Het belang van ‘connective news’: een buslading adviezen voor uitgevers, journalisten en andere mediawerkers

In haar proefschrift laat Joëlle Swart zien dat nieuws nog steeds een samenbindend element is voor en tussen mensen, maar dat mediabedrijven een meer gebruikersgerichte aanpak zouden moeten vinden om ‘public connection’ te bereiken. 

Joëlle Swarts proefschrift (Haven’t you heard? – Connecting through news and journalism in everyday life) bevat een buslading aan adviezen voor uitgevers, journalisten en alle anderen die in de media werken. Gistermiddag verdedigde Swart haar promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar werk, dat deel uitmaakt van het project The New News Consumer, richt ze zich op de veranderingen in de manier waarop mensen nieuws gebruiken in hun dagelijks leven sinds de digitalisering van onze samenleving.

Van oudsher spelen traditionele media een belangrijke rol in wat Swart ‘het vormgeven van de publieke verbinding’ noemt. Plat gezegd: dankzij dat ene gespreksonderwerp bij de koffiemachine worden mensen met elkaar verbonden. Mediamerken waren vorige eeuw bij uitstek de leveranciers van deze verbindende onderwerpen. Maar is dit nog steeds het geval, nu consumenten een veel bredere definitie van nieuws hebben omarmd en er letterlijk elke minuut van hun dag mee bezig zijn?

In deze nieuwe wereld, waarin een tweet of een whatsapp-bericht net zo nieuwswaardig wordt gevonden als de kop op de voorpagina van de krant, is nieuws dan nog wel het instrument dat gedeelde referentiekaders voor het openbare leven biedt?

Het mooie in Swarts proefschrift is dat ze de grote vraag beantwoordt, zonder de praktische suggesties voor ons in de media-industrie te vergeten.

Alles is nieuws

Een geruststelling voor de media-industrie is in elk geval dat nieuws – in welke vorm dan ook – een raakvlak blijft vormen tussen mensen “door hen ten minste enige basiskennis over relevante ontwikkelingen te verschaffen”. Bovendien blijft dat wat door oudere nieuwsmerken als nieuws wordt gezien een sterke invloed uitoefenen op de publieke thema’s en op wat onderdeel wordt van het gesprek van de dag.

Maar wat deze merken misschien toch ook zorgen kan baren is dat consumenten steeds meer moeite lijken te hebben om te definiëren wat ze als nieuws zien. Satirische nieuwssites, nicheblogs, online tijdschriften, Facebook-updates van goede doelen-organisaties of commerciële organisaties, ze lijken allemaal voldoende “nieuwswaardig” om te kunnen concurreren met, laten we zeggen, de onderwerpen in het 8 Uur Journaal.

Onze omgang met nieuws is veranderd

Op het gebied van news engagement heeft de digitale wereld echt alles veranderd.

Ten eerste zijn nieuwsroutines steeds meer gericht op individuen in plaats van op nieuwsmerken: onze vrienden en familie zijn belangrijker geworden als nieuwsgidsen dan de grote merken die het nieuws echt maken.

Ten tweede heeft onze nieuwsconsumptie zijn verbinding met tijd en ruimte verloren; het is niet meer uitsluitend iets voor in de ochtend bij de koffie of om acht uur ‘s avonds op de bank – we doen het overal, altijd. En nogmaals, ‘nieuws’ wordt daarbij veel breder opgevat dan de oude definities ons willen doen geloven.

Een andere belangrijke constatering daarbij is dat onze interacties met het nieuws – engagement – voor een groot deel onzichtbaar zijn. Op basis van de resultaten van haar focusgroepen heeft Swart goede redenen om aan te nemen dat slechts een klein deel van de nieuwsgebruikers zich publiek in de debatten mengt (via social media of in de commentaarsectie van een online artikel), maar dat dit niet betekent dat er minder engagement is.

Integendeel, zegt ze: de meesten van ons discussiëren nog steeds graag over nieuwsberichten, maar doen dat het liefst privé: face-to-face, in Whatsapp of in gesloten Facebook-groepen.

Gevoelens van onmacht door nieuws

Constructieve journalistiek mag dan inmiddels een veelbesproken term zijn onder vakbroeders, Swart constateert dat de digitalisering weinig heeft bijgedragen aan de mogelijkheden voor nieuwsgebruikers hun leven te verbeteren. Integendeel, de ‘constructiviteit’ van het nieuws is misschien zelfs afgenomen, vanwege de nooit eindigende, onvermijdelijke tijdlijnen vol nieuwsfragmenten waar mensen nauwelijks op kunnen inspelen. ”

Ondanks de ontwikkeling van nieuwe technologieën blijven de gevoelens van onmacht die nieuws kan opwekken voortbestaan.”

manuscript-swart

Adviezen aan media

Met deze bevindingen onderbouwt Swart haar adviezen aan de industrie. Het belangrijkste: de verbindende rol van nieuws serieus nemen.

“Het vereist een journalistieke denkwijze die niet alleen bekijkt hoe nieuws kan worden verteld op een manier die het meest informatief en onderhoudend is, of welke kop de meeste klikken zou genereren, maar die ook tot doel heeft nieuws te brengen op een manier die aansluit bij het dagelijkse gesprek van mensen en de manier waarop het inzicht geeft in publieke kwesties”.

Verbindend nieuws (‘connective news’) brengen gaat verder dan nieuws presenteren in aantrekkelijke storytelling formats:

“Het gaat erom de gedeelde referentiekaders van mensen aan te boren en een nieuwsdiscours te produceren dat inspeelt op de manier waarop ze publieke kwesties binnen hun dagelijkse netwerken ervaren.”

Praktische suggesties

Maar wat kan een nieuwsorganisatie daar nou mee? Swart biedt een aantal praktische suggesties:

1. Help mensen met overzicht. Context en samenhang, meervoudige invalshoeken en dimensies, bij voorkeur door innovatieve vertelvormen, helpen mensen het brede beeld te zien. In tegenstelling tot een reeks nieuwsfragmenten vinden ze daardoor een samenhangende kijk op de actualiteit, waardoor ze zich ‘verbonden’ voelen.

2. Zorg er altijd voor dat het nieuws persoonlijk relevant is. “Om het verband tussen nieuws en het dagelijks leven van mensen te bevorderen, moet worden voorspeld wat voor persoonlijke gevolgen bepaalde problemen voor verschillende mensen kunnen hebben en wat voor vragen het nieuws voor gebruikers kan oproepen.” Geen wonder, zegt Swart, dat regionaal en lokaal nieuws in dit opzicht beter presteert.

3. Geef gebruikers het gevoel deel uit te maken van een gemeenschap. Hoe sterker de band tussen de consumenten van een bepaald nieuwsmerk, des te hoger de waardering van het merk. Gebruikers maken graag deel uit van een collectief. Het succes van De Correspondent is daar het bewijs van, zegt Swart. “Denken over hoe het gebruik van een nieuwsproduct mensen tot deelnemer kan maken – en omgekeerd, hoe het mensen kan uitsluiten – kan dus nuttig zijn voor journalisten en nieuwsmakers die nieuwe nieuwskanalen beginnen en vaste gebruiksroutines proberen op te zetten.” Een deel van deze inspanning zou kunnen bestaan uit het overwegen van een paywall, omdat dit bijdraagt aan de binding tussen gebruikers en het nieuwsmerk.

4. Hanteer een constructivistische benadering. Hoewel het concept van ‘constructieve journalistiek’ bij traditionele journalisten enige bezorgdheid oproept, zegt Swart dat er reden is om aan te nemen dat journalistiek die op een constructivistische manier kijkt naar de dagelijkse implicaties van nieuws voor consumenten, succesvoller zou kunnen zijn.

5. Begrijp hoe mensen omgaan met nieuws. Tot slot is het focussen op zoveel mogelijk retweets, facebook-likes of andere vormen van openbaar online engagement misschien niet zo productief als het lijkt. Dit komt omdat veel van het echte engagement nog steeds onzichtbaar is, omdat het buiten de digitale ruimte gebeurt, of in gesloten groepen zoals Whatsapp. “Een continue uitdaging voor nieuwsorganisaties is dus om te begrijpen hoe mensen zich met nieuws verbinden en er mee omgaan en wat precies de sociale impact is die verhalen hebben binnen verschillende gemeenschappen.”

Het gezichtspunten van mensen

Uit de interviews en focusgroepen van Swart blijkt dat de journalistiek zich naar de mening van het publiek veel te veel richt op onderwerpen die voor het dagelijks leven van mensen niet relevant zijn, niet over hun leefomgeving gaan of niet ingaan op de publieke vragen waar zij zich zorgen over maken.

Combineer dit met Swarts overtuiging dat de waarde van nieuws als middel voor publieke verbinding begrepen moet worden vanuit het gezichtspunt van de mensen die het in het dagelijks leven werkelijk gebruiken, en we weten dat er één grote uitdaging is voor nieuwsorganisaties: de verbindende rol van nieuws vertalen naar specifieke journalistieke praktijken en producten.

Het proefschrift van Joëlle Swart, getiteld Haven’t you heard?: Connecting through news and journalism in everyday life, is te downloaden op de website van de Rijksuniversiteit Groningen.

Bart Brouwers –

Bart Brouwers is hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en mede-eigenaar van e52.

Alle artikelen van Bart Brouwers op De Nieuwe Reporter.