De kwestie Omtzigt-MH17: Waarom terughoudendheid een journalistieke deugd moet zijn

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt ligt onder vuur omdat hij een ‘nepgetuige’ zou hebben geïnstrueerd voor een optreden in een zaal vol nabestaanden van vliegramp MH17. Egbert Minnema ziet dat de zaak niet zo eenduidig is en vindt dat de journalistiek zich terughoudend moet opstellen.

Zaterdagochtend, 9.45 uur. Wakker, maar toch ook niet. Opstaan kost moeite en tijd. Zo gaat dat normaliter. Maar gisteren niet. Want zoals gewoonlijk opende ik deze ochtend Twitter om te zien waar de wereld zich nu weer druk om maakt. Dat ontwaken ging door wat ik las ineens een stuk eenvoudiger. Ik schrok deze keer namelijk wakker. Pieter Omtzigt is negatief in het nieuws!

Eerste perspectief

Het NRC meldde gisteren:

“Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) heeft een nepgetuige van vliegramp MH17 twijfel laten zaaien over de toedracht van de ramp in een zaal vol nabestaanden. De tekst die de getuige uitsprak, was van tevoren opgesteld door het Kamerlid. Dat blijkt uit sms-verkeer en geluidsopnames waarover NRC beschikt. De getuige trad op in een bijeenkomst in mei dit jaar op de Vrije Universiteit in Amsterdam over strafvervolging van de daders. Omtzigt regelde bij de organisatie spreektijd voor een afgewezen Oekraïense asielzoeker die verklaarde dat hij andere vliegtuigen in de lucht had gezien toen de MH17 neerstortte. Deze theorie komt uit Rusland, waar na de ramp werd gesuggereerd dat het vliegtuig is neergeschoten door een Oekraïense straaljager.”

Het hele verhaal van NRC is hier te lezen.

Grote verdeeldheid op Twitter

Aangezien ik Omtzigt een van de beste Kamerleden van deze tijd vind, was ik (negatief) verrast. Pieter Omtzigt in opspraak op ’s Neêrlands gevoeligste dossier. Je zou denken dat dossiervreter Omtzigt oog voor heeft voor die gevoeligheid. En nu blijkt dat hij ons flink zou laten hebben misleiden. Hoe kan het dan dat hij nu blijkbaar zo de fout in gaat?

De hele dag scrollde ik door Twitter. Benieuwd of Omtzigt al zou zijn opgestapt. Benieuwd hoe erg hij de grond in is geboord en door wie. Benieuwd ook wie hem verdedigt en beschermt. Wat me opviel was dat mijn tijdlijn behoorlijk verdeeld is over deze kwestie. Die verdeeldheid zit ‘m niet in de schuldvraag. Daar is eenduidigheid over: Omtzigt handelde dom en stom. Wat hijzelf (min of meer) erkende.

De verdeeldheid zit ‘m vooral in de vraag naar consequenties. Moet Omtzigt opstappen? Is het een onoverkomelijke fout? Of is het een fout in het kader van ‘waar wordt gewerkt worden fouten gemaakt’? Is de geloofwaardigheid van Omtzigt volledig verdwenen? Spant hij misschien samen met de Russen? Of kan hij gewoon aanblijven en worden zijn kwaliteiten als Kamerleden nog steeds erkend?

Aan mij niet het oordeel

Voor zover ik het kan beoordelen kan Omtzigt prima aanblijven. Hij is in mijn ogen een goed en integer Kamerlid. Hij erkent dat hij onzorgvuldig was (ook al heel wat tegenwoordig). Hij maakte blijkbaar een fout, maar het lijkt mij niet zo’n grote fout dat hij voor eeuwig (als parlementariër) zijn geloofwaardigheid kwijt is. Van mij krijgt hij het voordeel van de twijfel. Ik zou het namelijk doodzonde vinden als hij het veld moet ruimen.

De kanttekening ‘voor zover ik het kan beoordelen’ is wel belangrijk. De sms-berichten en geluidsopnamen die het NRC in handen heeft heb ik zelf niet kunnen zien en horen. Ik kan dus onmogelijk kwalificeren hoe dom, maar vooral hoe onoverkomelijk de fout is.
‘Voor zover ik het kan beoordelen’ dus. Want ik was ook niet bij de bewuste bijeenkomst in de VU in Amsterdam. Ik heb de bewuste Oekraïner die spreektijd kreeg niet gehoord of gesproken. Ik heb niet met eigen ogen kunnen zien wat zich daar allemaal heeft afgespeeld.

Tweede perspectief

Die zinsnede ‘voor zover ik kan het kan beoordelen’ bleef in mijn hoofd rondzingen toen ik een heel andere perspectief hoorde van freelance journaliste Hella Hueck (onder meer voor WNL). Hueck was wél in Amsterdam aanwezig waar de Oekraiener sprak. Zij fungeerde deze avond als moderator en heeft met eigen ogen gezien wat er zich tussen Omtzigt en de Oekraïener heeft afgespeeld.

Volgens Hueck wilde CDA-Kamerlid Omtzigt tijdens de bijeenkomst met MH17-nabestaanden helemaal geen onrust te zaaien of de boel te misleiden, maar probeerde hij te voorkomen dat de (Oekraïense) spreker een politiek praatje hield. Hueck:

“Het bleek dat hij ook een asielzoekersbelang had. Ik wilde voorkomen dat hij deze bijeenkomst ging gebruiken voor zijn eigen karretje. Toen heb ik gezegd: ‘Je mag een vraag stellen aan het panel, maar ik wil niet dat je een politiek statement maakt.’” CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt was ook bij dat gesprek. Hueck: “Hij ging mij en de organisatie helpen zodat de man geen tirade van een half uur ging houden. Het is dus niet zo dat hij spreektijd voor hem regelde, want het was een open bijeenkomst.”

Lees hier het hele artikel van WNL.

Wie moet ik geloven?

Twee totaal verschillende perspectieven. NRC, die beweert dat Omtzigt (al dan niet moedwillig) verwarring heeft gesticht door spreektijd voor de afgewezen Oekraïense asielzoeker te regelen, tegenover Hueck van WNL, die zegt dat Omtzigt enigszins ingreep om te voorkomen dat op zo’n beladen avond politieke statements worden gemaakt.

Wie moet ik geloven? Of beter gevraagd: wiens beoordelingsvermogen moet ik het meest vertrouwen? Die van de journalisten van het NRC, die hun informatie ongetwijfeld hebben verkregen van een betrouwbare bron, of die van Hueck, die er zelf bij was?

Je zou denken dat het logischer om meer waarde toe te kennen aan het perspectief van Hueck, juist vanwege haar aanwezigheid. Haar collega’s van NRC waren dat niet (voor zover ik weet; het was niet uit het artikel op te maken). Maar op Twitter wordt het NRC door de meesten blindelings geloofd. Logisch, het is immers een kwaliteitsmedium dat zal zijn werk wel goed zal hebben gedaan.

Ongemakkelijk gevoel

Ik merk bij mezelf dat ik hier ongemak bij voel. Als buitenstaander kan ik namelijk niet beoordelen welk perspectief waar is. Ik kan alleen maar vertrouwen op het analyse- en beoordelingsvermogen van journalisten die meer bronmateriaal hebben dan ik. En ik kan zelf nagaan wat ik plausibel vind klinken.

Maar dat vertrouwen vind ik moeilijk. Zeker als de journalistiek claimt aan waarheidsvinding te doen, maar ik vervolgens wel afhankelijk ben van subjectieve individuen (lees: journalisten – die uiteraard te goeder trouw hun werk proberen te doen, daar twijfel ik niet aan). Journalistiek als waarheidsvinder: het lukt me niet om dit te zien. Daarvoor zijn mensen te subjectief en ben ik te postmodern.

Daarom kan ik er slecht tegen als er op basis van slechts één artikel uit een krant allerlei oordelen en conclusies in de (sociale) media te vinden zijn, terwijl er vaak veel meer perspectieven en kanten aan één verhaal zitten. De ophef rond Pieter Omtzigt is daar een treffend voorbeeld van.

Terughoudendheid en twijfel zijn in mijn ogen daarom eerder (journalistieke) deugden dan kwaden, helemaal als we datgene waarover we schrijven niet uit eerste hand hebben kunnen waarnemen.

Dit stuk is eerder verschenen op het weblog van Egbert Minnema.

Egbert Minnema –

Egbert Minnema is freelance radio- en podcastmaker. Kijk voor informatie op zijn website.

Alle artikelen van Egbert Minnema op De Nieuwe Reporter.