Aan journalistieke waarheidsvinding hebben we niets als louter aan de feiten aandacht wordt besteed

Het debat over de ‘Fout van Omtzigt’ en de publicatie van NRC daarover brengt een tweedeling in de journalistiek aan het licht: feiten an sich versus feiten in context. Egbert Minnema betoogt dat de journalistiek moet waken voor een al te sterke focus op feiten zonder context en transparantie.

Markante momenten in de loopbaan van politici. In de jaren ’60 had je de Nacht van Schmelzer, in 1999 de Nacht van Wiegel en sinds afgelopen weekend is er ook de Fout van Omtzigt. Veelbesproken. Iedereen heeft er wel een opvatting over.

Die opvattingen verschillen nogal per persoon. Zelden ben ik in mijn Twitter-tijdlijn een grotere tweedeling tegengekomen als de afgelopen dagen. Ik heb me daarom afgevraagd: wat kan hier nou een verklaring voor zijn?

Tweedeling

Grofgezegd ziet de tweedeling er zo uit: enerzijds de mensen die menen dat de fout van Omtzigt zo erg is dat hij zou moeten aftreden. Anderzijds de mensen die menen dat de fout van Omtzigt dom is, maar die vinden dat de omstandigheden de ernst enigszins verzachten.

Anders gezegd: Omtzigt heeft een nepgetuige geïnstrueerd wat hij moest zeggen op een bijeenkomst over de MH17 versus Omtzigt heeft een samenvatting ge-sms’t naar de nepgetuige om de gewenste dertig minuten spreektijd terug te brengen tot één minuut.

In tweets samengevat ziet die tweedeling er ongeveer zo uit.
(Tekst loopt door onder de tweets)

Fout an sich versus fout in context, zo vatte ik de twee perspectieven samen. Zoals je ziet benadrukken Boekestijn en Van Dijken vooral de fout zelf en wil Aalberts deze fout vooral in de context zien en beoordelen.

In deze discussie wint Aalberts wat mij betreft het pleit. Hoe zou je een actie namelijk goed kunnen beoordelen, zonder dat je de context daarbij nadrukkelijk in ogenschouw neemt? Volgens mij is dat onmogelijk.

Zorgvuldige journalistiek

Bovenstaand twitterdebatje is voor mij illustratief voor de perspectieven op hoe journalistiek bedreven en geconsumeerd wordt. Zo vindt een deel dat je de feiten moet laten spreken, terwijl anderen de feiten an sich niet zo interessant vinden.

In een artikel van De Correspondent van eerder dit jaar stipte Rob Wijnberg ook (een variant van) deze tweedeling aan. Waar veel journalisten (in reactie op al het nepnieuws) vinden dat er meer gefactcheckt moet worden, betoogt Wijnberg dat er helemaal geen behoefte is aan meer feiten. Er is behoefte aan transparantie: hoe komt een journalist nou tot zijn/haar nieuws en zijn/haar journalistieke oordeel daarover? Het moet dus niet om de feiten an sich gaan, maar ook om de (sociale) context om die feiten heen en om hoe de journalist zich daartoe verhoudt.

Transparantie bij NRC

Precies op dit punt is het naar mijn mening misgegaan bij het NRC afgelopen weekend. De krant kwam met de onthulling over de Fout van Omtzigt, zich baserend op een bron. Het bewijsmateriaal die die bron zou hebben aangeleverd wordt (vooralsnog) niet met de wereld gedeeld.

Daarnaast kwam de context waarin die fout tot stand kwam niet van het NRC; die moest van anderen komen. Op deze manier is er weinig transparantie over de werkwijze van de journalisten van het NRC die zich in deze case hebben verdiept. Terwijl dat juist van levensbelang is voor de geloofwaardigheid van media, zeg ik Wijnberg na.

Waarheidsvinding

Het NRC staat bekend als kwaliteitskrant. Dat betekent dat journalistiek moet voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen. Waarheidsvinding staat daarbij voor de krant centraal. Maar aan waarheidsvinding hebben we niets als louter aan de feiten an sich aandacht wordt besteed.

Zoals een X aantal verkeersdoden op een willekeurig kruispunt op zichzelf weinig zegt over een bepaalde mate van ernst van de situatie, zonder dat we meer weten over de periode waarbinnen deze doden vielen, hoe het kruispunt precies gesitueerd is en wat voor type verkeer er normaliter over dat kruispunt komt, zo zegt de Fout van Omtzigt weinig zonder dat we meer weten over de context eromheen. Zeker, elke verkeersdode is er een teveel. Dat geldt ook voor elke fout van welke politicus dan ook. Maar zonder context hebben we daar weinig en is een oordeel erover dus vrij betekenisloos.

Daarom denk ik dat de journalistiek moet waken voor een al te sterke focus op feiten an sich. Als de feiten eerlijk en transparant in hun context kunnen worden beschouwd, pas dan voldoet de journalistiek beter aan haar plicht om niet alleen waarheidzoekend, maar ook zorgvuldig te zijn. En aangezien de meeste mensen zich het meest door media laten informeren over de stand van zaken in Nederland en de wereld is juist deze zorgvuldigheid van het allergrootste belang.

Dit stuk is eerder gepubliceerd op het weblog van Egbert Minnema.

Egbert Minnema –

Egbert Minnema is freelance radio- en podcastmaker. Kijk voor informatie op zijn website.

Alle artikelen van Egbert Minnema op De Nieuwe Reporter.

  • Michel Gastkemper

    Ja zeg, waarom niet bron NRC Handelsblad van vorige week vrijdag 10 november duidelijk gelezen. Daar staat namelijk dit:

    Een uur voordat de bijeenkomst voor nabestaanden begint, zitten ze met elkaar aan tafel in de foyer van de VU: Van Rijsbergen, Omtzigt, Alexandr en de tolk. Een geluidsopname van het gesprek is in bezit van NRC. Alexandr vertelt over de vliegtuigen in de lucht tijdens het neerstorten van MH17. Eerst vertelt hij dat hij de crash heeft gezien. „Heb je ook gezien hoe het vliegtuig is neergeschoten?”, vraagt Omtzigt later. Dan antwoordt de tolk namens Alexandr: „Zijn vrouw heeft het gezien. Niet het neerschieten, maar het neerstorten en hoe het uit elkaar brak.” Het wordt vluchtig gezegd, in gebrekkig Nederlands.
    Duidelijker vertelt Alexandrs tolk dat hij al door het JIT is gehoord. Hij vertelt dat hij niet alles kon vertellen, maar dat de Nederlandse onderzoekers van het JIT vanuit Duitsland al beschikten over een uitgebreid rapport met zijn getuigenis over de ramp. „Die hadden ze”, constateert Omtzigt daarop. Bij zijn eerdere asielaanvraag in Duitsland heeft Alexandr alles wat hij weet over de ramp namelijk al aan de Duitse politie verteld.
    Omtzigt zegt aan het einde van het gesprek dat er genoeg journalisten zijn die Alexandrs verhaal kunnen optekenen. Daarnaast vraagt hij presentatrice Hella Hueck kort voor het begin van de bijeenkomst of de man later het woord mag krijgen. „De bedoeling was dat Alexandr daarna bedolven zou worden onder de journalisten”, vertelt Van Rijsbergen later aan NRC. „We dachten: we planten een zaadje en hopen dat het wordt opgepikt.” Volgens Van Rijsbergen bedacht hij dit opzetje samen met Omtzigt.
    Het is 19.49 uur en de lezing is al begonnen als de telefoon van Van Rijsbergen oplicht. In een sms-bericht dicteert Omtzigt wat de Oekraïense getuige straks moet zeggen als hij het woord neemt: „Ik zag het vliegtuig neerstorten. De cockpit kwam 100 meter van mijn huis terecht. Ik zag de slachtoffers, maar ook […] Oekraïense militaire vliegtuigen die op 17 juli vlogen boven mijn huis. Toch word ik niet als getuige erkend. Bij wie moet ik me melden?”
    „Is doorgegeven aan de tolk. Dank”, stuurt Van Rijsbergen terug.
    Tegen het einde van de avond krijgt Alexandr het woord en spreekt de tolk de tekst uit die door Omtzigt is opgesteld. Het Kamerlid reageert vanuit het deskundigenpanel alsof hij Alexandr nooit eerder heeft gezien. „Meneer dient zich bij het JIT te melden. [..] Ik denk dat het heel verstandig is als hij zijn hele verhaal als een verklaring bij het team inlevert”, zegt Omtzigt, die uit het voorgesprek kan weten dat de man al met het JIT heeft gesproken.
    In een reactie op vragen van NRC zegt Omtzigt dat hem toch niet duidelijk was dat de man al door het JIT was gehoord en of zijn verklaring uit Duitsland was aangekomen. Ook had hij niet begrepen dat de man zelf geen ooggetuige was, zegt Omtzigt. Hij ontkent dat er sprake was van een opzetje. „Deze man voelde zich niet gehoord. Ik wil alleen dat alles rond MH17 goed wordt uitgezocht.”

    https://www.nrc.nl/nieuws/2017/11/10/hoe-twijfel-rond-mh17-in-de-hand-wordt-gewerkt-13959091-a1580806