Hoe ‘publiek’ is deze publieke omroep nog?

Paul Römer van de NTR heeft besloten om niet langer langs de zijlijn te staan omdat hij vindt dat er bij de publieke omroep ‘echt iets moet gebeuren’, omdat we ‘anders de publieke omroep straks kwijt zijn’. Arthur Vierboom vindt dat een dappere stap en gaat in dit artikel in op het plan dat Römer in het Algemeen Dagblad naar voren heeft gebracht.

Beste Paul,

Je stelt in je plannen voor om 1 uitzendende omroep te vormen: de NPO. Of eigenlijk noem je het NPO 2.0 om te benadrukken dat ook daar iets moet veranderen en om te voorkomen dat bestaande beelden over de NPO de discussie kleuren. De acht bestaande omroepen veranderen – wat jou betreft – in ‘productiehuizen’ waar in de toekomst ‘minimaal’ 50 procent van het huidige programmabudget – zo’n 370 miljoen euro – naar toe gaat. Je noemt dit categorie A. Er is ook een categorie B en die bestaat uit commerciele productiehuizen zoals Blue Circle, CCCP, Human Factor, Talpa, Freemante en Tuvalu. Ook zij kunnen in jouw plannen voortaan – zonder tussenkomst van een omroep – direct programmavoorstellen indienen bij de NPO en zo een beroep doen op ‘maximaal’ 50 procent van het programmabudget.

Competitief element

Die woordjes maximaal en minimaal vind ik een ‘nice touch’ omdat die – na een overgangsperiode van vier jaar – een competitief element aan ons bestel gaan toevoegen. Want de beste ‘publieke producenten’ van de commerciële productiehuizen belanden – als de Raad voor Cultuur en het Commissariaat voor de Media daarmee instemmen – na 4 jaar in categorie A. En te commercieel producerende publieke omroepen (die productiehuis geworden zijn, AV) kunnen dan in categorie B belanden. Een mooi nieuw speelveld waar voor iedereen plaats is en alleen de publiekste programma’s en producenten een beroep kunnen doen op de publiekste gelden.

Omdat minimaal 50 procent van het budget in A zal worden besteed is die categorie in ieder geval verzekerd van een flink budget. Dat is categorie B niet. Sterker nog. Als ik het goed begrijp kan het zelfs zo zijn dat ook die andere 50 procent van het programmabudget – die ‘maximaal’ in categorie B kan belanden – uiteindelijk ook in categorie A kan belanden. Want categorie B heeft geen gegarandeerd minimum, dat categorie A met 50% van het programmabudget wel heeft.

Websites zonder reclame

Jouw plan is een origineel plan dat dit keer niet uitstraalt dat bestaande publieke omroepen onderling naar manieren zoeken om de bestaande koek onderling te verdelen. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom in de media nog weinig positieve geluiden over het plan te horen zijn geweest van je collega’s. Wellicht geeft de ‘status aparte’ in jouw plan voor de NTR – waar je nu de baas van bent – bij sommigen een gefronste wenkbrauw. Maar ik geloof dat het toch vooral van realisme getuigt om binnen een publieke omroep – net als nu – culturele programma’s een safe haven te bieden, dus ook in dit plan.

Bovendien biedt het plan – als kers op de taart – alle omroepen veel vrijheid om websites zonder reclame te beginnen en content te verspreiden op YouTube. Spannend omdat publieke omroepen doorgaans geen bijdrage mogen leveren aan ‘winst door derden’ – en YouTube of Facebook zou je als zulke ‘derden’ kunnen zien – maar de realiteit van het huidige landschap is dat een groot deel van je doelgroep alleen nog zo bereikt kan worden en je het dus moet proberen te zien als een distributieplatform, dat niks kost. Je hebt met je plan een knap staaltje synergetisch denkwerk verricht. Maar ondanks een veelbelovend begin hoop ik dat het denken doorgaat…

Aanstaande donderdag gaat minister (zonder portefeuille) voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media Arie Slob – na een kort ziekbed waardoor een eerder debat moest worden uitgesteld – in debat in de Tweede Kamer over de publieke omroep. En hopelijk gaat dat debat niet alleen over de nieuwe bezuinigingen en wordt niet met louter overlevingsdrang – maar ook met visie – naar de toekomst van de publieke omroep gekeken. Een stevig pleidooi voor een brede, goed functionerende publieke omroep, lijkt mij hier – in tijden van versnippering door digitalisering, populistische sentimenten, toenemende invloed van oncontroleerbare algoritmen en de ontwrichtende ervaringen met leugens van politici en fake news – niet nodig. Toch?

Drie publieke lagen

Meedenken dus. Ons publieke bestel bestaat uit 3 lagen. Naast de landelijke laag met 3 fusieomroepen (AVRO-TROS, VARA-BNN, KRO-NCRV) 3 ledenomroepen (MAX, EO, VPRO) en 2 taakomroepen (NTR, NOS) is er ook een, vooral door vrijwilligers bevolkte, lokale laag met 261 lokale omroepen in 361 gemeenten en een regionale laag met 13 regionale omroepen. Bij elkaar vormen deze drie publieke lagen een uniek netwerk van publieke producenten met overal ogen en oren, waarmee een samenwerkend bestel zich sowieso sterk zou kunnen onderscheiden. Ik zeg ‘zou kunnen’ omdat dat nu – ondanks een aantal mooie voorbeelden bij de NOS en EenVandaag – nu nog veel te weinig gebeurt. De samenwerking tussen de lagen is nog te incidenteel, de samenhang bij het publiek nog te onbekend en de logica erachter voor iedereen – binnen en buiten de publieke omroep – nog niet vanzelfsprekend genoeg.

Hoog tijd dat daar door politiek en alle omroepen nu – bij het komende debat – ook serieus naar gekeken wordt, want 1 + 1 + 1 kan hier 4 worden. Denk bijvoorbeeld aan voordelen bij: onderhandelingen met BumaStemra, inkoopvoordeel, distributiekracht, interne pluriformiteit, marketingpower, digitale infrastructuur, gezamenlijke innovatie, samenwerking externe partijen, acceptatie door marktpartijen, gezamenlijke lobby en gemeenschappelijk verhaal richting politiek. En organisatorisch – iedere laag is nu een stichting – hoeft niets een intensievere samenwerking in de weg te staan. Belangrijk is wel dat bij die samenwerking redactionele autonomie / onafhankelijkheid en lokale regionale inbedding (via PBO, programma beleidsbepalend orgaan) gehandhaaft blijft.

Commercieel en publiek

De verhouding tussen markt, politiek en publiek kan in het nieuwe bestel direct ook veel duidelijker. Daar wint iedereen bij. Als politiek kun je niet volhouden een publiek bestel te willen als je afnemende inkomsten uit reclame 1 op 1 in mindering brengt op de begroting van de publieke omroep. Dat doet namelijk alleen een commerciele omroep. Je kunt als politiek wel bezuinigen, maar niet omdat de reclame – inkomsten tegenvallen. Dat is onhelder.

De markt verwijt de publieke omroep ‘marktbederf’ omdat adverteerders via de STER tussen de goed bekeken programma’s van de publieke omroep terecht komen. De opbrengst daarvan komt bij het minister van OCW terecht, die zelfstandig beslist (dus niet de publieke omroep, AV) of dat geld in een innovatiepot van kranten komt of gebruikt wordt om budget van publieke omroep te bekostigen.

Hoewel de publieke omroep andere groepen bereikt met haar programmering dan commerciële omroepen en adverteerders dus niet allemaal zullen overstappen, kan het stimulerend zijn als commerciële omroepen op zoek gaan naar die groepen. Goed idee. En ik verwacht niet dat het publiek zal zich zal verzetten als reclame bij de publieke omroep wordt afgeschaft, dus laten we ook dit meteen helder maken. De publieke omroep stopt met reclame en de wegvallende gelden worden gewoon bijgepast uit belastinggeld. Markt blij. Publieke omroep blij.

Publieke omroep levert geld op

Waarom doe ik gemakkelijk over het bijpassen uit de belastingen? Paar redenen. Ik geloof vooral dat de publieke omroep geen geld kost maar geld oplevert. Dankzij dit bestel kon bijvoorbeeld een grootmacht aan commerciële mediabedrijven ontstaan die jaarlijks miljarden bijdragen aan ons bruto nationale product. Bedrijven als Endemol, Talpa en Eyeworks verkopen wereldwijd hun programma’s en maken dat Nederland – na de VS en UK – de belangrijkste format- en programmaleveranciers in de wereld is.

De ondernemers achter die bedrijven zijn op Nederlandse bodem geschoold en konden hier groeien. Ze leerden op goedkope wijze, subtiel bedachte formats voor verschillende omroepen te maken die ooit vrijzinnig protestante (VPRO, nu voor de creatieve klasse), katholieke (KRO) of gereformeerde achterbannen aan moesten spreken. En dat deden ze want omroepen groeiden uit tot verenigingen met de grootste achterbannen in Nederland.

Een van die ondernemers is TV-producent Joop van den Ende – die juni 2018 tijdens een presentatie in het Mauritshuis over de maatschappelijke waarde van de publieke omroep zegt dat het succes van de publieke omroep ‘ongelooflijk’ is en daar legde hij uit dat Nederland – ‘met bijna het laagste budget in Europa’- betere televisie maakt als de BBC, die 18 maal zoveel te besteden heeft. Van den Ende gaat verder: ‘Als er nog ooit iemand durft te zeggen dat de publieke omroep (in Nederland, AV) teveel geld heeft is dat lachwekkend. Ik heb programma’s gemaakt in 40 landen en ken de budgetten…’

26 eurocent per dag

Na de aanstaande bezuiniging van 60 miljoen bedraagt de begroting voor de publieke omroep 740 miljoen euro en dat moet worden opgebracht door 7,8 miljoen huishoudens (bron CBS, 2017) en reclame (via potje OC&W). Als we er nu eens van uit gaan dat er geen geld uit reclame meer komt – omdat we daar mee gaan stoppen – komt dat per huishouden neer op 95 euro per jaar, 7,91 per maand of 26 eurocent per dag. En dan krijg ik 7 dagen per week ieder uur nieuws via radio, internet, nieuwsapp (mobiel, iPad) en kan ik dagelijks nieuws op televisie zien bij het Journaal.

Dat nieuws is verzameld door een flinke redactie met een netwerk van 40 correspondenten en wordt geduid vanuit verschillende invalshoeken door EenVandaag, Nieuwsuur, De Wereld Draait Door, Jinek, Pauw en Buitenhof. Daarnaast is het belangrijkste sportnieuws en Eredivisievoetbal zien in Studio Sport en het Sport Journaal. Je kunt ook mooie (zelfgemaakte) documentaires (Tegenlicht, Reporter, Onze Man in Teheran, Door Het Hart Van China) kijken of ontspannen met opiniërende programma’s als Zondag met Lubach, Spijkers Met Koppen) of met goed gemaakt amusement als Boer Zoekt Vrouw, De Reunie en Ik Vertrek). Ook de kleintjes kunnen altijd terecht op Zapp voor goede zelfgemaakte jeugdprogramma’s en nieuwkomers in Nederland voelen zich aangesproken door FunX, ook publieke omroep.

Ik heb voor al die publieke producties wel 26 cent per dag over. Terwijl ik daarnaast ook per jaar nog zo’n 500 euro (1 euro en 61 cent per dag) over heb voor goedgemaakte kranten (NRC Handelsblad en de Volkskrant) die – met toch vooral het nieuws van gisteren – zes keer per week verschijnen. Ik denk dat die belangstelling voor kranten te maken heeft met een goede publieke omroep.

Tegenwicht

Ook kan het geen kwaad om in Nederland een krachtige media-industrie te blijven nastreven, zodat tegenwicht kan worden geboden in een internationaal medialandschap dat nu gedomineerd wordt door grote Amerikaanse spelers als Facebook, YouTube, Google en Netflix. En voor de duidelijkheid: dat lijkt een inhoudelijk argument maar is – voor de betere verstaander – ook een commercieel argument. De kennis die in Amerika door deze grote bedrijven over markten wordt opgebouwd gaat ons steeds verder – ook op andere markten – op achterstand zetten. Tijd om daarover na te denken.

En dan nog even ons enorme talent. Vergeet niet hoe goed we als Nederlanders zijn in dit vak. En voor liefhebbers van de markt – veel kwaliteit bij de commerciele omroepen wordt geleverd door makers die hun talent konden ontwikkelen bij een lokale publieke omroep en van daaruit doorgroeiden naar landelijke programmering op nationale commerciele (en publieke) zenders.

Publieke omroep is geen geldverspilling

Hopelijk valt op dat hierboven alleen argumenten gebruikt zijn die in de meeste discussies op het bestel door voorstanders van een gekortwiekte publieke omroep worden afgevuurd. De publieke omroep is verkwistend en ze bederven de markt. Dat is hij dus niet en hij creëert zelfs nieuwe, internationale markten.

Natuurlijk zou een belangrijkste argument ook kunnen zijn dat hij bijdraagt aan de kwaliteit van onze samenleving, omdat zij programma’s vanuit publieke waarden als onafhankelijkheid, diversiteit en pluriformiteit gemaakt worden. En dat bij die onafhankelijkheid hoort dat je de contouren van het publieke domein niet laat afbakenen door wat commerciele omroepen – die ook mooie dingen maken – willen laten liggen omdat het ze niet genoeg geld oplevert. Maar dat argument lijkt in discussies met deze voorstanders nooit echt te overtuigen, zolang er nog ergens in het publieke landschap een presentator of omroepdirecteur te vinden is die meer verdient dan de Balkenendenorm.

Tot slot vlieg ik nog even met een helicopter over de drie publieke lagen en wat dan soms door mijn hoofd schiet is: Hoe publiek is ons huidige bestel nog? De landelijke laag zal – zoals het er nu uitziet – nooit meer dan 8 omroepen tellen en alleen nog toegankelijk zijn voor ‘nieuwe’ spelers, als die bereid zijn zich aan te sluiten bij bestaande omroepen. Als bij landelijke omroepen de rol van leden verder naar de achtergrond verdwijnt en omroep profielen door fusies verwateren. En de invloed van PBO’s door bijvoorbeeld het streven naar ‘streekomroepen’ bij lokale omroepen en ‘centralisering’ van taken bij de RPO (Regionale Publieke Omroep, AV) en de NLPO (Nederlandse Lokale Publieke Omroepen, AV) verder afneemt. Alle lagen dreigen door ‘opwaartse druk’ en behoefte aan centralisering steeds minder ‘publiek’ te worden. En dat moeten we zien om te draaien omdat uiteindelijk gaat vreten aan het draagvlak onder het hele bestel. Laten we daar ook nog even over nadenken…

Arthur Vierboom

Arthur Vierboom heeft een brede achtergrond als programmamaker voor radio- en televisie en is betrokken bij verschillende projecten die de samenhang tussen publieke lagen wil vergroten. Hij werkt als zzp-er (Social Video Desk) voor verschillende organisaties, provincies, ministeries en is in Hilversum verbonden aan 'De Ontwikkelgroep’.

Alle artikelen van Arthur Vierboom op De Nieuwe Reporter.