Journalisten versus de rest
Als blijkt dat mensen dom worden van internet, als Wikipedia de waarheid verdraait of bloggers als lemmingen achter complotten aanhollen, halen journalisten opgelucht adem. Voor de meeste journalisten is internet een welkome bron van informatie – ze googlen zelf ook en Wikipedia staat bij de favorieten – maar verder is internet een valse profeet, een dwaling, een vijfde colonne.
Het besef dat internet geen bui is die overtrekt, geen gril van geeks, is langzamerhand wel ingedaald, ook bij de meeste journalisten die het vak leerden toen Google nog moest worden uitgevonden. Maar telkens wanneer er berichten verschijnen die de imperfectie van internet aantonen, reageren ze alsof ze een weddenschap hebben gewonnen.
Lees verder.





Venijnig debat tussen geleerden over staatssteun aan de pers. De ene wetenschapper, Columbia-rector Lee Bollinger, pleit voor overheidsfinanciering, naar het Britse model; de andere, Jeff Jarvis van City University New York (CUNY), houdt verbeten vast aan zijn missie: nieuwe, commerciële verdienmodellen voor journalistiek. De eerste heeft de hoop opgegeven dat het nog goed komt, de tweede weigert zich daarbij neer te leggen.
De journalist is een altijd dronken, opdringerige, slecht geklede held die zich zijn brutaliteit kan veroorloven zolang hij uiteindelijk the good guy is. Hij mag, althans in de Hollywoodfilms die zijn imago goeddeels bepaalden, volop liegen en bedriegen, stelen en omkopen en elke ethische code aan zijn laars lappen zolang hij dat niet doet voor zijn eigen ego maar om een nog grotere schurk te ontmaskeren.
Als argwaan de culturele norm is, hoe gaat vertrouwen in de pers dan nog een rol spelen? Ik geloof dat mediaconsumenten op enig moment weer keuzes zullen gaan maken die ten dele gebaseerd zijn op de zekerheid – meer dan de sceptische aanname – dat informatie klopt en opinies gezag hebben. Maar bovenal denk ik dat eerst nog een andere behoefte zal ontstaan: niets willen missen.
Natuurlijk zat de CIA achter de aanslagen op de Twin Towers. De Mexicaanse griep is bedacht door een op winst beluste samenzwering van wetenschappers, overheid en farmaceutische industrie. Het hiv-virus is bewust verspreid om overbevolking tegen te gaan en de DSB-bank is over de rand van het bankroet geduwd door een old boys-network onder aanvoering van minister van Financiën Wouter Bos.
Op de markt voor media is “vertrouwen” geen modieus artikel. De Google-generatie betaalt er niets extra’s voor; ze kunnen zonder – denken ze. Klassieke journalisten hebben het daar moeilijk mee, omdat hun handelswaar gemaakt is van betrouwbaarheid, zoals brood van granen. Voor een flink deel is de crisis in de journalistiek hierop terug te voeren, maar de kans is groot dat dit verandert. Misschien verklaart de “mediamaslow” waarom.
Tot op het bot wantrouwt de Nederlander zijn
De journalistiek is onmisbaar in een democratie. Dat vinden journalisten zelf uiteraard, maar de meeste politici, ook degenen die afgeven op de pers, denken er niet anders over. Ik vermoed dat ook het publiek in ruime meerderheid gelooft dat het land beter af is mét dan zonder journalisten. De pers, concludeer ik, is een “publiek goed” en moet, als het echt niet anders meer kan, ook uit publieke middelen worden gefinancierd.




