[...] Een half jaar na de start van Columbia Reports in 2008 publiceerde Adriaan Alsema een artikel op De Nieuwe Reporter met als titel ‘onafhankelijk zijn en blijven in Colombia.’ De vraag is of [...]
Sent Wierda, freelance journalist
4 februari, 2010
Zoals Hugo Arlman constateert: Jan Blokker heeft het vaker bij het rechte eind dan menigeen zal willen/durven toegeven.
Het tweede katern van de Volkskrant wordt door Jan Blokker ‘een vod, een rotzooi’ genoemd – een rake typering. Als de Volkskrant -zoals gevreesd- op 1 april geheel op tabloid overgaat dan zal de gehele krant op ‘een vod, een rotzooi’ gaan lijken…
De door Jan Blokker bewierookte Laurens ten Cate (destijds hoofdredacteur van de Friese Koerier) was van een zeldzame klasse. Ook op mij heeft Laurens ten Cate een onuitwisbare invloed achtergelaten.
[...] gebrek aan kennis erover op krantenredacties en John Grimwade waarschuwt dat verkeerd gebruik een ‘heleboel schade’ kan aanrichten – al blijft onduidelijk wat die schade dan precies behelst. Wat vooral blijkt [...]
Dank voor je reactie, GertJan. Die gemeenschappelijke basis zie ik ook en de ideeën van Tufte helpen zeker bij het beter verbeelden van kwantitatieve data. Waar ik vooral in geïnteresseerd ben, is de toegevoegde waarde van interactie: hoe kun je technieken als filtering, zooming en brushing het best gebruiken in journalistieke interactives? En hoe verhoudt interactie zich tot narrativiteit? Maak je als journalist een interface die vooral bedoeld is om een grote hoeveelheid data te ontsluiten? Of wil je er ook nog een verhaal mee vertellen? Op dat soort vragen geeft Tufte bij mijn weten nog geen antwoord.
[...] Want: hoe het er in Amerika precies aan toegaat weet ik niet, maar bovenstaande veronderstellingen lijken mij niet overeenkomstig de Nederlandse werkelijkheid. Journalistiekstudenten worden nog altijd grotendeels opgeleid tot ‘offline-journalist’, overeenkomstig inderdaad het sporenmodel waarbij ze een tv- radio- of printspecialisatie volgen. Van volwaardige online-specialisaties heb ik in Nederland niet eens gehoord; het is doorgaans een klein, apart vak, dikwijls gegeven door een freelancedocent die in een handvol bijeenkomsten digitale vaardigheden aanleert – hetgeen leidt tot wat Arjan Dasselaar cargo cult journalism noemt. [...]
[...] krijgt. Private journalistiek – interactief en on demand. Mooier kan het niet.” (zie ook dit artikel van Arnold van Bruggen op DeNieuweReporter over The Sochi [...]
[...] Nieuwe Reporter had gisteren een mooi verhaal over media-ondernemer Adriaan Alsema, die enkele jaren geleden Colombia Reports startte. Deze Engelstalige nieuwswebsite over Colombia [...]
Wat ik altijd vertel, en wat mijn passie is, is dat het communiceren met video net zo makkelijk moet worden als communiceren met tekst. De technieken moeten dus toegankelijk worden om “Journalist 2.0″ in staat te stellen zelf te besluiten tekst, of video of beide in te zetten.
Als journalist ben je creatief, en je hebt iets te vertellen. Je moet dan niet worden lastig gevallen met techniek. Ik hoop dat steeds meer media hier mee aan de slag gaan.
Jouw verhaal geeft hoop dat de journalist 2.0 zelf opstaat, en niet door een manager of hoofdredacteur wordt geforceerd.
Richard Kwakkel
6 februari, 2010
Boekvertalers kampen met vergelijkbare problemen: bizar lage tarieven, slechte voorwaarden, afdracht van auteursrecht, problemen met de NMa (zie de reactie van Pierre Spaninks) en door de structurele economische ongelijkheid tussen uitgevers en vertalers een onmogelijke onderhandelingspositie. Eind vorig jaar heeft een groep boekvertalers een onderzoekje gedaan naar de marktpositie van leden van de beroepsgroep. Die is droef. Diep droef. Voor wie het interesseert: de resultaten van de enquête zijn te vinden op het weblog van de Boekvertalers [http://tiny.cc/RrDLU ].
De enige remedie is organisatie. In sociaal-economisch opzicht zijn we terug in de negentiende eeuw. Alleen als freelance journalisten, boekvertalers, cameramensen, freelance secretaresses — om maar eens een paar beroepsgroepen te noemen die nu met dit soort problemen worstelen — zich massaal organiseren en gesteund door een krachtige beroeps- of vakvereniging massaal de rug recht houden tijdens onderhandelingen, kunnen ze iets bereiken.
GertJan Kuiper
7 februari, 2010
Wat een inspirerend stuk, gaat mee in de voorbeeldenportefeuille van hoe het ook kan!
Check de linkjes in de tekst, die verwijzen verkeerd, er staat een dnr url voor die eraf moet…
Aad Oosterhof
7 februari, 2010
Wat een helder overzicht. Een goed geschreven stuk ook. Heeft me geïnspireerd. Dank. Wellicht ken je Hans Rosling? Dat is een wetenschapper die ingewikkelde statistische resultaten op een visuele manier laat zien. Zoek maar eens op ted.com naar mooie presentaties.
Herkenbaar! Als filmmaker en tekstschrijver maak ik op dit moment een plan voor de gemeente Amsterdam waarin ik aangeef hoe de combinatie film, tekst, en nieuwe / sociale media elkaar versterken. Online video op YouTube of site, tekst op een site, een blog, een artikel in de krant, een bericht op Twitter, Facebook: oude en nieuwe media vullen elkaar aan. Elk middel heeft z’n eigen kracht en mogelijkheden, de keuze voor welk middel (in welke combinatie) is vooral afhankelijk van de groep die je wilt bereiken. En het mooie is dat beeld zich zo goed verspreid via het web.
[...] kunt het ze haast niet kwalijk nemen want de druk van targets is groot. In dit licht is het onlangs uitgegeven boek van Jan Blokker interessant,”Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek”. Hierin stelt de auteur dat [...]
[...] 15, 2007 in Journalistiek | Tags: mail, Metro, redactie In ‘Praktische bezwaren voor e-mailadres onder artikel’ gaf Metro-hoofdredacteur Rutger Huizenga aan dat hij geen bezwaren had tegen het plaatsen van [...]
Betoog bevat aantal interessante kwesties (zoals het feit dat de gebruiker zelf bepaalt wat en wanneer hij aan info tot zich neemt). Maar bij de uitspraak dat inkomsten van de abonnees het probleem niet zouden zijn omdat oplages gelijk blijven, plaats ik wel een kanttekening. Heb jij soms andere cijfers? Of lees ik verkeerd?
Rogier RIjkers
8 februari, 2010
Dag Jeroen,
Dankjewel voor je reactie. Even een verduidelijking van mijn kant: ik schrijf niet dat de oplages gelijk blijven, maar dat de inkomsten uit de oplages gelijk blijven. Met andere woorden: als je jaarlijkse prijsverhoging even hoog is als of zelfs hoger is dan de procentuele daling van je oplages, dan blijven je bruto inkomsten minimaal gelijk.
Rogier
Brada Brave, Gedurende jouw verblijf in Suriname heb ik je al die tijd gevolgd. Jouw schrijven over suriname gedurende die tijd heb steeds gevolgd en vond het zeer interessant.Je hebt geen woord gelogen over wat je hebt mee gemaakt in Suriname.Ondanks dat ik er niet bij was.Ik ken die haat en jaloezie van Surinamers daar.Ik heb namelijk ongeveer dezelfde situaties meegemaakt.Surinamers aldaar zijn bedelaars geworden.Ze willen je maar als vriend houden wanneer je hun natje en droogje elke keer weer wilt betalen. Je kan niet rustig een biertje drinken aan de waterkant,ze komen als zwermen bijen op je af om een sigaretje, een bus,of soms bier en geld tegelijk te vragen.Het zijn dan geen sloebers of zo,neen, het zijn gedaste heren c.q.goed geklede mannen en soms ook in uniform o.a.militairen.Ding no habi wan sjing nanga rispikkie srefi fu na uniform.Tijdens het bouwen van mijn huis in 1999 heb ik echt dan ook mijn mensen leren kennen.Ze belazeren je bij het leven.Zo ook je eigen familie.Voor alles moet je ze betalen.Ze doen niks voor je zonder tegen prestatie terwijl je ze verwendt met kadootjes als je daar heen vertrekt.De haat die ze hebben tegenover de Sur-Ned komt o.a door het feit dat ze niet vrij naar Nederland kunnen gaan. Aan de andere kant gedraagt de Sur-Ned zich ook als een echte toerist in eigen land.Dat stuit tegen de de borst van onze mensen.Zij zijn niet gewend dat surinamers zich zo gedragen.Dat vinden zij raar en aanstellerig.De Surinamers kunnen dat niet hebben.Vooral waar de Sur-Ned de hele dag lopen te struinen en mooi weer spelen in de stad terwijl zij elk dubbltje tien keer moeten omdraaien voor dat zij iets kunnen kopen.Zij weten echter niet dat wij ook tien keer een duppeltje moeten omdraaien om met je gezin een vakantie-reis te kunnen maken.Vooral naar suriname.Zij denken dat alles hier koek en eis is.Als wij hun vertellen dat wij het ook moeilijk hebben in Nederland willen zij dit geloven.Ze zeggen dan dat wij hun ontmoedigt om maar niet te komen.Dat is de haat en discriminatie van onze eigen broeders.
Terence
9 februari, 2010
Al sinds 1991 voor hetzelfde tarief, geen inflatie aanpassing? En dan verwachten ze van ons een beschaafd goed geschreven stuk over een staking omdat een of andere sector er geen 3%, maar 1,5% op vooruit gaat het komende jaar?
Ik vraag me wel af in hoeverre de tarieven afhankelijk zijn van de gebieden waarin men werkzaam is. Schrijf je over alledaags nieuws wat achtergronden of heb je echt een specialisme waar minder aanbod is. En hoeveel gaat dat schelen, zeg per woord. Even onafhankelijk van ervaring, puur op vakgebied.
[...] het artikel Informatievisualisatie als opkomend journalistiek genre schetsen Frank Kalshoven en Martijn Bennis de mogelijkheden voor informatievisualisatie als nieuwe [...]
Dat schiet dan niet erg op, hè? Want je bereik neemt af en dus op den duur de advertentie-inkomsten vast ook.
Jaap Stronks
9 februari, 2010
Update: prompt is het bovenstaande tot huiswerk gebombardeerd op de FHJ, getuige een tweet van @stefantt, haha.
GertJan Kuiper
9 februari, 2010
Zit al even te kouwen op je vraag ‘En hoe verhoudt interactie zich tot narrativiteit? Maak je als journalist een interface die vooral bedoeld is om een grote hoeveelheid data te ontsluiten?’
Geslaagde en gelaagde database-ontsluitingen zoals Rosling doet lijken vooral te werken als illustratie bij het verhaal, of als je duidelijk hebt wat je ermee wilt illustreren. Zonder dat verhaal, of context, zit je snel op allerlei knopjes te drukken en zie je van alles gebeuren. Het ‘verhaal’ dat je zo naar de oppervlakte kan brengen kan aanleiding zijn voor verder onderzoek, of opname in een bredere uiteenzetting. Zodra het verhaal het doel wordt kom je in de sector Crisis of Credit. Of is er nog een tussengebied? En het is zeker ook jammer dat Tufte zich niet begeeft op het terrein van Rosling. Gemiste kans.
@Aad Oosterhof: Dank voor de complimenten. Zeker ken ik Rosling en zijn Trendalyzer. Het aardige is dat je met Google Gadgets zelf motion charts kan maken zoals die op Gapminder.org.
@GertJan Ik zie dat tussengebied wel zitten: een lineair verteld verhaal waar je op bepaalde punten als gebruiker desgewenst de diepte in kan gaan. Maar echt goede voorbeelden ken ik niet. Ik houd me van harte aanbevolen voor tips :-)
[...] Dat leverde een boeiende dag op, die juist door zijn breedte de verschillende invalshoeken aan het licht bracht, en wat de verschillen in denken op een frisse manier aan het licht bracht. De een maakt er vooral mooie afbeeldingen van waarbij de diepere betekenis een bijrol heeft, de ander probeert met visuele dynamische statistiek vooroordelen te pareren en verbanden inzichtelijk te maken. In zo’n setting kan een vraag over ‘het auteurschap’ of ‘de moraliteit’ bij een oogstrelende vlakvulling met parkeerbonnen rauw op je dak vallen. Als ‘De database als vertelvorm’ het motto van de dag was, is het misschien nuttig ook op zoek te gaan naar de grammatica, naar de regels hoe je een verhaal vertelt. Datavisualisatie bestaat niet uit het in elkaar fabrieken van kleurige plaatjes, waarvan de waarde van de data onduidelijk is. Op het internet wemelt het van de voorbeelden die er prachtig uitzien, interactief fantastisch werken, maar waar de betekenis, de waarde van wat er getoond wordt secundair is. Maar het is juist op die dunne lijn tussen functioneel en esthetisch dat een krachtige visualisatie zich bevindt. Veel voorbeelden, hoe slim gemaakt en doordacht ze ook zijn, ontlenen hun waarde aan het feit dat ze vooral visueel verleidelijk zijn en je ze ook prima aan de muur kan hangen. Maar dat betekent niet dat statistische data dan in simpele tabelvorm direct het beste tot zijn recht komt. Ik herinner me ergens de uitroep van een van de sprekers tijdens een discussie in hoeverre de visualisatie nog betekenis had: ‘maar dan kan je ook wel een tabel met cijfers laten zien’. Eh… nee dus. Juist de combinatie van ambacht en esthetiek, en de manier waarop je de informatie voor de kijker het beste overbrengt, met zo min mogelijk ruis is het vak apart. Ik ben na jarenlange latente interesse het terrein van datavisualisatie gaan verkennen door de boeken van Edward R. Tufte eens stuk voor stuk te gaan lezen. En daarnaast probeer ik de verschillende sites op dit terrein te volgen, meer en meer met de vraag: het is wel mooi, maar wat zie ik dan? En werkt het ook? En wordt het ook echt gebruikt? In de lessen van Tufte vind ik dan telkens een mooie richtlijn. Dezelfde voorzichtigheid in het verkennen van nieuwe mogelijkheden die grafische software biedt lees ik terug in het artikel van John Grimwade [...]
Geen reacties.
4 februari, 2010
[...] Een half jaar na de start van Columbia Reports in 2008 publiceerde Adriaan Alsema een artikel op De Nieuwe Reporter met als titel ‘onafhankelijk zijn en blijven in Colombia.’ De vraag is of [...]
4 februari, 2010
Zoals Hugo Arlman constateert: Jan Blokker heeft het vaker bij het rechte eind dan menigeen zal willen/durven toegeven.
Het tweede katern van de Volkskrant wordt door Jan Blokker ‘een vod, een rotzooi’ genoemd – een rake typering. Als de Volkskrant -zoals gevreesd- op 1 april geheel op tabloid overgaat dan zal de gehele krant op ‘een vod, een rotzooi’ gaan lijken…
De door Jan Blokker bewierookte Laurens ten Cate (destijds hoofdredacteur van de Friese Koerier) was van een zeldzame klasse. Ook op mij heeft Laurens ten Cate een onuitwisbare invloed achtergelaten.
4 februari, 2010
[...] gebrek aan kennis erover op krantenredacties en John Grimwade waarschuwt dat verkeerd gebruik een ‘heleboel schade’ kan aanrichten – al blijft onduidelijk wat die schade dan precies behelst. Wat vooral blijkt [...]
4 februari, 2010
Dank voor je reactie, GertJan. Die gemeenschappelijke basis zie ik ook en de ideeën van Tufte helpen zeker bij het beter verbeelden van kwantitatieve data. Waar ik vooral in geïnteresseerd ben, is de toegevoegde waarde van interactie: hoe kun je technieken als filtering, zooming en brushing het best gebruiken in journalistieke interactives? En hoe verhoudt interactie zich tot narrativiteit? Maak je als journalist een interface die vooral bedoeld is om een grote hoeveelheid data te ontsluiten? Of wil je er ook nog een verhaal mee vertellen? Op dat soort vragen geeft Tufte bij mijn weten nog geen antwoord.
4 februari, 2010
[...] Want: hoe het er in Amerika precies aan toegaat weet ik niet, maar bovenstaande veronderstellingen lijken mij niet overeenkomstig de Nederlandse werkelijkheid. Journalistiekstudenten worden nog altijd grotendeels opgeleid tot ‘offline-journalist’, overeenkomstig inderdaad het sporenmodel waarbij ze een tv- radio- of printspecialisatie volgen. Van volwaardige online-specialisaties heb ik in Nederland niet eens gehoord; het is doorgaans een klein, apart vak, dikwijls gegeven door een freelancedocent die in een handvol bijeenkomsten digitale vaardigheden aanleert – hetgeen leidt tot wat Arjan Dasselaar cargo cult journalism noemt. [...]
5 februari, 2010
[...] krijgt. Private journalistiek – interactief en on demand. Mooier kan het niet.” (zie ook dit artikel van Arnold van Bruggen op DeNieuweReporter over The Sochi [...]
5 februari, 2010
[...] Nieuwe Reporter had gisteren een mooi verhaal over media-ondernemer Adriaan Alsema, die enkele jaren geleden Colombia Reports startte. Deze Engelstalige nieuwswebsite over Colombia [...]
6 februari, 2010
Wat ik altijd vertel, en wat mijn passie is, is dat het communiceren met video net zo makkelijk moet worden als communiceren met tekst. De technieken moeten dus toegankelijk worden om “Journalist 2.0″ in staat te stellen zelf te besluiten tekst, of video of beide in te zetten.
Als journalist ben je creatief, en je hebt iets te vertellen. Je moet dan niet worden lastig gevallen met techniek. Ik hoop dat steeds meer media hier mee aan de slag gaan.
Jouw verhaal geeft hoop dat de journalist 2.0 zelf opstaat, en niet door een manager of hoofdredacteur wordt geforceerd.
6 februari, 2010
Boekvertalers kampen met vergelijkbare problemen: bizar lage tarieven, slechte voorwaarden, afdracht van auteursrecht, problemen met de NMa (zie de reactie van Pierre Spaninks) en door de structurele economische ongelijkheid tussen uitgevers en vertalers een onmogelijke onderhandelingspositie. Eind vorig jaar heeft een groep boekvertalers een onderzoekje gedaan naar de marktpositie van leden van de beroepsgroep. Die is droef. Diep droef. Voor wie het interesseert: de resultaten van de enquête zijn te vinden op het weblog van de Boekvertalers [http://tiny.cc/RrDLU ].
De enige remedie is organisatie. In sociaal-economisch opzicht zijn we terug in de negentiende eeuw. Alleen als freelance journalisten, boekvertalers, cameramensen, freelance secretaresses — om maar eens een paar beroepsgroepen te noemen die nu met dit soort problemen worstelen — zich massaal organiseren en gesteund door een krachtige beroeps- of vakvereniging massaal de rug recht houden tijdens onderhandelingen, kunnen ze iets bereiken.
7 februari, 2010
Wat een inspirerend stuk, gaat mee in de voorbeeldenportefeuille van hoe het ook kan!
Check de linkjes in de tekst, die verwijzen verkeerd, er staat een dnr url voor die eraf moet…
7 februari, 2010
Wat een helder overzicht. Een goed geschreven stuk ook. Heeft me geïnspireerd. Dank. Wellicht ken je Hans Rosling? Dat is een wetenschapper die ingewikkelde statistische resultaten op een visuele manier laat zien. Zoek maar eens op ted.com naar mooie presentaties.
7 februari, 2010
Herkenbaar! Als filmmaker en tekstschrijver maak ik op dit moment een plan voor de gemeente Amsterdam waarin ik aangeef hoe de combinatie film, tekst, en nieuwe / sociale media elkaar versterken. Online video op YouTube of site, tekst op een site, een blog, een artikel in de krant, een bericht op Twitter, Facebook: oude en nieuwe media vullen elkaar aan. Elk middel heeft z’n eigen kracht en mogelijkheden, de keuze voor welk middel (in welke combinatie) is vooral afhankelijk van de groep die je wilt bereiken. En het mooie is dat beeld zich zo goed verspreid via het web.
8 februari, 2010
[...] kunt het ze haast niet kwalijk nemen want de druk van targets is groot. In dit licht is het onlangs uitgegeven boek van Jan Blokker interessant,”Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek”. Hierin stelt de auteur dat [...]
8 februari, 2010
[...] Geschreven voor De Nieuwe Reporter Arjan van Bijnen AVB Writing on Twitter [...]
8 februari, 2010
[...] mijn vorige artikel kwam duidelijk naar voren dat er vele praktische bezwaren zijn bij het plaatsen van e-mailadressen [...]
8 februari, 2010
[...] Geschreven voor De Nieuwe Reporter Arjan van Bijnen AVB Writing on Twitter [...]
8 februari, 2010
[...] 15, 2007 in Journalistiek | Tags: mail, Metro, redactie In ‘Praktische bezwaren voor e-mailadres onder artikel’ gaf Metro-hoofdredacteur Rutger Huizenga aan dat hij geen bezwaren had tegen het plaatsen van [...]
8 februari, 2010
[...] Geschreven voor De Nieuwe Reporter Arjan van Bijnen AVB Writing on Twitter [...]
8 februari, 2010
[...] Geschreven voor De Nieuwe Reporter Arjan van Bijnen AVB Writing on Twitter [...]
8 februari, 2010
Betoog bevat aantal interessante kwesties (zoals het feit dat de gebruiker zelf bepaalt wat en wanneer hij aan info tot zich neemt). Maar bij de uitspraak dat inkomsten van de abonnees het probleem niet zouden zijn omdat oplages gelijk blijven, plaats ik wel een kanttekening. Heb jij soms andere cijfers? Of lees ik verkeerd?
8 februari, 2010
Dag Jeroen,
Dankjewel voor je reactie. Even een verduidelijking van mijn kant: ik schrijf niet dat de oplages gelijk blijven, maar dat de inkomsten uit de oplages gelijk blijven. Met andere woorden: als je jaarlijkse prijsverhoging even hoog is als of zelfs hoger is dan de procentuele daling van je oplages, dan blijven je bruto inkomsten minimaal gelijk.
Rogier
8 februari, 2010
schan-da-lig
9 februari, 2010
Brada Brave, Gedurende jouw verblijf in Suriname heb ik je al die tijd gevolgd. Jouw schrijven over suriname gedurende die tijd heb steeds gevolgd en vond het zeer interessant.Je hebt geen woord gelogen over wat je hebt mee gemaakt in Suriname.Ondanks dat ik er niet bij was.Ik ken die haat en jaloezie van Surinamers daar.Ik heb namelijk ongeveer dezelfde situaties meegemaakt.Surinamers aldaar zijn bedelaars geworden.Ze willen je maar als vriend houden wanneer je hun natje en droogje elke keer weer wilt betalen. Je kan niet rustig een biertje drinken aan de waterkant,ze komen als zwermen bijen op je af om een sigaretje, een bus,of soms bier en geld tegelijk te vragen.Het zijn dan geen sloebers of zo,neen, het zijn gedaste heren c.q.goed geklede mannen en soms ook in uniform o.a.militairen.Ding no habi wan sjing nanga rispikkie srefi fu na uniform.Tijdens het bouwen van mijn huis in 1999 heb ik echt dan ook mijn mensen leren kennen.Ze belazeren je bij het leven.Zo ook je eigen familie.Voor alles moet je ze betalen.Ze doen niks voor je zonder tegen prestatie terwijl je ze verwendt met kadootjes als je daar heen vertrekt.De haat die ze hebben tegenover de Sur-Ned komt o.a door het feit dat ze niet vrij naar Nederland kunnen gaan. Aan de andere kant gedraagt de Sur-Ned zich ook als een echte toerist in eigen land.Dat stuit tegen de de borst van onze mensen.Zij zijn niet gewend dat surinamers zich zo gedragen.Dat vinden zij raar en aanstellerig.De Surinamers kunnen dat niet hebben.Vooral waar de Sur-Ned de hele dag lopen te struinen en mooi weer spelen in de stad terwijl zij elk dubbltje tien keer moeten omdraaien voor dat zij iets kunnen kopen.Zij weten echter niet dat wij ook tien keer een duppeltje moeten omdraaien om met je gezin een vakantie-reis te kunnen maken.Vooral naar suriname.Zij denken dat alles hier koek en eis is.Als wij hun vertellen dat wij het ook moeilijk hebben in Nederland willen zij dit geloven.Ze zeggen dan dat wij hun ontmoedigt om maar niet te komen.Dat is de haat en discriminatie van onze eigen broeders.
9 februari, 2010
Al sinds 1991 voor hetzelfde tarief, geen inflatie aanpassing? En dan verwachten ze van ons een beschaafd goed geschreven stuk over een staking omdat een of andere sector er geen 3%, maar 1,5% op vooruit gaat het komende jaar?
Ik vraag me wel af in hoeverre de tarieven afhankelijk zijn van de gebieden waarin men werkzaam is. Schrijf je over alledaags nieuws wat achtergronden of heb je echt een specialisme waar minder aanbod is. En hoeveel gaat dat schelen, zeg per woord. Even onafhankelijk van ervaring, puur op vakgebied.
9 februari, 2010
[...] het artikel Informatievisualisatie als opkomend journalistiek genre schetsen Frank Kalshoven en Martijn Bennis de mogelijkheden voor informatievisualisatie als nieuwe [...]
9 februari, 2010
Dat schiet dan niet erg op, hè? Want je bereik neemt af en dus op den duur de advertentie-inkomsten vast ook.
9 februari, 2010
Update: prompt is het bovenstaande tot huiswerk gebombardeerd op de FHJ, getuige een tweet van @stefantt, haha.
9 februari, 2010
Zit al even te kouwen op je vraag ‘En hoe verhoudt interactie zich tot narrativiteit? Maak je als journalist een interface die vooral bedoeld is om een grote hoeveelheid data te ontsluiten?’
Geslaagde en gelaagde database-ontsluitingen zoals Rosling doet lijken vooral te werken als illustratie bij het verhaal, of als je duidelijk hebt wat je ermee wilt illustreren. Zonder dat verhaal, of context, zit je snel op allerlei knopjes te drukken en zie je van alles gebeuren. Het ‘verhaal’ dat je zo naar de oppervlakte kan brengen kan aanleiding zijn voor verder onderzoek, of opname in een bredere uiteenzetting. Zodra het verhaal het doel wordt kom je in de sector Crisis of Credit. Of is er nog een tussengebied? En het is zeker ook jammer dat Tufte zich niet begeeft op het terrein van Rosling. Gemiste kans.
9 februari, 2010
@Aad Oosterhof: Dank voor de complimenten. Zeker ken ik Rosling en zijn Trendalyzer. Het aardige is dat je met Google Gadgets zelf motion charts kan maken zoals die op Gapminder.org.
@GertJan Ik zie dat tussengebied wel zitten: een lineair verteld verhaal waar je op bepaalde punten als gebruiker desgewenst de diepte in kan gaan. Maar echt goede voorbeelden ken ik niet. Ik houd me van harte aanbevolen voor tips :-)
9 februari, 2010
[...] Dat leverde een boeiende dag op, die juist door zijn breedte de verschillende invalshoeken aan het licht bracht, en wat de verschillen in denken op een frisse manier aan het licht bracht. De een maakt er vooral mooie afbeeldingen van waarbij de diepere betekenis een bijrol heeft, de ander probeert met visuele dynamische statistiek vooroordelen te pareren en verbanden inzichtelijk te maken. In zo’n setting kan een vraag over ‘het auteurschap’ of ‘de moraliteit’ bij een oogstrelende vlakvulling met parkeerbonnen rauw op je dak vallen. Als ‘De database als vertelvorm’ het motto van de dag was, is het misschien nuttig ook op zoek te gaan naar de grammatica, naar de regels hoe je een verhaal vertelt. Datavisualisatie bestaat niet uit het in elkaar fabrieken van kleurige plaatjes, waarvan de waarde van de data onduidelijk is. Op het internet wemelt het van de voorbeelden die er prachtig uitzien, interactief fantastisch werken, maar waar de betekenis, de waarde van wat er getoond wordt secundair is. Maar het is juist op die dunne lijn tussen functioneel en esthetisch dat een krachtige visualisatie zich bevindt. Veel voorbeelden, hoe slim gemaakt en doordacht ze ook zijn, ontlenen hun waarde aan het feit dat ze vooral visueel verleidelijk zijn en je ze ook prima aan de muur kan hangen. Maar dat betekent niet dat statistische data dan in simpele tabelvorm direct het beste tot zijn recht komt. Ik herinner me ergens de uitroep van een van de sprekers tijdens een discussie in hoeverre de visualisatie nog betekenis had: ‘maar dan kan je ook wel een tabel met cijfers laten zien’. Eh… nee dus. Juist de combinatie van ambacht en esthetiek, en de manier waarop je de informatie voor de kijker het beste overbrengt, met zo min mogelijk ruis is het vak apart. Ik ben na jarenlange latente interesse het terrein van datavisualisatie gaan verkennen door de boeken van Edward R. Tufte eens stuk voor stuk te gaan lezen. En daarnaast probeer ik de verschillende sites op dit terrein te volgen, meer en meer met de vraag: het is wel mooi, maar wat zie ik dan? En werkt het ook? En wordt het ook echt gebruikt? In de lessen van Tufte vind ik dan telkens een mooie richtlijn. Dezelfde voorzichtigheid in het verkennen van nieuwe mogelijkheden die grafische software biedt lees ik terug in het artikel van John Grimwade [...]