ik weet niet of het in het algemeen de manier is om mensen zich helemaal te laten openen, maar het werkt af en toe wel. Dat is een kant die ik wat meer zou kunnen ontwikkelen.’

Hij wordt vaak een van de beste interviewers van Nederland genoemd. Wat vind jij daarvan? 

‘Ja.’ Er verschijnt een kleine glimlach om haar mond. ‘Hij is als interviewer echt goed, maar ik vind dat hij meer moet interviewen en minder over interviews moet praten.’

Je man is ook journalist, bij NU.nl, hoe is het om met iemand te wonen die in dezelfde branche zit?

‘Leuk, want je kunt het makkelijk over je werk hebben en die ander begrijpt wat je aan het doen bent. Hij doet wel echt andere dingen. Hij is nu met video bezig en interviewt BN’ers in de auto. Soms interviewen we dezelfde mensen. Laatst interviewde hij bijvoorbeeld Douwe Bob en die heb ik ook geïnterviewd.’

Hebben jullie weleens kritiek op elkaar?

‘Ik probeer dat gescheiden te houden. Ik vraag hem niet om mijn stukken vooraf te lezen. Hij leest ze pas als ze in de krant staan en er niets meer aan te doen is.

Wat is je volgende doel als journalist?

‘Toen ik begon met interviews doen was het hoogste doel dat ik in het Volkskrant Magazine zou staan met mijn interviews. Als dat is gelukt moet je jezelf een nieuw doel stellen. Nu ben ik inmiddels ook voor een deel coördinator bij ‘V’. Interviewen doe ik ongeveer de helft van mijn tijd, de andere helft heb ik een soort bureaubaan, moet ik coördineren en feedback geven op stukken van anderen.

Soms denk ik: ga ik dit nog dertig jaar doen? Dat is misschien een beetje saai. Ik kan proberen er nog beter in te worden maar misschien ga ik wel iets heel anders doen. Ik dagdroom wel eens over een correspondentschap in New York. Maar ik heb hier mijn kind, man en moeder, en die zouden dan allemaal mee moeten. Dat zou het een beetje compliceren. Wie weet. Ik zie dat nu binnenkort niet gebeuren, ik zit hier lekker in Amsterdam. Misschien over vijftien jaar ofzo.’


Dit interview verscheen eerder op Queester, de website waar masterstudenten van de opleiding Journalistiek & Nieuwe Media van de Universiteit Leiden hun portfolio presenteren.

Lisa van den Akker

Lisa van den Akker doet de master Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden.

Alle artikelen van Lisa van den Akker op De Nieuwe Reporter.

  • Renzo

    Interessant. Wat mij nu zo benieuwt: wanneer en waar heeft Van der Linden gezegd dat hij de beste interviewer van Nederland is? Sara? Lisa?
    Ik heb de indruk dat ANDEREN dat hebben gezegd. Heb geen citaat gevonden waarin VDL dat zelf zegt… Dus: kom maar op.

  • Renzo F. Verwer

    Juist. De tekst is gewijzigd van ‘ van der linden noemt zichzelf meesterinterviewer’ in de huidige vraag. Een toch wel fiks andere. Vandaar dat mijn reactie hieronder niet meer klopt dan.

  • Alexander Pleijter

    Sorry, ik zie je reactie nu pas. Het klopt dat Frénk dat nooit gezegd heeft. Hij wees ons daar op. En toen hebben we het aangepast. We hadden toen ook op jouw reactie moeten reageren.