Serie: Nepnieuws en de bestrijding ervan (4)

We moeten nepnieuws net zo aanpakken als spam

De roep om nepnieuws te bestrijden klinkt steeds luider. Overheden denken aan wetgeving om de verspreiding van nepnieuws via sociale media aan banden te leggen. In dit vierluik verkennen Maurits Kreijveld en Chris Aalberts wat nepnieuws is en hoe het kan worden bestreden. In dit vierde deel pleiten ze ervoor om burgers weerbaarder te maken.

Politici praten momenteel openlijk over het filteren van nepnieuws. Niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in Frankrijk, Engeland en Duitsland onderzoeken parlementen mogelijkheden om sociale platformen verantwoordelijk te maken voor de content die via hun netwerken wordt verspreid. Dit elders neerleggen van de verantwoordelijkheden lijkt vooral ingegeven door gemakzucht omdat de individuen en organisaties achter nepnieuws vaak ongrijpbaar zijn. Ook lijkt er sprake van aversie tegen de dominantie van Facebook, Google en Twitter.

Het aanpakken van nepnieuws gaat mis wanneer geprobeerd wordt om berichten op grote schaal uit te filteren. Dit filteren betekent keiharde censuur: in plaats van onwaarheden in een open debat en discussie naar boven te laten komen, wordt dan van tevoren al informatie weggelaten: berichten worden verwijderd uit profielen, tijdlijnen en zoekresultaten. Filteren staat compleet haaks op een ontwikkeling waarbij burgers vrij informatie willen kunnen delen.

Gevaar van censuur

De filters die worden gebruikt laten geen ruimte voor een open debat, nuance, verschil van inzicht en pluriformiteit. Het gevaar van censuur en van moreel imperialisme dreigt, zeker als we zien hoe fanatiek Facebook en Amerikaanse politici kijken naar mogelijkheden voor filteren gebaseerd op Amerikaanse waarden over wat netjes is. Op dat moment wordt een grens overschreden waarbij veel verworvenheden van een vrije democratie verloren gaan.

Filteren staat bovendien haaks op de trend dat nieuws steeds meer ‘live’ wordt gemaakt, terwijl het gebeurt. Hierbij wordt nieuws, ook door de gevestigde nieuwsmedia, steeds vaker achteraf gecheckt en kan de kijker meebeleven wat de uitkomst wordt.

Samenwerken aan transparantie

Fact-checkers kunnen onwaarheden identificeren, maar dit werk gebeurt achteraf met een behoorlijke vertraging en er is sprake van willekeur in wat wel en niet gecheckt wordt. Bovendien kan al dit handmatige werk de snelheid en het volume van de berichtgeving niet bijhouden. Kunstmatige intelligentie is ook geen oplossing: deze algoritmes kunnen niet goed omgaan met nuances, polarisatie en satire. Kunstmatige intelligentie kan hooguit zeggen of het waarschijnlijk is dat een bericht onjuist is maar geen keiharde uitspraak doen.

Er is dus geen ‘quick fix’ voor nepnieuws, maar dat wil niet zeggen dat er helemaal niks gedaan kan worden. Er valt veel te winnen door journalistiek handwerk en het rapporteren door burgers te combineren met slimme algoritmen zoals Facebook, Google en Twitter die ontwikkelen. Hiervoor is meer samenwerking nodig tussen alle betrokkenen: nieuwsmedia, fact-checkers, sociale platformen, politici en burgers.

Algoritmen kunnen helpen inschatten of een bericht mogelijk onwaar of inconsistent is en ze kunnen accounts opsporen die bewust grote hoeveelheden desinformatie verspreiden. Informatielabels kunnen transparantie van nieuws vergroten door aan te geven wat de herkomst van een bericht is en of het bericht betwist of tegengesproken wordt. Nieuwsmedia kunnen gebruik maken van algoritmen die helpen inconsistente en tegenstrijdige berichtgeving te signaleren. Zij zouden toegevoegde waarde kunnen bieden door meerdere inzichten en opvattingen met elkaar te confronteren.

Gebruikers kunnen tevens bewuster worden gemaakt van hun eigen rol in de verspreiding, zoals Facebook via een pop-up vraagt of een gebruiker een mogelijk fake bericht wel echt wil verspreiden. Gebruikers kunnen ook helpen dubieuze berichten te signaleren: een mogelijkheid die nu al geboden wordt door sociale platformen maar nog weinig door nieuwsmedia.

Het aanpakken van spam

Het gebruik van algoritmen zou niet moeten leiden tot filtering, maar moet zich beperken tot informeren en transparant maken: labeling. De algoritmes van Facebook, Google en Twitter zijn nu echter niet transparant terwijl ze wel gebruikt worden om berichten in tijdlijnen en zoekresultaten te rangschikken.

Twitter wil de kwaliteit van de discussie inzichtelijk gaan maken en wil daarbij gebruik maken van de indicatoren voor ‘conversational health’, ontwikkeld bij MIT. Deze indicatoren voor een gezonde discussie zijn: ‘gemeenschappelijke aandacht’ (Is er overlap in waar men over praat? Praat men over hetzelfde thema?), ‘gemeenschappelijke realiteit’ (gebruikt men dezelfde feiten?), variëteit (zijn er meerdere meningen op grond van de voorgaande uitgangspunten) en ontvankelijkheid (staat men open voor nieuwe argumenten?).

Labelen kan de verspreiding van nepnieuws remmen maar het biedt geen garantie dat het wordt gestopt. Het aanpakken van nepnieuws lijkt op deze manier het meest op hoe er ook met spam e-mails wordt omgegaan: een melding ‘dit bericht kan spam zijn’ is niet ongebruikelijk. Dit sluit bovendien het meest aan bij het sociale gedrag waarin mensen elkaar soms ook bewust onjuiste berichten (zoals roddels en broodje-aapverhalen) doorsturen, wetende dat een ontvanger wel weet of hij het bericht met een korrel zout moet nemen.

Weerbare burgers

Bij een open en vrij internet hoort dat nieuws en informatie zich vrij kunnen verspreiden. Nieuwsmedia en platformen kunnen hun gebruikers helpen om relevante en betrouwbare informatie te vinden en ze een betrouwbare plaats bieden voor nieuws. Hieraan kunnen ze hun belangrijkste meerwaarde en bestaansrecht ontlenen. Ze zouden op een transparante manier moeten filteren en rangschikken zodat gebruikers kunnen kiezen. Ze zouden niet verplicht moeten worden om nieuws te gaan filteren.

De oplossing van de bestrijding van nepnieuws moet niet gezocht worden in het filteren maar in de pluriformiteit van media, die op transparante wijze informatie interpreteren, rangschikken en aanbieden. In plaats van burgers te pamperen en ervoor te zorgen dat ze niet meer met ‘nepnieuws’ in aanraking komen, zouden nieuwsmedia en politici de burger meer moeten prikkelen en moeten helpen om weerbaar te worden, te leren omgaan met een wereld waarin nieuws voortdurend in ontwikkeling is en er altijd debat zal zijn. Dát levert een versterking op van de democratie.

Lees ook deel 1 van deze serie: Een betere definitie van nepnieuws is broodnodig.

Lees ook deel 2: Fact-checken: gevecht tegen de bierkaai!?

Lees ook deel 3: Facebook en Google pakken nepnieuws aan maar kunnen het niet bestrijden.

Chris Aalberts en Maurits Kreijveld

Chris Aalberts (@chrisaalberts) schrijft over politiek voor onder meer The Post Online en Noordhollands Dagblad. Hij is auteur van onder meer De Puinhopen van Rechts en Achter de PVV. Maurits Kreijveld (@wisdomofcrowd) is futuroloog en auteur van 'De kracht van platformen'.

Alle artikelen van Chris Aalberts en Maurits Kreijveld op De Nieuwe Reporter.