De trucs van de verteller (4): Behendigheid en de stem van de verteller

Hoe verstel je een goed journalistiek verhaal? In een serie van vier artikelen schrijft Henk Blanken over de tools, tips & tricks van het vertellen. In deel 4 legt Henk Blanken uit dat alles kan en mag, je hoeft je als verteller niet aan regels te houden.

Waarom werkt een goed verteld verhaal? Waarom zijn technieken uit de romankunst, waarvan ik er in dit vierluik enkele heb behandeld, zo krachtig?

Omdat de lezer voor de duur van dat verhaal zijn ongeloof opschort en zich laat opnemen in het verloop van de gebeurtenissen, niet anders dan wanneer hij naar een illusionist op een podium kijkt.

En omdat die lezer wil weten hoe het afloopt, of – in reconstructies als het Tristanverhaal – waarom het zo afliep.

Alles mag

Verhalende journalistiek is voor driekwart afhankelijk van verteltechnische vaardigheid, of zo men wil behendigheid – want ‘regels’ als die over de eenheid van tijd, plaats, perspectief en handeling in een scène zijn geen dogma’s. Alles mag en alles kan, zolang de lezer erin meegaat.

Eenheid van perspectief maakt het de lezer gemakkelijk te geloven in een verhaal, zoals eenheid van tijd en plaats doen in een scene. Een consequent volgehouden vertelstem heeft hetzelfde effect.

Maar soms voel je als schrijver dat het anders moet. In mijn verhaal over de hersenoperatie van Carel D0lman vertel ik in de flashback hoe Carel zijn leerlingen op school vertelde dat hij parkinson heeft (dit voorbeeld kwam al beknopter langs in deel 2 van Tristan Anders).

Op zijn naaste familie na, wat vrienden en de directie van zijn school, vertelde hij niemand wat er loos was. Totdat mensen in het dorp over hem begonnen te praten. Dat hij met zó’n sik rondliep. Dat hij zo stijf was en onhandig.

De groep van atheneum-4 hoorde het als eerste.

Jongens, ga eens even zitten.

Een van de jongens had een opa, en die had het ook.

Hoe oud is die opa, vroeg Carel Dolman.

Tachtig.

Joh, zei hij, ik ben nog niet op de helft.

Dat gaat tegen alles in wat ik telkens weer beweer over eenheid van tijd, plaats, handeling en perspectief. In de eerste alinea is nog sprake van de gewone indirecte rede – denk ik. Met zekerheid zou ik het niet eens durven beweren over de twee elliptische zinnetjes die met ‘dat’ beginnen.

Daarna gebeurt er van alles. ‘Jongens, ga eens even zitten’ is de vrije directe rede. ‘Hoe oud is die opa, vroeg Carel Dolman’ is directe rede – maar zonder de aanhalingstekens. ‘Tachtig.’ kan van alles zijn; ik hou het op vrije directe rede. En de laatste zin is weer directe rede (z0nder aanhalingstekens).

Het effect dat ik ermee wilde bereiken is dat de lezer Carel dit deel zo losjes mogelijk hoort vertellen, zoals hij het tegen mij vertelde. Spreektaal houdt zich niet aan regels. Vandaar ook dat ik die aanhalingstekens wegliet: de lezer mocht niet denken dat alleen die twee zinnen zo door Carel waren uitgesproken.

Een mooi verhaal

Een goed narratief verhaal is niet hetzelfde als een mooi opgeschreven verhaal – het oudste verwijt dat zuinige journalisten van de late vorige eeuw het genre maakten, nog voordat ze zuur gingen zeuren over het hellend vlak tussen feit en fictie.

Maar ‘mooi’ helpt wel. Voor dat laatste kwart, schat ik, is literaire non-fictie afhankelijk van de stem van de verteller, van zijn hoogst persoonlijke vocabulaire en zijn onmiddellijk herkenbare ritme, zijn visie en particuliere eigenaardigheden. Amerikanen noemen dat voice.

Ik sluit niet uit dat de verhouding tussen techniek en stem zelfs omgekeerd is. Om nog één keer Gay Talese te citeren:

It’s my voice. It’s my deduction of all the research I did. The point is to establish the voice. What I don’t like, if I can avoid it, are direct quotes. If I can avoid a direct quote — and sometimes you cannot or should not — I will. Because what you do, with a direct quote, is surrender your voice. If you know what you’re talking about, and think you can be declarative in terms of sentences and attitude, then go with it. That’s your voice.


Lees ook:

Deel 1: Vertellen werkt.

Deel 2: De journalist als verteller.

Deel 3: De NRC-reportage over de schietpartij in Alphen aan den Rijn herschreven.


cropped-garage-kleinDit artikel verscheen eerder op De Verhalengarage, de website over verhalende journalistiek van Henk Blanken en Rik Kuiper.

Henk Blanken

Henk Blanken is schrijver en journalist.

Alle artikelen van Henk Blanken op De Nieuwe Reporter.