Recensie Nepnieuws van Han van der Horst

Van de Hittieten tot Hitler: geschiedenis van nepnieuws

Het was natuurlijk wachten op een boek met het woord ‘nepnieuws’ op de cover. Historicus Han van der Horst komt als eerste over de streep, met een kloeke geschiedenis van nepnieuws door de eeuwen heen. Weinig diepgravend, maar vlot verteld, vol anekdotes over politieke en militaire propaganda.

Nepnieuws staat volop in de schijnwerpers sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Het is een hype: opeens had iedereen het over nepnieuws als nieuw fenomeen.

Maar was het eigenlijk wel zo nieuw, vroegen critici zich af. Wie nog twijfelt over het antwoord op die vraag, moet het nieuwe boek lezen van historicus Han van der Horst. Hij vult in Nepnieuws: Een wereld van desinformatie schijnbaar moeiteloos bijna driehonderd pagina’s met voorbeelden uit de verre en moderne geschiedenis. Van Luther tot Trump. Van Cicero tot Bush.

De door Van der Horst gememoreerde klassieke anekdote over de Amerikaanse krantenkoning William Randolph Hearst, die zijn illustrator naar het onrustige Cuba stuurde met de boodschap: “You furnish the pictures and I’ll furnish the war” is overigens apocrief – Hearsts telegram is nooit opgedoken en zelf ontkende hij het gestuurd te hebben. Nepnieuws over nepnieuws.

Hoewel Van der Horst zelfs nog nieuws uit februari heeft verwerkt, ligt de nadruk op het verdere verleden: van de Hittiten (die door farao Ramses II ten onrechte als verliezers werden afgeschilderd op een monument vol nepnieuws) tot Hitler en Goebbels. Het nepnieuws van na Trump, en zelfs het hele internet, verdwijnt na de eerste twee hoofdstukken acht hoofdstukken lang uit beeld, om pas weer terug te keren in de laatste drie.

Containerbegrip

Zonder twijfel is dit een boeiend boek over de rol van foutieve informatie in de westerse geschiedenis. Hoe oorlogen ontstonden door valse geruchten. Hoe antisemitische aanvallen al tijdens de Kruistochten getriggerd werden door haatzaaien. Hoe heksenhaat ontvlamde door indianenverhalen. Van der Horst vertelt het met verve.

Maar de term ‘nepnieuws’ lijkt er vaak met de haren bij gesleept. Tekenend is de tekst aan het begin van hoofdstuk vier: “In dit hoofdstuk zullen wij het woord ‘nepnieuws’ niet zo vaak tegenkomen.” Je krijgt als lezer vaker het idee dat het woord ‘nepnieuws’ af en toe in zinnen is gezet omdat dat nu eenmaal de titel van het boek is en de term tot de verbeelding spreekt.

Over ‘nepnieuws’ is al vaker gezegd dat het een containerbegrip is: er valt van alles en nog wat onder. Dat is ook het geval in dit boek. Het gaat van geruchten tot oorlogspropaganda, van haatspraak tot leugens, van sensationale journalistiek tot selectief gebruik van feiten. Per saldo komt het er in dit boek op neer dat alles wat ook maar een beetje riekt naar onjuiste of vertekende informatie, valt onder de noemer ‘nepnieuws’.

Verwarring

De verwarring begint al in de eerste alinea: die begint met Trumps gebruik van ‘fake news’ als scheldwoord voor onwelgevallig nieuws en met Russische nepnieuwsfabrieken, en gaat naadloos over in een passage over de Nederlandse hackers van de inlichtingendienst die de Russen bespioneerden die de mail van de Amerikaanse Democraten hackten. In het laatste geval gaat het om strategisch gebruik van ware, maar compromitterende informatie – te onderscheiden van desinformatie. Van der Horst had hier goed het leesbare rapport Information Disorder [pdf] van Wardle en Derakshan voor de Raad van Europa kunnen gebruiken, dat dergelijke categorieën helder van elkaar scheidt.

Zijn boek, dat vooral leunt op historische studies, had ook kunnen profiteren van de uitgebreide sociologische en communicatiewetenschappelijke literatuur over geruchten, nieuws en betrouwbaarheid.

Of over de vertekeningen van het geheugen, waar Van der Horst zelf onbedoeld een aardig voorbeeld van geeft. Als hij herinneringen ophaalt aan de aanslagen van 11 september 2001, ziet hij weer voor zich hoe hij met collega’s keek “naar de rechtstreekse uitzending van CNN, die steeds weer onderbroken werd door beelden van de toestellen en hoe zij zich met een elegante zwaai de Twin Towers in boorden.” Toestellen: meervoud. Maar dat kan niet: beelden van het eerste vliegtuig dat de torens raakte, bestaan wel, maar werden die dag niet uitgezonden.

Geschiedenisles

Ondanks de omvang van 300 pagina’s mist het boek vooral in de hoofdstukken die de laatste jaren bestrijken een aantal onderwerpen die je wel zou verwachten onder de kop ‘nepnieuws’. Zoals microtargeting: de mogelijkheid om via Facebook gericht verschillende boodschappen af te leveren bij verschillende, nauw omschreven doelgroepen. Of een stuk over nepnieuws dat niet uit politieke maar uit commerciële motieven wordt geproduceerd.

Voor wie echter een gedegen en redelijk vlot geschreven boek wil lezen over de rol van informatie en media in de westerse geschiedenis is dit boek een goede keuze. Je leest over het ontstaan van kranten, de historie van de vrijheid van meningsuiting, de rol van informatie in het Romeinse Rijk, de werking van oorlogspropaganda, de opkomst van het internet.

Het slothoofdstuk is een handleiding over hoe je zelf nepnieuws kan creëeren. Een aardige variant na de reeks historische verhandelingen in de voorgaande hoofdstukken. Al voelt het ook wat ongemakkelijk, nadat de eerdere hoofdstukken voortdurend hebben laten zien hoe nepnieuws kan leiden tot ellende en verderf. Dankzij nepnieuws zijn oorlogen ontketend, etnische minderheden vervolgd, heksen verbrand, en ga maar door.

Wat aan het einde ontbreekt is een uitgebreidere conclusie over de historische exercitie die in het boek is ondernomen. We zijn overladen met voorbeelden en varianten van nepnieuws, maar welke lessen zijn daar nu uit te trekken? En vertaald naar de huidige tijd: wat kunnen we vanuit de historie leren over de impact die nepnieuws nu kan hebben in de westerse wereld? De samenleving is totaal veranderd, zoals dit boek beschrijft, met een belangrijke rol voor internet. Enerzijds is het publiek sceptischer geworden, zegt Van der Horst, anderzijds blijken klassieke vijandbeelden nog steeds te kunnen overtuigen. Maar is de kans op ontsporingen, zoals heksenjachten en antisemitische aanvallen, in het huidige tijdsgewricht net zo groot als in vroegere tijden? Of juist niet?

Han van der Horst: Nepnieuws. Een wereld van desinformatie. Uitgeverij Scriptum. 312 pagina’s. Prijs € 17,95, eboek € 9,99.

Peter Burger & Alexander Pleijter

Peter Burger en Alexander Pleijter werken als universitair docent aan de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden. Ze coördineren het fatcheckproject Nieuwscheckers en doen onderzoek naar nepnieuws.

Alle artikelen van Peter Burger & Alexander Pleijter op De Nieuwe Reporter.