Sex op en rond de televisie
“Romantic involvement with a news source would create the appearance and probably the reality of partiality. Staff members who develop close relationships with people who are likely to figure in coverage they prepare or oversee must disclose those relationships privately to a responsible newsroom manager. In some cases, no further action may be needed. But in other instances staff members may have to recuse themselves from certain coverage. Sometimes assignments may have to be modified or beats changed” (The New York Times Company Policy on Ethics in Journalism 2010).
De meeste journalisten of programmamakers houden niet van ethiek als het henzelf betreft. Dat banken Chinese Walls hebben om bedrijfsadviseurs en beleggers uit elkaar te houden, geldt als vanzelfsprekend. Dat ministers hun financiële belangen in een blind trust moeten stoppen, evenzeer. Maar wie verslaggevers zou vragen hun eventuele aandelen op te geven bij de hoofdredactie, zal naar alle waarschijnlijkheid de vraag krijgen of journalisten dan geen privacy hebben. Lees verder.





Weinig Duitse woorden geven zo mooi en bondig de essentie van een verschijnsel weer als “Rufmord”. Het Engelse character-assassination komt in de buurt, nationaal komen we niet veel verder dan ‘reputatiemoord’ of ‘karaktermoord’. Misschien komt het verschijnsel zelf in Nederland niet vaak genoeg voor. De Telegraaf voert wel eens campagne tegen deze of gene, het AD heeft wel eens iemand direct op de korrel, maar het meest pregnante voorbeeld van Rufmord dat ik me kan herinneren, is de campagne tegen de Leidse criminoloog Buikhuisen eind jaren zeventig, aangevoerd door Piet Grijs in Vrij Nederland: ‘hij is een kale, impotente carrièrewetenschapper’, een ‘verblinde vakidioot’, een ‘bedrieger’, een ‘aartsopportunist’ en een ‘domme charlatan’.
Met zijn stelling ‘Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek’ heeft Jan Blokker, zo blijkt uit de reacties, misschien wel meer gelijk dan hij zelf dacht. De titel van Blokkers bundel met stukken over de media verwijst naar de voorliefde van journalistiek Nederland voor opinies, analyses en meningen – geheel in de traditie van de dominees vanaf de kansel en de onderwijzers voor de klas. Gewoon intelligent uitgezochte en goedgeschreven stukken gaven en geven in belangrijke delen van de gedrukte media geen status genoeg, je moet minstens ‘een column’ hebben, het liefst nog met fotootje. Zie de gênante proliferatie van stukjes, bij voorkeur met leuk fotootje, in de Volkskrant, zoals ook Vrij Nederland en HP De Tijd dat sinds jaren doen.
“Garbage in, garbage out” geldt ruimer dan alleen in de informatica. Wie McKinsey binnenhaalt met de opdracht te gaan afslanken, krijgt geen vierkleurenrapport op het bureau met de aanbeveling het personeel uit te breiden. Wie Elco Brinkman vraagt een commissie te leiden over de toekomst van de media, maar Hilversum buiten beschouwing wil laten, krijgt precies dat terug. En wie, zoals minister Plasterk, de departementale reactie baseert op zo’n mager en eenzijdig rapport, stuurt een magere en eenzijdige brief aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2008-2009, 31777, nr 12, 30 september 2009).
Voor waarnemers van de sociale en politiek kaart van Nederland is de route bekend. De politiek weet niet waar ze heen moet, durft en kan, benoemt een commissie met een oud-minister van het CDA aan het hoofd, en raapt uit het maatschappelijk middenveld voldoende vrouwen, mannen, werkgevers, werknemers, blinden en doven bij elkaar om ‘draagvlak’ te creëren. Het rapport, onveranderlijk voorzien van creatief verzonnen titel mét woordspeling – De Volgende Editie -, raakt soms aan de kern, spaart zoveel mogelijk kolen en geiten, gaat mee in de illusie dat de wereld in Den Haag begint en eindigt, doet wat onschuldige aanbevelingen en schuift ingewikkelder vragen door voor nader onderzoek. Het Rapport van de Commissie Brinkman.
Onder het pseudoniem NightJack schreef de Engelse politierechercheur Richard Horton de afgelopen anderhalf jaar een blog over politieonderzoeken naar allerlei misdrijven, posts over ervaringen met meerderen, minderen en collega’s, en commentaren op het politiebeleid. Zo opgeschreven dat het politiewerk er niet door in gevaar kwam en hij zelf onbekend bleef. Volgens eigen zeggen was de blog in politiekringen bekend en had ongeveer 1.500 lezers per dag. Dat veranderde op slag toen hij in april de prestigeuze Orwell Prize kreeg toegekend, genoemd naar de Britse schrijver George Orwell (Animal Farm, Ninety Eighty-Four, The Road to Wigan Pier), voor de journalist die er het beste in slaagde “to make political writing into an art.” Het aantal bezoekers groeide naar 60.000 per dag en de aanbiedingen om boeken te schrijven en televisieshows op te luisteren waren niet van de lucht. Richard Horton bleef anoniem.




