<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>De nieuwe reporter &#187; Arjan Dasselaar</title>
	<atom:link href="http://www.denieuwereporter.nl/author/arjan-dasselaar/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.denieuwereporter.nl</link>
	<description>Groepsweblog over nieuwe media en journalistiek</description>
	<lastBuildDate>Thu, 02 Sep 2010 08:29:27 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.4</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Onwetenschappelijke journalisten</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2010/08/onwetenschappelijke-journalisten/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2010/08/onwetenschappelijke-journalisten/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 Aug 2010 01:14:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ongecategoriseerd]]></category>
		<category><![CDATA[betrouwbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[wetenschapsjournalistiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=10920</guid>
		<description><![CDATA[Het is een nogal sarcastisch stukje geworden, op het lezenswaardige Freakonomics-blog van Stephen J. Dubner en Steven D. Levitt. De VN-klimaatcommissie IPCC heeft, vooroplopend op het vijfde rapport over al-dan-niet-antropogene klimaatverandering alle 831 deelnemende experts een brief gestuurd. 
De boodschap is simpel. Of ze voorzichtig met ons willen zijn. Heel voorzichtig. Wij journalisten raken namelijk [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2009/07/reageerbuis.jpg" alt="reageerbuis" title="reageerbuis" width="150" height="100" class="alignnone size-full wp-image-5602" />Het is een nogal sarcastisch <a href="http://freakonomics.blogs.nytimes.com/2010/07/14/what-we-talk-about-when-we-talk-about-climate-change/">stukje</a> geworden, op het lezenswaardige Freakonomics-blog van Stephen J. Dubner en Steven D. Levitt. De VN-klimaatcommissie IPCC heeft, vooroplopend op het vijfde rapport over al-dan-niet-antropogene klimaatverandering alle 831 deelnemende experts een brief gestuurd. </p>
<p>De boodschap is simpel. Of ze voorzichtig met ons willen zijn. Heel voorzichtig. Wij journalisten raken namelijk nogal snel in de war van ingewikkelde wetenschappelijke termen. Het IPCC heeft er gelijk maar een lijstje met dergelijke termen bijgedaan.<br />
<span id="more-10920"></span><br />
Zoals daar zijn:</p>
<p>Onzekerheid; literatuur; risico; ozon; viraal; exotisch; trend; negatief; straling; theorie; model; gemiddelde; discipline; ecologie.</p>
<p>Nu denkt u misschien: wat een negatief gedoe! Alsof ik geen theorie van een model kan onderscheiden. Die discipline heb ik gemiddeld genomen heus wel.</p>
<p>U misschien wel. Maar ja, dan verspreiden collega’s weer een <a href="http://www.hln.be/hln/nl/33/Fit-Gezond/article/detail/1140012/2010/08/01/Uitslapen-is-goed-voor-je-gezondheid.dhtml">kulbericht</a> waardoor je haast geneigd bent je aan te sluiten bij het leger van wetenschappelijke boe-roepers die vinden dat de voorlichting van het publiek aan echte deskundigen moet worden overgelaten: zijzelf.</p>
<p><strong>Slapen</strong><br />
Nemen we dit <a href="http://www.hln.be/hln/nl/33/Fit-Gezond/article/detail/1140012/2010/08/01/Uitslapen-is-goed-voor-je-gezondheid.dhtml">bericht</a> er even bij, waarin staat: ‘Een andere studie waarschuwt voor de gevaren van te veel te slapen, uit onderzoek blijkt namelijk dat iemand die meer dan 9 uur slaapt anderhalf keer zoveel risico lopen (sic) op dit soort hart- en vaatziekten.’</p>
<p>De eerste zin is uiteraard volslagen onzin. De wetenschappers in kwestie hebben alleen vastgesteld dat er een verband is tussen lang slapen en hartziekten. In vaktermen: er is een correlatie. Iets anders dan causaliteit, een <em>oorzakelijk</em> verband.</p>
<p>Anders gezegd, de onderzoekers waarschuwen helemaal niet dat het gevaarlijk is om lang te slapen. Voor hetzelfde geld zorgt datzelfde wat ervoor zorgt dat mensen gevoeliger worden voor hartproblemen ook voor een verhoogde slaapbehoefte. Of hebben kerngezonde mensen minder slaap nodig. </p>
<p>We weten het niet. Daarom houden de onderzoekers daarover ook wijselijk hun mond. Bizar genoeg eindigt hetzelfde nieuwsbericht dat eerder zo stellig was, dan ook terecht met de woorden: ‘Het is hen wel nog niet duidelijk waarom dit zo is.’</p>
<p>Als u al wat langer het nieuws volgt, en daar ga ik maar even vanuit, dan weet u dat dit soort berichten waarin een verband wordt verward met een uitspraak over de oorzaak van dat verband bepaald niet uitzonderlijk zijn. Wetenschappers hebben er zelfs een mooie spotprent over gemaakt:</p>
<p>(<a href="http://www.phdcomics.com/comics/archive.php?comicid=1174">Omdat ik geen toestemming heb gekregen de cartoon te reproduceren, verzoek ik u even op deze zin te klikken.</a>)</p>
<p><strong>Het intellect van Drosophila melanogaster</strong><br />
Die maakt gelijk de twee grootste problemen duidelijk.</p>
<p>Eén: wetenschappers nemen ons gaandeweg nog minder serieus dan het intellect van Drosophila melanogaster. Wat op zich niet zo erg is – want wetenschappers zijn rare mensen die zelf alleen stukjes gepubliceerd kunnen krijgen in obscure bladen die maar 42 abonnees hebben – ware het niet dat goede relaties met wetenschappers best handig zijn om het tweede probleem te kunnen oplossen.</p>
<p>Twee: we informeren het publiek niet goed, wat best vervelend is, want dat zijn de mensen voor wie we werken. En als die ontdekken dat we er een zooitje van maken, verliezen ze ons vertrouwen in ons (case in point: dat proces is in volle gang). </p>
<p>Dat laatste zou me nog niet eens zoveel kunnen schelen als een groot deel van dat publiek vervolgens een alternatief zou vinden. Die zijn er wel: het barst van de uitstekende wetenschappelijke weblogs. Maar het bereik van die weblogs is relatief klein.</p>
<p>Nu weet ik ook wel dat door de komst van internet het woord ‘massamedium’ aan erosie onderhevig is. En dat het waarschijnlijk is dat in de toekomst nieuwsconsumenten hun dagelijkse fix aan informatie zullen samenstellen uit een eigen selectie van gespecialiseerde informatiebronnen, zoals voornoemde weblogs.</p>
<p><strong>Geen paasei</strong><br />
Maar zover is het nog niet, en bovendien, er zullen vast enkele grote nieuwsorganisaties overblijven. Daarom is het misschien handig om journalisten twee wetenschappelijke vuistregels mee te geven:</p>
<ol>
<li>Met elkaar hand in hand lopen betekent nog niet dat de een de ander verwekt heeft. Dat kan wel (moeder en vader die met hun zoontje aan de wandel zijn) maar het hoeft niet (Romeo en Julia waren zoals bekend niet eens familie). Oftewel: het hebben van een relatie zegt nog niets over de familiebanden. (Is deze metafoor u te abstract, onthoud dan: relatie is geen correlatie.)</li>
<li>N = 1 ei = geen paasei. Waarmee bedoeld wordt dat opzienbarend nieuws uit één onderzoek dus geen aanleiding biedt de voorpagina leeg te ruimen totdat andere wetenschappers het resultaat hebben bevestigd. Tenzij met heel veel mitsen, maren en andere voorbehouden.</li>
</ol>
<p>Knullige lijstjes met voor journalisten te moeilijk geachte woorden van het IPCC zullen ons dan hopelijk in de toekomst bespaard blijven. Net als in paniek geraakte lezers die niet langer dan 7 uur meer durven te slapen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2010/08/onwetenschappelijke-journalisten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verplichte bijscholing</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2010/07/verplichte-bijscholing/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2010/07/verplichte-bijscholing/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Jul 2010 08:38:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ongecategoriseerd]]></category>
		<category><![CDATA[Uitgelicht]]></category>
		<category><![CDATA[bijscholing]]></category>
		<category><![CDATA[éducation permanente]]></category>
		<category><![CDATA[kennisuitwisseling]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=10703</guid>
		<description><![CDATA[Als de éducation permanente niet naar de journalist komt, dan moet de journalist maar naar de éducation permanente
Mooi moment in het debat ter gelegenheid van de presentatie van het Handboek Crossmediale Journalistiek en Redactie  waarvan ik een van de auteurs ben: collega Paul Grijpma sprak vanuit de zaal woorden in de trant van ‘maar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2010/07/kennis.jpg" alt="kennis" title="kennis" width="150" height="150" class="alignnone size-full wp-image-10704" /><em>Als de éducation permanente niet naar de journalist komt, dan moet de journalist maar naar de éducation permanente</em></p>
<p>Mooi moment in het debat ter gelegenheid van de presentatie van het <a href="http://www.computerboek.nl/boek/9789059404472/handboek_crossmediale_journalistiek_redactie_arjan_dasselaar">Handboek Crossmediale Journalistiek en Redactie</a>  waarvan ik een van de auteurs ben: collega Paul Grijpma sprak vanuit de zaal woorden in de trant van ‘maar bijblijven doet een journalist toch automatisch? Dit hele vak is toch één grote éducation permanente?’</p>
<p>Ik was bezig een <a href="http://www.mobypicture.com/user/brewbart/view/6906487">debat</a> te modereren, dus elke onzinnigheid of onvolkomenheid in de weergave van die uitspraak is de oorzaak van mijn slechte geheugen en niet van een gebrek in de eloquentie van Grijpma.<br />
<span id="more-10703"></span><br />
<strong>Verplichte bijscholing</strong><br />
Mooi gesproken, maar helaas gewoon niet waar. Ja, dit vak kent witte raven die met de krant opstaan en met hun <em>rss feeds</em> weer naar bed gaan. Die je niets meer hoeft te vertellen over SEO of crowdsourcing, en toch ook prima weten dat er dit jaar in Australië een nieuwe regering wordt gekozen.</p>
<p>Eigen initiatief is er. De prima verkoopcijfers van ons Handboek Crossmediale Journalistiek en Redactie wijzen daar eveneens op, net als de grote opkomst bij het debat. </p>
<p>De vraag is echter of eigen initiatief voldoende is. Zoals een andere wijze collega – Dick van Eijk van NRC Handelsblad – tijdens de borrel zei: ‘Huisartsen zijn ook betrokken bij hun vak. Zij leren ook elke dag bij van de patiënten die ze zien. En toch is nascholing voor hen verplicht.’</p>
<p><strong>Pieter Broertjes en de iPad</strong><br />
Terecht punt van Van Eijk. Zelfs bij de goeden onder ons schiet bijblijven er nog wel eens, eh, bij in. Zo las ik tot mijn verbazing dat voormalig Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes tot voor kort nog nooit een iPad had <a href="http://www.fd.nl/artikel/17528757/zaanse-ipad-software-uitgeverijen-groot-succes">vastgehouden</a>.</p>
<p>Hoe je dat als baas van een grote krant kunt vermijden, is mij een raadsel. Je kon de afgelopen maanden geen journalistenkroeg binnenstappen of er liep wel iemand zo’n apparaat te showen. Zelfs bij mijn Microsoft-minnende uitgever ligt zo’n ding. Maar ik wens Broertjes niettemin veel succes als docent crossmediale journalistiek.</p>
<p><strong>Vrij vak</strong><br />
Nu is het zo dat journalist een vrij vak is en dat moet ook vooral zo blijven, want het is al erg genoeg dat de vrijheid van meningsuiting in de Nederlandse respectievelijk Europese rechtspraak slechts als zevende respectievelijk tiende grondrecht voorbij komt fietsen.</p>
<p>Een vrij vak is mooi, maar dat je iemand niet uit je beroepsgroep kunt bonjouren heeft wel consequenties. Zo is deugdelijk beroepstuchtrecht niet mogelijk zonder dwingende sancties, om de simpele reden dat zo’n orgaan het dan moet hebben van ontzag en respect. En zeg nou zelf, wanneer hebt u voor het laatst een collega ontmoet met ontzag of respect voor iets anders dan zijn Gall &#038; Gall-maandafrekening?</p>
<p><strong>Opleidingseisen</strong><br />
Het betekent ook dat je niet kunt eisen dat iemand aan bepaalde opleidingseisen voldoet. En inderdaad loopt er in dit vak van alles rond: van voormalig circusartiesten tot gepromoveerde economen, net zo vaak zonder als met een papiertje van een journalistieke opleiding. Laat staan dat je kunt eisen dat journalisten bijblijven, want wat is de sanctie?</p>
<p>Kort en goed, als niemand ons gaat dwingen om bij te blijven, moeten we misschien elkaar maar dwingen. Samen met wat collega’s ben ik bezig een vereniging op te zetten bedoeld voor journalisten die geheel of gedeeltelijk online hun emplooi vinden. </p>
<p><strong>Nieuwe vereniging</strong><br />
Kennisuitwisseling wordt een van de hoofddoelen van die vereniging, en na het overdenken van de woorden van Grijpma en Van Eijk bedacht ik dat we dat maar eens niet al te verblijvend moesten maken. Lidmaatschap van deze Vereniging Online Journalisten Nederland moet iets zijn om trots aan te ontlenen. Maar trots wordt pas gevoeld als er een prestatie is geleverd.</p>
<p>Daarom is het de bedoeling dat lidmaatschap van de vereniging niet veel gaat kosten. Maar wie lid wordt, wordt wel geacht in <em>commitment</em> te betalen. Door zelf met regelmaat een training te (helpen) organiseren, en een aanzienlijk deel van andermans trainingen bij te wonen.</p>
<p>Als de éducation permanente niet naar de journalist komt, dan moet de journalist maar naar de éducation permanente. Er is geen manier om journalisten te dwingen bij te blijven, maar er is niets mis mee om mensen die lid worden van een vereniging met kennisuitwisseling als doel, te vragen om te doen waarvoor ze lid zijn geworden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2010/07/verplichte-bijscholing/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van klunzige eend tot jonge woudloper</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2010/06/van-klunzige-eend-tot-jonge-woudloper/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2010/06/van-klunzige-eend-tot-jonge-woudloper/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 Jun 2010 02:39:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ongecategoriseerd]]></category>
		<category><![CDATA[Uitgelicht]]></category>
		<category><![CDATA[crossmediaal]]></category>
		<category><![CDATA[kennis]]></category>
		<category><![CDATA[kennisoverdracht]]></category>
		<category><![CDATA[opleidingen]]></category>
		<category><![CDATA[toekomst]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=10091</guid>
		<description><![CDATA[Zoals moderne legers steeds meer vertrouwen op ‘special forces’, zo kan ook de journalistiek de oorlog om het eigen voortbestaan niet winnen met het opleiden van standaard zandhazen.
Het was groter nieuws dan je op grond van de vaderlandse media-aandacht zou denken. Biologisch genie Craig Venter kondigde op 20 mei aan de eerste bacterie te hebben [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2009/09/jongejournalist.jpg" alt="jongejournalist" title="jongejournalist" width="150" height="150" class="alignnone size-full wp-image-6632" /><em>Zoals moderne legers steeds meer vertrouwen op ‘special forces’, zo kan ook de journalistiek de oorlog om het eigen voortbestaan niet winnen met het opleiden van standaard zandhazen.</em></p>
<p>Het was groter nieuws dan je op grond van de vaderlandse media-aandacht zou denken. Biologisch genie Craig Venter <a href="http://www.sciencemag.org/cgi/content/abstract/science.1190719v1">kondigde</a> op 20 mei aan de eerste bacterie te hebben geproduceerd met een kunstmatig genoom. </p>
<p>Mijn Twitter-bericht over de mogelijke implicaties van die vinding voor de geneeskunde, leidde tot een reactie van een journalist in opleiding. Zijn reactie kwam er geparafraseerd op neer of ik ook niet vond dat de vinding zinloos was – ‘want voor elke ziekte die door menselijk toedoen verdwijnt, verzint de natuur een nieuw euvel’.<br />
<span id="more-10091"></span><br />
Ik moest een beetje overgeven in mijn mond.</p>
<p>Totale onzin, zoals iedereen met enige kennis van het succes van het <a href="http://www.rivm.nl/rvp/">rijks</a>- en <a href="http://www.who.int/immunization/en/">WHO-vaccinatieprogramma</a> weet. Dat een toekomstig lid van mijn beroepsgroep denkt met het uiten van dergelijke cryptomystieke Klazien uut Zalk-lulkoek een relevante, laat staan kritische, vraag te stellen, baart me daarom meer zorgen dan een willekeurig aantal opengemaakte vuilniszakken door, of van, Jan Dijkgraaf.</p>
<p><strong>Selecteren</strong><br />
Sinds 2005 geef ik regelmatig les aan studenten journalistiek – het meest recent aan de Erasmus Universiteit, daarvoor aan de universiteiten van Groningen en Leiden &#8211; en dat is een voorrecht. Je ontmoet slimme, jonge, bevlogen mensen die je hoop geven voor de toekomst van het vak.</p>
<p>Daardoor zou je bijna vergeten dat zich ook mensen aanmelden voor opleidingen journalistiek die minder geschikt zijn. En nog worden toegelaten ook – onder meer omdat lang niet alle opleidingen hun studenten mogen selecteren.</p>
<p>Dat selecteren kan me niet streng genoeg gebeuren. Maar dan wel op de juiste gronden. Nog altijd zijn er opleidingen die wel selecteren maar daarbij vooral kijken naar de vaardigheden die vroeger van belang waren, en niet naar de <em>skills</em> die straks nodig zijn.</p>
<p><strong>Zelfreflectie</strong><br />
Hoe ziet een ideale student journalistiek eruit? Allereerst moet je, net als nu, selecteren op interesse in en kennis van het nieuws. En enige ervaring opgedaan bij de lokale omroep of gedrukte media – al is het maar de schoolkrant – is ook niet weg. Op zijn minst toont het enthousiasme.</p>
<p>Het spreekt voor zich dat je ook in een vroeg stadium probeert poseurs uit te wieden. Een aspirant-student(e) die beweert al geruime tijd tweewekelijks <em>The New Republic</em> te lezen maar die niet weet dat dit blad Amerikaans is in plaats van Brits, schiet niet alleen tekort qua kennis, maar ook qua zelfreflectie. (Dit is helaas een echt voorbeeld, al heb ik om absoluut uit te sluiten dat de student(e) getraceerd kan worden, de naam van het blad veranderd.) </p>
<p>Maar dat is het begin. Als we er vanuit gaan dat journalisten doelgroepen moeten bedienen die steeds hoger zijn opgeleid, volstaat het niet om vakgenoten te trainen die zelf academisch maar moeilijk kunnen meekomen. </p>
<p>Niet dat elke aspirant-student een 8 of hoger voor zijn of haar bachelorscriptie moet scoren. Ander bewijs van een bovengemiddeld intellect en dito interesse mag ook. Ik denk dan, ietwat tongue-in-cheek, bijvoorbeeld aan een versleten bibliotheekpas of hele hoge rekeningen van Amazon.com.</p>
<p>Minstens zo belangrijk is veelzijdigheid, of de wens dat te worden. Zowel intellectueel als qua vaardigheden. En dan vergeet ik nog ondernemingszin. Een journalist moet zijn eigen uitgever kunnen zijn – zoals Olaf Koens dat regelmatig <a href="http://olafkoens.nl/wp-content/uploads/2007/06/Mediacrisis-de-kans.pdf">in de praktijk</a> brengt.</p>
<p><strong>Journalistiek commando&#8217;s</strong><br />
Wat we willen zijn niet zandhazen die een leger plus bijbehorende logistieke keten nodig hebben om te kunnen vechten, maar journalistieke commando’s die zogezegd van het land kunnen leven. Oftewel zich desnoods helemaal zonder een grote mediaorganisatie kunnen redden.</p>
<p>In de verte hoor ik thans een luid gerommel. Het is het woeste gestamp van een kudde studenten die zich verontwaardigd afvraagt of die Dasselaar ook nog wat gaat zeggen over de kwaliteit van docenten.</p>
<p>Zeker. Geen marinier in opleiding die een rokende sporttrainer met een dikke pens vertrouwt. En geen commando in training die kan leren hoe hij van het land moet leven van een instructeur die zelf alleen weet hoe hij een noodrantsoen openscheurt. (Opmerkingen over mijn eigen buikomvang zijn welkom in de comments.)</p>
<p><strong>Intellectuele capaciteiten</strong><br />
Het spreekt voor zich dat een journalistiekopleiding alleen kan functioneren als er docenten werken die de praktijk niet alleen kennen, maar er ook onderdeel van uitmaken. En beschikken over de intellectuele capaciteiten om studenten uit te dagen het zware curriculum van de hierna vermelde, geïdealiseerde journalistiekopleiding succesvol af te ronden. </p>
<p>Want die opleidingen zijn thans veel te makkelijk, en dat heeft geleid tot de misvatting dat je om journalist te worden eigenlijk helemaal geen opleiding nodig zou hebben. Wat misschien inderdaad zo is als je takenpakket beperkt is tot het copy-pasten van ANP-berichten, maar dat de journalistieke werkgelegenheid in die hoek niet zal groeien, spreekt voor zich. </p>
<p><strong>Arts</strong><br />
Het grootste misverstand over universitaire opleidingen journalistiek is dat je ze in maximaal anderhalf jaar kunt doen. Wat mij betreft wordt journalistiek morgen een fulltime universitaire bachelor, gevolgd door een master van twee jaar. Zonder major-/minorstructuur. Daar doen ze bij geneeskunde, een andere veeleisende praktische discipline waarvoor veel theoretische kennis nodig is, op sommige universiteiten immers ook niet aan.</p>
<p>Zoals een arts van alle organen in het lichaam het nodige moet weten om überhaupt aan zijn eerste praktijkstage te mogen beginnen, zo moet een journalist van alle wetenschappelijke disciplines iets snappen om over de maatschappij, die door diezelfde wetenschap bestudeerd wordt, verslag te mogen doen. </p>
<p>Een goede opleiding journalistiek zou toekomstige vakgenoten dus theoretisch breed moeten vormen in alle denkbare academische disciplines. Zoals de Amerikaanse <em>liberal arts colleges</em> dat doen, of in Nederland onder meer het <a href="http://www.uu.nl/EN/faculties/universitycollege/studying/courses/Pages/Courses.aspx">University College Utrecht</a> en de <a href="http://www.roac.nl/roac/hum.phtml">Roosevelt Academy</a> in Middelburg.</p>
<p>Enige bèta-vorming mag daarbij ook niet ontbreken. Te vaak hoor ik van (aspirant-)journalisten dat ze ‘een typische alfa’ zijn. Alsof dat het onmogelijk maakt je in bèta-kwesties te verdiepen! En alsof de noodzaak om iets te snappen van wetenschappelijke disciplines die in sterke mate onze maatschappij vormen, niet enig ongemak waard is!</p>
<p>Kortom, een fusie van het curriculum van een liberal arts-opleiding met dat van de Amsterdamse <a href="http://www.studeren.uva.nl/beta-gamma/object.cfm/20C8FFF2-1321-B0BE-68F896E509258F7D">bèta-gamma-bachelor</a> lijkt me een uitstekende basis voor een aspirant-journalist tijdens de bachelorfase van diens opleiding.</p>
<p><strong>9 tot 5-mentaliteit</strong><br />
Vooralsnog is de praktijk echter dat journalistiekopleidingen, zeker academische, zich qua het onderwijzen van theorie vaak concentreren op communicatiewetenschappen. Nuttig, zeker, en zelfs onmisbaar. Maar onvoldoende.</p>
<p>Natuurlijk moeten studenten ook praktijkvaardigheden leren. Dat kan bijvoorbeeld in 30 procent van de ruimte van de bachelorfase, en in 50 procent van de tijd van de tweejarige masterfase. </p>
<p>Tijdens de bachelorfase werken studenten anderhalf tot twee dagen (want een beetje journalist heeft natuurlijk geen 9 tot 5-mentaliteit) aan gezamenlijke crossmediale publicaties. </p>
<p><strong>Veel te duur?</strong><br />
Crossmediaal, want het spreekt voor zich dat je anno 2010 geen mensen meer gaat opleiden in het beheersen van slechts één mediavorm, zoals het produceren van teksten óf het maken van filmpjes. Dat zou net zoiets zijn als een arts opleiden in louter het gebruik van de stethoscoop, maar niet de bloeddrukmeter.</p>
<p>In de masterfase mag van studenten worden verwacht dat ze voor hun producties succesvol een publiek weten te vinden. Oftewel: dat ze laten zien dat ze hun werk zelfstandig kunnen exploiteren. Je wilt per slot van rekening ook geen artsen laten afstuderen die louter in theorie een patiënt kunnen genezen.</p>
<p>Geïdealiseerd, onhaalbaar en veel te duur? Misschien. Maar op de huidige manier doorgaan met studenten opleiden is nog veel duurder. Dat zou ons zomaar ons prachtige vak kunnen kosten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2010/06/van-klunzige-eend-tot-jonge-woudloper/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Geld verdienen zonder iPad-journalistiek</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2010/04/geld-verdienen-zonder-ipad-journalistiek/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2010/04/geld-verdienen-zonder-ipad-journalistiek/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Apr 2010 17:30:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ongecategoriseerd]]></category>
		<category><![CDATA[Uitgelicht]]></category>
		<category><![CDATA[businessmodellen]]></category>
		<category><![CDATA[iPad]]></category>
		<category><![CDATA[Kranten]]></category>
		<category><![CDATA[toekomst]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=9680</guid>
		<description><![CDATA[Journalisten verwarren in de discussie over hun toekomst stelselmatig de vorm, inhoud en distributiewijze van hun producten
Apple-zeloten kunnen naar aanleiding van de kop gelijk hun voorliefde voor Steve Jobs gaan spuien in de comments. In de rest van dit artikel zult u namelijk geen onvertogen woord over Apple tegenkomen. Sterker nog, ook de kop gaat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2010/04/ipad.png" alt="ipad" title="ipad" width="150" height="181" class="alignnone size-full wp-image-9514" /><em>Journalisten verwarren in de discussie over hun toekomst stelselmatig de vorm, inhoud en distributiewijze van hun producten</em></p>
<p>Apple-zeloten kunnen naar aanleiding van de kop gelijk hun voorliefde voor Steve Jobs gaan spuien in de comments. In de rest van dit artikel zult u namelijk geen onvertogen woord over Apple tegenkomen. Sterker nog, ook de kop gaat niet over Apple, maar over de wijze waarop nogal wat journalisten naar elke nieuwe technische vinding grijpen alsof het de redding van het vak gaat worden.</p>
<p>De journalistiek gedraagt zich als de protagonist in een ouderwetse weerwolf-film: op zoek naar een zilveren kogel waarmee het monster gestopt kan worden. Het probleem is dat niemand weet wat of wie het monster precies is. Misschien zijn we het zelf wel. Zoals een cartoon ter gelegenheid van Earth Day in 1971 <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Pogo_(comics)#.22We_have_met_the_enemy....22">luidde</a>: ‘We have met the enemy – and he is us.’<br />
<span id="more-9680"></span><br />
<strong>Pan spaghetti</strong><br />
De oorlog om het eigen voortbestaan die de journalistiek momenteel voert, is complexer dan een Hollywood-achtige verdeling van de wereld in goed en fout. Echte generaals weten dat. Kijkt u even naar dit militaire <a href="http://msnbcmedia.msn.com/i/MSNBC/Components/Photo/2009/December/091202/091203-engel-big-9a.jpg">diagrammetje</a> van de situatie in Afghanistan en zet daarna een pan spaghetti op het vuur.</p>
<p>Om oorlog te kunnen voeren, moet je eerst weten wat je wilt bereiken. Daar gaat het al fout. In discussies over de toekomst van de journalistiek lopen stelselmatig drie dingen door elkaar: (1) de informatie die wordt verkocht, (2) het gehanteerde betaalmodel, en (3) de wijze waarop het resultaat van (1) en (2) worden gedistribueerd.</p>
<p><strong>Vaderfiguur</strong><br />
Een conservatieve journalist is te herkennen aan wat ik maar even iPad-journalistiek zal noemen. Zo’n journalist meent dat er niets mis is met de informatie die de eigen organisatie produceert (hoogstens is ze niet ouderwets genoeg), en ook de vorm waarin de informatie wordt aangeboden, deugt. Innovatie richt zich dus alleen op het distributiekanaal.</p>
<p>Dergelijke journalisten hebben de iPad dan ook omarmd zoals Winnie-the-Pooh een pot met honing. Cory Doctorow <a href="http://www.boingboing.net/2010/04/02/why-i-wont-buy-an-ipad-and-think-you-shouldnt-either.html">fileerde</a> deze obsessie eerder op Freudiaanse wijze: ‘Journalism-land is looking for a Daddy figure who&#8217;ll promise them that their audience will go back to paying for their stuff.’ Als het distributiemodel maar innoveert, hoeven wij dat niet, lijkt de onuitgesproken gedachte. </p>
<p><strong>Sneller paard</strong><br />
Het resultaat? iPad-applicaties die niet de specifieke eigenschappen van het medium gebruiken, maar die een digitale krant simuleren. De NRC-iPad-applicatie is een <a href="http://vimeo.com/10549855">mooi voorbeeld</a>. Niets nieuws: VNU probeerde dat eerder al vergeefs met tijdschriften op het <a href="http://www.zinio.com/">Zinio-platform</a>.</p>
<p>De verborgen premisse van zo’n strategie is dat het enige wat de hedendaagse journalistiek ontbeert, een moderne distributievorm is. Het doet denken aan Henry Ford, die ooit schijnt te hebben opgemerkt: ‘Als ik mijn klanten had gevraagd wat ze wilden, hadden ze om een sneller paard gevraagd.’ Met dit verschil dat het niet de klanten, maar de producenten zijn die op de ouderwetse wijze blijven denken.</p>
<p><strong>Wat klanten niet willen</strong><br />
Want klanten geven heel duidelijk – met hun voeten – aan wat ze niet willen. Wat nog iets anders is dan weten wat ze wel willen – maar daar ligt een mooie taak voor de journalistiek, waar geen gebrek is aan mensen die het beter menen te weten. </p>
<p>Wat willen klanten dan niet? Nou, ze willen bijvoorbeeld niet per se het laatste nieuws lezen op de site van een kwaliteitskrant. <a href="http://trends.google.com/websites?q=nu.nl,nrc.nl&#038;geo=all&#038;date=all&#038;sort=0">Kijkt u zelf maar</a>. Dat doen ze liever op een site die helder en overzichtelijk is, en slechts antwoord geeft op één vraag: ‘Wat is nu het belangrijkste nieuws.’</p>
<p><strong>Alleskunner</strong><br />
Sites van kranten proberen echter niet één ding heel goed te doen, maar heel veel dingen. Een werkwijze die is ontstaan in de tijd dat een krant bij wijze van service zoveel mogelijk informatie op zoveel mogelijk terreinen probeerde te omvatten. Veel andere actuele informatiebronnen had de lezer pre-internet immers niet tot zijn beschikking. </p>
<p>Heel klantvriendelijk dus, en dat maakt het des te vreemder om tegenwoordig louter uit traditie vast te blijven houden aan ‘de krant die over alles een beetje nieuws brengt’. Hoe dat anders moet? Simpel: specialisatie op één taak. Internet is geen massamedium, maar een nichemedium. Een beetje internetgebruiker gaat voor het weer naar buienradar.nl, voor ‘snel’ nieuws naar NU.nl en voor autonieuws naar autoblog.nl.</p>
<p><strong>Niches</strong><br />
Er is dus volop ruimte voor gespecialiseerde sites die zich namens een algemeen publiek richten op politiek, het onderwijs, de ambtenarij, de politie, enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. Inventariseer de experts op uw redactie en u weet welke niches u kunt gaan bedienen. </p>
<p><strong>Betaalmodel</strong><br />
Niet alleen aan de aard van de informatie, ook aan het betaalmodel valt nog flink te knutselen. Waarom zou je als journalistieke organisatie niet dezelfde informatie op vijf verschillende manieren kunnen verkopen? Op een vrijdagmiddag kwam ik onlangs met behulp van goed gezelschap, diverse glazen Brand Up en een bierviltje al tot het volgende vijflaags betaalmodel:</p>
<ol>
<li>Website/nieuwsbrief (gratis; advertising based en/of lead generation based businessmodel)</li>
<li>0906-nummer (telefonisch advies op maat, deels voice response)</li>
<li>Boek (twee tot vijf tientjes)</li>
<li>Congres/workshop/opleiding (200 tot 600 euro per dag)</li>
<li>Consultancy (125-250 euro per uur)</li>
</ol>
<p>(Kunt u nagaan hoe ver ú op een vrijdagmiddag kunt komen met, pak ‘m beet, een fles Jägermeister.)</p>
<p><strong>Lezersreizen van niveau</strong><br />
Vergezocht? Dat valt wel mee. NRC Handelsblad verkoopt al boeken én lezersreizen van niveau en bij Emerce komt een aanzienlijk deel van de jaaromzet voort uit de verkoop van niet bepaald goedkope kaarten voor het <a href="http://www.emerceeday.nl/eday">eDay-congres</a>, een plek waar vorig jaar 1500 mensen rondliepen. Met de winst van die ene dag worden redacteuren aan het werk gehouden.</p>
<p><strong>Merkkledingfonds</strong><br />
Toegegeven, het gaat nog weer een stap verder om als journalistieke organisatie je redacteuren te verhuren als ter zake deskundige adviseur voor 250 euro per uur – maar waarom niet? Ook dit gebeurt al jaren, maar dan heet het ‘schnabbelen’ en verdwijnt de poet in het ‘dure merkkledingfonds voor je puberdochters’-fonds van de redacteur zelf.  Bovendien: de kans bestaat dat je op deze manier extra werkgelegenheid creëert voor journalisten, al moeten ze misschien één dag in de week iets anders doen dan schrijven, filmen of audio-opnames maken.</p>
<p>In dat alles is vast ook een plek weggelegd voor de iPad. Als één stukje gereedschap in de enorme verbouwklus die het opnieuw inrichten van de journalistiek is. Werkelijk belangrijk is niet de hipheid van het gebruikte device, maar dat je product (informatie) op elk gewenst moment in elke gewenste modaliteit is te kopen door de consument. Journalistieke organisaties die dat snappen, zullen niet ten onder gaan. Integendeel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2010/04/geld-verdienen-zonder-ipad-journalistiek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Weg van de kassa</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2010/03/weg-van-de-kassa/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2010/03/weg-van-de-kassa/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 23 Mar 2010 09:54:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ongecategoriseerd]]></category>
		<category><![CDATA[businessmodellen]]></category>
		<category><![CDATA[hyperlokaal nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[micropayments]]></category>
		<category><![CDATA[paywall]]></category>
		<category><![CDATA[TMG]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=9289</guid>
		<description><![CDATA[Als de journalistiek wil innoveren, moet de focus komen te liggen op productvernieuwing, niet op kassaverbetering.
Stel: het gaat niet zo goed met de buurtsuper. De ietwat zurige man achter de toonbank heeft het assortiment al jaren vooral qua vorm veranderd, maar qua inhoud nauwelijks. Goed, vroeger verkocht hij alleen tomaten in blik en tegenwoordig ook [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2010/03/kassa.jpg" alt="kassa" title="kassa" width="150" height="161" class="alignnone size-full wp-image-9290" /><em>Als de journalistiek wil innoveren, moet de focus komen te liggen op productvernieuwing, niet op kassaverbetering.</em></p>
<p>Stel: het gaat niet zo goed met de buurtsuper. De ietwat zurige man achter de toonbank heeft het assortiment al jaren vooral qua vorm veranderd, maar qua inhoud nauwelijks. Goed, vroeger verkocht hij alleen tomaten in blik en tegenwoordig ook kant-en-klare pastasaus met basilicum, maar dat is het dan ook wel zo’n beetje. De groente is eetbaar, maar eigenlijk niet echt vers meer op het moment dat je ’t koopt. En service? Ach, de buurtsuper luistert niet zo graag naar klanten. Of wijsneuzen, zoals hij ze ietwat ironisch betitelt. Wie heeft er per slot van rekening doorgeleerd voor z’n boekhoud- en middenstandsdiploma’s? Nou dan!<br />
<span id="more-9289"></span><br />
Het resultaat: steeds meer klanten blijven weg. De eigenaar ziet dat met verdriet aan. Hij plaatst ingezonden stukken in het lokale huis-aan-huisblad waarin hij betoogt dat een goed lokaal winkelaanbod van groot belang is voor de bevolking. Waarmee hij natuurlijk een uitstekend punt heeft. De buurt wil best een supermarkt in leven houden. Maar niet per se deze buurtsuper.</p>
<p>Naarmate de financiële nood begint toe te nemen, wordt de supermarkteigenaar steeds wanhopiger. Hij begint nieuwe manieren te verzinnen om geld te verdienen. Maar niet door al te veel aan zijn winkel te veranderen. Nee, hij plaatst een nieuwe kassa waarmee klanten makkelijker kunnen afrekenen. Ook dat werkt niet. Ten einde raad start de eigenaar een lobby bij de gemeente. Of die hem wil toestaan voortaan tol te vragen voor het gebruik van het trottoir richting zijn supermarkt.</p>
<p><strong>Micropayments</strong><br />
Waanzin? Ach, iets vergelijkbaars stelde een columnist van The Atlantic vorige week vrijdag nog voor. Derek Thompson wil van internetaanbieder Verizon <a href="http://www.theatlantic.com/business/archive/2010/03/7-ideas-that-could-save-online-journalism/37506/">centen</a> ontvangen. Voor verkeer dat naar de website van The Atlantic leidt? Thompson neemt niet eens de moeite dat te specificeren, zodat zijn idee erg veel begint te lijken op het onzalige commissie Brinkman-plan om een ‘internetheffing’ in te voeren. </p>
<p>Thompson haalt ook het oude, door Clay Shirky inmiddels afdoende <a href="http://www.shirky.com/weblog/2009/03/newspapers-and-thinking-the-unthinkable/">afgeserveerde</a>, misverstand rondom micropayments weer aan. Hij is daar vermoedelijk niet de enige in. Er zijn op dit moment plenty uitgevers die hun hoop hebben gevestigd op de iPad, in de hoop dat Apple’s online boekenwinkel de redding voor gedrukte journalistiek media gaat betekenen. (Natuurlijk gaat het dat niet, want ook op de iPad zullen de nieuwssites van de publieke omroep bereikbaar zijn, en die blijven voor eeuwig en altijd gratis. Zeker met <a href="http://www.televizier.nl/site/D66_bezuinigt_wel_niet_op_omroep/list_messages/8041">ruggengraatloze</a> partijen als D66. )</p>
<p>Normaal gesproken zou je lachen om zo’n naïeve columnist, maar Thompson is indicatief voor een breder probleem. In de journalistiek wordt veel gepraat over innovatie, maar wie daadwerkelijk luistert in de kamers van uitgevers en hoofdredacteuren, bemerkt dat het gesprek te vaak gaat over het verbeteren van de kassa, en te weinig over het verbeteren van het product.</p>
<p>Zo zijn nieuwsmedia nu massaal bezig met het oprichten van paywalls rondom hun websites. NDC/VBK (Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant) en Media Groep Limburg (Limburgd Dagblad en Dagblad de Limburger) laten Atos Origin zo’n systeem <a href="http://webwereld.nl/nieuws/65433/atos-bouwt-microbetaalsysteem-voor-sites.html">bouwen</a>. Ze gaan het nog moeilijk krijgen, tenzij <a href="http://www1.omropfryslan.nl/">Omrop Fryslân</a>, het <a href="http://www.frieschdagblad.nl/">Friesch Dagblad</a>  en <a href="http://www.l1.nl/">L1</a> per direct besluiten hun websites op te heffen.</p>
<p><strong>Hyperlokaal nieuws</strong><br />
De conclusie kan niet anders zijn dan: journalisten willen wel innoveren, maar dan alleen bij de kassa. De rest van de winkel moet zoveel mogelijk hetzelfde blijven. </p>
<p>Dom, maar tegelijkertijd een gouden kans voor de weinigen die wel verder willen en durven kijken. Want reken er maar op dat bijvoorbeeld de Telegraaf Media Groep (TMG) erg blij wordt van dergelijke paywall-plannen. Niet voor niets heeft TMG een <a href="http://www.immovator.nl/cross-media-cafe-van-lokaal-naar-hyperlokaal">zwaargewicht</a> aan het werk gezet met de taak hyperlokale nieuwsvoorziening van de grond te tillen.</p>
<p>Voor wie niet thuis is in de terminologie: hyperlokaal nieuws is, voor Nederlandse begrippen, een nieuw product. Hyperlokaal nieuws mikt op de directe omgeving van de nieuwsconsument en de gemeenschap waar hij of zij deel van uitmaakt. Dus niet: ‘Rijk heeft kritiek op scholen in Twente’ maar ‘De school waar uw kind naartoe gaat, deugt niet.’ </p>
<p>Het is het soort informatie waar adverteerders voor in de rij staan en waar burgers misschien zelfs de portemonnee voor zouden willen trekken. </p>
<p>Gaat het TMG lukken om nieuwsvoorziening op een dergelijk detailniveau voor elkaar te krijgen? Geen idee. Maar innovatie op productniveau is in elk geval een kansrijkere propositie dan de bijna monomane fixatie op afrekenmodellen. Wie zich uitsluitend op dat laatste blijft concentreren, loopt het risico dat de hypermoderne kassa straks nog het enige van waarde in de boedel is.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2010/03/weg-van-de-kassa/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Sapir-Whorf op de journalistieke werkvloer</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2010/02/sapir-whorf-op-de-journalistieke-werkvloer/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2010/02/sapir-whorf-op-de-journalistieke-werkvloer/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 24 Feb 2010 10:34:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ongecategoriseerd]]></category>
		<category><![CDATA[nieuwsconsumenten]]></category>
		<category><![CDATA[toekomst journalistiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=9087</guid>
		<description><![CDATA[De Inuït, in het dagelijkse spraakgebruik onbeleefd eskimo’s genoemd, hebben volgens een hardnekkig kletsverhaal veel meer woorden voor sneeuw dan, pak ‘m beet, de inwoners van Jamaica. In deze mythe zit een kern van waarheid. Want welke woorden je gebruikt, verraadt hoe je de wereld ziet. Dat is slecht nieuws voor journalisten.
Taal beïnvloedt hoe mensen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2010/02/sneeuw.jpg" alt="sneeuw" title="sneeuw" width="150" height="97" class="alignnone size-full wp-image-9088" /><em>De Inuït, in het dagelijkse spraakgebruik onbeleefd eskimo’s genoemd, hebben volgens een hardnekkig kletsverhaal veel meer woorden voor sneeuw dan, pak ‘m beet, de inwoners van Jamaica. In deze mythe zit een kern van waarheid. Want welke woorden je gebruikt, verraadt hoe je de wereld ziet. Dat is slecht nieuws voor journalisten.</em></p>
<p>Taal beïnvloedt hoe mensen denken. Dat is, bijzonder kort door de bocht, de centrale gedachte achter de Sapir-Whorf-hypothese, ook wel ‘linguïstische relativiteit’ genoemd. Haakt u niet gelijk af, deze column gaat wel degelijk over journalistiek.<br />
<span id="more-9087"></span><br />
Volgens de wetenschappers Edward Sapir en Benjamin Lee Whorf bezien mensen de wereld vanuit hun taal. Als die taal bijvoorbeeld zeven woorden voor sneeuw kent, dan kun je er vanuit gaan dat sprekers van die taal veel ‘sneeuwbewuster’ zijn dan sprekers van een taal met maar één woord voor sneeuw. Wie zeven woorden voor soorten sneeuw kent, zal ook zeven soorten sneeuw in de werkelijkheid terugvinden.</p>
<p><strong>Stevig debat</strong><br />
De Sapir-Whorfhypothese is nog altijd onderwerp van stevig debat, maar resoneert bij veel mensen omdat het omgekeerde in elk geval waar is: mensen praten over datgene wat ze opvalt, wat ze bezighoudt. Misschien is het dus ook niet vreemd om te veronderstellen dat mensen vooral de dingen zien waarvoor ze woorden hebben. En de wereld interpreteren volgens hun woordkeuze.</p>
<p>Als er ook maar iets klopt van de Sapir-Whorfhypothese, is dat slecht nieuws voor de journalistiek. Want journalisten hebben een geheel eigen taal, compleet met taboes rondom woorden die het gemeenschappelijke, geaccepteerde en veilige wereldbeeld zouden kunnen aantasten.</p>
<p><strong>Lezer of klant?</strong><br />
Vergelijkt u deze twee woorden eens: ‘lezer’ en ‘klant’. Het laatste woord wordt gebruikt door zo ongeveer iedereen die zelf zijn broek moet ophouden: van zelfstandige zonder personeel tot directeur van een AEX-genoteerd bedrijf. Het laatste woord is tevens taboe onder journalisten.</p>
<p>Het eerste woord daarentegen is de term die veel journalistieke medewerkers van kranten en tijdschriften verkiezen. Met name als ze bij een bedrijf werken dat zich beroept op een lange traditie aan zogeheten kwaliteitsjournalistiek.</p>
<p><strong>Drie verschillen</strong><br />
Wat is nu het verschil van een lezer ten opzichte van een klant? Ik kan er zo drie opnoemen.</p>
<p>Ten eerste impliceert het woord ‘lezer’ passiviteit. Een lezer absorbeert andermans geschreven tekst. Een klant kiest uit verschillende aanbiedingen, in dit geval van informatie, datgene wat haar of hem het beste past. </p>
<p>Ten tweede wordt met het woord ‘lezer’ de economische rol van de mediaconsument genegeerd. Wie niet betaalt, heeft ook geen rechten. Omgekeerd: noem iemand ‘klant’, en het wordt opeens heel vreemd om diens economische machtspositie niet te onderkennen.</p>
<p><strong>Exclusiviteit</strong><br />
Ten derde veronderstelt het woord ‘lezer’ een zekere mate van exclusiviteit. Alle niet-geschreven media worden ermee genegeerd. Waar je je van een klant kan voorstellen dat die ook nog eens een tv-programma meepakt, of naar de radio luistert, is het woord ‘lezer’ bijna claimend, maar in elk geval mediacentrisch. </p>
<p>Daarmee wordt geen ruimte gegeven aan een crossmediale toekomst, waarin niet het medium, maar het <a href="http://www.denieuwereporter.nl/2010/01/weg-met-cargo-cult-journalism/">doel</a> waarvoor dit wordt gebruikt, centraal staan. Dezelfde drie verschillen gelden vanzelfsprekend voor woorden als ‘kijker’ en ‘luisteraar’.</p>
<p><strong>Met zichzelf bezig</strong><br />
Kun je op grond van dit simpele verschil in woordkeuze journalisten die het liever over lezers dan over klanten hebben wegzetten als mensen die wel erg met zichzelf bezig zijn, en dus niets te maken willen hebben met lastige ‘klanten’? In elk geval is ‘lezer’ niet het enige woordkeuzevoorbeeld.</p>
<p>Zo is ook het woord ‘product’ onder journalisten over het algemeen gehaat. In de negen jaar dat ik nu redactionele trainingen geef, is dit woord eigenlijk op elke redactie waar ik het gebruikte, taboe gebleken. </p>
<p><strong>Onderzoeksjournalist</strong><br />
Maar gelooft u mij niet, gelooft u onderzoeksjournalist <a href="http://www.vvoj.nl/cms/archives/2216">Mark Hunter</a>. ‘Veel journalisten beschouwen hun werk niet als een product of dienst, maar als informatie. Goed nadenken over je doelgroep en je product binnen de gestelde termijn leveren, is er dan vaak niet meer bij,’ aldus Hunter vorig jaar op een conferentie in Utrecht.</p>
<p>Vreemd eigenlijk. Want de ambachtelijke banketbakker bij mij in de straat is er juist trots op een ‘kwaliteitsproduct’ te maken. Hij vindt het geen schande dat hij luistert naar zijn ‘klanten’ (niet: ‘eters’). Integendeel: hij ziet het als bekroning van zijn vakmanschap dat een klant voor hem kiest, en niet voor een ander bedrijf. </p>
<p><strong>Journalistcentrisch</strong><br />
Hoe anders is dat in de journalistiek. Wie woorden als ‘klant’ en ‘product’ gebruikt, bedreigt het bestaande, journalist- in plaats van klantcentrische redactieproces en confronteert journalisten met de realiteit: dat ze tot in hun taalgebruik ervan overtuigd zijn dat de ‘lezer’ zo min mogelijk hun werk moet beïnvloeden.</p>
<p>Dat dit anders moet, wil de journalistiek als niet-gesubsidieerd fenomeen overleven, is de gotspe voorbij. Al ben ik bang dat zelfs de wal het schip niet zal keren, maar de redding van de journalistiek zal moeten komen van zij die nu nog niet tot het vak behoren. Want hoeveel mensen zijn er die op latere leeftijd alsnog succesvol een nieuwe taal leren spreken?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2010/02/sapir-whorf-op-de-journalistieke-werkvloer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Weg met cargo cult journalism</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2010/01/weg-met-cargo-cult-journalism/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2010/01/weg-met-cargo-cult-journalism/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 26 Jan 2010 03:22:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Ongecategoriseerd]]></category>
		<category><![CDATA[crossmediaal]]></category>
		<category><![CDATA[DAG]]></category>
		<category><![CDATA[Everyblock]]></category>
		<category><![CDATA[multimediaal]]></category>
		<category><![CDATA[Richard Feynman]]></category>
		<category><![CDATA[Skoeps]]></category>
		<category><![CDATA[Twitter]]></category>
		<category><![CDATA[weblogs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=8685</guid>
		<description><![CDATA[Je als multimediale journalist gedragen is nog niet hetzelfde als een multimediale journalist zijn. Wetenschapper Richard Feynman beschreef in 1974 een fenomeen dat hij ‘cargo cult science’ noemde: een activiteit die uiterlijk op wetenschap lijkt, maar het niet is. Online journalistiek lijdt vaak aan hetzelfde fenomeen.
Het moet een boeiend gezicht zijn geweest. Op veel eilanden [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img src="http://www.denieuwereporter.nl/wp-content/uploads/2010/01/stilleoceaan.jpg" alt="" title="" width="150" height="98" class="alignnone size-full wp-image-8691" /><em>Je als multimediale journalist gedragen is nog niet hetzelfde als een multimediale journalist zijn. Wetenschapper Richard Feynman beschreef in 1974 een fenomeen dat hij ‘cargo cult science’ noemde: een activiteit die uiterlijk op wetenschap lijkt, maar het niet is. Online journalistiek lijdt vaak aan hetzelfde fenomeen.</em></p>
<p>Het moet een boeiend gezicht zijn geweest. Op veel eilanden in de Stille Oceaan, of zoals die vroeger zo prachtig heette: de Stille Zuidzee, bouwden de oorspronkelijke bewoners ver na afloop van de Tweede Wereldoorlog Amerikaanse namaakgeweren en simuleerden ze het kazerneleven.<br />
<span id="more-8685"></span><br />
Soms werden er complete landingsbanen ingericht. Dat deden deze bewoners van de eilanden uiteraard met een doel. Ze hoopten dat een nauwgezette imitatie van het Amerikaanse militaire leven ervoor zou zorgen dat er weer vrachtvliegtuigen vol westerse goederen zouden landen. Dat gebeurde immers ook toen de Amerikanen er nog rondliepen.</p>
<p><strong>Religieuze bewegingen</strong><br />
Cargo cults, heetten deze religieuze bewegingen ook wel. En ze bestaan niet alleen (<a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Prince_Philip_Movement">nog</a> <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/John_Frum">altijd</a>) in de Stille Oceaan, we kennen ze ook in de wetenschap, en de journalistiek.</p>
<p>Een van de meest briljante wetenschappers van de 20ste eeuw, Richard Feynman, beschreef in een <a href="http://www.lhup.edu/~DSIMANEK/cargocul.htm">toespraak</a> uit 1974 gedrag dat hij ‘cargo cult science’ noemde. Daaronder verstond Feynman activiteiten van collega’s die in vorm misschien wel wetenschappelijk waren, maar qua innerlijke motivatie niet.</p>
<p><strong>Wetenschappelijk prutswerk</strong><br />
Dat leidde tot wetenschappelijk prutswerk. Feynman noemt collega Millikan, die probeerde te berekenen hoeveel lading een elektron bevat. Millikan zat er iets naast, maar het duurde een tijdje voordat de juiste waarde werd bepaald. Waarom? Omdat andere wetenschappers die met andere, betere resultaten kwamen, concludeerden dat ze wel iets fouts zouden hebben gedaan. Liever imiteerden ze zoveel mogelijk Millikan.</p>
<p>De handelingen verrichten van een wetenschapper maakt je nog niet tot een wetenschapper. Noch zorgt het simuleren van een vliegveld ervoor dat er grote C-17 Globemasters landen vol jeeps en voedsel. Waarom dan zou het imiteren van de gedragingen van een online journalist je een goede online journalist maken?</p>
<p><strong>I Twitter, therefore I am</strong><br />
Ik kom dat misverstand niettemin vaak tegen bij redactionele trainingen die ik geef. Zodra de krant maar een Twitter-pagina heeft, dan is het goed, denken cursisten. Zodra de journalisten van het tv-station maar gaan bloggen, dan blijven de kijkcijfers op peil. Zodra het tijdschrift maar filmpjes leert maken, dan wordt alles beter.</p>
<p>Vervolgens zijn deze media teleurgesteld als Twitter, blogs of online video’s niet gelijk de nieuwe wereld blijken te brengen die men dacht te krijgen. Waarom niet? Ze hebben immers juist zo nauwgezet allerlei bedrijven geïmiteerd die wel succes hebben dankzij online media.</p>
<p>Maar natuurlijk komen er niet vanzelf bezoekers naar een blog, net zomin als er zonder reden grote legervliegtuigen zullen landen op een in de rimboe aangelegd vliegveld. </p>
<p><strong>Twee categorieën</strong><br />
Wie succesvol is met nieuwe media, is dat niet zomaar. Succesverhalen vinden we in twee categorieën bedrijven. De ene categorie bevat de aanbieders van kale online infrastructuur: diensten waar je als consument zelf nog invulling aan moet geven, zoals YouTube, Twitter en Blogger. De tweede categorie biedt kant-en-klare diensten aan via de internetinfrastructuur. Dat kan een winkel zijn als Amazon.com maar ook een journalistieke dienst als Everyblock.com.</p>
<p>Wat bij veel oudmediale journalisten voor verwarring zorgt, is dat zij van oudsher bij bedrijven werkten die in beide categorieën succesvol waren. Een goede krant beschikt immers niet alleen over uitstekende schrijvers, maar ook over een prima distributiesysteem. Dit leidt tot de verwarring dat je met het hebben van een online distributiesysteem zoals een blog al een aardig eind op weg bent om online succesvol te zijn.</p>
<p><strong>Naamgeving</strong><br />
Het verwarren van doel en medium zie je ook terug in de naam die journalisten zich geven. Tuurlijk, sommige journalisten afficheren zich met hun onderwerp, zoals ‘politiek verslaggevers’ of ‘sportjournalisten’. Maar journalisten zijn ook vaak in sterke mate verknocht aan het distributienetwerk waarvan ze gebruik maken. Er is geen gebrek aan vakgenoten dat tv/radio/krant/tijdschrift (doorhalen wat niet van toepassing is) het ‘mooiste medium’ ter wereld vindt.</p>
<p>De realiteit van crossmediale journalistiek is echter dat, paradoxaal genoeg, medium er niet meer toe doet. Via internet zijn immers alle mediamodaliteiten inzetbaar. Dat is even wennen, voor wie gewend was dat medium, en gebruik van dat medium, onontwarbaar met elkaar verknoopt waren.</p>
<p><strong>DAG</strong><br />
Als deze cargo cult-journalisten voor het eerst op internet aan de slag gaan, zijn ze geneigd hun verwarring om te zetten in imitatie. Een goed Nederlands voorbeeld van cargo cult journalism is nog altijd DAG, de gratis krant-en-site. De site zat vol technische toeters en bellen. Waarom? Nou, dat was modern en crossmediaal. Maar vorm volgt functie, niet omgekeerd.</p>
<p>Ook bij Skoeps.nl, de fotografiesite van dezelfde, inmiddels overgenomen en opgesplitste, uitgever als DAG, probeerde men aan te haken door imitatie. User-generated content werkte heel goed bij website Flickr.com, en dus zou het bij Skoeps.nl ook wel slagen. Nee dus.</p>
<p><strong>Meerwaarde</strong><br />
Waarom niet? Zowel bij DAG als bij Skoeps.nl was onvoldoende nagedacht over het doel van al die moderniteiten. Internetgebruikers zijn dol op technische snufjes, maar alleen als ze meerwaarde bieden voor specifiek de beoogde en bereikte doelgroep. Skoeps.nl had een succes kunnen worden als PCM had nagedacht over de reden waarom mensen bij Skoeps zouden willen horen.</p>
<p>Bijvoorbeeld om deel uit te maken van een online gemeenschap waar je waardevolle feedback krijgt van mensen wiens fotografiekennis er toe doe. Me dunkt dat met alle fotografen die PCM in dienst had, dit te doen moet zijn geweest. In de tussentijd groeide de fotosite van Zoom.nl, waar je dergelijke feedback wél krijgt, namelijk flink. Dat <a href="http://weblog.zoom.nl/2007/03/14/samenwerken-met-skoeps/">wist</a> men bij Skoeps trouwens ook, maar blijkbaar ging er zelfs toen geen lichtje branden. </p>
<p><strong>Doel en middel</strong><br />
Doel (journalistiek bedrijven) en middel worden op internet dus stelselmatig verward, vermoedelijk omdat ze vroeger zo vaak met elkaar waren verknoopt. </p>
<p>Ook in het onderwijs zie je dat terug. Internetjournalistiek wordt weliswaar op veel opleidingen gedoceerd, maar daar nogal eens gezien als een facilitair vak dat studenten technische vaardigheden moet leren. Waar het uitgangspunt natuurlijk zou moeten zijn dat je leert wat journalistiek is, en vervolgens hoe je dat het beste kunt toepassen met de via het web beschikbare mediavormen.</p>
<p><strong>Definiëren</strong><br />
Het zij de opleidingen vergeven. Want net zoals de wetenschap die Feynman bekritiseerde, houdt de journalistiek zich in de dagelijkse praktijk maar weinig bezig met het definiëren van wat de beroepsgroep nu eigenlijk wil bereiken.</p>
<p>Anders gezegd: als in de dagelijkse praktijk doel en middel door elkaar lopen omdat iedereen te druk is met het halen van de eerstvolgende deadline, kun je nauwelijks verwachten dat er goed omlijnde ideeën bestaan waartoe de journalistiek eigenlijk dient. En lopen dus ook online implementaties van die onvoldoende (of in het geheel niet) benoemde doelstellingen bij voorbaat in de soep.</p>
<p>Daar gaan we het over twee weken dus over hebben.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2010/01/weg-met-cargo-cult-journalism/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gezocht: journalist met managementopleiding (m/v)</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2008/05/gezocht-journalist-met-managementopleiding-mv/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2008/05/gezocht-journalist-met-managementopleiding-mv/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 May 2008 00:00:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[De Nieuwe Reporter blog]]></category>
		<category><![CDATA[Uitgelicht]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[opleidingen]]></category>
		<category><![CDATA[professionalisering]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=1643</guid>
		<description><![CDATA[De beroepsgroep toont een universele, internationale afkeer van leidinggevende bijscholing. Terwijl die hard nodig is.
Het cultboek The Hitchhiker’s Guide To The Galaxy zou door een journalist kunnen zijn geschreven. In deze sf-parodie besluiten de bewoners van de planeet Golgafrincham alle managers met een smoesje naar een groot ruimteschip te lokken. Om dat vervolgens &#8211; op [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>De beroepsgroep toont een universele, internationale afkeer van leidinggevende bijscholing. Terwijl die hard nodig is.</em></p>
<p>Het cultboek The Hitchhiker’s Guide To The Galaxy zou door een journalist kunnen zijn geschreven. In deze sf-parodie besluiten <a href="http://www.bbc.co.uk/cult/hitchhikers/guide/golgafrincham.shtml">de bewoners van de planeet Golgafrincham</a> alle managers met een smoesje naar een groot ruimteschip te lokken. Om dat vervolgens &#8211; op ramkoers &#8211; af te schieten richting een andere planeet.<br />
<span id="more-1643"></span><br />
Bij gebrek aan afdoende grote ruimteschepen is het niet waarschijnlijk dat de NVJ een soortgelijke actie zal ondernemen. Niettemin zijn journalisten sceptisch tegenover alles wat met leidinggeven te maken heeft. Op zichzelf is dat niet ernstig. Maar als tijdens een succesvolle carrière dan toch een functie als redactiechef of hoofdredacteur in het verschiet komt, leidt die houding tot problemen. </p>
<p>Zo blijkt het lastig om journalisten die manager worden, op leidinggevend gebied bij te spijkeren. Peter de Vries, oud-hoofdredacteur van de Gooi- en Eemlander, huurde eens een managementtrainer in die de fout maakte het woord ‘organisatie’ te gebruiken. ‘Meteen stond er iemand op die de man corrigeerde: “Meneer, we werken hier bij een kránt.&#8221;’</p>
<p>‘Journalisten hebben een hekel aan scholing, en al helemaal aan managementscholing,’ verklaart De Vries het incident. Toch is dergelijke scholing volgens De Vries nodig. Op dit moment volgt hij zelf een MBA-opleiding, een bedrijfskunde-studie naar Amerikaans model. In zijn groep van 25 studenten is De Vries de enige journalist. Raar, vindt De Vries. Toegegeven, sommige mensen gaat het organiseren als vanzelf goed af. Meestal zijn dat volgens De Vries sportredactiechefs: ‘Die zijn gewend om in de weekeinden heel veel wedstrijdbezoeken in te moeten plannen.’</p>
<p>Alleen logistieke vaardigheden zijn echter onvoldoende, meent De Vries. ‘In deze tijd van reorganisaties moet je op enig moment een begroting saneren. Daar heb je toch echt financiële kennis voor nodig.’ En ook modern personeelsmanagement vereist gespecialiseerde vaardigheden: ‘Hoe je een goed functioneringsgesprek moet voeren, is niet iets waarmee je geboren wordt.’</p>
<p><strong>Opleiding journalistiek</strong><br />
Maar waar moet een journalist die kennis vandaan halen? In elk geval niet uit zijn opleiding journalistiek. Aan de Master-studies journalistiek <a href="http://www.let.vu.nl/master/journalistiek/masterprogramma.htm">in</a> <a href="http://www.studeren.uva.nl/ma-journalistiek-media">Amsterdam</a> en <a href="http://www.journalistiekgroningen.nl">Groningen</a> heeft het opdoen van leidinggevende vaardigheden geen prioriteit. In <a href="http://www.masters.leidenuniv.nl/programmas/ma_nederlandse_taal_en_cultuur.jsp#SP_journalistiek">Leiden</a>, waar journalistiek een afstudeerspecialisatie is van de Master Nederlandse taal en cultuur, bevat het curriculum evenmin managementvakken. Hetzelfde geldt voor de Post-Doctorale Opleiding Journalistiek van de Erasmus Universiteit. Die universiteit biedt overigens ook de <a href="http://www.fhk.eur.nl/media/">Master Media en Journalistiek</a>, waarin wél ruimte is voor managementvaardigheden. Maar volgens dr. Erik Hitters is deze Master ‘niet primair bedoeld om journalisten op te leiden’.</p>
<p><strong>Gordon Ramsay</strong><br />
Wellicht is de keuze van de universitaire journalistiekopleidingen terecht. Nogal wat journalisten zullen immers nooit leiding gaan geven. Alle studenten journalistiek met managementkennis opzadelen zou hetzelfde zijn als alle koks een cursus ‘Omgaan met je miljonairschap’ geven, wetende dat niet iedereen het fortuin van Gordon Ramsay zal vergaren.</p>
<p>Zinvoller is het dan om journalisten pas te trainen in managementvaardigheden als ze die echt nodig gaan hebben: bij een promotie tot redactiechef of hoofdredacteur. Een rondgang langs de grotere uitgeverijen in Nederland leert echter dat dergelijke trainingen vooral op aanvraag worden geregeld. Dit geldt bijvoorbeeld voor Kluwer en VNU. (Sanoma reageerde niet op herhaalde verzoeken per e-mail en telefoon om commentaar.) Dat wil zeggen: de nieuwbakken chef moet zelf bij zijn leidinggevende of de afdeling P&#038;O om een training vragen.<br />
Wanneer zo’n aanvraag is ingediend, volgt vaak een externe, kortdurende cursus. Veelgenoemd is de <a href="http://www.leondewolff.nl/t.php?id=16">driedaagse training ‘Management in de journalistiek’</a> van Leon de Wolff (de auteur volgde deze training overigens zelf in 2000). </p>
<p><strong>Toenemende acceptatie</strong><br />
Volgens De Wolff neemt de acceptatie voor dergelijke trainingen snel toe. ‘Wanneer ik begin jaren negentig het woord “management&#8221; liet vallen, moest ik snel bukken,’ aldus De Wolff. ‘Tegenwoordig merk ik dat journalisten meer openstaan voor dit soort onderwerpen.’ De Wolff heeft naar eigen zeggen zo’n 2.500 journalisten getraind, maar uitgesplitste cijfers over het aantal gegeven managementtrainingen heeft De Wolff niet.</p>
<p>Een heel ander geluid laat het in Maastricht gevestigde European Journalism Centre (EJC) horen. Ook daar wordt een <a href="http://www.ejcseminars.eu/index.php/seminars/76/newsroom-management-workshop">training managementvaardigheden voor journalisten</a> gegeven, maar die kan niet rekenen op veel binnenlandse belangstelling. Slechts een minderheid van de cursisten is Nederlands. </p>
<p>‘In andere landen is er meer tijd voor dit soort opleidingen. We merken dat aan onze groepen, daar zitten relatief weing Nederlanders in. In het buitenland gaat het werven van cursisten ook makkelijker,’ aldus Bianca Lemmens, projectcoördinator bij het EJC. Zij bestrijdt dat dit verschil wordt verklaard doordat andere landen meer inwoners hebben, of rijker zijn. ‘We hebben ook cursisten uit Polen en Litouwen.’ Volgens Lemmens ‘lossen heel veel kranten het zelf op.’</p>
<p>Dat blijkt onder meer voor PCM te gelden. Die uitgeverij heeft allerlei interne opleidingen. ‘Maar nul op het gebied van journalistiek,’ zegt Dick van Eijk, sinds enige tijd chef van de economieredactie van NRC Handelsblad. ‘Ik heb inmiddels wel een middag “time management&#8221; gehad en een middag functioneringsgesprekken voeren, beide intern door het opleidingscentrum van PCM georganiseerd, op verzoek van de hoofdredactie. Uitgebreidere managementcursussen voor journalisten hebben ze zeker niet.’</p>
<p><strong>Verplichte trainingen</strong><br />
Opvallende uitzonderingen bij de rondgang langs uitgeverijen vormen Wegener en Reed Business. De eerste heeft een <a href="http://www.wegeneracademie.nl/redactie/">heuse website</a> waarop het opleidingsprogramma vermeld staat. ‘De meeste dagbladen doen hap-snap wat aan opleidingen,’ zegt opleidingscoördinator Dick Bosscher. ‘Ik denk dat we vrij uniek zijn met dit aanbod. Geen enkele cursus uit het programma 2008 is in beginsel verplicht. Maar in sommige gevallen kan een hoofdredactie vinden dat een bepaalde redacteur een cursus moet volgen en dan heeft het toch een licht verplicht karakter.’</p>
<p>Reed Business gaat nog een forse stap verder. Blijkens <a href="http://inbusinessweb.reedbusiness.nl/cms/rubrieken.aspx?rubriek=862">het eigen intranet</a> (niet voor buitenstaanders toegankelijk) is een <a href="http://inbusinessweb.reedbusiness.nl/cms/artikelen.aspx?articleid=4174">basistraining leidinggevende vaardigheden</a> verplicht voor iedereen die ‘ten minste drie maanden leiding (geeft, AD) aan minimaal twee medewerkers voor wie ze verantwoordelijk zijn wat betreft budget, PDP (persoonlijk ontwikkelingsplan, AD) en ziekteverzuim’.  Wie leiding geeft aan vijf medewerkers of meer, kan nog een training voor gevorderden volgen. (Disclaimer: de auteur is vaste medewerker van Elsevier, eigendom van Reed Business).</p>
<p><strong>Internationale desinteresse</strong><br />
Dick van Eijk suggereert dat er wellicht sprake is van een typisch Nederlands gebrek aan interesse in professionalisering: ‘Hier gebeurt niets vanuit de beroepsgroep zelf. Zo organiseert de NVJ bijvoorbeeld geen managementopleidingen.’</p>
<p>Maar in het buitenland is het qua aanbod weliswaar iets, maar niet zo heel veel, beter. Het Amerikaanse Poynter Institute komt niet verder dan een <a href="http://www.poynter.org/seminar/topic.asp?id=107">vierdaags seminar</a>. En het American Press Institute houdt het <a href="http://www.americanpressinstitute.org/08/WklyNewsroom/">bij iets soortgelijks</a>. </p>
<p>Opvallende uitzondering: de journalistiekstudie van NYU, de prestigieuze New Yorkse universiteit. Daar bevat de specialisatie ‘Business and Economic Reporting’ <a href="http://journalism.nyu.edu/prospectivestudents/coursesofstudy/ber/">een aantal vakken</a> uit de MBA-opleiding van diezelfde universiteit. Echter, niet om journalisten vroegtijdig te leren wat leidinggeven precies is, maar om beter verslag te kunnen doen over het bedrijfsleven.</p>
<p><strong>Beroepscultuur</strong><br />
Dat de desinteresse voor leidinggevende vaardigheden blijkbaar internationaal is, pleit voor de theorie van Leon de Wolff dat hier sprake is van een ‘door de beroepscultuur bepaald fenomeen’. ‘Net als advocaten en artsen zijn journalisten professionals, mensen die zelfstandig te werk gaan. Je gaat een chirurg niet vertellen hoe hij moet snijden,’ aldus De Wolff.</p>
<p>Hij meent echter dat journalisten die om soortgelijke redenen leiding – en dus het geven daarvan – afwijzen, een grote fout maken. De Wolff: ‘Dan verwar je professionele autonomie met functionele autonomie. Als journalist ben je niet vrij in wat je doet, maar wel in hoe je het doet.’ Een goede chef weet volgens De Wolff dat onderscheid te maken en over te dragen.</p>
<p>Blijft de vraag waar een journalistieke leidinggevende die zelf uit zo’n onafhankelijke cultuur komt, die vaardigheden moet leren. Want de kans dat in een vrijgevochten beroepsgroep als die van journalisten dergelijke inzichten vanzelf komen, lijkt niet al te groot.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2008/05/gezocht-journalist-met-managementopleiding-mv/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Waar blijven de journalistieke databases?</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2008/03/waar-blijven-de-journalistieke-databases/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2008/03/waar-blijven-de-journalistieke-databases/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 11 Mar 2008 11:09:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[De Nieuwe Reporter blog]]></category>
		<category><![CDATA[database_journalistiek]]></category>
		<category><![CDATA[google-maps]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=1543</guid>
		<description><![CDATA[Verhalen vertellen met behulp van toegankelijke digitale kaartenbakken: in de VS een voorzichtig succes, in Nederland vooralsnog wishful thinking.
Het Amerikaanse opinieweekblad US News &#038; World Report brengt elk jaar een studie uit naar de beste universiteiten in eigen land. Dat is op zich niet bijzonder: het weekblad Elsevier doet in Nederland al tijden precies hetzelfde. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Verhalen vertellen met behulp van toegankelijke digitale kaartenbakken: in de VS een voorzichtig succes, in Nederland vooralsnog wishful thinking.</em></p>
<p>Het Amerikaanse opinieweekblad US News &#038; World Report brengt elk jaar een studie uit naar de beste universiteiten in eigen land. Dat is op zich niet bijzonder: het weekblad Elsevier doet in Nederland al tijden precies hetzelfde. Wél uitzonderlijk is de manier waarop US News &#038; World Report de eigen nering aan de man brengt. Op de site van het tijdschrift kan de <a href="http://www.usnews.com/usnews/store/products/prod_bestcollegeprint2008.htm">printeditie worden besteld</a> voor 9,95 dollar. Er is ook een <a href="http://www.usnews.com/usnews/store/products/prod_bestcollegepoe2008.htm">online editie beschikbaar</a>, maar die kost de helft meer: 14,95 dollar.<br />
<span id="more-1543"></span><br />
Uitzonderlijk, want papieren nieuwsproducten lijken duurder om te produceren dan hun online tegenhangers. Ze moeten immers worden gedrukt en verzonden. Niet voor niets is het de gewoonte om voor online nieuwsproducten minder – of zelfs niets &#8211; te vragen in vergelijking met hun gedrukte tegenhanger. Zo kost de papieren The Economist tegen de huidige aanbiedingsprijs <a href="https://www.economistsubscriptions.com/ecom906/global/">132 euro</a>. Voor het webabonnement hoeft echter <a href="http://www.economist.com/subscriptions/">maar zo’n 53 euro</a> te worden neergeteld. De online versies van de Elsevier-onderzoeken <a href="http://www.elsevier.nl/nieuws/nederland/artikel/asp/artnr/128802/index.html">zijn zelfs gratis</a>.</p>
<p>Nog vreemder: wie de online editie van het US News-universiteitenonderzoek koopt, raakt zijn toegang tot de dienst op 13 augustus kwijt. Maar wie de gedrukte versie heeft, hoeft deze (uiteraard) niet terug te sturen. Kortom, lezers betalen meer, maar krijgen minder tegen ongunstiger voorwaarden. </p>
<p>Althans, zo lijkt het. Want in werkelijkheid biedt de online universiteitenspecial van US News &#038; World Report een rijkdom aan informatie die op papier niet of veel moeilijker te realiseren zou zijn. Kopers van de online special kunnen hun academische interesses invoeren, en krijgen vervolgens informatie op maat getoond. Die informatie is ook nog eens veel gedetailleerder dan die in de gedrukte versie. Logisch, want op papier is de ruimte beperkt. De redactie moet dus noodgedwongen een keuze maken </p>
<p><strong>Stemgedrag</strong><br />
US News &#038; World Report is niet de enige Amerikaanse journalistieke uitgave die scoort met wat databasejournalistiek genoemd kan worden: het vertellen of aanvullen van een journalistiek verhaal met behulp van een toegankelijke, ook door leken eenvoudig te gebruiken, database.</p>
<p>Zo won WashingtonPost.com, de website van de bijna gelijknamige krant, in 2006 de <a href="http://www.washingtonpost.com/wp-adv/mediacenter/html/Innovation_072606.htm">Knight-Batten Honor for Innovation</a> voor <a href="http://projects.washingtonpost.com/congress/ “ target="_blank">een database</a> waarin lezers op eenvoudige wijze het stemgedrag van hun volksvertegenwoordigers kunnen analyseren. Die informatie was al beschikbaar via internet, maar voor de komst van de ‘Congressional Votes Database’ moesten geïnteresseerden meerdere sites bezoeken. De redacteuren van WashingtonPost.com maakten met hun site dergelijke zoektochten makkelijker, en geven daarmee hun lezers – althans in theorie &#8211; meer politieke macht.</p>
<p>De database van WashingtonPost.com blinkt niet uit in visuele aantrekkelijkheid. Hoe anders is dat met de reportage <a href="http://www.heraldtribune.com/apps/pbcs.dll/section?CATEGORY=MULTIMEDIA0202">Broken Trust</a>, een project van de Floridase krant The Herald-Tribune, eigendom van de New York Times. Broken Trust vertelt het weinig opwekkende verhaal van 1958 gevallen waarbij leerlingen werden mishandeld of aangerand door hun docenten. Lezers van de krant hoeven die informatie niet passief op te nemen, maar kunnen via de knop ‘Data search’ snel zoeken naar details over incidenten op scholen in hun eigen buurt. En wie daarna boos een klacht wil indienen bij de overheid, kan dat eenvoudig doen dankzij de e-mailknop met voorgeprogrammeerde adressen van alle relevante organen en personen.</p>
<p><strong>Drankvergunningen</strong><br />
In Nederland is het zoeken naar soortgelijke initiatieven, zeker buiten de <a href="http://www.bouwkosten.nl/web/show/applications/id=51540">vakbladen</a>. Het AD heeft enkele database-projecten, zoals de <a href="http://www.ad.nl/wachtlijsthulp/">Wachtlijsthulp</a> en de <a href="http://www.ad.nl/misdaadmeter/">Misdaadmeter</a>. Wie naast de laatste echter de <a href="http://www.latimes.com/news/local/crime/homicidemap/">LA Times Homicide Map</a> legt, zal in de Misdaadmeter nog veel mogelijkheden tot verbetering zien.</p>
<p>Ook Elsevier zet <a href="http://www.elsevier.nl/nieuws/nederland/artikel/asp/artnr/128802/index.html">gegevens van enkele onderzoeken online</a>, maar deze bevatten in hun online gedaante lang niet zoveel informatie als de digitale versies van de US News &#038; World Report-onderzoeken.</p>
<p>Een veelgeprezen Nederlands voorbeeld van databasejournalistiek is <a href="http://www.misdaadkaart.nl">Misdaadkaart</a>. Lezers kunnen in deze op <a href="http://www.holovaty.com/blog/archive/2008/01/31/0102">ChicagoCrime.org</a> geïnspireerde site op zoek naar criminaliteit in hun eigen buurt. </p>
<p>Een mooi initiatief, maar de makers van ChicagoCrime.org hebben inmiddels een stap vooruit gedaan die in Nederland (nog) niet is gezet. En wel met de site <a href="http://www.everyblock.com/">EveryBlock.Com</a>. Daarop is voor de steden New York, San Francisco en Chicago een enorme hoeveelheid informatie te raadplegen: zelfs de <a href="http://chicago.everyblock.com/liquor-license-applications/locations/neighborhoods/avondale/">laatst verstrekte drankvergunningen</a> zijn erop te zien.</p>
<p>Nederlandse journalistieke organisaties laten databases met veelomvattende informatie echter links liggen. Zo zou een site als <a href="http://statline.cbs.nl/">Statline</a> van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) baat hebben bij een toegankelijker interface. Het CBS heeft zelf een poging gedaan om een deel van deze informatie beter te ontsluiten via de site <a href="http://www.cbsinuwbuurt.nl/">CBS in uw buurt</a>, maar die kan niet tippen aan de veelomvattendheid van EveryBlock.Com. Een integratie van CBS-informatie met Trouw’s <a href="http://trouw.nuin.nl/">Nieuws in de buurt</a> ligt voor de hand, maar bestaat vooralsnog niet. </p>
<p><strong>Sportuitslagen</strong><br />
Buiten de deur zoeken naar interessante databases om te ontsluiten, hoeft echter niet eens. Veel journalistieke organisaties produceren zelf kostbare informatie die echter slechts eenmalig kan worden gebruikt omdat ze niet in een database wordt gestopt. Sportuitslagen zijn een berucht voorbeeld. Die worden niet aangeboden in een eenvoudig doorzoekbare databank, maar in <a href="http://www.brabantsdagblad.nl/sport/sportuitslagen/">de ouderwetse lijstvorm</a>. Voor de krant van vandaag maakt dat niet uit. Maar de vader die wil uitzoeken of de voetbalclub waartegen zijn zoontje zaterdag speelt, in het verleden goed of slechts heeft gepresteerd, heeft geen gemakkelijke manier om antwoord te krijgen op die vraag. En ouders die op zoek zijn naar de beste school voor hun kind, moeten zich bij Trouw <a href="http://www.trouw.nl/redactie/schoolprestaties2007/T1/20071230___/1_004/#original">door een tabel worstelen</a>. Zelf voorkeuren specificeren om een lijst op maat te krijgen, is er niet bij. </p>
<p>Dat journalisten verkregen informatie nog steeds invoeren in een veredelde tekstverwerker, en niet in een database die hergebruik eenvoudiger maakt, heeft veel te maken met de bedrijfscultuur van Nederlandse journalistieke organisaties. Dat meent althans Dick van Eijk, chef economie bij NRC Handelsblad: ‘De initiatiefnemer van Misdaadkaart, Robert Jan de Heer, werkte bij krantenuitgever PCM, maar heeft Misdaadkaart buiten het concern gemaakt.’ (Ondanks herhaalde pogingen per telefoon en e-mail is het niet gelukt om Robert Jan de Heer zelf te bereiken.)</p>
<p>Volgens Van Eijk deed Den Heer dat niet voor niets: ‘Een van de grote problemen bij het tot stand komen van databasejournalistiek is dat nieuwsredacties meestal niet de baas zijn over de technologie in een grote organisatie.’ Zelf experimenteren zit er daarom vaak niet in, aldus Van Eijk: ‘Dat is meestal strijdig met het bedrijfswijd vastgestelde IT-beleid.’</p>
<p><strong>Speeltuintjes</strong><br />
Een andere verklaring zit in de doelen die Amerikaanse journalistieke organisaties zich stellen. Van Eijk: ‘Journalistieke managers in Amerika hebben meer het idee dat hun medium ook service moet verlenen aan hun lezers.’ Daarbij horen databases waarmee lezers zichzelf eenvoudig kunnen informeren over meer dan alleen het geijkte nieuws van persagentschappen.</p>
<p>Van Eijk pleit voor ‘speeltuintjes’, waarin redacties kunnen experimenteren met nieuwe verhaalvormen zoals databasejournalistiek. Voor zover dergelijke speeltuintjes er nu zijn, richten ze zich echter vooral op integratie van bestaande mediavormen. Zo leidt navraag bij Wegener naar database-initiatieven dat de uitgever zich hier niet mee bezighoudt. Wel zet het bedrijf zwaar in op zogeheten <a href="http://tinyurl.com/3xacb3">‘Media Asset Management’</a>, oftewel een systeem waarin alles wordt verzameld wat Wegener-journalisten ‘afscheiden’, in de woorden van Rob de Spa, groepsdirecteur Redactionele Ontwikkeling en Beheer Wegener Dagbladen.</p>
<p><strong>Bijscholingsprogramma&#8217;s</strong><br />
Niet alleen in de organisatie, ook op de redacties zelf mag nog wel het een en ander veranderen, meent Van Eijk: ‘Het is geen onwil van redacties, maar een gebrek aan kennis. In de Verenigde Staten zie je dat veel meer journalisten dan hier kunnen programmeren.’</p>
<p>Het technisch bijspijkeren van journalisten wordt in de Verenigde Staten dan ook <a href="http://www.wordyard.com/2007/06/06/journalists-code/">actief aangemoedigd</a>, net als het journalistiek bijspijkeren van programmeurs. Zo zijn er <a href="http://www.medill.northwestern.edu/admissions/page.aspx?id=58645">beurzen voor techneuten met journalistieke belangstelling</a>. </p>
<p>Een dergelijke integratie van twee disciplines lijkt in Nederland echter nog ver weg. De NVJ-opleidingskaart vermeldt vooralsnog geen <a href="http://www.villamedia.nl/journalist/n/opleidingskaart.shtm">technische bijscholingsprogramma’s voor journalisten</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2008/03/waar-blijven-de-journalistieke-databases/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Onderzoek naar webloggers</title>
		<link>http://www.denieuwereporter.nl/2006/05/onderzoek-naar-webloggers/</link>
		<comments>http://www.denieuwereporter.nl/2006/05/onderzoek-naar-webloggers/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 May 2006 11:24:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arjan Dasselaar</dc:creator>
				<category><![CDATA[De Nieuwe Reporter blog]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.denieuwereporter.nl/?p=439</guid>
		<description><![CDATA[DNR-medewerker Arjan Dasselaar werkt aan een onderzoek naar webloggers en zoekt participanten:
&#8216;Heb je een weblog? Ben je benieuwd of wat je daarop doet, als journalistiek gezien kan worden of niet? Anders wij wel. De Vereniging van Onderzoeksjournalisten en de Universiteit Leiden doen onderzoek naar het journalistieke gehalte van weblogs, in het kader van de Master-scriptie [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>DNR-medewerker Arjan Dasselaar werkt aan een onderzoek naar webloggers en zoekt participanten:</em></p>
<p>&#8216;Heb je een weblog? Ben je benieuwd of wat je daarop doet, als journalistiek gezien kan worden of niet? Anders wij wel. <a href="http://www.vvoj.nl/">De Vereniging van Onderzoeksjournalisten</a> en de Universiteit Leiden doen onderzoek naar het journalistieke gehalte van weblogs, in het kader van de Master-scriptie van joors troelie. Als je het afgelopen jaar minimaal één bericht op je weblog hebt geplaatst (vaker mag, uiteraard), willen we jouw mening weten. </p>
<p>Hoe meer webloggers meedoen, hoe betrouwbaarder het onderzoek, dus vraag ook je mede-webloggers om de enquete in te vullen. Die vind je op <a href="http://onderzoek.zachtei.nl">http://onderzoek.zachtei.nl</a>. Onder de deelnemers worden tien exemplaren van het <a href="http://www.vanduurenmedia.nl/titel.asp?ID=159">Handboek Digitale Criminaliteit</a> verloot.&#8217; </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.denieuwereporter.nl/2006/05/onderzoek-naar-webloggers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
