Jaaroverzicht Raad voor de Journalistiek 2017

Media kregen in 2017 vaker gelijk bij de Raad voor de Journalistiek

Huub Evers, media-ethicus en lid van de Raad voor de Journalistiek, is weer het jaarverslag van diezelfde Raad ingedoken. Opvallende trends in 2017: het oordeel luidde vaker dat de journalist zorgvuldig had gehandeld, het aantal klachten tegen een van de landelijke dagbladen nam (relatief) fors toe en doorgaans was van een zorgvuldige klachtafhandeling door de (hoofd)redactie sprake.

In 2017 ontving de Raad ruim honderd klachten. Dat is minder dan in 2016. Toen waren het er 122, maar daarbij zat een klacht die door 25 verschillende klagers werd ingediend en die uiteindelijk niet werd doorgezet. Daarmee is de stijgende lijn na 2014 en 2015 voortgezet. Toen waren het er slechts 62 en 77.

Van de ingediende klachten wordt een gedeelte in behandeling genomen: 90 in 2013, 35 in 2014, 45 in 2015, 64 in 2016 en 71 in 2017. Dat komt omdat in sommige gevallen de kwestie langs een andere weg werd opgelost, omdat de klager eerst nog met zijn klacht naar het betrokken medium moest of omdat de klacht gericht was tegen een medium dat niet wenst mee te werken aan klachtenbehandeling door de Raad. Bovendien worden sommige klachten te laat ingediend of is het evident dat de Raad niet bevoegd is om de klacht te beoordelen.

Sinds november 2013 is de Raad een ‘tweedelijns-instantie’. Dat houdt in dat de klager zich eerst met zijn ongenoegen moet wenden tot de hoofdredactie van het medium waartegen de klacht gericht is. Pas wanneer dat niet tot een vergelijk leidt, kan de weg naar de Raad worden ingeslagen. Deze wijziging in de werkwijze van de Raad zorgde in combinatie met het beëindigen van bemiddeling voor een kortstondige daling van het aantal klachten in 2014 en 2015.

Cijfers

In het nu volgende cijferoverzicht worden ook de getallen van de vijf voorafgaande jaren (2012 tot en met 2016) vermeld ter vergelijking. Van de ingediende klachten werden er 61 (in de voorafgaande jaren respectievelijk 76, 75, 40, 37 en 64) behandeld op dertien zittingen. In de voorafgaande vijf jaren waren er respectievelijk vijftien, zeventien, negen, acht en twaalf zittingen. In 46 gevallen formuleerde de Raad een conclusie die is opgenomen in het jaarverslag. In de voorafgaande jaren waren dat respectievelijk 65, 61, 51, 25 en 48 conclusies.

In drie van de 46 conclusies was de Raad van oordeel dat er onzorgvuldig gehandeld was, in zeven gevallen was deels onzorgvuldig gehandeld en in twintig gevallen handelde de betreffende journalist zorgvuldig. In de voorafgaande jaren waren dit de getallen: vijftien, achttien, dertien, drie en dertien onzorgvuldig, tweemaal acht, drie, vijf en zes deels onzorgvuldig en 28, 31, 23, 11 en 13 zorgvuldig. De Raad gebruikte vroeger de term (on)gegrond. Nu is dat (on)zorgvuldig.

Herzieningsverzoeken

Evenals een jaar eerder werden ook vorig jaar weer alle herzieningsverzoeken afgewezen, omdat de klager de Raad er niet van kon overtuigen, dat de beslissing berustte op feiten die niet klopten. In de voorafgaande jaren waren er acht, vier, zes, vijf en zeven herzieningsverzoeken. Werd in 2014 en 2015 eenmaal een herzieningsverzoek toegewezen, in 2016 en 2017 gebeurde dat bij geen enkel verzoek.

Bij lezing van de volledige tekst van de herzieningsverzoeken ontstaat de stellige indruk dat indieners daarvan eigenlijk in beroep willen gaan tegen de conclusie van de Raad. Ze zijn het met het oordeel niet eens. Volgens de statuten is het niet mogelijk beroep aan te tekenen tegen het oordeel. Wél kunnen partijen een herzieningsverzoek indienen. De verzoeker moet dan aannemelijk kunnen maken “dat de conclusie van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten”. Dat kan aan de orde zijn wanneer na de zitting blijkt dat op basis van onjuiste feiten is geoordeeld.

Daarnaast zijn er nog de klachten die eerst worden ingediend, maar later weer ingetrokken plus de klachten die door voorzitter en secretaris worden afgehandeld, bijvoorbeeld omdat ze evident ongegrond zijn, niet binnen de termijn ingediend of omdat klager overduidelijk niet een direct belanghebbende is.

conclusies rvdj 2017

Conclusies over verschillende soorten media

Hoe waren de conclusies die de Raad in 2017 formuleerde, verdeeld over de verschillende soorten media?

  • Tegen de landelijke dagbladen werd zestien maal een klacht ingediend. In de voorafgaande jaren lag dat aantal achtereenvolgens op veertien, dertien, acht, zes en acht.
  • De regionale dagbladen, de laatste jaren koploper (soms ex aequo), zakten met veertien klachten naar de tweede plaats. In de voorafgaande jaren lagen die aantallen op achttien, tweemaal negentien, zes en opnieuw negentien.
  • Bij de landelijke publieke omroepen ging het in 2017 om vier klachten. In de voorbije jaren was dat aantal dertien, zes, acht, één en zes.
  • De trend bij de commerciële omroepen zette door: van vier in 2012 naar drie in 2013 naar één in 2014 en daarna weer een lichte stijging: twee in 2015 en vier in 2016 en 2017.
  • Bij de online media werd de dalende lijn weer een beetje ongedaan gemaakt: van zes in 2012 naar vijf in 2013 naar vier in 2014 naar één in 2015 en twee in 2016 naar vier klachten in 2017.
  • Bij de nieuws- en huis-aan-huisbladen: drie in 2012 naar vier in 2013 naar twee in 2014 naar één in 2015 en 2016 en twee klachten in 2017.
  • De vak- en bedrijfsbladen kwamen in 2015 en 2016 in het rijtje niet meer voor. In 2012 was er één klacht, in 2013 vier en in 2014 twee. Ook in 2017 waren er twee klachten.
  • Bij de lokale en regionale omroepen ging het aantal klachten van vijf in 2012, één in 2013, vijf in 2014 en 2015, zes in 2016 en één klacht in 2017.
  • Bij de publieks- en de opiniebladen ging het aantal klachten van acht in 2011 naar twee in 2012 naar vijf in 2013 naar één in 2014 en 2015. In 2016 ging het om twee klachten en in 2017 om één klacht.
  • In 2012 waren er drie klachten tegen een individuele journalist, in 2014 één, in 2015 twee en in 2016 weer één. In 2017 kwam deze categorie in de overzichten niet meer voor.

Opvallend is dat het in deze tijden van voortschrijdende digitalisering toch de traditionele media zijn die zich het meest moeten verantwoorden bij de Raad. En dan vooral de landelijke en regionale dagbladen. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat mensen zich het meest storen aan onzorgvuldigheden in die media die ze het meest betrouwbaar achten.

Inhoud van de klachten

Kijkend naar de inhoud van de klachten luidt de top-3:

  1. Bijna de helft (47%) van de klachten ging over onjuiste en/of tendentieuze berichtgeving;
  2. Het aantasten van de privacy stond centraal in 40% van de klachten;
  3. Over het achterwege laten van wederhoor ging het in 37% van de klachten.

Deze top-3 is sterk vergelijkbaar met die van de vijf voorafgaande jaren, met dien verstande dat wederhoor toen altijd op plaats twee en privacy op plaats drie kwam. In veel klachten is overigens sprake van meer dan één aspect: wanneer iemand bijvoorbeeld klaagt over geen of onvoldoende wederhoor, gaat dat vaak gepaard met het verwijt dat (daardoor) sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving.

rubricering conclusies rvdj 2017

Afhandeling van klachten

Nieuw in het ‘algemeen klassement’ is de laatste jaren de afhandeling van klachten. Nu de Raad een ‘tweedelijnsinstantie’ is, moet de klager eerst langs de hoofdredactie. In ruim een kwart van alle zaken die inhoudelijk werden beoordeeld, werden ook opmerkingen gemaakt over de wijze waarop de klacht door het aangeklaagde medium werd behandeld. Die opmerkingen hoeven overigens niet per definitie negatief te zijn. Het is ook mogelijk dat de klager daarover niet tevreden is, maar dat de Raad die afhandeling zorgvuldig vindt.

Zei de Raad in 2016 in vijf gevallen expliciet dat de klachtafhandeling niet zorgvuldig was geweest, in 2017 was de Raad in vijf gevallen van mening dat de klacht juist wél zorgvuldig werd afgehandeld. Overigens is ook hier een tendens zichtbaar, namelijk dat klagers naar de Raad stappen niet omdat ze de klachtafhandeling onder de maat vinden, maar omdat ze het inhoudelijk niet eens zijn met het standpunt van de hoofdredactie.

Afwezigheid van het medium bij de zitting

In het kielzog van opmerkingen over de afhandeling van de klacht wordt ook wel gewezen op de afwezigheid ter zitting van het aangeklaagde medium. Toch is hiervoor niet of nauwelijks steun te vinden in de cijfers. Bij alle 46 conclusies ging het in acht zaken om een herzieningsverzoek. Zo’n verzoek wordt in beginsel ‘op de stukken afgedaan’, d.w.z. buiten aanwezigheid van de betrokken partijen.

Dat gebeurde ook met tien ‘gewone klachten’ waar beide partijen er zelf voor kozen om niet op de zitting te verschijnen. In zeventien zaken waren beide partijen wel aanwezig op de zitting om hun zaak toe te lichten en vragen van de Raadsleden te beantwoorden. In sommige (acht) gevallen was klager alleen aanwezig, in andere (drie) gevallen was dat alleen het aangeklaagde medium. Uit deze cijfers valt niet de conclusie te trekken dat (hoofd)redacties het na het voortraject met veel klagers ‘wel gehad hebben’ en dat ze daarom niet meer naar de zitting komen.

Brongebruik en selectie van nieuws

Ongeveer 20% van de klachten ging over het brongebruik door de journalist. Denk hier aan het publiceren van ernstige beschuldigingen zonder duidelijk te maken waar die beschuldigingen op gebaseerd waren. In een aantal gevallen was de informatie afkomstig van bronnen die met de beschuldigde in conflict waren en die dus moeilijk onbevooroordeeld en betrouwbaar genoemd kunnen worden, althans zeker niet volgens de klager.

Ongeveer 10% van de klachten ging over de selectie van nieuws. Hieronder vallen bijvoorbeeld klachten over de door de journalist gekozen invalshoek en over de vraag of de journalist überhaupt aan een bepaald onderwerp aandacht had mogen besteden.

Ook hier weer is er vaak sprake van meer dan één aspect: zo is er in veel klachten een koppeling tussen het niet nakomen van afspraken en het niet vooraf laten lezen van het verhaal. Iemand die klaagt over de nieuwsselectie door de journalist, vindt vaak dat het artikel of de uitzending onevenwichtig, onjuist of suggestief is.

Volgende week volgt deel twee van dit jaaroverzicht van de Raad voor de Journalistiek.

Huub Evers

Huub Evers is media-ethicus en lid van de Raad voor de Journalistiek. Hij was lector bij Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Alle artikelen van Huub Evers op De Nieuwe Reporter.